Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Raad voor de rechtspraak uit kritiek wetsvoorstel Uitbreiding van gronden voor voorlopige hechtenis

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Raad voor de rechtspraak uit kritiek wetsvoorstel Uitbreiding van gronden voor voorlopige hechtenis

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriėntatie:  Voorpagina arrow Rechters arrow Raad voor de rechtspraak uit kritiek wetsvoorstel Uitbreiding van gronden voor voorlopige hechtenis
 
Raad voor de rechtspraak uit kritiek wetsvoorstel Uitbreiding van gronden voor voorlopige hechtenis
vrijdag, 5 augustus 2011

Strijdig met onschuldspresumptie, vindt Raad

Rvdr - De Raad voor de rechtspraak heeft principiėle en praktische bezwaren tegen het wetsvoorstel Uitbreiding van de gronden voor voorlopige hechtenis. Het wetsvoorstel moet voorkomen dat sommige verdachten op vrije voeten komen vóórdat de rechtszitting heeft plaatsgevonden.

Dat kan botsen met het beginsel dat een verdachte onschuldig is tot het tegendeel is bewezen. Daarnaast zal het wetsvoorstel er volgens de Raad toe leiden dat meer zaken zullen moeten worden aangehouden voor nader onderzoek.

Het kabinet wil de mogelijkheden van voorlopige hechtenis verruimen, met als doel vaker snelrecht toe te kunnen passen. Het wetsvoorstel maakt het mogelijk om verdachten van onder meer uitgaansgeweld en geweld tegen publieke ambtenaren in voorlopige hechtenis te nemen, uitsluitend met het oog op de toepassing van snelrecht.

Principiėle bezwaren
De indruk ontstaat dat het wetsvoorstel uitgaat van de gedachte dat de verdachten ook veroordeeld zullen worden, en een gevangenisstraf opgelegd krijgen van ten minste zeventien dagen (snelrechttermijn). Daarmee zou het geen verdachten meer betreffen, maar daders. Het
daderschap en de strafbaarheid van een verdachte lijken voor de wetgever al op voorhand vast te staan. Daarmee krijgt de voorlopige hechtenis het karakter van een vooruitgeschoven straf. Dat is in strijd met de zogenoemde onschuldpresumptie*, een van de beginselen van de rechtsstaat.

De Raad onderschrijft het belang van een voortvarende strafrechtelijke aanpak van deze misdrijven. Die aanpak is echter ook zonder uitbreiding van de voorlopige hechtenis mogelijk. Snelrecht en supersnelrecht worden al regelmatig toegepast.

Verdachten kunnen daarnaast nu al in veel gevallen in voorlopige hechtenis worden genomen, bijvoorbeeld bij verdenking van ernstige feiten, bij vluchtgevaar of als de verdachte in vrijheid het opsporingsonderzoek zou kunnen frustreren.

Daarnaast betekent de voorgestelde grond voor voorlopige hechtenis een fundamentele wijziging ten opzichte van het huidige systeem, omdat een verdachte op dit moment niet verplicht is ter zitting te verschijnen. De wens om te komen tot een snelle berechting kan volgens de Raad niet als enige grond voor voorlopige hechtenis dienen.

Praktische bezwaren
De wens om steeds vaker snelrecht toe te passen, kan botsen met de beginselen van een zorgvuldig strafproces. Niet alleen heeft de verdachte recht op een eerlijk proces, maar ook het slachtoffer moet zich op het proces kunnen voorbereiden.

Als dan ook steeds meer zakenin zeer korte tijd voor de rechter komen, verwacht de Raad dat ook steeds meer zaken op de eerste zitting zullen worden uitgesteld, omdat bijvoorbeeld nog getuigen moeten worden gehoord of omdat het slachtoffer meer tijd moet krijgen om zijn vordering tot schadevergoeding te onderbouwen. Het is niet realistisch om aan te nemen dat dergelijke zaken op de eerste (snelrecht)zitting definitief zullen kunnen worden afgedaan.

Noodzaak onvoldoende onderbouwd
De Raad concludeert dat de noodzaak tot uitbreiding van de gronden voor voorlopige hechtenis in het wetsvoorstel onvoldoende is onderbouwd, terwijl een legitiem doel voor de voorgestelde uitbreiding ontbreekt. Het wetsvoorstel wekt volgens de Raad verwachtingen die in de praktijk niet zullen worden waargemaakt.

* Een ieder tegen wie een vervolging is ingesteld, wordt voor onschuldig gehouden totdat zijn schuld in rechte is komen vast te staan. Pas na een veroordeling wordt de verdachte een dader. Dit beginsel van de onschuldpresumptie, neergelegd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, is een leidend beginsel voor het Nederlandse strafproces. Daarnaast geldt het recht op individuele vrijheid als fundamenteel grondrecht. Verdachten dienen op grond van deze beginselen hun berechting zoveel mogelijk in vrijheid te kunnen afwachten.

Link naar advies Rvdr uitbreiding gronden voorlopige hechtenis 20 07 2011

 
< Vorige   Volgende >


 dinsdag, 25 september 2018






O P M E R K E L IJ K
Supermarkt aansprakelijk voor glijpartij ingang winkel
Letselschadezaak. Bezoeker van een supermarkt glijdt bij de ingang van de winkel uit doordat de (door regen kletsnat geworden) droogloopmat onder zijn voet wegglijdt. De rechtbank acht de supermarkt aansprakelijk voor de schade.
LEES VERDER...
 
Brief Raad voor de rechtspraak na tweede rondgang langs gerechten

Rvdr, Den Haag -  De Raad voor de rechtspraak treft dertien concrete maatregelen om de in december 2012 in een manifest gesignaleerde problemen op te lossen en onvrede in de Rechtspraak weg te nemen.

Dat staat in een brief die de Raad voor de rechtspraak aan alle medewerkers heeft gestuurd. De aanleiding voor de brief was een manifest dat door raadsheren van het toenmalige gerechtshof in Leeuwarden was opgesteld. Dit manifest riep de Raad voor de rechtspraak en de gerechtsbesturen op prioriteit te geven aan kwaliteit en inhoud van het rechtspreken en minder te sturen op productiecijfers.

LEES VERDER...
 
Hans Schenk voorzitter commissie herziening SER-Fusiegedragsregels
Hoogleraar Hans Schenk van Utrecht University School of Economics gaat als kroonlid van de Sociaal-Economische Raad (SER) de commissie over de herziening van de SER-Fusiegedragsregels voorzitten. Dit laat de Universiteit Utrecht weten. Deze gedragsregels zijn in 2001 in werking getreden en beschermen de belangen van werknemers bij voorgenomen fusies tussen ondernemingen. Sindsdien zijn er verschillende knelpunten gesignaleerd bij de toepassing en reikwijdte van de SER Fusiegedragsregels.
LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden