Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Advocaten krijgen bewijslast in civiele zaak beroep dwaling gefinancierde rechtsbijsbijstand

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Advocaten krijgen bewijslast in civiele zaak beroep dwaling gefinancierde rechtsbijsbijstand

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina arrow Advocatuur arrow Advocaten krijgen bewijslast in civiele zaak beroep dwaling gefinancierde rechtsbijsbijstand
 
Advocaten krijgen bewijslast in civiele zaak beroep dwaling gefinancierde rechtsbijsbijstand
dinsdag, 24 mei 2011

Eiser legt aan zijn vordering ten grondslag dat gedaagde advocaten onjuiste danwel onvolledige inlichtingen aan hem heeft verschaft bij het aangaan van en gedurende de overeenkomsten van opdracht inzake de procedures tegen de gemeente en Univé. Indien gedaagde advocaten eiser volledig en juist had voorgelicht, dan had eiser de overeenkomsten van opdracht niet met gedaagde advocaten gesloten, maar met een advocaat die hem op basis van gefinancierde rechtsbijstand had willen vertegenwoordigen.

Ook voert hij aan dat gedaagde Advocaten bij het schriftelijk bevestigen van de gesloten overeenkomsten in strijd heeft gehandeld met artikel 24 van de Gedragsregels.

De beoordeling
4.1.  Het verweer van [gedaagde] Advocaten dat [eiser] niet ontvankelijk dient te worden verklaard, nu de Raad van Toezicht bevoegd is om over geschillen over de hoogte van declaraties te beslissen, wordt verworpen. In het onderhavige geschil staat immers niet de hoogte van de declaraties ter discussie, maar (primair) of er een rechtsgrond is op basis waarvan kan worden gedeclareerd dan wel (subsidiair) of [gedaagde] Advocaten verplicht is tot het vergoeden van schade ter hoogte van het bedrag van de declaraties.

4.2.  Aangezien vernietiging op grond van dwaling de meest verstrekkende gevolgen zal hebben, zal de rechtbank deze grondslag als eerste beoordelen.

4.3.  In artikel 6:228 lid 1 onder a en b BW is het volgende vermeld:
‘Een overeenkomst die is tot stand gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten, is vernietigbaar:
a.  indien de dwaling te wijten is aan een inlichting van de wederpartij, tenzij deze mocht aannemen dat de overeenkomst ook zonder deze inlichting zou worden gesloten
b.  indien de wederpartij in verband met hetgeen zij omtrent de dwaling wist of behoorde te weten, de dwalende had behoren in te lichten’.

4.4.  [eiser] stelt dat zowel de mededelingsplicht als de plicht om hem in te lichten is geschonden. [gedaagde] Advocaten betwist dat. In dat verband verschillen partijen in het bijzonder van mening over de vraag wat [gedaagde] Advocaten [eiser] bij het sluiten van de overeenkomsten van opdracht aan [eiser] heeft medegedeeld dan wel had moeten mededelen. Verder twisten zij over de vraag wat voor een kennis [eiser] over ‘procederen’ bij het sluiten van de overeenkomsten van opdracht had.

4.5.  [eiser] stelt dat [gedaagde] Advocaten heeft nagelaten om hem ten tijde van het sluiten van de overeenkomsten van opdracht in te lichten over de mogelijkheden en voordelen van gefinancierde rechtsbijstand. Ook heeft [gedaagde] Advocaten niet bekeken of [eiser] voor gefinancierde rechtsbijstand in aanmerking had kunnen komen. Verder stelt [eiser] dat [gedaagde] Advocaten hem niet heeft gewezen op de financiële consequenties van haar inschakeling. Evenmin heeft [gedaagde] Advocaten inzichtelijk gemaakt hoe hoog de kosten voor [eiser] in de zaak tegen gemeente [woonplaats] zouden kunnen worden. Zij heeft [eiser] alleen medegedeeld dat de proceskosten van [eiser] bij het procederen zonder toevoeging ook grotendeels zouden worden vergoed.

4.6.  [gedaagde] Advocaten betwist niet dat zij de door [eiser] genoemde informatie had moeten verstrekken. Zij voert echter aan dat zij [eiser] bij het sluiten van de overeenkomsten van opdracht wel degelijk op de mogelijkheden en voordelen van gefinancierde rechtsbijstand heeft gewezen. Daarbij voert zij ook aan dat zij [eiser] heeft gemeld dat zij geen cliënten op basis van gefinancierde rechtsbijstand bijstaat. Volgens [gedaagde] Advocaten heeft [eiser] hierover verklaard dat hij ook niet op basis van een toevoeging wilde procederen, aangezien hij dit reeds eerder had gedaan en hij niet tevreden was over de door de advocaat geleverde kwaliteit.

[gedaagde] advocaten mocht er gelet op deze mededeling dus op vertrouwen dat [eiser] bewust heeft gekozen voor het procederen zonder toevoeging, aldus [gedaagde] Advocaten. Tot slot voert zij aan dat zij een kosten- en batenanalyse voor [eiser] heeft gemaakt, maar dat het voor haar niet mogelijk was om de totale proceskosten in te schatten. Wel voert zij aan [eiser] te hebben gewezen op het feit dat de bestuursrechter bij het toewijzen van een proceskostenveroordeling zelden van het liquidatietarief afwijkt.

4.7.  Degene die een overeenkomst vernietigt op grond van dwaling – in dit geval [eiser] – , draagt in beginsel op grond van artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de bewijslast van haar stellingen, indien de stellingen gemotiveerd worden betwist. Dat laatste is hier het geval. Nu evenwel niet uit de brieven waarin de overeenkomsten van opdracht zijn bevestigd blijkt dat over de mogelijkheden en voordelen van gefinancierde rechtsbijstand of over de voor [eiser] te verwachten proceskosten is gesproken en ook overigens niet, overeenkomstig het bepaalde in artikel 24 lid 3 van de Gedragsregels, schriftelijk is vastgelegd dat [eiser] geen gebruik van gefinancierde rechtshulp wenste te maken, is er aanleiding om hiervan af te wijken.

Dat geldt te meer nu [gedaagde] Advocaten heeft nagelaten aanknopingspunten in de vorm van bijvoorbeeld gespreksnotities te geven, waaruit de juistheid van haar standpunt volgt. Daarvoor was wel aanleiding nu zij bij uitstek de partij is die over schriftelijke (bewijs)stukken zou moeten beschikken of beschikt. De rechtbank komt daarom tot een andere verdeling van de bewijslast. De bewijslast zal op [gedaagde] Advocaten komen te rusten, zoals hierna in 5.1. wordt geformuleerd.

Indien [gedaagde] Advocaten in haar bewijslevering slaagt, dan kan de overeenkomst niet vernietigd worden op grond van dwaling. Ook bestaat er dan geen recht op schadevergoeding wegens wanprestatie of onrechtmatige daad, omdat dit op dezelfde feitelijke grondslag berust.

De enkele omstandigheid dat [gedaagde] Advocaten artikel 24 lid 3 van de Gedragsregels heeft geschonden, leidt evenmin tot het beoogde gevolg wegens gebrek aan causaal verband. Indien het bewijs niet door [gedaagde] Advocaten wordt geleverd, dan heeft [eiser] gedwaald.

[gedaagde] Advocaten heeft immers niet betwist dat aan de overige vereisten van dwaling is voldaan. De vordering tot vernietiging is dan toewijsbaar. Voor zover [gedaagde] Advocaten heeft beoogd te stellen dat dwaling voor rekening van [eiser] moet blijven, omdat hij bekend was met het systeem van toevoegingen (hetgeen overigens is betwist), leidt dat niet tot een ander oordeel. Eerder gebruik van een toevoeging is op zichzelf onvoldoende om dwaling voor rekening van de dwalende te laten.

4.8.  De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan.

LJN: BQ5540, Rechtbank Arnhem, 203385 uitspraak van 11 mei 2011 van mr. D.T. Boks

 
< Vorige   Volgende >


 vrijdag, 20 april 2018





DE UITSPRAKEN

DE ZAAK HOLLEEDER, links naar de uitspraken:

BC0703 Willem Holleeder, afpersing en leider criminele organisatie
BC0697 Maruf M. medeverdachte Holleeder. Endstra is onder valse voorwendselen naar het kantoor van zijn toenmalig raadsman gelokt waar hij in de kamer van die raadsman - Bram Moszkowicz - is bedreigd door onder andere deze verdachte. Endstra is hierdoor bewogen grote sommen geld af te staan.
BC0708 Marcel K.
BC0710 Vriendin Holleeder: Maaike Dijkhuis (schuldwitwassen)

Lees ook over Holleeder (link) in het NJD



O P M E R K E L IJ K
Conservatoir beslag op urn met as omdat kind medaillon met as wil dragen net als de andere kinderen

Alleen aanvoeren dat band met overledene goed was blijkt onvoldoende

Een dochter wil een klein deel van de as van haar overleden vader in een medaillon dragen. De weduwe weigert echter afgifte en zo belandt de familie bij de rechter. De dochter (A) heeft aan haar vorderingen ten grondslag gelegd dat B onzorgvuldig en aldus onrechtmatig jegens haar handelt door te weigeren een klein deel van de as van X aan haar af te staan, vooral omdat de andere (stief)kinderen van de overleden persoon wel een medaillon met as van X hebben gekregen. De dochter heeft op 9 januari 2013 - na verkregen verlof daartoe van de voorzieningenrechter van deze rechtbank bij beschikking van 3 januari 2013 - conservatoir beslag laten leggen op de urn met de as. Voor het aannemen van een zogeheten onrechtmatige daad zijn de nodige voorwaarden. De rechter beslist als volgt, na een korte inleiding op die criteria:

LEES VERDER...
 
Wim Daniëls bij rechtbank Oost-Brabant: ‘Als je er maar een komma achter zet’

De Rechtspraak, Den Haag -  Zet taalexpert Wim Daniëls met zeventig juristen in een zaal en je hebt een boeiende cocktail. Dat bleek maandag 13 mei bij de eerste editie van BuitensteBinnen, een initiatief van rechtbank Oost-Brabant om regelmatig experts van buiten uit te nodigen.

Daniëls besprak humoristisch en deskundig het taalgebruik in een aantal vonnissen. Dat leverde herkenbare voorbeelden op. Een oplossing is volgens de taaldokter binnen handbereik: “Als u met z’n allen in dit pand afspraken maakt over taalgebruik, is het nú veranderd.”

LEES VERDER...
 
U I T G E L I C H T
Vanaf vandaag is het Juridisch Loket minder lang open en telefoontarief verhoogd

Aangepaste openingstijden

De bezuinigingen, zo herhaalt het Juridisch Loket nog maar eens, hebben geleid tot maatregelen voor rechtzoekenden. Het Juridisch Loket zegt wel 'overal open en bereikbaar' te willen blijven.

Wie het Juridisch Loket bezoekt dient te letten op de aangepaste openingstijden (zie schema onderaan).
Telefonisch is het loket op maandag tot en met vrijdag van 09.00 tot 18.00 uur bereikbaar.

Voor de rechtshulplijn 0900 - 8020 geldt m.i.v. vandaag het verhoogde telefoontarief van € 0,20 p/m. Een online bezoekje aan www.juridischloket.nl scheelt misschien een gang naar het loket.

LEES VERDER...
 
UvA-eredoctoraten voor econoom Alvin Roth en rechtsgeleerde James Crawford
UvA - De Universiteit van Amsterdam (UvA) kent eredoctoraten toe aan econoom en Nobelprijswinnaar Alvin Roth en rechtsgeleerde James Crawford. Crawford ontvangt het eredoctoraat vanwege de grote invloed die hij heeft op de internationale rechtswetenschap, in het bijzonder op het internationale aansprakelijkheidsrecht.
LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden