Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Ruzie notarissen over nevenkantoor leidt tot tuchtzaak wederzijdse uitlatingen en beschuldigingen

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Ruzie notarissen over nevenkantoor leidt tot tuchtzaak wederzijdse uitlatingen en beschuldigingen

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina arrow Notariaat arrow Ruzie notarissen over nevenkantoor leidt tot tuchtzaak wederzijdse uitlatingen en beschuldigingen
 
Ruzie notarissen over nevenkantoor leidt tot tuchtzaak wederzijdse uitlatingen en beschuldigingen
woensdag, 25 januari 2012

'Ook al zou [naam3] (mogen) menen dat [naam2] door drugsgebruik niet naar behoren zou functioneren en kongsi’s zou hebben met de makelaardij, dan dient hij dit via de daarvoor geëigende weg, de kamer van toezicht, ter beoordeling aan de orde te stellen. De door hem thans gekozen weg is een ernstige vorm van eigen richting.' Aldus de Kamer van toezicht in Breda.

Ter beoordeling staat of notaris [naam2] met zijn uitlatingen, zoals hiervoor onder de feiten verwoord en gedaan in zijn brief van 4 augustus 2010 in de tegen hem door onder meer [naam3] ingediende klachtzaak, de in artikel 98, lid 1 Wna neergelegde tuchtnorm heeft geschonden.

Voorop moet worden gesteld, dat de notaris die uitlatingen heeft gedaan in het kader en bij wege van zijn verweer tegen de [naam3] ingediende klacht. De notaris heeft daarbij voor het opwerpen van stellingen en standpunten een grotere mate van vrijheid dan in het geval hij zich publiekelijk uitlaat.

Tegen deze achtergrond bezien is naar het oordeel van de kamer de uitlating van de notaris betrekking hebbend op het door [naam1] en zijn associé [naam3] gehouden nevenkantoor, niet als klachtwaardig aan te merken. Het stond [naam2] vrij om zich, zeker nu hem door [naam3] tuchtrechtelijk werd verweten, dat hij in strijd met de regelgeving een nevenkantoor heeft geopend en open houdt, op het standpunt te stellen, dat [naam3] (en indirect [naam1] als zijn associé) zelf in strijd met die regelgeving een nevenkantoor houdt, dan wel heeft gehouden.

Dat hij daarbij ter onderbouwing heeft aangevoerd, dat hem uit eigen onderzoek en uit berichten vanuit de makelaardij is gebleken, dat dit nevenkantoor werd bemenst door de dochter van [naam1], maakt dit niet anders, ook al is dit volgens klager in flagrante strijd met de werkelijkheid. en Nu het prijsprotocol in zijn vorige vorm, noch in de huidige, niet aan de hiervoor genoemde voorwaarden voldeed/voldoet, handelden/handelen [naam1] en [naam3] met het hanteren daarvan, niet met de zorg, die zij behoren betrachten tegenover cliënten ten behoeve van wie zij hun taak uitoefenden/uitoefenen. en Het door [naam3] ingenomen standpunt dat hij niets wil en kan meedelen over door collega’s ten aanzien van [naam2] verspreiden geruchten, is, afgezet tegen de gedetailleerde stellingen van klager een volstrekte onvoldoende weerspreking daarvan, zodat van de juistheid van de verweten gedragingen moet worden uitgegaan. 

Een beroep op zijn notariële geheimhoudingsplicht komt [naam3] bovendien in de gegeven situatie niet toe, nu sprake is van kwesties die niet vallen onder het domein waarover de geheimhoudingsplicht van notaris zich uitstrekt. Ook deze klacht is derhalve gegrond.

YC0756 Kamer van toezicht Breda Kl 11/2010

Artikel in bewerking, red.

 
< Vorige   Volgende >


 woensdag, 26 september 2018






O P M E R K E L IJ K
Afwijzing aanvraag om wel heel bijzondere bijstand: kroegbezoek chronisch psychiatrisch patiënt

Afwijzing aanvraag om bijzondere bijstand. Appellante (de aanvrager) lijdt meer dan twintig jaar aan een schizoaffectieve stoornis. Zij heeft vele psychiatrische behandelingen ondergaan en jarenlang een dagactiviteitencentrum bezocht. Op 11 mei 2004 heeft appellante een aanvraag gedaan om bijzondere bijstand voor consumptiekosten in haar stamcafé Marktzicht te Utrecht (café). 

De vrouw heeft toegelicht dat zij een chronisch psychiatrisch patiënt is en dat zij niet alleen thuis kan zijn. Zij brengt haar dagen door in het café om onder de mensen te zijn.

Bij besluit van 15 juni 2004 heeft de gemeente deze aanvraag afgewezen. Bij uitspraak van 16 augustus 2005 heeft de rechtbank het beroep tegen het (latere) besluit ongegrond verklaard. Jaren later (2010) heeft de vrouw het nog een keer geprobeerd, maar de gemeente wees het weer af. Uiteindelijk belandde de zaak bij de hoogste bestuursrechter, de Centrale Raad van Beroep.

Waarom naar de kroeg?

De vrouw vindt dat zij de kosten tot een bedrag van € 300,- per maand niet meer uit haar vermogen kan bestrijden en wijst op een verklaring van haar psychiater. Daarin staat dat de vrouw niet in aanmerking komt voor reguliere dagopvang, omdat zij niet meer bestand is tegen de confrontatie met chronisch psychiatrische patiënten.

In de loop van de jaren heeft zij veel vrienden die zij via de psychiatrie heeft leren kennen, verloren onder andere door zelfdoding. Het café is een laagdrempelige manier om een sociaal netwerk op te bouwen buiten de psychiatrie. Appellante gebruikt sporadisch alcohol.

Uitspraak Centrale Raad

LEES VERDER...
 
'Rechterlijke samenwerking is goed, maar slecht ingebed'

De Rechtspraak, Den Haag -  Onderlinge afspraken tussen rechters over strafhoogtes en rekenmethoden bevorderen de eenheid in het recht, maar zijn nog te weinig wettelijk verankerd. Een deel van deze rechterlijke regelingen kan beter zichtbaar gemaakt worden.

Dat stelt onderzoeker Ard Schoep in zijn bijdrage aan de zojuist verschenen bundel ‘Rechterlijke Macht, studies voor rechtspraak en rechtshandelingen in Nederland’.

Afspraken
Een deel van de beslissingen in de rechtszaal vloeit voort uit afspraken en regelingen die gemaakt zijn door rechters zelf. Die afspraken worden vaak landelijk nagevolgd en hebben daarmee veel invloed. Een bekend voorbeeld is de formule waarmee kantonrechters sinds vijftien jaar de hoogte berekenen van ontslagvergoedingen: grofweg het aantal dienstjaren maal het maandsalaris.

LEES VERDER...
 
Alex Brenninkmeijer wordt hoogleraar Institutionele aspecten van de rechtsstaat

“Als oud-rechter, voormalig Nationale ombudsman en tegenwoordig lid van de Europese Rekenkamer heb ik ervaring met drie instituties van de rechtsstaat, het lijkt mij geweldig om mijn ervaring in de Utrechtse academische context te delen en mee te werken aan het strategisch thema Instituties”, aldus Brenninkmeijer.

Vanaf juli dit jaar is voormalig nationaal ombudsman dr. Alex Brenninkmeijer (1951) hoogleraar ‘Institutionele aspecten van de rechtsstaat’ aan de Universiteit Utrecht, zo laat de UU weten.

LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden