Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Gerechtshof Amsterdam: Hans Vrakking, oud-topman Openbaar Ministerie, als rechter niet partijdig

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Gerechtshof Amsterdam: Hans Vrakking, oud-topman Openbaar Ministerie, als rechter niet partijdig

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina arrow Rechters arrow Gerechtshof Amsterdam: Hans Vrakking, oud-topman Openbaar Ministerie, als rechter niet partijdig
 
Gerechtshof Amsterdam: Hans Vrakking, oud-topman Openbaar Ministerie, als rechter niet partijdig
maandag, 14 maart 2011
Aangevuld 10.52 uur - Van de staande naar de zittende magistratuur overstappen, dat deed mr. J.M. (Hans) Vrakking als hoofdofficier van justitie, maar niet geheel zonder consequenties. Het gerechtshof in Amsterdam trekt nu zijn onpartijdigheid niet in twijfel, zo blijkt uit een overweging middenin een lang arrest. Eerst het standpunt van de advocaten in de Oxbridge-zaak (miljoenen euro's wegmaken voor verhaal fiscus) over mr. Hans Vrakking, vervolgens 's hofs oordeel.

'6.2. Volgens [ X ] en [ Y ] is de vrees objectief gerechtvaardigd dat de onderhavige (civiele) zaak (in het eindvonnis) is behandeld door een niet onpartijdige rechter, mr. Vrakking, omdat deze en mr. Van der Werff ten tijde van voormeld opsporingsonderzoek directe collega’s waren, waarbij mr. Vrakking bovendien de leidinggevende van mr. Van der Werff was en dus in staat hem aanwijzingen te geven ter zake van de vervolging.

Zij merken hierbij op dat mr. Vrakking, gezien de grote omvang van dit fraudeonderzoek, het feit dat ook een van de grootste banken van Nederland daarbij betrokken was (de Bank) en de publicitaire gevoeligheid ervan, “in meer of mindere mate bij het onderzoek in de strafzaak betrokken (zal) zijn geweest”. [ X ] en [ Y ] wijzen er verder op dat ten tijde van het vonnis van
29 oktober 2008 nog geen onherroepelijke beslissing in de straf-zaken was genomen, dat uit de getuigenverklaring van mr. Van der Werff, afgelegd tegenover de rechtbank in de strafzaak tegen [ Z ] (proces-verbaal van 2 en 8 september 2004), valt af te leiden dat mr. Van der Werff door bemoeienis van mr. Vrakking bij het parket is gaan werken en dat het feitencomplex dat de Ontvanger aan zijn vordering ten grondslag legt volledig is gebaseerd op de vruchten van het onderhavige (strafrechtelijke) opsporingsonderzoek.

Volgens [ X ] en [ Y ] doet aan hun stellingen niet af dat er enige tijd is verlopen sinds mr. Vrakking en mr. Van der Werff collega’s waren.

Bij pleidooi hebben zij nog aangevoerd dat ten aanzien van mr. Vrakking de vrees voor partijdigheid ook subjectief gerechtvaardigd is, omdat hij bewust in strijd heeft gehandeld met aanbeveling 7 van de Leidraad onpartijdigheid van de rechter (verder: de Leidraad onpartijdigheid, tot stand gekomen in opdracht van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak en de vergadering van presidenten van rechtbanken en appèlcolleges).

6.3. Aan hun zojuist weergegeven stellingen verbinden [ X ] en [ Y ] de conclusie dat het hof de zaak naar de rechtbank moet terugwijzen, om door haar te worden afgedaan, en aldus het recht op behandeling van hun zaak in twee onpartijdige instanties te waarborgen.

6.4. De Ontvanger betwist gemotiveerd dat de vrees subjectief of objectief gerechtvaardigd is dat mr. Vrakking niet onpartijdig was.'

Het hof vindt dat er te weinig op tafel ligt om aan te nemen dat de partijdigheid van Vrakking in het geding is:

'6.5. Het hof overweegt allereerst dat bij de beoordeling van de vraag of onpartijdigheid van de rechter in de zin van art. 6 lid 1 EVRM en art. 14 lid 1 IVBPR ontbreekt, dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstan-digheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat hij jegens een partij in een door hem berechte zaak een vooringenomenheid koestert, althans dat bij een partij dienaangaande de vrees objectief gerechtvaardigd is.

6.6. Van dergelijke omstandigheden is in dit geval geen sprake. Van belang daarbij acht het hof allereerst dat het hier niet gaat om de behandeling door mr. Vrakking van de strafzaak tegen [ X ] en [ Y ] (de door dezen ter adstructie van hun betoog genoemde rechterlijke uitspraken hebben betrekking op dáármee vergelijkbare gevallen) maar van een door de Ontvanger tegen hen begonnen civiele zaak, waarbij het Openbaar Ministerie (parket Amsterdam) geen partij is. Dit zo zijnde is voorts, ook al spelen in deze civiele zaak de vruchten van het onderhavige opsporings-onderzoek een grote rol, de vrees dat mr. Vrakking niet onpartij-dig was slechts objectief gerechtvaardigd, indien hij direct betrokken is geweest bij dat opsporingsonderzoek.

Te dien aanzien hebben [ X ] en [ Y ] echter geen concrete feiten en omstandigheden gesteld, terwijl van die betrokkenheid evenmin iets is gebleken. De enkele omstandigheid dat mr. Vrakking als hoofdofficier van justitie van het opsporingsonderzoek op de hoogte zal zijn geweest is onvoldoende om de bedoelde vrees objectief gerechtvaardigd te doen zijn. Geen van de door [ X ] en [ Y ] gestelde (overige) feiten en omstandigheden noopt tot een ander oordeel.'

Hoofdzaak 'Oxbridge' (een samenstelling van de universiteiten Oxford en Cambridge)

Voor wie interesse meer uitgaat naar de hoofdzaak rond Oxbridge, centraal stond een actie uit onrechtmatige daad door Ontvanger wegens wegmaking van zijn verhaal.

Steekwoorden arrest. Geen ontoelaatbare doorkruising. Bekendmaking dwangbevelen. Groepsaansprakelijkheid (art. 6:166 BW). Art. 161 Rv niet van toepassing. Stelplicht in het licht van onherroepelijk strafarrest. Gevolgen van verjaring dwanginvordering; betekenis art. 27 (van inmiddels vervallen) Leidraad Invordering. Gevolgen van minnelijke regeling met (mogelijke) mede-aansprakelijke. Geen (relevante) eigen schuld van Ontvanger; billijkheidscorrectie.

LJN: BP7304, Gerechtshof Amsterdam, 200.029.227/01, 200.029.224/01. 106.007.310/01 en 200.029.869/01 Uitspraak (arrest) van 15 februari 2011

 
< Vorige   Volgende >


 woensdag, 22 november 2017





DE UITSPRAKEN

DE ZAAK HOLLEEDER, links naar de uitspraken:

BC0703 Willem Holleeder, afpersing en leider criminele organisatie
BC0697 Maruf M. medeverdachte Holleeder. Endstra is onder valse voorwendselen naar het kantoor van zijn toenmalig raadsman gelokt waar hij in de kamer van die raadsman - Bram Moszkowicz - is bedreigd door onder andere deze verdachte. Endstra is hierdoor bewogen grote sommen geld af te staan.
BC0708 Marcel K.
BC0710 Vriendin Holleeder: Maaike Dijkhuis (schuldwitwassen)

Lees ook over Holleeder (link) in het NJD



O P M E R K E L IJ K
Afwijzing aanvraag om wel heel bijzondere bijstand: kroegbezoek chronisch psychiatrisch patiënt

Afwijzing aanvraag om bijzondere bijstand. Appellante (de aanvrager) lijdt meer dan twintig jaar aan een schizoaffectieve stoornis. Zij heeft vele psychiatrische behandelingen ondergaan en jarenlang een dagactiviteitencentrum bezocht. Op 11 mei 2004 heeft appellante een aanvraag gedaan om bijzondere bijstand voor consumptiekosten in haar stamcafé Marktzicht te Utrecht (café). 

De vrouw heeft toegelicht dat zij een chronisch psychiatrisch patiënt is en dat zij niet alleen thuis kan zijn. Zij brengt haar dagen door in het café om onder de mensen te zijn.

Bij besluit van 15 juni 2004 heeft de gemeente deze aanvraag afgewezen. Bij uitspraak van 16 augustus 2005 heeft de rechtbank het beroep tegen het (latere) besluit ongegrond verklaard. Jaren later (2010) heeft de vrouw het nog een keer geprobeerd, maar de gemeente wees het weer af. Uiteindelijk belandde de zaak bij de hoogste bestuursrechter, de Centrale Raad van Beroep.

Waarom naar de kroeg?

De vrouw vindt dat zij de kosten tot een bedrag van € 300,- per maand niet meer uit haar vermogen kan bestrijden en wijst op een verklaring van haar psychiater. Daarin staat dat de vrouw niet in aanmerking komt voor reguliere dagopvang, omdat zij niet meer bestand is tegen de confrontatie met chronisch psychiatrische patiënten.

In de loop van de jaren heeft zij veel vrienden die zij via de psychiatrie heeft leren kennen, verloren onder andere door zelfdoding. Het café is een laagdrempelige manier om een sociaal netwerk op te bouwen buiten de psychiatrie. Appellante gebruikt sporadisch alcohol.

Uitspraak Centrale Raad

LEES VERDER...
 
Hof: wrakingsverzoek gegrond, raadsheer eerst gedelegeerd rc, later in rol voorzitter strafkamer
Verzoeker is ontvankelijk in zijn (tweede) wrakingsverzoek, nu sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden waarop het verzoek is gegrond. Het wrakingsverzoek komt er in de kern op neer dat de raadsheer niet heeft ingegrepen nadat zij ervan op de hoogte was gesteld dat (reeds) één van de getuigen in strijd met de beslissing van het hof en buiten aanwezigheid van de verdediging was gehoord door de politie en dat enige dagen nadien een andere getuige door de politie zou worden gehoord.
LEES VERDER...
 
Alex Brenninkmeijer wordt hoogleraar Institutionele aspecten van de rechtsstaat

“Als oud-rechter, voormalig Nationale ombudsman en tegenwoordig lid van de Europese Rekenkamer heb ik ervaring met drie instituties van de rechtsstaat, het lijkt mij geweldig om mijn ervaring in de Utrechtse academische context te delen en mee te werken aan het strategisch thema Instituties”, aldus Brenninkmeijer.

Vanaf juli dit jaar is voormalig nationaal ombudsman dr. Alex Brenninkmeijer (1951) hoogleraar ‘Institutionele aspecten van de rechtsstaat’ aan de Universiteit Utrecht, zo laat de UU weten.

LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden