Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Langdurige gevangenisstraf voor verkrachtingen uit 1996

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Langdurige gevangenisstraf voor verkrachtingen uit 1996

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina arrow Opmerkelijk arrow Langdurige gevangenisstraf voor verkrachtingen uit 1996
 
Langdurige gevangenisstraf voor verkrachtingen uit 1996
maandag, 17 oktober 2011

Rb Amsterdam - De rechtbank Amsterdam heeft vrijdag jl. een man veroordeeld tot tien jaren onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor een reeks van vier verkrachtingen en aanrandingen die hij in 1996 heeft gepleegd. Bij die verkrachtingen heeft hij ook een aantal van de slachtoffers gegijzeld en beroofd. De verdachte is in beeld gekomen na een DNA match in 2007. De duur van de opgelegde straf overschrijdt in aanzienlijke mate het door de wetgever beoogde strafmaximum.

De rechtbank acht bewezen dat de man zich heeft schuldig gemaakt aan verkrachting, ontucht, gijzeling, afpersing en diefstal met geweld. Sommige feiten zijn meermalen gepleegd. De slachtoffers hebben als gevolg hiervan ernstige psychische gevolgen ondervonden die ook nu, zestien jaar later, nog voortduren.

Samenloopregeling

Gezien de ernst van de gepleegde feiten vindt de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur op zijn plaats. Het Wetboek van Strafrecht (art. 63) beperkt echter de oplegging van een dergelijke straf. Dit komt doordat de man na 1996 herhaalde malen tot langdurige gevangenisstraffen is veroordeeld voor misdrijven die later zijn gepleegd.

De wet bepaalt dat bij de strafoplegging nu voor feiten uit 1996 rekening moet worden gehouden met na 1996 opgelegde gevangenisstraffen (zgn. 'samenloopregeling'). Daardoor resteert in deze zaak een strafmaximum van 4 jaren en 3 maanden. Dit komt overeen met de eis van de officier van justitie, die daarnaast TBS met dwangverpleging heeft gevorderd.

Opsporingstechnieken
De rechtbank oordeelt echter dat de wettelijke regeling in deze zaak niet moet worden toegepast. Het kan en mag niet zo zijn dat een dader, nadat hij gedurende een lange periode misdrijven is blijven plegen waarvoor hij is veroordeeld, de dans zou ontspringen op het moment dat hij alsnog wordt berecht voor deze feiten. Dat is niet uit te leggen aan de samenleving in het algemeen en de slachtoffers in het bijzonder.

Hierbij is van belang dat bij de totstandkoming van artikel 63 geen rekening lijkt te zijn gehouden met de inmiddels bestaande opsporingstechnieken. Door deze technieken (met name DNA) komt het nu immers vaker voor dat daders van oude feiten alsnog worden opgespoord. Vandaar dat de rechtbank zich niet gebonden voelt aan genoemd strafmaximum en de verdachte veroordeelt tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van tien jaar.

De rechtbank heeft geen TBS kunnen opleggen omdat niet met zekerheid is vast te stellen of er ten tijde van de misdrijven sprake was van verminderde toerekeningsvatbaarheid.

Uitspraak LJN BT7651

 
< Vorige   Volgende >


 dinsdag, 16 januari 2018





DE UITSPRAKEN

DE ZAAK HOLLEEDER, links naar de uitspraken:

BC0703 Willem Holleeder, afpersing en leider criminele organisatie
BC0697 Maruf M. medeverdachte Holleeder. Endstra is onder valse voorwendselen naar het kantoor van zijn toenmalig raadsman gelokt waar hij in de kamer van die raadsman - Bram Moszkowicz - is bedreigd door onder andere deze verdachte. Endstra is hierdoor bewogen grote sommen geld af te staan.
BC0708 Marcel K.
BC0710 Vriendin Holleeder: Maaike Dijkhuis (schuldwitwassen)

Lees ook over Holleeder (link) in het NJD



O P M E R K E L IJ K
Conservatoir beslag op urn met as omdat kind medaillon met as wil dragen net als de andere kinderen

Alleen aanvoeren dat band met overledene goed was blijkt onvoldoende

Een dochter wil een klein deel van de as van haar overleden vader in een medaillon dragen. De weduwe weigert echter afgifte en zo belandt de familie bij de rechter. De dochter (A) heeft aan haar vorderingen ten grondslag gelegd dat B onzorgvuldig en aldus onrechtmatig jegens haar handelt door te weigeren een klein deel van de as van X aan haar af te staan, vooral omdat de andere (stief)kinderen van de overleden persoon wel een medaillon met as van X hebben gekregen. De dochter heeft op 9 januari 2013 - na verkregen verlof daartoe van de voorzieningenrechter van deze rechtbank bij beschikking van 3 januari 2013 - conservatoir beslag laten leggen op de urn met de as. Voor het aannemen van een zogeheten onrechtmatige daad zijn de nodige voorwaarden. De rechter beslist als volgt, na een korte inleiding op die criteria:

LEES VERDER...
 
Brief Raad voor de rechtspraak na tweede rondgang langs gerechten

Rvdr, Den Haag -  De Raad voor de rechtspraak treft dertien concrete maatregelen om de in december 2012 in een manifest gesignaleerde problemen op te lossen en onvrede in de Rechtspraak weg te nemen.

Dat staat in een brief die de Raad voor de rechtspraak aan alle medewerkers heeft gestuurd. De aanleiding voor de brief was een manifest dat door raadsheren van het toenmalige gerechtshof in Leeuwarden was opgesteld. Dit manifest riep de Raad voor de rechtspraak en de gerechtsbesturen op prioriteit te geven aan kwaliteit en inhoud van het rechtspreken en minder te sturen op productiecijfers.

LEES VERDER...
 
Peter van den Bossche herbenoemd als rechter bij Wereldhandelsorganisatie
Professor Peter van den Bossche is herbenoemd als rechter bij het Appellate Body van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Hiertoe besloten de 159 Lidstaten van de WTO onlangs tijdens een bijeenkomst in Genève. Universiteit Maastricht meldt verder dat de hoogleraar (sinds 2001, op gebied van Internationaal Economisch Recht) werd benoemd voor een tweede termijn van vier jaar.
LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden