Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Asielrechtadvocate kan medicijngebruik in tuchtzaak niet aanwenden als excuus fouten: berisping

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Asielrechtadvocate kan medicijngebruik in tuchtzaak niet aanwenden als excuus fouten: berisping

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriėntatie:  Voorpagina arrow Advocatuur arrow Asielrechtadvocate kan medicijngebruik in tuchtzaak niet aanwenden als excuus fouten: berisping
 
Asielrechtadvocate kan medicijngebruik in tuchtzaak niet aanwenden als excuus fouten: berisping
woensdag, 5 december 2012

Advocate was letterlijk en figuurlijk even de weg kwijt

Een asielrechtadvocate is berispt vanwege een aantal nalatigheden. Een beroep op medicijngebruik heeft dit tuchtrechtelijke oordeel niet kunnen voorkomen. De advocate (verweerster) had klagers in een asielprocedure bijgestaan in de beroepsprocedure bij de rechtbank. Ze had onder meer bij het beroepschrift behorende producties te laat aangeleverd, misleidende informatie verschaft aan cliėnten, wederpartij en klagers. De Raad oordeelt bij beslissing van 26 november 2012 in de zaak H 104-2012 als volgt.

BEOORDELING

5.1        Als door verweerster erkend staat vast dat zij het aanhoudingsverzoek, de begeleidende brief bij de documenten en het verweerschrift van de X nį de zitting van de rechtbank van 15 november 2011 aan klagers heeft toegestuurd. Het eerste onderdeel van de klacht is derhalve gegrond.

5.2        Uit de aan de raad overgelegde stukken en uit hetgeen ter zitting naar voren is gebracht, is gebleken dat de eerste zitting op verzoek van verweerster, wegens een ziekenhuisopname van haar dochter, is aangehouden. Klagers hebben ter zitting verklaard dat hierover overleg met hen had plaatsgevonden. Vast is komen te staan dat verweerster ter zitting van 15 november 2011 te laat is verschenen, omdat zij zich bij de verkeerde locatie had gemeld.

Een advocaat dient zich van te voren te vergewissen bij welke locatie zij wordt verwacht en dient vervolgens tijdig voor de zitting te verschijnen. Verweerster heeft derhalve niet zorgvuldig gehandeld door zich bij de verkeerde locatie te melden. Dit geldt temeer waar in de oproepingsbrief duidelijk stond vermeld bij welke locatie verweerster werd verwacht. Niet is komen vast te staan dat verweerster onvoorbereid ter zitting is verschenen. De raad zal het tweede klachtonderdeel gegrond verklaren, voor zover dit betrekking heeft op het te laat ter zitting verschijnen door verweerster.

5.3        Als door verweerster erkend staat vast dat verweerster de bij het beroep behorende productieste laat naar de wederpartij (X) heeft gestuurd. Ten gevolge hiervan heeft de X pas kort voor de zitting inhoudelijk gereageerd, welke reactie door verweerster niet meer aan klagers is toegezonden. Verweerster heeft aldus niet gehandeld zoals van een behoorlijk handelend advocaat mag worden verwacht. Het derde klachtonderdeel zal eveneens gegrond worden verklaard.

5.4        Verweerster heeft voorts erkend dat zij als verklaring voor de te late toezending van de producties onjuiste informatie aan klagers, de rechtbank en de wederpartij heeft gegeven. Verweerster stelt dat haar gedrag een direct gevolg was van medicijngebruik op dat moment.

Klagers hebben de door verweerster aangevoerde medische gesteldheid ter zitting betwist. Verweerster heeft vervolgens ter zitting aangeboden hierover een verklaring van haar behandelend arts aan de raad te doen toekomen. Verweerster is bij brief van 13 augustus 2012 opgeroepen voor de zitting van 1 oktober 2012 en bij voormelde brief in de gelegenheid gesteld om tot uiterlijk 14 dagen voor de zitting nadere stukken over te leggen.

Door verweerster zijn geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht die de raad tot het oordeel brengen dat verweerster zou moeten worden toegestaan om nog na de zitting stukken aan de raad over te leggen.

5.5        Verweerster heeft noch ter zitting noch voorafgaand aan de zitting aannemelijk gemaakt dat haar gedragingen een direct gevolg waren van medicijngebruik. Wat hiervan ook zij, ook indien het gedrag van verweerster een direct gevolg zou zijn geweest van medicijngebruik, zou dat niet hebben afgedaan aan het tuchtrechtelijk verwijtbare karakter daarvan. De raad zal het vierde onderdeel van de klacht eveneens gegrond verklaren.

MAATREGEL

6.1        Vast staat dat verweerster aan zowel klagers als de X en de rechtbank te laat stukken heeft gezonden en daarvoor een onjuiste verklaring heeft gegeven. Met name door dit verschaffen van misleidende informatie aan cliėnten en aan derden wordt het vertrouwen in de advocatuur geschaad. Dit valt verweerster dan ook tuchtrechtelijk ernstig aan te rekenen.

6.2        Uit de aan de raad overgelegde stukken en uit hetgeen ter zitting naar voren is gebracht, is de raad gebleken dat verweerster zich hiervan achteraf terdege bewust is. Verweerster heeft ook excuses voor haar gedrag aangeboden. Op grond hiervan is de raad van oordeel dat kan worden volstaan met het opleggen van de maatregel berisping.

YA3523 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch H 104 - 2012
 
< Vorige   Volgende >


 dinsdag, 17 juli 2018






O P M E R K E L IJ K
Spelend met ontbloot geslachtsdeel in een auto rondrijden bestraft met taakstraf
Verdachte heeft meermalen met ontbloot geslachtsdeel in een auto rondgereden, waarbij hij bij zichzelf seksuele handelingen heeft verricht. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 140 uur, waarvan 60 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
LEES VERDER...
 
'Rechterlijke samenwerking is goed, maar slecht ingebed'

De Rechtspraak, Den Haag -  Onderlinge afspraken tussen rechters over strafhoogtes en rekenmethoden bevorderen de eenheid in het recht, maar zijn nog te weinig wettelijk verankerd. Een deel van deze rechterlijke regelingen kan beter zichtbaar gemaakt worden.

Dat stelt onderzoeker Ard Schoep in zijn bijdrage aan de zojuist verschenen bundel ‘Rechterlijke Macht, studies voor rechtspraak en rechtshandelingen in Nederland’.

Afspraken
Een deel van de beslissingen in de rechtszaal vloeit voort uit afspraken en regelingen die gemaakt zijn door rechters zelf. Die afspraken worden vaak landelijk nagevolgd en hebben daarmee veel invloed. Een bekend voorbeeld is de formule waarmee kantonrechters sinds vijftien jaar de hoogte berekenen van ontslagvergoedingen: grofweg het aantal dienstjaren maal het maandsalaris.

LEES VERDER...
 
U I T G E L I C H T
Rechtszitting over Zwarte Piet is op donderdag 16 oktober

RvS, Den Haag -  De rechtszitting over de hoger beroepen tegen de uitspraak van de rechtbank van Amsterdam over de figuur van Zwarte Piet wordt gehouden op donderdag 16 oktober aanstaande om 10.00 uur in het gebouw van de Raad van State aan de Kneuterdijk in Den Haag.

Het is de bedoeling dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in november van dit jaar een uitspraak doet.

Uitspraak van de rechtbank
Op 3 juli van dit jaar heeft de rechtbank zich uitgesproken over de evenementenvergunning die de burgemeester van Amsterdam had verleend voor de intocht van Sinterklaas in 2013. Twintig mensen kwamen hiertegen in beroep, omdat het evenement de figuur van Zwarte Piet bevat die fundamentele vrijheden aantast en teniet doet.

LEES VERDER...
 
Hans Schenk voorzitter commissie herziening SER-Fusiegedragsregels
Hoogleraar Hans Schenk van Utrecht University School of Economics gaat als kroonlid van de Sociaal-Economische Raad (SER) de commissie over de herziening van de SER-Fusiegedragsregels voorzitten. Dit laat de Universiteit Utrecht weten. Deze gedragsregels zijn in 2001 in werking getreden en beschermen de belangen van werknemers bij voorgenomen fusies tussen ondernemingen. Sindsdien zijn er verschillende knelpunten gesignaleerd bij de toepassing en reikwijdte van de SER Fusiegedragsregels.
LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden