Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Notaris moet jurisprudentie en vakliteratuur kennen, maar er zijn grenzen mbt advisering daarover

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Notaris moet jurisprudentie en vakliteratuur kennen, maar er zijn grenzen mbt advisering daarover

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina arrow Notariaat arrow Notaris moet jurisprudentie en vakliteratuur kennen, maar er zijn grenzen mbt advisering daarover
 
Notaris moet jurisprudentie en vakliteratuur kennen, maar er zijn grenzen mbt advisering daarover
dinsdag, 8 maart 2011

'Tamelijk uitzonderlijke uitspraak redelijkerwijs niet te verwachten'

Uitspraak mbt beroepsaansprakelijkheid notaris. Centraal staat de vraag in hoeverre een notaris van jurisprudentie en vakliteratuur op de hoogte dient te en in hoeverre - indien goed geďnformeerd - hij/zij de cliënt daarover in te lichten, voorzover van belang van de zaak. De achtergronden, zoals vermeld in de uitspraak, luiden als volgt.

[C] is als “partijnotaris” van [A] opgetreden en heeft hem als zodanig geadviseerd. [A] stelt dat [C] hem als partijadviseur heeft bijgestaan en hem ten onrechte heeft geadviseerd de overdrachtsbelasting op de koop toe te nemen. Hij verwijt [C] dat die hem niet heeft geattendeerd op (het hoger beroep dat was ingesteld tegen) het vonnis van de rechtbank ’s-Gravenhage van 16 mei 2007 (LJN: BA6948).

In dat vonnis had de rechtbank overwogen dat niet gezegd kon worden dat de wetgever in redelijkheid niet het uitgangspunt had kunnen hanteren dat rechtspersonen die naar het oordeel van de Minister van Financiën hoofdzakelijk de instandhouding van monumenten ten doel hebben in geval van de koop van een monument vrijstelling van overdrachtsbelasting toekomt en natuurlijke personen niet (het toenmalige artikel 15 lid 1 aanhef en sub p Wet op Belastingen van Rechtsverkeer) en dat de wetgever de hem op fiscaal gebied toekomende ruime beoordelingsvrijheid niet had overschreden.

Tegen dit vonnis is door de belanghebbende echter hoger beroep aangetekend, waarna het gerechtshof ’s-Gravenhage het vonnis van de rechtbank bij arrest van 1 mei 2009 (LJN: BI3637) heeft vernietigd. Naar het oordeel van het hof heeft de wetgever voor de beperking van de vrijstelling tot verkrijgingen door rechtspersonen onvoldoende rechtvaardiging aanwezig kunnen oordelen en door die beperking de grenzen van zijn beoordelingsvrijheid overschreden. [A] verwijt [C] verder dat deze hem niet heeft geadviseerd (zekerheidshalve) bezwaar tegen de heffing overdrachtsbelasting aan te tekenen.

Aldus is [C] volgens [A] toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen jegens [A] althans heeft hij jegens [A] onrechtmatig gehandeld. De schade die hij daardoor lijdt is, aldus [A], de overdrachtsbelasting die hij nu heeft moeten betalen alsmede de gemaakte transportkosten.

Uit het oordeel:

4.3.  Partijen zijn het er niet over eens of [C] [A] naar een fiscalist heeft verwezen: dat wordt door [B C] c.s. gesteld maar door [A] betwist. Wel staat tussen partijen vast dat [C] [A] niet heeft gewezen op het vonnis van de rechtbank ’s-Gravenhage en het daartegen ingestelde hoger beroep. Verder staat vast dat [C] [A] niet heeft geadviseerd (zekerheidshalve) bezwaar aan te tekenen tegen de heffing overdrachtsbelasting. De vraag die in deze procedure dient te worden beantwoord is of [C] aldus heeft gehandeld in strijd met wat van een redelijk bekwaam en redelijk handelend notaris mag worden verwacht.

4.4.  Van een notaris mag worden verwacht dat hij op de hoogte is van de geldende regelgeving en de heersende jurisprudentie en literatuur met betrekking tot de rechtsgebieden waarin hij werkzaam is. In dat kader mocht ook van [C] worden verwacht dat hij op de hoogte was van de jurisprudentie met betrekking tot de vrijstelling van overdrachtsbelasting bij de koop van een monument.

4.5.  Niet gesteld of gebleken is dat de jurisprudentie op genoemd punt in augustus 2007 aldus was dat er aanleiding was om aan te nemen dat naast bepaalde rechtspersonen ook natuurlijke personen bij de koop van een monument aanspraak zouden kunnen maken op vrijstelling van overdrachtsbelasting.

De wettelijke regeling was er duidelijk over dat dat niet het geval was en ook genoemd vonnis wees niet in andere richting. Integendeel: daarin werd de wettelijke regeling bevestigd. Het arrest van het hof ’s-Gravenhage waarin het vonnis werd vernietigd, was in augustus 2007 nog niet gewezen.

4.6.  De vraag die dan rijst is of [C] van het ingestelde hoger beroep op de hoogte had dienen te zijn en of hij had dienen te voorzien dat er een redelijke kans was dat het hoger beroep tot vernietiging van het vonnis van de rechtbank zou leiden. Alleen in dat geval kan hem immers worden verweten dat hij [A] niet op een en ander heeft gewezen en hem niet heeft geadviseerd tegen de heffing overdrachtsbelasting bezwaar aan te tekenen.

4.7.   De rechtbank beantwoordt genoemde vragen ontkennend.
Van een notaris mag niet worden verwacht dat hij van alle gepubliceerde rechterlijke uitspraken op zijn vakgebied nagaat of daartegen hoger beroep dan wel cassatieberoep is ingesteld. Evenmin is het zo dat een notaris bij zijn advisering moet laten meewegen dat een eventueel tegen een uitspraak ingesteld beroep tot een wijziging in de jurisprudentie zal kunnen leiden. De notaris dient af te gaan op de geldende jurisprudentie en mag dat ook doen.

In het onderhavige geval geldt nog dat het arrest van het hof ertoe leidde dat een wettelijke bepaling over de strekking waarvan redelijkerwijs geen verschil van inzicht kon bestaan, niet meer werd toegepast (nu het onderscheid tussen rechtspersonen en natuurlijke personen door het hof ongerechtvaardigd werd geacht) en vervolgens werd afgeschaft. Niet gesteld of gebleken is dat in het onderhavige geval [C] een dergelijke (toch tamelijk uitzonderlijke) uitspraak redelijkerwijs had dienen te verwachten. Derhalve valt ook niet in te zien waarom hij [A] op het vonnis had moeten wijzen en hem had moeten adviseren (zekerheidshalve) bezwaar aan te tekenen.

4.8.  Weliswaar zijn er omstandigheden denkbaar waaronder moet worden geoordeeld dat het voorgaande anders ligt en een notaris wel van een ingesteld beroep op de hoogte dient te zijn en zijn cliënten daarover dient te informeren. Daarbij valt te denken aan een principiële rechtsvraag die in de lagere rechtspraak in verschillende zin is beantwoord en vervolgens, naar in de juridische wereld bekend is, in een proefprocedure aan de Hoge Raad wordt voorgelegd. Dat zich dergelijke omstandigheden in het onderhavige geval voordoen, is echter niet gesteld of gebleken.

4.9.  De conclusie uit het voorgaande is dat er geen sprake van is dat [C] heeft gehandeld in strijd met wat van een redelijk bekwaam en redelijk handelend notaris mag worden verwacht.

Vonnis van mr. K.A. Baggerman. Uitspraak van 2 maart 2011 LJN: BP6933, Rechtbank Amsterdam, 456784 / HA ZA 10-1316
 
< Vorige   Volgende >


 woensdag, 18 juli 2018






O P M E R K E L IJ K
Kantonrechter over administratiekosten boete tegen officier en CJIB: waar zijn jullie mee bezig !!?

Incassomiddel schiet doel ver voorbij

Een opmerkelijke boete-zaak. Iedereen die wel 'ns een verkeersboete heeft gehad, kent de incasso's van het CJIB. Maar er zijn incassomaatregelen die hun doel ruim voorbij schieten, vindt kantonrechter mr. W.E.M. Verjans. Vooral wanneer het gaat om € 6,00 (zes euro) te innen ten behoeve van de Staat der Nederlanden.

Rechtsbescherming

De wetgever was in een ver verleden van opvatting dat de Wet Mulder/WAHV voldoet aan de eisen die artikel 6 van het Europese Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens stelt aan rechtsbescherming. Verjans vraagt zich af of in het kader van de huidige handhaving van deze wet nog wel sprake is van “een waarborging van de deugdelijke rechtsbescherming van de betrokkene.”

LEES VERDER...
 
Hof: wrakingsverzoek gegrond, raadsheer eerst gedelegeerd rc, later in rol voorzitter strafkamer
Verzoeker is ontvankelijk in zijn (tweede) wrakingsverzoek, nu sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden waarop het verzoek is gegrond. Het wrakingsverzoek komt er in de kern op neer dat de raadsheer niet heeft ingegrepen nadat zij ervan op de hoogte was gesteld dat (reeds) één van de getuigen in strijd met de beslissing van het hof en buiten aanwezigheid van de verdediging was gehoord door de politie en dat enige dagen nadien een andere getuige door de politie zou worden gehoord.
LEES VERDER...
 
Arnoldus voorgedragen als lid Raad voor de rechtspraak
Peter Arnoldus is voorgedragen als lid Raad voor de rechtspraak, zo maakte het gelijknamige instituut vrijdag bekend. De Raad behartigt de belangen van de gerechten bij de politiek en het (lands)bestuur, vooral bij de minister van Veiligheid en Justitie. Arnoldus is op dit moment directeur financieel-economische zaken bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Hij zal zich voor de Raad onder meer bezighouden met financiën en huisvesting.
LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden