Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Advocaat die loog voor rechter over onderhandeling en eigendom paard geschorst

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Advocaat die loog voor rechter over onderhandeling en eigendom paard geschorst

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina arrow Advocatuur arrow Advocaat die loog voor rechter over onderhandeling en eigendom paard geschorst
 
Advocaat die loog voor rechter over onderhandeling en eigendom paard geschorst
maandag, 13 augustus 2012

Advocaat ging eerder ook al de fout in

Deze tuchtklacht houdt in dat verweerder (advocaat) tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet doordat hij (onder andere) ten overstaan van de rechter en klagers heeft verzwegen dat hij aan de KWPN heeft gevraagd een paard op naam te schrijven van zijn echtgenote als nieuwe eigenaar.

Briefpapier

De advocaat heeft willens en wetens de rechter onjuist geïnformeerd en daardoor heeft misleid. Hij heeft het vertrouwen in de rechterlijke macht zodanig ondermijnd, dat deze handelwijze hem ernstig valt aan te rekenen, luidt het oordeel in het kort. Waar het hier precies om gaat blijkt uit de beoordeling van de beslissing van 2 juli 2012:

'5.1    De klacht heeft betrekking op het handelen van verweerder als advocaat pro se in een civiele procedure bij de rechtbank, met name betreffende diens optreden tijdens een comparitie van partijen op 25 juni 2010. Voor zover de klacht betrekking heeft op gedragingen van verweerder in privé overweegt de raad dat verweerder zich steeds als advocaat heeft gepresenteerd en de correspondentie op zijn kantoorpapier heeft doen uitgaan. Het advocatentuchtrecht is daarom in deze op verweerder van toepassing, zowel voor zover deze betrekking hebben op gedragingen als advocaat pro se als op zijn gedragingen in privé.'

Eigenaar of niet?

'5.2    Een advocaat dient zich te onthouden van het verstrekken van feitelijke gegevens waarvan hij weet, althans behoort te weten, dat die onjuist zijn. Verweerder heeft tijdens de comparitie dd. 25 juni 2010 verklaard nooit gesprekken te hebben gevoerd over de koop van het paard V, terwijl hij bij brief van 21 juli 2008 aan de KWPN schreef dat zijn echtgenote de nieuwe eigenaar van het paard was. De raad acht, evenals de rechtbank, de verklaring van verweerder dat dit te maken had met de mogelijkheid van het registreren van het veulen van V. niet aannemelijk.

Ter zitting van de raad verklaarde verweerder bovendien hierover dat hij in zijn brief van 21 juli 2008 de term eigenaar had gebruikt, omdat hij nog in onderhandeling was over de aankoop van het paard V. Verweerder antwoordde desgevraagd ten aanzien van de eigendom geen voorbehoud te hebben gemaakt, maar dat er toen nog sprake was van onderhandelingen.

Verweerder stelde ter zitting van de raad voorts dat de koop na de onderhandelingen uiteindelijk niet is doorgegaan. De verklaring van verweerder ter zitting van de raad is aldus in tegenspraak met hetgeen verweerder ter comparitie naar voren heeft gebracht. Verweerder bleef ter zitting van de raad evenwel volharden dat zijn echtgenote geen eigenaar van het paard was.

5.3    De raad overweegt dat uit de brief van verweerder van 21 juli 2008, de getuigenverklaring van verweerder dd. 7 november 2011, het vonnis van de rechtbank van 29 februari 2012 en de verklaring van verweerder ter zitting van de raad, en deze in onderlinge samenhang bezien, blijkt dat verweerder tijdens de comparitie van partijen op 25 juni 2010 in strijd met de waarheid heeft verklaard dat hij geen onderhandelingen met klagers had gevoerd over de koop van het paard V.

5.3    Betreffende de beweringen van verweerder ter comparitie van 25 juni 2010 ten aanzien van het bezit van de originele papieren van het paard V overweegt de raad het volgende. Zowel verweerder als zijn echtgenote hebben tijdens de enquête op 7 november 2011 verklaard de beschikking te hebben gehad over de originele papieren. Hieruit blijkt dat verweerder ter comparitie van 25 juni 2010 in strijd met de waarheid heeft verklaard dat zijn echtgenote slechts de beschikking had over kopieën van de papieren.

5.4       Op grond van het bovenstaande is komen vast te staan dat verweerder als advocaat pro se ter comparitie willens en wetens de rechter onjuist heeft geïnformeerd en daardoor heeft misleid. Dit valt verweerder tuchtrechtelijk aan te rekenen.

Dit geldt temeer nu het informatie betreft waarover verweerder uit eigen wetenschap beschikte. Uit de overwegingen van het vonnis van de rechtbank van 29 februari 2012 blijkt dat verweerder door zijn gedragingen het vertouwen van de rechterlijke macht in de advocaatuur (advocatuur, red. NJD) in ernstige mate heeft geschonden.'

Klacht gegrond, schorsing drie maanden

'6.3     De voorzitter heeft aan verweerder voorgehouden dat aan hem eerder tuchtrechtelijke maatregelen voor tuchtrechtelijk verwijtbare gedragingen zijn opgelegd. Gelet op de ernst van de tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging van verweerder en gelet op de al eerder aan verweerder opgelegde maatregelen voor tuchtrechtelijk verwijtbare gedragingen, waaruit verweerder klaarblijkelijk geen lering heeft getrokken, is de raad van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere maatregel dan die van schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de tijd van drie maanden alsmede dat openbaarmaking van de schorsing ex artikel 48 lid 3 Advocatenwet geboden is.'

YA3090 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch M 28 - 2011

 
< Vorige   Volgende >


 zaterdag, 21 juli 2018






O P M E R K E L IJ K
Conservatoir beslag op urn met as omdat kind medaillon met as wil dragen net als de andere kinderen

Alleen aanvoeren dat band met overledene goed was blijkt onvoldoende

Een dochter wil een klein deel van de as van haar overleden vader in een medaillon dragen. De weduwe weigert echter afgifte en zo belandt de familie bij de rechter. De dochter (A) heeft aan haar vorderingen ten grondslag gelegd dat B onzorgvuldig en aldus onrechtmatig jegens haar handelt door te weigeren een klein deel van de as van X aan haar af te staan, vooral omdat de andere (stief)kinderen van de overleden persoon wel een medaillon met as van X hebben gekregen. De dochter heeft op 9 januari 2013 - na verkregen verlof daartoe van de voorzieningenrechter van deze rechtbank bij beschikking van 3 januari 2013 - conservatoir beslag laten leggen op de urn met de as. Voor het aannemen van een zogeheten onrechtmatige daad zijn de nodige voorwaarden. De rechter beslist als volgt, na een korte inleiding op die criteria:

LEES VERDER...
 
Rechters gaan termijnen in civiele zaken strikt handhaven

De Rechtspraak, Den Haag - De termijnen in het rolreglement voor civiele dagvaardingszaken worden vanaf 1 oktober strikt gehandhaafd door alle rechtbanken. In de praktijk blijkt dat sommige rechters soepeler zijn dan anderen, als advocaten zich bijvoorbeeld niet aan de vastgestelde termijn houden bij het indienen van een uitstelverzoek. Daardoor ontstaat rechtsongelijkheid.

De landelijke Rolrechtersvergadering heeft daarom afgesproken met ingang van komend najaar weer streng de hand te houden aan de termijnen.

LEES VERDER...
 
U I T G E L I C H T
Hoe zit het ook alweer met aftrekbaarheid kosten werkkamer, een voorbeeld uit de praktijk
Eiser is zelfstandige zonder personeel en woont in een huurhuis waarin hij een werkkamer heeft. In geschil is of eiser de kosten van de werkkamer in aftrek kan brengen. Tussen partijen spitst het geschil zich toe op de vraag of het huurrecht tot het bedrijfsvermogen behoort.
LEES VERDER...
 
Tarlach McGonagle (IViR) benoemd tot nieuw expertcomité van de Raad van Europa
De Universiteit van Amsterdam laat weten dat Tarlach McGonagle, werkzaam bij het Instituut voor Informatierecht, IViR onlangs is benoemd tot een nieuw expertcomité van de Raad van Europa. Dit comité stelt een nieuwe aanbeveling inzake de bescherming van journalisten en de veiligheid van journalisten en andere media-actoren op. Deze wordt vervolgens voorgelegd aan het Comité van Ministers van de Raad van Europa.
LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden