Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Ex-medewerker Ministerie van Veiligheid en Justitie pleegde overval Albert Heijn met dienstwapen

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Ex-medewerker Ministerie van Veiligheid en Justitie pleegde overval Albert Heijn met dienstwapen

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina arrow Opmerkelijk arrow Ex-medewerker Ministerie van Veiligheid en Justitie pleegde overval Albert Heijn met dienstwapen
 
Ex-medewerker Ministerie van Veiligheid en Justitie pleegde overval Albert Heijn met dienstwapen
woensdag, 30 mei 2012

Gelukkig was het vuurwapen niet geladen

Opmerkelijke uitspraak van 25 mei 2012 waarbij een celstraf van 2 jaar en 6 maanden is opgelegd voor een man die zich genoodzaakt zag door geldproblemen dood en verderf te zaaien. Hij maakte daarbij dankbaar gebruik van de spullen van zijn werkgever, de overheid. De verdachte, geboren in 1980, heeft op 27 januari 2012 een diefstal gepleegd in de Albert Heijn in Zoetermeer. Uit het oordeel van de rechtbank blijkt het volgende:

 'Verdachte heeft een kluisbox met inhoud uit de handen van een medewerkster van die Albert Heijn getrokken, waarna verdachte is gevlucht. Tijdens zijn vlucht uit de winkel en het winkelcentrum heeft verdachte diverse personen - die zo moedig waren om achter verdachte aan te gaan - bedreigd met een vuurwapen.

Nietsvermoedende voorbijgangers zijn voorts ongewild getuige geweest van het handelen van de verdachte. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers en getuigen van een delict als hier aan de orde daarvan nog gedurende langere tijd nadelige effecten kunnen ondervinden en dat hierdoor de algemene gevoelens van onveiligheid en angst worden vergroot.

Daarnaast heeft verdachte een beveiliger, die verdachte probeerde te beletten te ontsnappen, mishandeld door hem met de hand waarin hij zijn vuurwapen vasthield tegen het hoofd te slaan. Dit slachtoffer is op zeer korte afstand geconfronteerd met het vuurwapen.

Ter zitting heeft het slachtoffer verklaard dat hij sindsdien slecht slaapt en dat hij zijn werkzaamheden als beveiliger nog steeds niet volledig heeft kunnen oppakken.

Verdachte was voorts werkzaam bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie en heeft bij de gepleegde feiten gebruik gemaakt van materiaal dat hem door zijn werkgever ten behoeve van de uitoefening van zijn functie ter beschikking was gesteld. Zo heeft verdachte gebruik gemaakt van zijn dienstwapen, zijn dienstbivakmuts en zijn dienstauto. Dit alles wordt verdachte zwaar aangerekend.

Verdachte heeft weliswaar kort na zijn aanhouding de gepleegde feiten bekend. Hij heeft evenwel eerst ter terechtzitting, als vervolg op een kort voor de terechtzitting gehouden verhoor bij de politie, uitgebreid verklaard over zijn beweegredenen om de overval te plegen. Kort gezegd zou verdachte in persoonlijke problemen zijn geraakt en als gevolg hiervan in een zeer penibele financiële situatie terecht zijn gekomen.

Voor deze problemen zou verdachte geen andere oplossing hebben geweten dan het plegen van de onderhavige strafbare feiten om zodoende in de handen van politie en justitie te vallen.

De rechtbank zal bij de strafoplegging echter geen rekening houden met de door verdachte geschetste omstandigheden, omdat er naar haar oordeel beslist ook andere mogelijkheden waren om tot een oplossing te komen voor de gerezen problemen. Verdachte heeft welbewust de keuze gemaakt om de bewezenverklaarde feiten te plegen en hiermee de eerdergenoemde slachtoffers te maken.

De rechtbank zal wel, zij het in beperkte mate in het voordeel van verdachte rekening houden met het feit dat het vuurwapen ongeladen was. Slechts in beperkte mate omdat dit voor de slachtoffers en getuigen niet kenbaar was.'

LJN: BW6679, Rechtbank 's-Gravenhage, 09/757258-12

 
< Vorige   Volgende >


 zaterdag, 18 november 2017





DE UITSPRAKEN

DE ZAAK HOLLEEDER, links naar de uitspraken:

BC0703 Willem Holleeder, afpersing en leider criminele organisatie
BC0697 Maruf M. medeverdachte Holleeder. Endstra is onder valse voorwendselen naar het kantoor van zijn toenmalig raadsman gelokt waar hij in de kamer van die raadsman - Bram Moszkowicz - is bedreigd door onder andere deze verdachte. Endstra is hierdoor bewogen grote sommen geld af te staan.
BC0708 Marcel K.
BC0710 Vriendin Holleeder: Maaike Dijkhuis (schuldwitwassen)

Lees ook over Holleeder (link) in het NJD



O P M E R K E L IJ K
'Bedoeling was dat slachtoffer naar Suriname zou gaan en daar zijn dood in scene zou zetten'
Nationale Nederlanden Levensverzekeringen opgelicht, moord om uitkering

De verdachte heeft in de periode van 2 januari 2013 tot en met 25 februari 2013 te Rotterdam samen met een mededader het slachtoffer vermoord om een uitkering onder een levensverzekering te krijgen. Ook heeft hij een groot aantal (pogingen tot) fraude en valsheid in geschrifte gepleegd. Van enorme BTW-fraude tot fraude met kinderopvang en alles daartussen.

Een deel uit het standpunt van 41-jarige verdachte:

 'De verdachte ontkent iedere betrokkenheid bij de dood van[slachtoffer]. Hij erkent dat hij een verzekering bij Nationale Nederland op het leven van[slachtoffer] had afgesloten en ook dat dit gedaan is om Nationale Nederlanden op te lichten.[slachtoffer] en hij hadden dit samen opgezet. De bedoeling was dat[slachtoffer] naar Suriname zou gaan, dat hij daar zijn dood in scene zou zetten en dat hij dan onder een andere naam in Suriname zou blijven wonen. De uitkering van € 500.000,00 zou worden gedeeld tussen[slachtoffer] (€ 200.000,00) en de verdachte (€ 300.000,00). Dit plan is echter nooit uitgevoerd.

De verdachte had zelf onder een andere verzekering bij Nationale Nederlanden een uitkering geclaimd en gekregen nadat[slachtoffer], [medeverdachte] en hij op 2 januari 2013 een overval op de verdachte in scene hadden gezet. De verdachte vermoedt dat dit[slachtoffer] heeft geïnspireerd, dat[slachtoffer] en [medeverdachte] in de avond van 24 februari 2013 een overval in scene hebben willen zetten en dat [medeverdachte] daarbij[slachtoffer] heeft gedood. Hijzelf had[slachtoffer] nog afgeraden om een dergelijke fraude te proberen, omdat het bij Nationale Nederlanden zou opvallen dat er kort na elkaar twee keer een vergelijkbare schade zou worden geclaimd.

Uit de strafmotivering:

 'De verdachte heeft samen met een ander[slachtoffer] om het leven gebracht.[slachtoffer] is door de verdachte en diens mededader in een machteloze positie gebracht, nadat[slachtoffer] in de waan was gebracht dat deze (slechts) zou worden mishandeld om een verzekeringsuitkering te krijgen.[slachtoffer] is vervolgens op een vreselijke manier overleden. Van het vertrouwen dat[slachtoffer] in de verdachte, een vriend, had gesteld, is door de verdachte grof misbruik gemaakt. Het behoeft geen toelichting dat dit een zeer ernstig strafbaar feit is.

LEES VERDER...
 
Hof: wrakingsverzoek gegrond, raadsheer eerst gedelegeerd rc, later in rol voorzitter strafkamer
Verzoeker is ontvankelijk in zijn (tweede) wrakingsverzoek, nu sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden waarop het verzoek is gegrond. Het wrakingsverzoek komt er in de kern op neer dat de raadsheer niet heeft ingegrepen nadat zij ervan op de hoogte was gesteld dat (reeds) één van de getuigen in strijd met de beslissing van het hof en buiten aanwezigheid van de verdediging was gehoord door de politie en dat enige dagen nadien een andere getuige door de politie zou worden gehoord.
LEES VERDER...
 
Alex Brenninkmeijer wordt hoogleraar Institutionele aspecten van de rechtsstaat

“Als oud-rechter, voormalig Nationale ombudsman en tegenwoordig lid van de Europese Rekenkamer heb ik ervaring met drie instituties van de rechtsstaat, het lijkt mij geweldig om mijn ervaring in de Utrechtse academische context te delen en mee te werken aan het strategisch thema Instituties”, aldus Brenninkmeijer.

Vanaf juli dit jaar is voormalig nationaal ombudsman dr. Alex Brenninkmeijer (1951) hoogleraar ‘Institutionele aspecten van de rechtsstaat’ aan de Universiteit Utrecht, zo laat de UU weten.

LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden