Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Onderzoek WODC: Wat is het meest effectief bij langdurig toezicht op zedendelinquenten?

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Onderzoek WODC: Wat is het meest effectief bij langdurig toezicht op zedendelinquenten?

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina arrow Publicaties arrow Onderzoek WODC: Wat is het meest effectief bij langdurig toezicht op zedendelinquenten?
 
Onderzoek WODC: Wat is het meest effectief bij langdurig toezicht op zedendelinquenten?
dinsdag, 4 december 2012

Min VenJ - Op dit moment kan maximaal negen jaar toezicht worden gehouden op delinquenten na afloop van de tbs. Als het concept wetsvoorstel ‘Langdurig toezicht en vrijheidsbeperking’ wordt aangenomen, kan tot levenslang toezicht worden gehouden op zeden- en geweldsdelinquenten.

Belangrijk is te weten wat binnen dat toezicht juist wel of juist niet zou moeten gebeuren om nieuwe delicten te voorkomen. Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) onderzocht wat bekend is over effectieve invulling van toezicht op zedendelinquenten. De resultaten van het onderzoek zullen door het Ministerie van Veiligheid en Justitie betrokken worden bij het wetsvoorstel langdurig toezicht.

Combinatie van controle en steun

Onderzoek laat zien dat toezichtprogramma’s waarin alleen een sterke nadruk op controle ligt niet leiden tot recidivevermindering. Er is echter wél evidentie voor de effectiviteit van toezichtprogramma’s die bestaan uit een combinatie van controle met begeleiding, behandeling of sociale steun.

Cognitieve-gedragstherapie blijkt binnen toezicht op zedendelinquenten een effectief onderdeel, vooral als deze behandeling zich toespitst op de specifieke mogelijkheden en risicofactoren van een delinquent. Ook libidoremmende medicatie blijkt binnen reclasseringstoezicht veelbelovend wat betreft het verminderen van het recidiverisico bij sommige groepen zedendelinquenten.

Andere factoren die van belang zijn voor effectief toezicht zijn maatwerk wat betreft aard en intensiteit van toezicht, de invulling van de werkrelatie van de professional met de delinquent, het motiveren van de delinquent en randvoorwaarden zoals geschikte huisvesting voor de delinquent. Onbekend is echter nog hoe effectief het toezicht is als dit vele jaren duurt.

Registratie, notificatie en woonplaatsrestrictie bij zedendelinquenten
In de VS en Engeland zijn veroordeelde zedendelinquenten verplicht zich te laten inschrijven bij de lokale autoriteiten (registratie) en worden professionele instanties en/of het publiek geïnformeerd als een zedendelinquent vrijkomt (notificatie). Woonplaatsrestricties verbieden geregistreerde zedendelinquenten binnen een bepaalde afstand (meestal 300-600 meter) te wonen van plaatsen waar zich groepen kinderen kunnen ophouden.

Onderzoek laat zien dat registratie in het algemeen geen effect heeft op recidive van geregistreerde zedendelinquenten. Wél zijn er voorzichtige aanwijzingen dat registratiewetgeving mogelijk een recidiveverminderend effect heeft bij zedendelinquenten uit de hoogste risicocategorie.

Er is geen wetenschappelijk bewijs dat publieksnotificatie en woonplaatsrestrictie zoals deze in de VS bij grote groepen zedendelinquenten wordt toegepast de kans op terugval met een nieuw zedendelict verkleinen. Onderzoek waarbij zedendelinquenten en hun naasten zijn ondervraagd, wijst daarentegen wel op negatieve bijeffecten zoals sociale uitsluiting. Het effect van deze juridische instrumenten lijkt vooral af te hangen van de manier waarop ze in de praktijk worden vormgegeven.

Bij discrete, beperkte publieksnotificatie en selectieve notificatie aan professionele instanties zoals dit in Engeland en Nederland gebeurt, lijken negatieve bij-effecten op de re-integratie uit te blijven. Over het effect hiervan op recidive van zedendelinquenten is echter nog weinig bekend.

Link: memorandum-2012-5-toezicht-op-zedendelinquenten

 
< Vorige   Volgende >


 maandag, 20 november 2017





DE UITSPRAKEN

DE ZAAK HOLLEEDER, links naar de uitspraken:

BC0703 Willem Holleeder, afpersing en leider criminele organisatie
BC0697 Maruf M. medeverdachte Holleeder. Endstra is onder valse voorwendselen naar het kantoor van zijn toenmalig raadsman gelokt waar hij in de kamer van die raadsman - Bram Moszkowicz - is bedreigd door onder andere deze verdachte. Endstra is hierdoor bewogen grote sommen geld af te staan.
BC0708 Marcel K.
BC0710 Vriendin Holleeder: Maaike Dijkhuis (schuldwitwassen)

Lees ook over Holleeder (link) in het NJD



O P M E R K E L IJ K
Conservatoir beslag op urn met as omdat kind medaillon met as wil dragen net als de andere kinderen

Alleen aanvoeren dat band met overledene goed was blijkt onvoldoende

Een dochter wil een klein deel van de as van haar overleden vader in een medaillon dragen. De weduwe weigert echter afgifte en zo belandt de familie bij de rechter. De dochter (A) heeft aan haar vorderingen ten grondslag gelegd dat B onzorgvuldig en aldus onrechtmatig jegens haar handelt door te weigeren een klein deel van de as van X aan haar af te staan, vooral omdat de andere (stief)kinderen van de overleden persoon wel een medaillon met as van X hebben gekregen. De dochter heeft op 9 januari 2013 - na verkregen verlof daartoe van de voorzieningenrechter van deze rechtbank bij beschikking van 3 januari 2013 - conservatoir beslag laten leggen op de urn met de as. Voor het aannemen van een zogeheten onrechtmatige daad zijn de nodige voorwaarden. De rechter beslist als volgt, na een korte inleiding op die criteria:

LEES VERDER...
 
'Rechterlijke samenwerking is goed, maar slecht ingebed'

De Rechtspraak, Den Haag -  Onderlinge afspraken tussen rechters over strafhoogtes en rekenmethoden bevorderen de eenheid in het recht, maar zijn nog te weinig wettelijk verankerd. Een deel van deze rechterlijke regelingen kan beter zichtbaar gemaakt worden.

Dat stelt onderzoeker Ard Schoep in zijn bijdrage aan de zojuist verschenen bundel ‘Rechterlijke Macht, studies voor rechtspraak en rechtshandelingen in Nederland’.

Afspraken
Een deel van de beslissingen in de rechtszaal vloeit voort uit afspraken en regelingen die gemaakt zijn door rechters zelf. Die afspraken worden vaak landelijk nagevolgd en hebben daarmee veel invloed. Een bekend voorbeeld is de formule waarmee kantonrechters sinds vijftien jaar de hoogte berekenen van ontslagvergoedingen: grofweg het aantal dienstjaren maal het maandsalaris.

LEES VERDER...
 
U I T G E L I C H T
Ooit veroordeeld als tiener door kinderrechter en nu verwijdering DNA-databank? Dat kan

Internet kan een eeuwig brandmerk zijn bij een misstap, maar een DNA-profiel in een landelijke databank voelt misschien wel net zo bezwaarlijk. Jaarlijks staan bijna 3.000 minderjarigen na hun veroordeling voor een strafbaar feit DNA-gegevens af aan justitie.

In deze zaak gaat het om een bezwaarschrift ex artikel 7 van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. Uit het dossier blijkt dat de veroordeelde jongeman - 12 jaar tijdens het misdrijf - op straat een telefoon van iemand heeft gejat. Hij heeft verklaard dat hij dit had gedaan, omdat hij in de disco zijn telefoon verloren was en dit niet aan zijn moeder durfde te vertellen.

Hij is op 15-jarige leeftijd veroordeeld door de kinderrechter en nadien niet meer met justitie in aanraking gekomen. Het bewezen verklaarde delict moet worden aangemerkt als een eenmalig incident, bezien tegen de achtergrond van de levensfase waarin de veroordeelde verkeerde en met name de moeilijke periode die hij doormaakte vanwege het overlijden van onder meer zijn opa en de ziekte van zijn stiefvader.

Het recidiverisico wordt zeer klein geacht. Wel zijn er nog zorgen vanwege zijn lage IQ, waardoor de hij over weinig 'probleemoplossend vermogen beschikt om te kunnen denken hoe hij dingen anders moet aanpakken, maar er wordt aan gewerkt om hem daarin te trainen', staat in de uitspraak (i.c. beslissing).

OvJ moet celmateriaal laten vernietigen

LEES VERDER...
 
President Geert Corstens kondigt terugtreden Hoge Raad aan miv 1 november
Geert Corstens heeft in zijn (interne) nieuwjaarstoespraak zijn terugtreden als president van de Hoge Raad per 1 november 2014 aangekondigd, meldt het hoogste rechtscollege.
LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden