Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Hof Arnhem legt minder straf op: 8 en 5 jaar gevangenisstraf voor verdachten Groninger HIV-zaken

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Hof Arnhem legt minder straf op: 8 en 5 jaar gevangenisstraf voor verdachten Groninger HIV-zaken

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina
 
Hof Arnhem legt minder straf op: 8 en 5 jaar gevangenisstraf voor verdachten Groninger HIV-zaken
vrijdag, 30 november 2012

Gerechtshof Arnhem  - Gisteren heeft de meervoudige strafkamer van het gerechtshof te Arnhem arrest gewezen in het hoger beroep in de strafzaken tegen de verdachten Peter M. en Hans J., die er onder andere van beschuldigd worden andere mannen op door hen georganiseerde ‘seksfeesten’ te hebben ingespoten met het met HIV besmette bloed van verdachte Hans J.

Het gerechtshof veroordeelt verdachte Peter M. tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van acht jaren en verdachte Hans J. tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren.

Eerdere verloop van de zaak

De verdachten zijn bij vonnis van de rechtbank Groningen van 12 november 2008 vrijgesproken van de primair tenlastegelegde gevallen van zware mishandeling dat is het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, maar wel veroordeeld voor diverse pogingen daartoe.

Daarnaast zijn zij veroordeeld voor enkele Opiumwetdelicten en is Peter M. nog veroordeeld voor verduistering en het meermalen seksueel binnendringen van iemand die in staat van lichamelijke onmacht verkeert. Peter M. heeft een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd gekregen voor de duur van negen jaar, Hans J. voor de duur van vijf jaar.

In hoger beroep heeft het gerechtshof te Leeuwarden op 22 januari 2010 verdachten ter zake van voltooide zware mishandeling en een poging daartoe veroordeeld. Daarnaast zijn zij veroordeeld voor enkele Opiumwetdelicten en is Peter M. veroordeeld voor verduistering en het eenmaal binnendringen van iemand die in staat van lichamelijke onmacht verkeert. Aan Peter M. is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd van twaalf jaren met aftrek en aan Hans J. van negen jaren met aftrek.

Bij arrest van de Hoge Raad van 27 maart 2012 is het arrest van het hof vernietigd omdat het oordeel van het gerechtshof dat de gedragingen van de verdachte het bewezenverklaarde gevolg, de HIV-besmetting, ook daadwerkelijk en ten aanzien van ieder van de aangevers hebben bewerkstelligd niet toereikend gemotiveerd is. De Hoge Raad heeft de zaak naar het hof Arnhem verwezen, teneinde de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen.

Causaliteit?
Het hof stelt voorop dat de beantwoording van de vraag of causaal verband bestaat tussen de door de verdachte verrichte gedragingen – te weten het inspuiten/injecteren van hiv-besmet bloed – en de besmetting van de aangevers, dient te geschieden aan de hand van de maatstaf of die besmetting redelijkerwijs als gevolg van het inspuiten/injecteren van bloed aan de verdachte kan worden toegerekend.

Voor het redelijkerwijs toerekenen van het gevolg aan (een gedraging van) de verdachte is ten minste vereist dat wordt vastgesteld dat dit gedrag een onmisbare schakel kan hebben gevormd in de gebeurtenissen die tot het gevolg hebben geleid, alsmede dat ook aannemelijk is dat het gevolg met een aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid door de gedraging van de verdachte is veroorzaakt. Daarbij kan worden betrokken in hoeverre aannemelijk is geworden dat andere, niet aan de gedraging van de verdachte gerelateerde oorzaken hoogstonwaarschijnlijk niet tot dat gevolg hebben geleid.

De vraag of kan worden vastgesteld dat het gedrag van de verdachten een onmisbare schakel kan hebben gevormd in de gebeurtenissen die tot het gevolg hebben geleid, beantwoordt het hof positief.

Wat betreft beantwoording van de vraag of ook aannemelijk is dat het gevolg met een aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid door de gedraging van de verdachte is veroorzaakt, heeft het hof ten eerste gelet op de feiten en omstandigheden die er kort gezegd op neerkomen dat aangevers naast de seksuele contacten met verdachten ook dergelijke contacten hadden met anderen dan aangevers, bijvoorbeeld in gay-sauna’s of in het Stadspark te Groningen.

Ten tweede heeft het hof gelet op de inhoud van de rapporten van de getuige-deskundigen die een onderzoek hebben ingesteld naar de genetische verwantschap tussen de virusvarianten van verdachte, de medeverdachten en de aangevers.

Uit de inhoud van voornoemde rapportages en de ter terechtzitting afgelegde verklaringen van de getuige-deskundigen leidt het hof – kort samengevat – af dat over het moment van besmetting geen uitspraak kan worden gedaan, dat op basis van het onderzoek geen besmettingsrichting of –keten kan worden aangewezen en dat niet kan worden uitgesloten dat aangevers of onbekende derden de bron van de onderzochte infecties zijn.

Concluderend is hof van oordeel dat niet hoogstonwaarschijnlijk is dat het bij aangevers geconstateerde zwaar lichamelijk letsel, te weten de HIV-besmetting, kan zijn veroorzaakt door een ander dan verdachte of zijn medeverdachten en op een andere wijze dan in de tenlastelegging is verwoord, zoals het hebben van onbeschermde seks door iemand die met HIV is besmet. Daarmee wordt de vraag of aannemelijk is dat het gevolg met een aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid door de gedraging van de verdachte is veroorzaakt, ontkennend beantwoord.

Met de rechtbank is het hof van oordeel dat de genoemde omstandigheden de situatie mogelijk maken dat op het moment dat de tenlastegelegde gedragingen werden gepleegd – bijvoorbeeld een aangever injecteren met hiv-besmet bloed – deze aangever reeds (enige tijd tevoren) was besmet met een virusvariant uit hetzelfde cluster door een ander dan verdachte(n), dan wel kort daarna is besmet, omdat ook een injectie niet in alle gevallen tot een besmetting hoeft te leiden.

Het hof spreekt verdachte dan ook vrij van de tenlastegelegde voltooide delicten, maar veroordeelt verdachten ten aanzien van de pogingen tot zware mishandeling, naast de Opiumwetdelicten en in geval van verdachte Peter M. de verduistering, tot in geval van Peter M. een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van acht jaren met aftrek en Hans J. tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren met aftrek.

Het voorarrest van Hans J. was in mei al door het gerechtshof opgeheven. Inmiddels is dat ook gebeurd ten aanzien van Peter M. omdat hij al twee derde van de opgelegde straf heeft uitgezeten.

Uitspraken LJN: BY4622 en BY4618
 
< Vorige   Volgende >


 zaterdag, 21 juli 2018






O P M E R K E L IJ K
Afwijzing aanvraag om wel heel bijzondere bijstand: kroegbezoek chronisch psychiatrisch patiënt

Afwijzing aanvraag om bijzondere bijstand. Appellante (de aanvrager) lijdt meer dan twintig jaar aan een schizoaffectieve stoornis. Zij heeft vele psychiatrische behandelingen ondergaan en jarenlang een dagactiviteitencentrum bezocht. Op 11 mei 2004 heeft appellante een aanvraag gedaan om bijzondere bijstand voor consumptiekosten in haar stamcafé Marktzicht te Utrecht (café). 

De vrouw heeft toegelicht dat zij een chronisch psychiatrisch patiënt is en dat zij niet alleen thuis kan zijn. Zij brengt haar dagen door in het café om onder de mensen te zijn.

Bij besluit van 15 juni 2004 heeft de gemeente deze aanvraag afgewezen. Bij uitspraak van 16 augustus 2005 heeft de rechtbank het beroep tegen het (latere) besluit ongegrond verklaard. Jaren later (2010) heeft de vrouw het nog een keer geprobeerd, maar de gemeente wees het weer af. Uiteindelijk belandde de zaak bij de hoogste bestuursrechter, de Centrale Raad van Beroep.

Waarom naar de kroeg?

De vrouw vindt dat zij de kosten tot een bedrag van € 300,- per maand niet meer uit haar vermogen kan bestrijden en wijst op een verklaring van haar psychiater. Daarin staat dat de vrouw niet in aanmerking komt voor reguliere dagopvang, omdat zij niet meer bestand is tegen de confrontatie met chronisch psychiatrische patiënten.

In de loop van de jaren heeft zij veel vrienden die zij via de psychiatrie heeft leren kennen, verloren onder andere door zelfdoding. Het café is een laagdrempelige manier om een sociaal netwerk op te bouwen buiten de psychiatrie. Appellante gebruikt sporadisch alcohol.

Uitspraak Centrale Raad

LEES VERDER...
 
Brief Raad voor de rechtspraak na tweede rondgang langs gerechten

Rvdr, Den Haag -  De Raad voor de rechtspraak treft dertien concrete maatregelen om de in december 2012 in een manifest gesignaleerde problemen op te lossen en onvrede in de Rechtspraak weg te nemen.

Dat staat in een brief die de Raad voor de rechtspraak aan alle medewerkers heeft gestuurd. De aanleiding voor de brief was een manifest dat door raadsheren van het toenmalige gerechtshof in Leeuwarden was opgesteld. Dit manifest riep de Raad voor de rechtspraak en de gerechtsbesturen op prioriteit te geven aan kwaliteit en inhoud van het rechtspreken en minder te sturen op productiecijfers.

LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden