Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Notarissen tuchtrechtelijk vrijuit bij moeilijke nalatenschap na verkeerde interpretatie vonnis

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Notarissen tuchtrechtelijk vrijuit bij moeilijke nalatenschap na verkeerde interpretatie vonnis

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina arrow Notariaat arrow Notarissen tuchtrechtelijk vrijuit bij moeilijke nalatenschap na verkeerde interpretatie vonnis
 
Notarissen tuchtrechtelijk vrijuit bij moeilijke nalatenschap na verkeerde interpretatie vonnis
woensdag, 7 september 2011

Gecompliceerde nalatenschap. De notarissen hebben naar het oordeel van de Kamer meer dan op grond van een vonnis van de rechtbank gerechtvaardigd was de belangen van één van de erfgenamen rekening gehouden. Klager had twaalf klachten. Centrale overwegingen:

4.3. De Kamer stelt voorop dat de notarissen, anders dan klager in klachtonderdeel e. aanvoert, niet de rechter die het vonnis heeft gewezen om uitleg konden vragen. Een rechter spreekt via zijn vonnis en geeft geen nadere uitleg. De notarissen dienden uitvoering te geven aan het vonnis uitgaande van hetgeen daarin was geoordeeld.

4.4. De Kamer is van oordeel dat de notarissen zich daarbij niet louter op het dictum van het vonnis dienden te baseren, doch ook op de daaraan ten grondslag liggende overwegingen. Zoals ook door de voorzieningenrechter in het vonnis van 9 september 2008 is geoordeeld, volgt uit de overwegingen van de rechtbank in het vonnis van 31 maart 2004 dat [H] niet louter dient mee te werken aan de verdeling van de woning, doch eveneens aan de overdracht daarvan. Voorts is door de rechtbank geoordeeld dat geheel verkrijgen van het eigendom van de woning door [H] niet meer aan de orde was.

4.5. De notarissen hebben desalniettemin in eerste instantie getracht de woning alsnog aan [H] over te dragen. Daardoor is, zo erkennen de notarissen ook in onder meer de e-mail aan klager van 15 januari 2007 en de brief van 15 juni 2007, de nodige tijd verstreken. Daarbij komt nog dat de notarissen eerst in juli 2006 een opdracht tot verkoop aan de makelaar hebben verstrekt, terwijl het hoger beroep tegen het  vonnis op grond waarvan dat gebeurde reeds in november 2005 was afgerond.

4.6. Door die omstandigheden is onnodig veel tijd verstreken om een optie te onderzoeken die op grond van het vonnis niet meer onderzocht behoefde te worden. De overweging van de rechtbank dat het recht van bewoning van [H] bij de verkoop van de woning aan een derde bij voorkeur gerespecteerd diende te worden, is daarvoor, anders dan de notarissen hebben aangevoerd, geen rechtvaardiging gelet op de overige overwegingen te dien aanzien in het vonnis. De klachtonderdelen a. en b. zijn in die zin gegrond.

Maar de rechters die het dictum schreven hadden ook preciezer kunnen zijn:

4.18.De Kamer is van oordeel dat die (gedeeltelijk) gegrond geachte klachtonderdelen echter niet dienen te leiden tot het opleggen van een maatregel aan de notarissen. Daarbij is naar het oordeel van de Kamer van belang dat sprake is van een uiterst gecompliceerde nalatenschap waarin sprake is van een reeds lang bestaande moeizame verhouding tussen de vele erfgenamen. Voorts was sprake van een situatie waarbij een woning verdeeld diende te worden die nog feitelijk werd bewoond door één van de erfgenamen. De notarissen moet voorts worden nagegeven dat het dictum van het vonnis van 31 maart 2004 niet onmiskenbaar op één enkele wijze uit te leggen is.

Slotsom

Vanwege de uiterst gecompliceerde nalatenschap waarin sprake is van een reeds lang bestaande moeizame verhouding tussen de vele erfgenamen, is de Kamer van oordeel dat gegrond verklaarde klachtonderdelen niet moeten leiden tot het opleggen van een maatregel aan de notarissen.

YC0658 Kamer van toezicht Arnhem 07.831/2007/865 beslissing van 26 juli 2011

 
< Vorige   Volgende >


 dinsdag, 21 november 2017





DE UITSPRAKEN

DE ZAAK HOLLEEDER, links naar de uitspraken:

BC0703 Willem Holleeder, afpersing en leider criminele organisatie
BC0697 Maruf M. medeverdachte Holleeder. Endstra is onder valse voorwendselen naar het kantoor van zijn toenmalig raadsman gelokt waar hij in de kamer van die raadsman - Bram Moszkowicz - is bedreigd door onder andere deze verdachte. Endstra is hierdoor bewogen grote sommen geld af te staan.
BC0708 Marcel K.
BC0710 Vriendin Holleeder: Maaike Dijkhuis (schuldwitwassen)

Lees ook over Holleeder (link) in het NJD



O P M E R K E L IJ K
Spelend met ontbloot geslachtsdeel in een auto rondrijden bestraft met taakstraf
Verdachte heeft meermalen met ontbloot geslachtsdeel in een auto rondgereden, waarbij hij bij zichzelf seksuele handelingen heeft verricht. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 140 uur, waarvan 60 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
LEES VERDER...
 
Hof: wrakingsverzoek gegrond, raadsheer eerst gedelegeerd rc, later in rol voorzitter strafkamer
Verzoeker is ontvankelijk in zijn (tweede) wrakingsverzoek, nu sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden waarop het verzoek is gegrond. Het wrakingsverzoek komt er in de kern op neer dat de raadsheer niet heeft ingegrepen nadat zij ervan op de hoogte was gesteld dat (reeds) één van de getuigen in strijd met de beslissing van het hof en buiten aanwezigheid van de verdediging was gehoord door de politie en dat enige dagen nadien een andere getuige door de politie zou worden gehoord.
LEES VERDER...
 
Alex Brenninkmeijer wordt hoogleraar Institutionele aspecten van de rechtsstaat

“Als oud-rechter, voormalig Nationale ombudsman en tegenwoordig lid van de Europese Rekenkamer heb ik ervaring met drie instituties van de rechtsstaat, het lijkt mij geweldig om mijn ervaring in de Utrechtse academische context te delen en mee te werken aan het strategisch thema Instituties”, aldus Brenninkmeijer.

Vanaf juli dit jaar is voormalig nationaal ombudsman dr. Alex Brenninkmeijer (1951) hoogleraar ‘Institutionele aspecten van de rechtsstaat’ aan de Universiteit Utrecht, zo laat de UU weten.

LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden