Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Asielrecht: Christenen uit Egypte vinden gehoor bij Nederlandse voorzieningenrechter

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Asielrecht: Christenen uit Egypte vinden gehoor bij Nederlandse voorzieningenrechter

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina arrow Opmerkelijk arrow Asielrecht: Christenen uit Egypte vinden gehoor bij Nederlandse voorzieningenrechter
 
Asielrecht: Christenen uit Egypte vinden gehoor bij Nederlandse voorzieningenrechter
dinsdag, 8 mei 2012

'Vooral welgestelde christenen afgeperst en bedreigd'

Een christelijk gezin dat vluchtte naar Nederland na de val van president Mubarak (Egypte) mag niet zomaar worden uitgezet, althans heeft voorlopig gelijk gekregen van de rechter. Dit blijkt uit een uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 mei 2012 op het verzoek om voorlopige voorziening, tevens uitspraak in de hoofdzaak in de zaak tussen verzoekers, tevens eisers en haar minderjarige kinderen (gemachtigde: mr. K. Yousef) en de Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel (gemachtigde: mr. A.H. Noordeloos).

Inleidend even het wettelijke kader. Op grond artikel 29, van de Vw 2000 kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000 worden verleend aan de vreemdeling:
(...)
b. die aannemelijk heeft gemaakt dat hij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat hij bij uitzetting een reëel risico loopt om te worden onderworpen aan:
1°. doodstraf of executie;
2°. folteringen, onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen; of
3°. ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict.

c. van wie naar het oordeel van Onze Minister op grond van klemmende redenen van humanitaire aard die verband houden met de redenen van zijn vertrek uit het land van herkomst, in redelijkheid niet kan worden verlangd dat hij terugkeert naar het land van herkomst.

In het verlengde hiervan, haalt de rechtbank uitspraak van de Afdeling van 21 september 2011, LJN: BT2612 aan, waaruit volgt dat m.b.t. de algemene situatie in een land van herkomst, in het bijzonder wordt afgegaan op de ambtsberichten van de minister van Buitenlandse Zaken en van internationale organisaties. Eerst nadat die vraag bevestigend is beantwoord, kan aan de orde komen de vraag of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat het vragen van bescherming voor hem gevaarlijk dan wel bij voorbaat zinloos moet worden geacht. Indien dat laatste niet aannemelijk is gemaakt, kan slechts het tevergeefs inroepen van de bescherming leiden tot de conclusie dat aannemelijk is gemaakt dat die autoriteiten niet bereid of in staat zijn bescherming te bieden.

Meer onderzoek was op zijn plaats

Relevante overwegingen in deze zaak:

'2.4.3  Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat niet gebleken is dat de christelijke achtergrond van verzoeker reden was om hem te bedreigen en af te persen. Veeleer is financieel gewin het motief geweest om verzoeker te dreigen met de ontvoering van zijn kinderen.

De voorzieningenrechter volgt verweerder niet in deze conclusie en verwijst hiervoor naar het gestelde in het nader gehoor inzake de incidenten in februari 2009, in februari 2011, de bedreiging door moskeegangers op 13 januari 2012 en het telefoontje op 23 februari 2012.

Nu verweerder het asielrelaas geloofwaardig heeft bevonden, had verweerder de concrete verwijzingen bij bovengenoemde incidenten naar de christelijke achtergrond van verzoeker, niet buiten beschouwing mogen laten.

De voorzieningenrechter betrekt hierbij dat het in de rede ligt om aan te nemen dat vooral welgestelde christenen worden afgeperst en bedreigd en dat het voor betrokkenen moeilijk is om aan te tonen dat de geloofsachtergrond hiervoor bepalend is.

Indien er sprake is van concrete aanwijzingen dat de geloofsovertuiging bij de bedreigingen en afpersingen mede een rol heeft gespeeld, dient verweerder, naar het oordeel van de voorzieningenrechter, daaraan bijzondere aandacht te schenken. In dit geval heeft verweerder niet onderzocht of het voor christenen in Egypte, na de val van het regime van Mubarak, mogelijk is effectieve bescherming van de autoriteiten te krijgen indien zij worden bedreigd onder meer als gevolg van hun geloofsovertuiging.

Verzoeker heeft onder verwijzing naar de notitie van Vluchtelingenwerk Nederland van 12 maart 2012 aannemelijk gemaakt dat het in de huidige situatie voor christenen in Egypte moeilijk is bescherming te krijgen van de autoriteiten tegen aanvallen en bedreigingen door salafisten en andere radicale moslims. Voor een beoordeling van de positie van christenen in Egypte volstaat het verouderde ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken uit 2002 niet.

De verwijzing door verweerder naar de uitspraken van deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem van 28 februari 2011 en zittingsplaats Zwolle van 7 oktober 2011, kunnen hieraan niet afdoen omdat het feitencomplex in deze uitspraken niet vergelijkbaar was met dat in onderhavige zaak.

Op grond van het bovenstaande oordeelt de voorzieningenrechter dat het bestreden besluit niet zorgvuldig is voorbereid en onvoldoende is gemotiveerd. Het besluit zal worden vernietigd. Verweerder dient een nieuw besluit te nemen op de aanvraag buiten de AA-procedure.

2.5  Nu het bestreden besluit in de asielprocedure van verzoeker is vernietigd en het relaas van zijn echtgenote, [naam], een van dat relaas afhankelijk karakter heeft, dient ook dit besluit vernietigd te worden en dient verweerder op gelijke wijze als in het geval van haar echtgenoot, opnieuw op haar aanvraag te beslissen buiten de AA-procedure.

3  Gelet op het voorgaande komt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat de bestreden besluiten in strijd met artikel 3:2 van de Awb onvoldoende zorgvuldig zijn voorbereid en niet gedragen kunnen worden door de daaraan ten grondslag gelegde motivering, hetgeen in strijd is met artikel 3:46 van de Awb.

4  De voorzieningenrechter zal de beroepen gegrond verklaren.'

LJN: BW5212, Rechtbank 's-Gravenhage, 12/10228, 12/10230, 12/10227 en 12/10229

Lees in dit kader meer achtergronden op de site van het RD: Egyptische christen Laila werd gedwongen moslim te worden

 
< Vorige   Volgende >


 dinsdag, 16 januari 2018





DE UITSPRAKEN

DE ZAAK HOLLEEDER, links naar de uitspraken:

BC0703 Willem Holleeder, afpersing en leider criminele organisatie
BC0697 Maruf M. medeverdachte Holleeder. Endstra is onder valse voorwendselen naar het kantoor van zijn toenmalig raadsman gelokt waar hij in de kamer van die raadsman - Bram Moszkowicz - is bedreigd door onder andere deze verdachte. Endstra is hierdoor bewogen grote sommen geld af te staan.
BC0708 Marcel K.
BC0710 Vriendin Holleeder: Maaike Dijkhuis (schuldwitwassen)

Lees ook over Holleeder (link) in het NJD



O P M E R K E L IJ K
'Bedoeling was dat slachtoffer naar Suriname zou gaan en daar zijn dood in scene zou zetten'
Nationale Nederlanden Levensverzekeringen opgelicht, moord om uitkering

De verdachte heeft in de periode van 2 januari 2013 tot en met 25 februari 2013 te Rotterdam samen met een mededader het slachtoffer vermoord om een uitkering onder een levensverzekering te krijgen. Ook heeft hij een groot aantal (pogingen tot) fraude en valsheid in geschrifte gepleegd. Van enorme BTW-fraude tot fraude met kinderopvang en alles daartussen.

Een deel uit het standpunt van 41-jarige verdachte:

 'De verdachte ontkent iedere betrokkenheid bij de dood van[slachtoffer]. Hij erkent dat hij een verzekering bij Nationale Nederland op het leven van[slachtoffer] had afgesloten en ook dat dit gedaan is om Nationale Nederlanden op te lichten.[slachtoffer] en hij hadden dit samen opgezet. De bedoeling was dat[slachtoffer] naar Suriname zou gaan, dat hij daar zijn dood in scene zou zetten en dat hij dan onder een andere naam in Suriname zou blijven wonen. De uitkering van € 500.000,00 zou worden gedeeld tussen[slachtoffer] (€ 200.000,00) en de verdachte (€ 300.000,00). Dit plan is echter nooit uitgevoerd.

De verdachte had zelf onder een andere verzekering bij Nationale Nederlanden een uitkering geclaimd en gekregen nadat[slachtoffer], [medeverdachte] en hij op 2 januari 2013 een overval op de verdachte in scene hadden gezet. De verdachte vermoedt dat dit[slachtoffer] heeft geďnspireerd, dat[slachtoffer] en [medeverdachte] in de avond van 24 februari 2013 een overval in scene hebben willen zetten en dat [medeverdachte] daarbij[slachtoffer] heeft gedood. Hijzelf had[slachtoffer] nog afgeraden om een dergelijke fraude te proberen, omdat het bij Nationale Nederlanden zou opvallen dat er kort na elkaar twee keer een vergelijkbare schade zou worden geclaimd.

Uit de strafmotivering:

 'De verdachte heeft samen met een ander[slachtoffer] om het leven gebracht.[slachtoffer] is door de verdachte en diens mededader in een machteloze positie gebracht, nadat[slachtoffer] in de waan was gebracht dat deze (slechts) zou worden mishandeld om een verzekeringsuitkering te krijgen.[slachtoffer] is vervolgens op een vreselijke manier overleden. Van het vertrouwen dat[slachtoffer] in de verdachte, een vriend, had gesteld, is door de verdachte grof misbruik gemaakt. Het behoeft geen toelichting dat dit een zeer ernstig strafbaar feit is.

LEES VERDER...
 
Brief Raad voor de rechtspraak na tweede rondgang langs gerechten

Rvdr, Den Haag -  De Raad voor de rechtspraak treft dertien concrete maatregelen om de in december 2012 in een manifest gesignaleerde problemen op te lossen en onvrede in de Rechtspraak weg te nemen.

Dat staat in een brief die de Raad voor de rechtspraak aan alle medewerkers heeft gestuurd. De aanleiding voor de brief was een manifest dat door raadsheren van het toenmalige gerechtshof in Leeuwarden was opgesteld. Dit manifest riep de Raad voor de rechtspraak en de gerechtsbesturen op prioriteit te geven aan kwaliteit en inhoud van het rechtspreken en minder te sturen op productiecijfers.

LEES VERDER...
 
Alex Brenninkmeijer wordt hoogleraar Institutionele aspecten van de rechtsstaat

“Als oud-rechter, voormalig Nationale ombudsman en tegenwoordig lid van de Europese Rekenkamer heb ik ervaring met drie instituties van de rechtsstaat, het lijkt mij geweldig om mijn ervaring in de Utrechtse academische context te delen en mee te werken aan het strategisch thema Instituties”, aldus Brenninkmeijer.

Vanaf juli dit jaar is voormalig nationaal ombudsman dr. Alex Brenninkmeijer (1951) hoogleraar ‘Institutionele aspecten van de rechtsstaat’ aan de Universiteit Utrecht, zo laat de UU weten.

LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden