Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - EU-lidstaten mogen toegang tot het beroep van notaris niet aan eigen onderdanen voorbehouden

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - EU-lidstaten mogen toegang tot het beroep van notaris niet aan eigen onderdanen voorbehouden

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina arrow Notariaat arrow EU-lidstaten mogen toegang tot het beroep van notaris niet aan eigen onderdanen voorbehouden
 
EU-lidstaten mogen toegang tot het beroep van notaris niet aan eigen onderdanen voorbehouden
maandag, 30 mei 2011

Arresten in de zaken C‑47/08, C‑50/08, C‑51/08, C‑53/08, C‑54/08, C‑61/08 en C‑52/08. De lidstaten mogen de toegang tot het beroep van notaris niet aan eigen onderdanen voorbehouden. De notaris verricht zijn werkzaamheden, zoals die thans in de betrokken lidstaten zijn gedefinieerd, weliswaar in het algemeen belang, maar niet ter uitoefening van het openbaar gezag in de zin van het EG-Verdrag.

HVJ EU - De Commissie heeft tegen zes lidstaten (België, Duitsland, Griekenland, Frankrijk, Luxemburg en Oostenrijk) beroepen wegens niet-nakoming ingesteld omdat zij de toegang tot het beroep van notaris voorbehouden aan eigen onderdanen.

Volgens de Commissie vormt dit een volgens het EG-verdrag verboden discriminatie op grond van nationaliteit die is. Voorts verwijt de Commissie Portugal en de hiervoor vermelde lidstaten, behalve Frankrijk, dat zij de richtlijn inzake de erkenning van de beroepskwalificaties [1] niet op notarissen toepassen.

Centraal in deze zaken staat de vraag of de tot het beroep van notaris behorende werkzaamheden al dan niet vallen onder de uitoefening van het openbaar gezag in de zin van het EG-Verdrag.

Volgens dit Verdrag zijn de bepalingen betreffende de vrijheid van vestiging niet van toepassing op de werkzaamheden ter uitoefening van het openbaar gezag, zelfs indien deze slechts voor een bepaalde gelegenheid geschieden. [2]

De verwerende lidstaten in de onderhavige zaken erkennen weliswaar dat de notaris in het algemeen op hun grondgebied diensten verricht in het kader van een vrij beroep, maar betogen dat hij een openbaar ambtenaar is die werkzaam is ter uitoefening van het openbaar gezag en dat de betrokken werkzaamheden van de regels inzake de vrijheid van vestiging zijn uitgesloten.

In het eerste deel van zijn arresten van heden zet het Hof van Justitie uiteen dat de beroepen van de Commissie uitsluitend betrekking hebben op de nationaliteitsvoorwaarde die de betrokken nationale wetgevingen stellen voor de toegang tot het beroep van notaris, en zich niet uitstrekken tot de organisatie van het notariaat als zodanig.

Bij zijn beoordeling of de notaris zijn werkzaamheden verricht ter uitoefening van het openbaar gezag in de zin van het EG-Verdrag, onderzoekt het Hof vervolgens de bevoegdheden van de notaris in de betrokken lidstaten en brengt het in herinnering dat alleen werkzaamheden die rechtstreeks en specifiek ter uitoefening van het openbaar gezag worden verricht, aan de toepassing van het beginsel van vrijheid van vestiging kunnen ontkomen.

Het Hof geeft daartoe aan dat de notaris, als openbaar ambtenaar, als voornaamste taak heeft het verlijden van authentieke akten. Met deze handeling – die verplicht of facultatief is afhankelijk van de aard van de akte – stelt de notaris vast dat aan alle wettelijke vereisten voor het opmaken van de akte is voldaan en dat de betrokken partijen rechtsbevoegd en handelingsbekwaam zijn. De authentieke akte levert bovendien dwingend bewijs op en vormt een executoriale titel.

Het Hof beklemtoont evenwel dat worden geauthenticeerd akten of overeenkomsten waarmee de partijen vrijwillig hebben ingestemd. De partijen bepalen binnen de wettelijke grenzen namelijk zelf de omvang van hun rechten en verplichtingen, en kiezen vrij de bepalingen waaraan zij zich willen onderwerpen wanneer zij de notaris een akte of een overeenkomst ter authenticatie voorleggen. Voor het optreden van de notaris is dus vereist dat de partijen vooraf hun instemming hebben verleend of tot wilsovereenstemming zijn gekomen. Voorts mag de notaris de door hem te authenticeren overeenkomst niet zonder de voorafgaande toestemming van de partijen eenzijdig wijzigen.

De authenticatietaak van de notaris is dus geen werkzaamheid ter rechtstreekse en specifieke uitoefening van het openbaar gezag. Dat sommige akten of overeenkomsten op straffe van nietigheid verplicht moeten worden geauthenticeerd, doet aan deze conclusie niet af, daar het gebruikelijk is dat de geldigheid van diverse akten afhankelijk wordt gesteld van de naleving van vormvereisten of verplichte procedures voor geldigverklaring.

Ook de omstandigheid dat de werkzaamheden van de notaris worden verricht met een doel van algemeen belang – het waarborgen van de rechtmatigheid en de rechtszekerheid van handelingen tussen particulieren – volstaat op zich niet om die werkzaamheden te beschouwen als werkzaamheden ter rechtstreekse en specifieke uitoefening van het openbaar gezag. De in het kader van diverse gereglementeerde beroepen verrichte werkzaamheden impliceren immers dikwijls de verplichting voor de betrokken beroepsbeoefenaars een dergelijk doel na te streven, zonder dat die werkzaamheden daarom ter uitoefening van het openbaar gezag plaatsvinden.

Aangaande de bewijskracht van notariële akten stelt het Hof vast dat deze wordt bepaald door de bewijsvoorschriften van de lidstaten en dus niet van rechtstreekse invloed is op de kwalificatie van de notariële werkzaamheden waarbij die akten worden opgesteld. Wat de uitvoerbaarheid van de notariële akte betreft geeft het Hof aan dat deze berust op de wil van de partijen, die voor de notaris verschijnen juist om een akte te laten verlijden of een akte uitvoerbaar te laten verklaren, nadat de notaris deze aan de wet heeft getoetst.

Behalve het verlijden van authentieke akten onderzoekt het Hof de overige werkzaamheden van de notaris in de betrokken lidstaten, zoals de medewerking aan beslag op onroerend goed of zijn interventies in het kader van het successierecht. Volgens het Hof zijn ook dit geen werkzaamheden ter uitoefening van het openbaar gezag. De meeste van deze werkzaamheden worden immers verricht onder toezicht van de rechter of overeenkomstig de wil van partijen.

Vervolgens merkt het Hof op dat de notaris binnen de grenzen van zijn respectieve territoriale bevoegdheden zijn ambt uitoefent in mededingingsomstandigheden, wat niet typerend is voor de uitoefening van het openbaar gezag. Ook zijn zij jegens hun cliënten rechtstreeks en persoonlijk aansprakelijk voor schade die het gevolg is van in de uitoefening van hun werkzaamheden gemaakte fouten, anders dan het geval is met de openbare organen waarvoor de Staat de aansprakelijkheid op zich neemt.

In die omstandigheden oordeelt het Hof dat de notariële werkzaamheden zoals die thans in de betrokken lidstaten zijn gedefinieerd niet worden verricht ter uitoefening van het openbaar gezag in de zin van artikel 45 van het EG-Verdrag. Bijgevolg vormt het nationaliteitsvereiste dat in de wetgevingen van die lidstaten voor de toegang tot het beroep van notaris wordt gesteld, een op grond van het EG-Verdrag verboden discriminatie op grond van nationaliteit.

Tot slot stelt het Hof in het tweede deel van zijn arresten vast dat gelet op de bijzondere omstandigheden waarin het wetgevingsproces heeft plaatsgevonden, in de Unie onzekerheid heerste over de vraag of op de lidstaten een voldoende duidelijke verplichting [3] rustte om de richtlijn betreffende de erkenning van de beroepskwalificaties voor het beroep van notaris uit te voeren. Het Hof verwerpt dan ook het middel dat ertoe strekt te doen vaststellen dat de lidstaten niet hebben voldaan aan de krachtens die richtlijn op hen rustende verplichtingen.


[1] Richtlijn 89/48/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende een algemeen stelsel van erkenning van hoger-onderwijsdiploma’s waarmee beroepsopleidingen van ten minste drie jaar worden afgesloten (PB 1989, L 19, blz. 16), zoals gewijzigd bij richtlijn 2001/19/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2001 (PB L 206, blz. 1) en/of richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PB L 255, blz. 22).

[2] Artikel 45 EG-Verdrag (thans artikel 51 VEU).

[3] Bij het verstrijken van de termijn zoals gesteld in de met redenen omklede adviezen waarin de Commissie de betrokken lidstaten heeft verzocht, aan de richtlijn uitvoering te geven.

 
< Vorige   Volgende >


 dinsdag, 25 september 2018






O P M E R K E L IJ K
Praktische ontwerpfouten ergenis in aanloop opening peperduur Paleis van Justitie Amsterdam

Nu maar hopen dat de koning overmorgen niet tegen die marmeren bank aanloopt

Het ontwerp van het nieuwe Paleis van Justitie aan het IJDock in Amsterdam is meer vorm dan functioneel. Stadszender AT5 bericht dat er zelfs een werkgroep in het leven is geroepen om het onlangs opgeleverde pand tegen het licht te houden.

De woordvoerder van het Paleis geeft op camera met schaamtevolle blik en verlegen lach toe dat een praktische aantal zaken over het hoofd is gezien.

LEES VERDER...
 
Hof: wrakingsverzoek gegrond, raadsheer eerst gedelegeerd rc, later in rol voorzitter strafkamer
Verzoeker is ontvankelijk in zijn (tweede) wrakingsverzoek, nu sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden waarop het verzoek is gegrond. Het wrakingsverzoek komt er in de kern op neer dat de raadsheer niet heeft ingegrepen nadat zij ervan op de hoogte was gesteld dat (reeds) één van de getuigen in strijd met de beslissing van het hof en buiten aanwezigheid van de verdediging was gehoord door de politie en dat enige dagen nadien een andere getuige door de politie zou worden gehoord.
LEES VERDER...
 
Hans Schenk voorzitter commissie herziening SER-Fusiegedragsregels
Hoogleraar Hans Schenk van Utrecht University School of Economics gaat als kroonlid van de Sociaal-Economische Raad (SER) de commissie over de herziening van de SER-Fusiegedragsregels voorzitten. Dit laat de Universiteit Utrecht weten. Deze gedragsregels zijn in 2001 in werking getreden en beschermen de belangen van werknemers bij voorgenomen fusies tussen ondernemingen. Sindsdien zijn er verschillende knelpunten gesignaleerd bij de toepassing en reikwijdte van de SER Fusiegedragsregels.
LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden