Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina
 
‘Uitbreiding mogelijkheden bestrijding financieel-economische delicten beter doordenken’
donderdag, 16 augustus 2012

Rvdr, Den Haag - Een wetsvoorstel dat de bestrijding van financieel-economische criminaliteit moet verbeteren, vraagt om betere doordenking en nadere onderbouwing.

Dat stelt de Raad voor de rechtspraak in zijn advies aan minister Opstelten van Veiligheid en Justitie. Vooral over het wijzigen van de procedure om stukken in beslag te nemen die mogelijk vallen onder het verschoningsrecht van beroepsbeoefenaren met een geheimhoudingsplicht, zoals advocaten en notarissen, moet beter worden nagedacht.

Hogere straffen
De minister wil de mogelijkheden om fraude, omkoping, corruptie en witwassen tegen te gaan ingrijpend verruimen. Het is volgens de minister aantrekkelijk om dergelijke delicten te plegen doordat de opbrengsten hoog zijn en de strafbedreiging relatief laag is.

Het wetsvoorstel beoogt dit aan te scherpen, onder meer met verruimde delictsomschrijvingen en hogere straffen.

De maximumstraf voor het opzettelijk witwassen van geld wordt met dit wetsvoorstel verhoogd van vier naar zes jaar, en indien hiervan een gewoonte wordt gemaakt van zes naar acht jaar gevangenisstraf. De maximumstraf voor het profiteren van witgewassen geld verdubbelt van één naar twee jaar.

Afwijkende voorstellen
Sommige voorstellen wijken sterk af van het bestaande stelsel. Zo krijgt de rechter de mogelijkheid om aan bedrijven een boete op te leggen die hoger ligt dan het wettelijke maximum, door de introductie van een ‘flexibel boeteplafond’: tien procent van de jaaromzet. En om opsporing en vervolging vlotter te laten verlopen, wordt het makkelijker om stukken van ‘geheimhouders’ in beslag te nemen, door de rechter-commissaris de mogelijkheid te bieden dergelijke stukken zelf in te zien en door de mogelijkheid van cassatieberoep af te schaffen.

Ontbrekende onderbouwing
De Raad constateert dat de voorgestelde wijzigingen worden beargumenteerd met de stelling dat de combinatie van hoge winsten en lage strafbedreiging het plegen van deze delicten aantrekkelijk maakt, en dat onderbouwing van deze stelling ontbreekt.

De toelichting bij het wetsvoorstel gaat bijvoorbeeld niet in op de vraag hoe hoog (of laag) de huidige straffen zijn, de vraag of hogere straffen afschrikwekkender werken en op de rol die de pakkans daarbij speelt. Voor een goed begrip van het wetsvoorstel is zo’n onderbouwing wel nodig, vindt de Raad, zeker gezien het ingrijpende karakter van sommige voorstellen.

Maatschappelijk belang
De Raad vindt onder meer het voorstel om inbeslagneming van stukken die mogelijk vallen onder het verschoningsrecht van geheimhouders te vergemakkelijken, onvoldoende doordacht. Het voorstel lijkt vooral ingegeven vanuit het belang van de opsporing, op het achterliggende maatschappelijke belang van het verschoningsrecht wordt niet ingegaan.

Het voorstel is verder onvoldoende concreet vormgegeven. Dat neemt niet weg dat de Raad er op zichzelf wel voorstander van is dat een zo belangrijk en principieel onderwerp als de inbeslagneming van geheimhouderstukken een heldere wettelijke basis krijgt, en dat de rechter-commissaris bevoegdheid krijgt om ze in bepaalde gevallen in te zien. In de huidige praktijk doen zich namelijk enkele knelpunten door.

Verschoningsrecht
Geheimhouders als advocaten en notarissen hebben verschoningsrecht: zij hoeven in een strafprocedure in beginsel niet te verklaren over feiten die ze als geheimhouder te weten zijn gekomen. Als politie en openbaar ministerie stukken willen inzien die mogelijk onder hun beroepsgeheim vallen, volgt een strikte procedure waarbij de geheimhouding doorgaans zwaarder weegt dan waarheidsvinding.

Verklaart een geheimhouder tegenover de rechter-commissaris dat bepaalde stukken onder zijn beroepsgeheim vallen en geen verband houden met strafbare feiten, dan wordt dat in beginsel gerespecteerd. De rechter-commissaris is dus afhankelijk van zijn medewerking. Dat kan een probleem zijn, vooral als de geheimhouder zelf verdachte is. Inzagemogelijkheid voor de rechter-commissaris zou daarvoor een oplossing kunnen bieden.

Adequate rechtsgang
Als de rechter-commissaris besluit dat dergelijke stukken in beslag kunnen worden genomen, dan worden die in de huidige praktijk verzegeld bewaard in afwachting van de uitkomst van een eventuele beklag- en cassatieprocedure. Dat kan meer dan een jaar duren.

De minister wil dit versnellen, door de mogelijkheid dat de geheimhouder in cassatie gaat bij de Hoge Raad af te schaffen. De Raad voor de rechtspraak vindt echter dat bij zo’n belangrijk en principieel onderwerp een adequate rechtsgang geboden is. Cassatie bij de Hoge Raad moet mogelijk blijven, zij het wellicht in aangepaste vorm.

Commissie
Het is daarom volgens de Raad beter dit onderdeel uit het wetsontwerp te halen en een commissie in te stellen die met een ‘concreet, afgewogen en goed onderbouwd voorstel komt, waarin onder meer is voorzien in een adequate rechtsgang’.

Link: Advies concept-wetsvoorstel verruiming mogelijkheden bestrijding financieel-economische criminaliteit (pdf)

 
< Vorige   Volgende >


 donderdag, 22 februari 2018





DE UITSPRAKEN

DE ZAAK HOLLEEDER, links naar de uitspraken:

BC0703 Willem Holleeder, afpersing en leider criminele organisatie
BC0697 Maruf M. medeverdachte Holleeder. Endstra is onder valse voorwendselen naar het kantoor van zijn toenmalig raadsman gelokt waar hij in de kamer van die raadsman - Bram Moszkowicz - is bedreigd door onder andere deze verdachte. Endstra is hierdoor bewogen grote sommen geld af te staan.
BC0708 Marcel K.
BC0710 Vriendin Holleeder: Maaike Dijkhuis (schuldwitwassen)

Lees ook over Holleeder (link) in het NJD



O P M E R K E L IJ K
Afwijzing aanvraag om wel heel bijzondere bijstand: kroegbezoek chronisch psychiatrisch patiënt

Afwijzing aanvraag om bijzondere bijstand. Appellante (de aanvrager) lijdt meer dan twintig jaar aan een schizoaffectieve stoornis. Zij heeft vele psychiatrische behandelingen ondergaan en jarenlang een dagactiviteitencentrum bezocht. Op 11 mei 2004 heeft appellante een aanvraag gedaan om bijzondere bijstand voor consumptiekosten in haar stamcafé Marktzicht te Utrecht (café). 

De vrouw heeft toegelicht dat zij een chronisch psychiatrisch patiënt is en dat zij niet alleen thuis kan zijn. Zij brengt haar dagen door in het café om onder de mensen te zijn.

Bij besluit van 15 juni 2004 heeft de gemeente deze aanvraag afgewezen. Bij uitspraak van 16 augustus 2005 heeft de rechtbank het beroep tegen het (latere) besluit ongegrond verklaard. Jaren later (2010) heeft de vrouw het nog een keer geprobeerd, maar de gemeente wees het weer af. Uiteindelijk belandde de zaak bij de hoogste bestuursrechter, de Centrale Raad van Beroep.

Waarom naar de kroeg?

De vrouw vindt dat zij de kosten tot een bedrag van € 300,- per maand niet meer uit haar vermogen kan bestrijden en wijst op een verklaring van haar psychiater. Daarin staat dat de vrouw niet in aanmerking komt voor reguliere dagopvang, omdat zij niet meer bestand is tegen de confrontatie met chronisch psychiatrische patiënten.

In de loop van de jaren heeft zij veel vrienden die zij via de psychiatrie heeft leren kennen, verloren onder andere door zelfdoding. Het café is een laagdrempelige manier om een sociaal netwerk op te bouwen buiten de psychiatrie. Appellante gebruikt sporadisch alcohol.

Uitspraak Centrale Raad

LEES VERDER...
 
'Rechterlijke samenwerking is goed, maar slecht ingebed'

De Rechtspraak, Den Haag -  Onderlinge afspraken tussen rechters over strafhoogtes en rekenmethoden bevorderen de eenheid in het recht, maar zijn nog te weinig wettelijk verankerd. Een deel van deze rechterlijke regelingen kan beter zichtbaar gemaakt worden.

Dat stelt onderzoeker Ard Schoep in zijn bijdrage aan de zojuist verschenen bundel ‘Rechterlijke Macht, studies voor rechtspraak en rechtshandelingen in Nederland’.

Afspraken
Een deel van de beslissingen in de rechtszaal vloeit voort uit afspraken en regelingen die gemaakt zijn door rechters zelf. Die afspraken worden vaak landelijk nagevolgd en hebben daarmee veel invloed. Een bekend voorbeeld is de formule waarmee kantonrechters sinds vijftien jaar de hoogte berekenen van ontslagvergoedingen: grofweg het aantal dienstjaren maal het maandsalaris.

LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden