Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Advocaat niet geroepen om belangen van wederpartij te behartigen, klacht deels gegrond

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Advocaat niet geroepen om belangen van wederpartij te behartigen, klacht deels gegrond

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina arrow Advocatuur arrow Advocaat niet geroepen om belangen van wederpartij te behartigen, klacht deels gegrond
 
Advocaat niet geroepen om belangen van wederpartij te behartigen, klacht deels gegrond
maandag, 28 november 2011

Nood breekt wet hier niet aan de orde

Een advocaat is niet geroepen om de belangen van de wederpartij te behartigen. Het is niet aan de advocaat van de ene partij om (ongevraagd) te beoordelen wat in het belang van de andere partij is, aldus volgt uit een tuchtrechtelijk oordeel van 31 oktober 2011. Het ging om een familierechtelijke kwestie, een omgangsregeling.

Rechtstreeks contact opnemen wederpartij hoort niet:

'5.2.      Het staat een advocaat niet vrij om de wederpartij betreffende een aangelegenheid waarin deze naar hij weet door een advocaat wordt bijgestaan, zonder toestemming van deze advocaat rechtstreeks te benaderen. Vast staat dat verweerster op 1 september 2010 omstreeks 8.00 uur de voice mail van klager heeft ingesproken.

Verweerster heeft aldus rechtstreeks contact opgenomen met klager, terwijl zij wist dat hij in het kader van de omgangsregeling werd bijgestaan door een advocaat. Verweerster heeft daardoor gehandeld in strijd met de ter zake voor advocaten geldende regels.

De raad volgt verweerster niet waar zij stelt dat zij ook handelde in het belang van verweerder. Een advocaat is immers niet geroepen om de belangen van de wederpartij te behartigen en het is niet aan de advocaat van de ene partij om (ongevraagd) te beoordelen wat in het belang van de andere partij is. Evenmin volgt de raad verweerster (en de deken) in het standpunt dat hier de regel “nood breekt wet” dient te gelden.

Er was geen sprake van een acute noodsituatie die ingrijpen met veronachtzaming van de gedragsregels rechtvaardigde. Verweerster had ook niets kunnen doen. Verweerster heeft dus gehandeld in strijd met de voor haar als advocaat geldende gedragsregel, wat haar tuchtrechtelijk valt aan te rekenen. Het eerste onderdeel van de klacht dient derhalve gegrond te worden verklaard.'

De klacht is dus gedeeltelijk gegrond, er volgt niettemin geen maatregel zo blijkt:

'5.4.      Aan klager kan worden toegegeven dat verweerster bij het formuleren van haar correspondentie onvoldoende distantie heeft bewaard. Verweerder heeft haar correspondentie herhaaldelijk in de ik-vorm geformuleerd en aldus haar persoonlijke visie op de zaak en op het gedrag van klager weergegeven.

Hoewel verweerster er verstandiger aan had gedaan om zich te beperken tot het weergeven van het standpunt van haar cliënte, zonder daarbij (tevens) haar persoonlijke visie weer te geven, is de raad van oordeel dat verweerster zich niet nodeloos grievend jegens klager heeft uitgelaten. Het betrof een zaak waarin de spanningen tussen partijen hoog waren opgelopen.

Verweerster diende de belangen van haar cliënte te behartigen. Zij mocht daarbij afgaan op de informatie die zij van haar cliënte kreeg. Een procedure is ervoor bedoeld om partijen in de gelegenheid te stellen om hun standpunt aan de rechter kenbaar te maken.

Voor zover klager zich niet kon verenigen met het standpunt van de cliënte van verweerster, lag het op zijn weg om zijn standpunt aan de rechter kenbaar te (doen) maken en eventueel een bewijsaanbod te doen. Verweerster was niet gehouden om kennis te nemen van het door klager aangeboden bandmateriaal.

De raad zal het derde onderdeel van de klacht eveneens als ongegrond afwijzen.'

YA2185 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch H252-2010

 
< Vorige   Volgende >


 maandag, 23 juli 2018






O P M E R K E L IJ K
Afwijzing aanvraag om wel heel bijzondere bijstand: kroegbezoek chronisch psychiatrisch patiënt

Afwijzing aanvraag om bijzondere bijstand. Appellante (de aanvrager) lijdt meer dan twintig jaar aan een schizoaffectieve stoornis. Zij heeft vele psychiatrische behandelingen ondergaan en jarenlang een dagactiviteitencentrum bezocht. Op 11 mei 2004 heeft appellante een aanvraag gedaan om bijzondere bijstand voor consumptiekosten in haar stamcafé Marktzicht te Utrecht (café). 

De vrouw heeft toegelicht dat zij een chronisch psychiatrisch patiënt is en dat zij niet alleen thuis kan zijn. Zij brengt haar dagen door in het café om onder de mensen te zijn.

Bij besluit van 15 juni 2004 heeft de gemeente deze aanvraag afgewezen. Bij uitspraak van 16 augustus 2005 heeft de rechtbank het beroep tegen het (latere) besluit ongegrond verklaard. Jaren later (2010) heeft de vrouw het nog een keer geprobeerd, maar de gemeente wees het weer af. Uiteindelijk belandde de zaak bij de hoogste bestuursrechter, de Centrale Raad van Beroep.

Waarom naar de kroeg?

De vrouw vindt dat zij de kosten tot een bedrag van € 300,- per maand niet meer uit haar vermogen kan bestrijden en wijst op een verklaring van haar psychiater. Daarin staat dat de vrouw niet in aanmerking komt voor reguliere dagopvang, omdat zij niet meer bestand is tegen de confrontatie met chronisch psychiatrische patiënten.

In de loop van de jaren heeft zij veel vrienden die zij via de psychiatrie heeft leren kennen, verloren onder andere door zelfdoding. Het café is een laagdrempelige manier om een sociaal netwerk op te bouwen buiten de psychiatrie. Appellante gebruikt sporadisch alcohol.

Uitspraak Centrale Raad

LEES VERDER...
 
'Rechterlijke samenwerking is goed, maar slecht ingebed'

De Rechtspraak, Den Haag -  Onderlinge afspraken tussen rechters over strafhoogtes en rekenmethoden bevorderen de eenheid in het recht, maar zijn nog te weinig wettelijk verankerd. Een deel van deze rechterlijke regelingen kan beter zichtbaar gemaakt worden.

Dat stelt onderzoeker Ard Schoep in zijn bijdrage aan de zojuist verschenen bundel ‘Rechterlijke Macht, studies voor rechtspraak en rechtshandelingen in Nederland’.

Afspraken
Een deel van de beslissingen in de rechtszaal vloeit voort uit afspraken en regelingen die gemaakt zijn door rechters zelf. Die afspraken worden vaak landelijk nagevolgd en hebben daarmee veel invloed. Een bekend voorbeeld is de formule waarmee kantonrechters sinds vijftien jaar de hoogte berekenen van ontslagvergoedingen: grofweg het aantal dienstjaren maal het maandsalaris.

LEES VERDER...
 
U I T G E L I C H T
Rechtszitting over Zwarte Piet is op donderdag 16 oktober

RvS, Den Haag -  De rechtszitting over de hoger beroepen tegen de uitspraak van de rechtbank van Amsterdam over de figuur van Zwarte Piet wordt gehouden op donderdag 16 oktober aanstaande om 10.00 uur in het gebouw van de Raad van State aan de Kneuterdijk in Den Haag.

Het is de bedoeling dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in november van dit jaar een uitspraak doet.

Uitspraak van de rechtbank
Op 3 juli van dit jaar heeft de rechtbank zich uitgesproken over de evenementenvergunning die de burgemeester van Amsterdam had verleend voor de intocht van Sinterklaas in 2013. Twintig mensen kwamen hiertegen in beroep, omdat het evenement de figuur van Zwarte Piet bevat die fundamentele vrijheden aantast en teniet doet.

LEES VERDER...
 
Alex Brenninkmeijer wordt hoogleraar Institutionele aspecten van de rechtsstaat

“Als oud-rechter, voormalig Nationale ombudsman en tegenwoordig lid van de Europese Rekenkamer heb ik ervaring met drie instituties van de rechtsstaat, het lijkt mij geweldig om mijn ervaring in de Utrechtse academische context te delen en mee te werken aan het strategisch thema Instituties”, aldus Brenninkmeijer.

Vanaf juli dit jaar is voormalig nationaal ombudsman dr. Alex Brenninkmeijer (1951) hoogleraar ‘Institutionele aspecten van de rechtsstaat’ aan de Universiteit Utrecht, zo laat de UU weten.

LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden