Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Deken Germ Kemper niet zorgvuldig in scheiden van functie advocaat en ambt bij Orde van Advocaten

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Deken Germ Kemper niet zorgvuldig in scheiden van functie advocaat en ambt bij Orde van Advocaten

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina arrow Advocatuur arrow Deken Germ Kemper niet zorgvuldig in scheiden van functie advocaat en ambt bij Orde van Advocaten
 
Deken Germ Kemper niet zorgvuldig in scheiden van functie advocaat en ambt bij Orde van Advocaten
dinsdag, 29 mei 2012

Hier gaat hieronder om een klacht van Edwin De Roy van Zuydewijn, zo blijk uit na lezing (achteraf) van het artikel van Trudeke Sillevis Smitt op de site van het Advocatenblad (www.advocatenblad.nl). De Amsterdamse deken Germ Kemper bleef overeind in de tuchtzaak die Edwin de Roy van Zuydewijn tegen hem was begonnen. 'Maar een schoonheidsprijs, die kreeg de deken niet', schreef zij en dat klopt inderdaad. Deze tuchtklacht handelt over het niet duidelijk scheiden in de publiciteit van de hoedanigheid van deken en die van advocaat. De klacht houdt in dat verweerder (de advocaat tegen wie de klacht is gericht):

 a. in het interview in het weekblad A. zijn hoedanigheid van deken uitspraken heeft gedaan over de alimentatiekwestie tussen klager en zijn ex-echtgenote, waarbij hij in zijn hoedanigheid van advocaat mogelijk betrokken is en waarvan hij in ieder geval inhoudelijk op de hoogte is. Door de gedane uitlatingen in het bewuste artikel heeft verweerder misbruik maken van zijn positie als deken, door bij te dragen aan een negatieve beeldvorming in de media rond de persoon van klager;

 b. zich in zijn hoedanigheid van deken publiekelijk negatief en neerbuigend heeft uitgelaten over een advocaat die nota bene onder verweerders toezicht valt.

De raad is van oordeel dat wanneer de deken in een andere hoedanigheid optreedt dan die van deken hij grote zorgvuldigheid dient te betrachten bij het kenbaar maken van de hoedanigheid waarin hij optreedt.

De raad is er niet van overtuigd dat deze zorgvuldigheid in het onderhavige geval door verweerder toereikend in acht is genomen, toch komt de deken goed weg.

 '4.2 De raad is van oordeel dat wanneer de deken in een andere hoedanigheid optreedt dan die van deken hij grote zorgvuldigheid dient te betrachten bij het kenbaar maken van de hoedanigheid waarin hij optreedt.

 Ter zitting heeft de deken de raad meegedeeld deze zienswijze ook te delen. De raad is er niet van overtuigd dat deze zorgvuldigheid in het onderhavige geval toereikend in acht is genomen, maar is van oordeel dat niet is gebleken dat verweerder door de gedane uitlatingen in het bewuste artikel misbruik heeft gemaakt van zijn positie als deken en/of daarmee heeft bijgedragen aan een negatieve beeldvorming in de media rond de persoon van klager. Geoordeeld wordt dat van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen niet is gebleken. Dit klachtonderdeel is dan ook ongegrond.

 ad klachtonderdeel b

 4.3 Ten aanzien van klachtonderdeel b stelt de raad voorop dat de Advocatenwet niet een klachtrecht in het leven heeft geroepen voor een ieder, doch slechts voor degenen die door een handelen of nalaten van een advocaat in zijn of haar belang getroffen is of kan worden. Klachtonderdeel b heeft geen betrekking op de wijze waarop verweerder zich in zijn hoedanigheid van deken publiekelijk zou hebben uitgelaten over klager, maar over een door klager ingeschakelde advocaat. De raad is van oordeel dat klager geen eigen belang heeft bij dit klachtonderdeel en zal daarom klager in dit klachtonderdeel niet-ontvankelijk verklaren.'

Uitspraak (beslissing) van 15 mei 2012 Zie LJN: YA2719 Raad van Discipline Amsterdam 11-260

Laatste wijziging: 11:00u, 30-05-2012

 
< Vorige   Volgende >


 zaterdag, 20 januari 2018





DE UITSPRAKEN

DE ZAAK HOLLEEDER, links naar de uitspraken:

BC0703 Willem Holleeder, afpersing en leider criminele organisatie
BC0697 Maruf M. medeverdachte Holleeder. Endstra is onder valse voorwendselen naar het kantoor van zijn toenmalig raadsman gelokt waar hij in de kamer van die raadsman - Bram Moszkowicz - is bedreigd door onder andere deze verdachte. Endstra is hierdoor bewogen grote sommen geld af te staan.
BC0708 Marcel K.
BC0710 Vriendin Holleeder: Maaike Dijkhuis (schuldwitwassen)

Lees ook over Holleeder (link) in het NJD



O P M E R K E L IJ K
Praktische ontwerpfouten ergenis in aanloop opening peperduur Paleis van Justitie Amsterdam

Nu maar hopen dat de koning overmorgen niet tegen die marmeren bank aanloopt

Het ontwerp van het nieuwe Paleis van Justitie aan het IJDock in Amsterdam is meer vorm dan functioneel. Stadszender AT5 bericht dat er zelfs een werkgroep in het leven is geroepen om het onlangs opgeleverde pand tegen het licht te houden.

De woordvoerder van het Paleis geeft op camera met schaamtevolle blik en verlegen lach toe dat een praktische aantal zaken over het hoofd is gezien.

LEES VERDER...
 
'Rechterlijke samenwerking is goed, maar slecht ingebed'

De Rechtspraak, Den Haag -  Onderlinge afspraken tussen rechters over strafhoogtes en rekenmethoden bevorderen de eenheid in het recht, maar zijn nog te weinig wettelijk verankerd. Een deel van deze rechterlijke regelingen kan beter zichtbaar gemaakt worden.

Dat stelt onderzoeker Ard Schoep in zijn bijdrage aan de zojuist verschenen bundel ‘Rechterlijke Macht, studies voor rechtspraak en rechtshandelingen in Nederland’.

Afspraken
Een deel van de beslissingen in de rechtszaal vloeit voort uit afspraken en regelingen die gemaakt zijn door rechters zelf. Die afspraken worden vaak landelijk nagevolgd en hebben daarmee veel invloed. Een bekend voorbeeld is de formule waarmee kantonrechters sinds vijftien jaar de hoogte berekenen van ontslagvergoedingen: grofweg het aantal dienstjaren maal het maandsalaris.

LEES VERDER...
 
U I T G E L I C H T
Hoe zit het ook alweer met aftrekbaarheid kosten werkkamer, een voorbeeld uit de praktijk
Eiser is zelfstandige zonder personeel en woont in een huurhuis waarin hij een werkkamer heeft. In geschil is of eiser de kosten van de werkkamer in aftrek kan brengen. Tussen partijen spitst het geschil zich toe op de vraag of het huurrecht tot het bedrijfsvermogen behoort.
LEES VERDER...
 
Peter van den Bossche herbenoemd als rechter bij Wereldhandelsorganisatie
Professor Peter van den Bossche is herbenoemd als rechter bij het Appellate Body van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Hiertoe besloten de 159 Lidstaten van de WTO onlangs tijdens een bijeenkomst in Genčve. Universiteit Maastricht meldt verder dat de hoogleraar (sinds 2001, op gebied van Internationaal Economisch Recht) werd benoemd voor een tweede termijn van vier jaar.
LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden