Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Man neemt op bijzondere wijze afscheid van partner maar pleegt daardoor wel grafschennis

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Man neemt op bijzondere wijze afscheid van partner maar pleegt daardoor wel grafschennis

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina arrow Weer & verkeer
 
Man neemt op bijzondere wijze afscheid van partner maar pleegt daardoor wel grafschennis
dinsdag, 2 oktober 2012

Kist lag open, hovenier zag dat man haar 'aaide op haar gezicht'

De zaak gaat om een man die afscheid neemt van zijn partner, ná de uitvaart. De tenlastelegging in deze opmerkelijke zaak is toegesneden op art. 149 Sr. en die bepaling luidt als volgt: "Hij die opzettelijk een graf schendt of enig op een begraafplaats opgericht gedenkteken opzettelijk en wederrechtelijk vernielt of beschadigt, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie."

Bewezenverklaard is dat hij op 27 augustus 2008 te Amsterdam opzettelijk een graf, aan de Begraafplaats Frederik Roeskestraat, heeft geschonden. Het cassatiemiddel klaagt onder meer dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat hier sprake is van grafschennis als bedoeld in art. 149 Sr.

De bewezenverklaring steunt onder meer op hetgeen volgt uit de verklaring van een hovenier. En die schets - in meerdere opzichten - een nogal droevig beeld:

 'Ik ben werkzaam voor Begraafplaats Buitenveldert, gelegen aan de Fred Roeskestraat te Amsterdam. Mijn functie is hovenier/grafdelver. Ik was op 27 augustus 2008 werkzaam op de begraafplaats. Daar was een uitvaart gaande van een overleden vrouw. Na de uitvaart kwam ik bij het graf van deze vrouw.

Ik zag dat de kist op het zogenaamde daaltoestel stond en tot het maaiveld van het graf was ingedaald. Ik zag dat voor dit graf, aan het voeteneind, een man half op het daaltoestel hing. Ik zag dat hij half in het graf op de kist hing. Ik hoorde de man in dronkemanstaal schelden en vloeken. Ik heb getracht het daaltoestel te verwijderen en mijn collega wilde het groen verwijderen.

Dit werd ons door de man onmogelijk gemaakt. Toen wij ons werk wilden voortzetten werd ik door de man weggeduwd. Ik hoorde toen dat hij tegen mij zei: "Ik ga je slaan, je blijft bij mijn vrouw weg en je laat haar met rust". Ik zag toen dat hij opstond met een fles in zijn hand. Ik zag dat dit een fles was waar sterke drank in zit. Ik zag dat ongeveer een kwart van deze drank nog in de fles zat. Ik zag dat hij zijn hand ophief om mij met deze fles te gaan slaan. Ik zag toen dat mijn collega de hand met de fles erin kon pakken en zo kon voorkomen dat hij mij met deze fles raakte. Ik voelde mij door deze man zeer bedreigd.

Ik zag toen even later dat de man in het graf sprong. Ik zag ook dat de man in het graf stond. Toen ik dichterbij kwam zag ik dat de deksel van de kist was afgerukt. Daarbij moet geweld zijn toegepast omdat de kist normaliter is dichtgeschroefd met plug en schroef. Ik zag dat de schroeven er met plug en al waren uitgerukt. Toen ik in het graf keek, zag ik ook de vrouw daadwerkelijk in haar kist liggen. Ik zag dat de man haar aanraakte. Ik zag namelijk dat hij haar aaide op haar gezicht."

De Hoge Raad stelt zakelijk vast:

'3.3. Het Hof heeft vastgesteld dat de verdachte het nog geopende graf van zijn partner is ingegaan, het deksel van de kist heeft gehaald, zijn overleden partner heeft aangeraakt en vastgehouden. Het Hof heeft geoordeeld dat de verdachte aldus de integriteit van het graf heeft geschonden en dat deze handelingen kunnen worden gekwalificeerd als grafschennis in de zin van art. 149 Sr. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd.'

Einde strafzaak.

LJN: BX0799, Hoge Raad, 10/04415
 
< Vorige   Volgende >


 maandag, 16 juli 2018