Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - In Amsterdam een res nullius, in Den Bosch uitvoerige rechtszaak over: duiven

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - In Amsterdam een res nullius, in Den Bosch uitvoerige rechtszaak over: duiven

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina arrow Opmerkelijk arrow In Amsterdam een res nullius, in Den Bosch uitvoerige rechtszaak over: duiven
 
In Amsterdam een res nullius, in Den Bosch uitvoerige rechtszaak over: duiven
maandag, 9 mei 2011

Duif die prijs wint is een belegging, aldus de vrouw

Vallen duiven onder het begrip inboedel? Is in casu sprake van gemeenschappelijke eigendom? Is het houden ervan een hobby, waarvan de kosten tot de kosten van de huishouding behoren? Deze vragen staan centraal bij een opmerkelijke verdeling van goederen.

 'De rechtbank zal vooreerst de vraag beantwoorden of ten aanzien van de duiven sprake is van een eenvoudige gemeenschap van goederen dan wel van privé-eigendom van de man, aangezien het antwoord daarop van belang is voor de verdere beoordeling.

Door de man is gesteld dat hij op het moment dat partijen gingen samenwonen al duiven had, dat hij op het moment van huwelijk nog steeds duiven had en dat de op de peildatum aanwezige duiven zijn verkregen door eigen kweek, ruiling of schenking.

Door de vrouw wordt niet betwist dat de man ten tijde van het huwelijk al duiven bezat, zij betwist slechts dat gedurende het verrekentijdvak de duiven uitsluitend door eigen kweek, ruiling of schenking zijn verkregen.

Daarmee staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat de man op het moment van huwelijk duiven in eigendom had. Dit sluit evenwel niet uit dat partijen gedurende het verrekentijdvak duiven in mede-eigendom hebben verkregen. Naar het oordeel van de rechtbank worden duiven in eigendom verkregen onder bijzondere titel door overdracht. Vereist voor overdracht is levering krachtens een geldige titel.

Wil er derhalve sprake zijn van mede-eigendom dan moeten de duiven mede aan de vrouw zijn geleverd. Een gezamenlijk lidmaatschap van een vereniging, noch een partijbedoeling, zoals door de vrouw gesteld, heeft ter zake een goederenrechtelijk effect. Nu gesteld noch gebleken is dat de duiven mede aan de vrouw zijn geleverd, is de rechtbank van oordeel dat de duiven eigendom zijn van de man.'

Tweede punt: verrekenen? 

 'Nu de duiven eigendom zijn van de man brengt dit met zich dat de duiven die op of omstreeks de peildatum, 24 april 2007, aanwezig waren tot het vermogen van de man behoren. Aldus dient de vraag te worden beantwoord of ter zake van de duiven sprake is van verrekenbaar vermogen. Op grond van artikel 1:141 lid 3 BW wordt in casu het op de peildatum aanwezige vermogen vermoed te zijn gevormd uit hetgeen verrekend had moeten worden. Het ligt op de weg van de man aan te tonen dat zulks niet het geval is. Door de man worden een aantal argumenten genoemd die er naar zijn mening toe leiden dat geen sprake is van verrekenbaar vermogen.

Bij de beoordeling van die argumenten dient naar het oordeel van de rechtbank een onderscheid te worden gemaakt.

Enerzijds is van belang wat gedurende het verrekentijdvak is geschied met de duiven die per datum huwelijk, 16 september 1988, aanwezig waren. Deze duiven vormen voorhuwelijks vermogen. Aldus moet worden vastgesteld of tijdens het verrekentijdvak overgespaard inkomen in deze duiven is geïnvesteerd.
Anderzijds moet de status worden beoordeeld van de duiven die per peildatum aanwezig waren. Daarbij is van belang of deze duiven door de man onder aanwending van verrekenbaar vermogen in eigendom zijn verkregen en of verrekenbaar inkomen is geïnvesteerd in die duiven.

Daarbij speelt tevens een rol dat niet in geschil is tussen partijen dat met de duiven prijzen zijn gewonnen. Dit maakt de duiven, aldus de vrouw, tot een belegging. Voorts speelt een rol de vraag of de kosten die gemaakt worden voor de duiven al dan niet kunnen worden beschouwd als huishoudelijke kosten, samenhangend met de vraag of de duiven een hobby zijn.'

Derde punt: duif, hobby of belegging?

 'De rechtbank zal zich eerst uitlaten over de vraag of het houden van duiven om daarmee prijzen te behalen kan worden beschouwd als een hobby, waarvan de kosten, anders dan de aanschafkosten, kosten van de huishouding zijn. Een hobby wordt door Van Dale groot woordenboek der Nederlandse taal omschreven als een liefhebberij. Het enkele feit dat met die liefhebberij op momenten geld wordt verkregen door het winnen van prijzen of door verkoop van zaken dienstbaar aan die liefhebberij, maakt niet dat de liefhebberij kan worden aangemerkt als een belegging.

Naar het oordeel van de rechtbank dient daarvoor sprake te zijn van enig beroepsmatig belang, in die zin dat het geldelijk gewin als doel op zich kan worden aangemerkt en waarbij het verlies van geldelijk gewin de voortzetting van dat belang in de weg zou staan.

Uit de stellingen van de man en de vrouw volgt echter dat zij het houden van duiven als liefhebberij uitoefenden en dat het winnen van prijzen daarmee geen op zichzelf staand doel was, maar mede een aspect dat bijdroeg aan een persoonlijk welbevinden door het uitoefenen van de liefhebberij. De rechtbank merkt daarbij op dat gesteld noch gebleken is dat de inkomsten werden aangemerkt als inkomen in de zin van de Wet Inkomstenbelasting 1964 / 2001.

De kosten voor de duiven die gepaard gaan met het uitoefenen van de liefhebberij zijn derhalve op grond van het voorgaande naar het oordeel van de rechtbank te beschouwen als huishoudelijke kosten. Dat partijen in artikel 3 lid 4 van de huwelijkse voorwaarden overeengekomen zijn dat prijzengeld niet is te beschouwen als inkomen is niet relevant. Het begrip inkomen is in de huwelijkse voorwaarden niet nader gedefinieerd.

Genoemd artikellid is opgenomen in het artikel dat de huishoudelijke kosten regelt. De tekst van de huwelijkse voorwaarden laten in zoverre geen andere conclusie mogelijk dan dat prijzengeld geen bron van inkomen is waaruit huishoudelijke kosten worden bestreden. Dat brengt niet met zich dat de kosten van de liefhebberij geen huishoudelijke kosten zijn.

Ten aanzien van de duiven aanwezig per datum huwelijk, als voorhuwelijks vermogen, kan alleen sprake zijn van een verrekening indien kan worden geoordeeld dat overgespaard inkomen is aangewend voor die duiven anders dan inkomsten die zijn gebruikt ter bestrijding van de huishoudelijke kosten. Gelet op de overgelegde stukken en de stellingen van partijen is de rechtbank van oordeel dat zulks thans niet kan worden bepaald. De man heeft uitdrukkelijk bewijs aangeboden van zijn stellingen ter zake, zodat de rechtbank de man daartoe in de gelegenheid zal stellen.

Dit is anders ten aanzien van de duiven aanwezig op de peildatum. Al het voorgaande sluit niet uit dat in het verrekentijdvak, 18 september 1988 tot en met 24 april 2007, duiven zijn verkregen met aanwending van overgespaard inkomen. De stelling van de man dat de duiven aanwezig per 24 april 2007 het resultaat zijn van eigen kweek, ruiling en schenking is door de vrouw betwist, zodat op de man de bewijslast rust van het tegendeel. De man heeft daarvoor gespecificeerd bewijs aangeboden, zodat de rechtbank de man zal toelaten tot het leveren van het bewijs.

Eveneens valt niet uit te sluiten dat overgespaard inkomen, anders dan uitgaven die worden aangemerkt als huishoudelijke kosten, is aangewend voor de duiven die op de peildatum aanwezig waren, hetgeen de man eveneens dient te bewijzen.'

Wat volgt is een uitgebreide bewijsopdracht voor de man. Uitspraak van mr. J. Heijerman, d.d. 14 maart 2011

LJN: BQ3594, Rechtbank 's-Hertogenbosch, 201841 / FA RK 09-5959-1
 
< Vorige   Volgende >


 dinsdag, 21 november 2017





DE UITSPRAKEN

DE ZAAK HOLLEEDER, links naar de uitspraken:

BC0703 Willem Holleeder, afpersing en leider criminele organisatie
BC0697 Maruf M. medeverdachte Holleeder. Endstra is onder valse voorwendselen naar het kantoor van zijn toenmalig raadsman gelokt waar hij in de kamer van die raadsman - Bram Moszkowicz - is bedreigd door onder andere deze verdachte. Endstra is hierdoor bewogen grote sommen geld af te staan.
BC0708 Marcel K.
BC0710 Vriendin Holleeder: Maaike Dijkhuis (schuldwitwassen)

Lees ook over Holleeder (link) in het NJD



O P M E R K E L IJ K
Spelend met ontbloot geslachtsdeel in een auto rondrijden bestraft met taakstraf
Verdachte heeft meermalen met ontbloot geslachtsdeel in een auto rondgereden, waarbij hij bij zichzelf seksuele handelingen heeft verricht. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 140 uur, waarvan 60 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
LEES VERDER...
 
'Rechterlijke samenwerking is goed, maar slecht ingebed'

De Rechtspraak, Den Haag -  Onderlinge afspraken tussen rechters over strafhoogtes en rekenmethoden bevorderen de eenheid in het recht, maar zijn nog te weinig wettelijk verankerd. Een deel van deze rechterlijke regelingen kan beter zichtbaar gemaakt worden.

Dat stelt onderzoeker Ard Schoep in zijn bijdrage aan de zojuist verschenen bundel ‘Rechterlijke Macht, studies voor rechtspraak en rechtshandelingen in Nederland’.

Afspraken
Een deel van de beslissingen in de rechtszaal vloeit voort uit afspraken en regelingen die gemaakt zijn door rechters zelf. Die afspraken worden vaak landelijk nagevolgd en hebben daarmee veel invloed. Een bekend voorbeeld is de formule waarmee kantonrechters sinds vijftien jaar de hoogte berekenen van ontslagvergoedingen: grofweg het aantal dienstjaren maal het maandsalaris.

LEES VERDER...
 
Tarlach McGonagle (IViR) benoemd tot nieuw expertcomité van de Raad van Europa
De Universiteit van Amsterdam laat weten dat Tarlach McGonagle, werkzaam bij het Instituut voor Informatierecht, IViR onlangs is benoemd tot een nieuw expertcomité van de Raad van Europa. Dit comité stelt een nieuwe aanbeveling inzake de bescherming van journalisten en de veiligheid van journalisten en andere media-actoren op. Deze wordt vervolgens voorgelegd aan het Comité van Ministers van de Raad van Europa.
LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden