Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Hoge Raad: zaak 'zes van Breda' moet over

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Hoge Raad: zaak 'zes van Breda' moet over

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina
 
Hoge Raad: zaak 'zes van Breda' moet over
dinsdag, 18 december 2012

Hoge Raad, Den Haag - De Hoge Raad verklaart vandaag de vordering tot herziening van de zaak 'de zes van Breda' gegrond. Het gaat in deze zaak om de veroordelingen voor de doodslag in 1993 op een vrouw in Chinees restaurant Peacock in Breda. Het hof Den Haag moet deze zaak opnieuw behandelen.

De Hoge Raad komt tot dit oordeel op basis van getuigenverklaringen die wel in het bij de politie achtergebleven politiedossier zaten maar niet in het justitiedossier. Dat betekent dat de rechters die eerder veroordelingen in deze zaak hebben uitgesproken geen kennis hadden van deze getuigenverklaringen.

Het gaat daarbij om twee getuigen die de hele nacht in de buurt van het restaurant waar het slachtoffer om het leven kwam in een bushokje hebben gezeten. Zij verklaren niets te hebben gezien en dat lijkt in tegenspraak met de voor het bewijs gebruikte verklaringen van enkele veroordeelden.

Er is dus voldaan aan het wettelijke criterium van een ernstig vermoeden dat de rechters tot een andere beslissing zouden zijn gekomen indien zij deze niet in het dossier opgenomen verklaringen hadden gekend, aldus de Hoge Raad.

Achtergrond
Op 4 juli 1993 is in het toenmalige Chinese restaurant Peacock in Breda het stoffelijk overschot aangetroffen van de moeder van de eigenaar van het restaurant. Zij bleek door geweld om het leven te zijn gekomen.

Het hof Den Bosch veroordeelde in 1995 drie mannen (A.B., A.T. en A.L.) voor het medeplegen van deze doodslag tot een gevangenisstraf van 10 jaar. Drie vrouwen (J. v. H., C. N. en J. v.d. L.) zijn door de rechtbank Breda in 1994, dan wel door het hof Den Bosch in 1995 veroordeeld voor medeplichtigheid hieraan.

Twee kregen een gevangenisstraf van twee jaar, waarvan drie maanden voorwaardelijk, de derde een gevangenisstraf van vijftien maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk. Alle veroordeelden hebben hun straf uitgezeten.

De veroordelingen zijn vrijwel uitsluitend gebaseerd op de bekennende verklaringen die de drie vrouwelijke veroordeelden tegenover de politie hebben afgelegd.

Een van hen heeft al voor de behandeling van haar zaak in hoger beroep verklaard dat zij haar bekennende verklaringen wilde intrekken. De mannelijke veroordeelden hebben altijd ontkend dat zij bij dit misdrijf betrokken waren.

Eén van de veroordeelden, A.T., heeft zijn onherroepelijke veroordeling onder de aandacht gebracht van het project 'Gerede Twijfel Antenne VU'. Het resultaat van het vervolgens verrichte onderzoek (het rapport 'De dood in het Chinese restaurant. Een moord met vele verhalen') is voorgelegd aan de toegangscommissie van de Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken (CEAS).

Op verzoek van de toegangscommissie heeft het Openbaar Ministerie nader onderzoek laten verrichten. De toegangscommissie van de CEAS en het college van procureurs-generaal van het Openbaar Ministerie hebben deze zaak voorgelegd aan de procureur-generaal bij de Hoge Raad, die de zaak in onderzoek heeft genomen.

Op verzoek van de procureur-generaal bij de Hoge Raad hebben een team van rechercheurs en een officier van justitie zich opnieuw over deze zaak gebogen. Ook heeft het NFI nieuw technisch onderzoek verricht. Het onderzoek stond onder supervisie van advocaat-generaal Aben. De resultaten van dit onderzoek waren voor hem aanleiding herziening te vorderen.

Link uitspraak: BW7190

 
< Vorige   Volgende >


 maandag, 23 april 2018





DE UITSPRAKEN

DE ZAAK HOLLEEDER, links naar de uitspraken:

BC0703 Willem Holleeder, afpersing en leider criminele organisatie
BC0697 Maruf M. medeverdachte Holleeder. Endstra is onder valse voorwendselen naar het kantoor van zijn toenmalig raadsman gelokt waar hij in de kamer van die raadsman - Bram Moszkowicz - is bedreigd door onder andere deze verdachte. Endstra is hierdoor bewogen grote sommen geld af te staan.
BC0708 Marcel K.
BC0710 Vriendin Holleeder: Maaike Dijkhuis (schuldwitwassen)

Lees ook over Holleeder (link) in het NJD



O P M E R K E L IJ K
Kantonrechter over administratiekosten boete tegen officier en CJIB: waar zijn jullie mee bezig !!?

Incassomiddel schiet doel ver voorbij

Een opmerkelijke boete-zaak. Iedereen die wel 'ns een verkeersboete heeft gehad, kent de incasso's van het CJIB. Maar er zijn incassomaatregelen die hun doel ruim voorbij schieten, vindt kantonrechter mr. W.E.M. Verjans. Vooral wanneer het gaat om € 6,00 (zes euro) te innen ten behoeve van de Staat der Nederlanden.

Rechtsbescherming

De wetgever was in een ver verleden van opvatting dat de Wet Mulder/WAHV voldoet aan de eisen die artikel 6 van het Europese Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens stelt aan rechtsbescherming. Verjans vraagt zich af of in het kader van de huidige handhaving van deze wet nog wel sprake is van “een waarborging van de deugdelijke rechtsbescherming van de betrokkene.”

LEES VERDER...
 
Rechters gaan termijnen in civiele zaken strikt handhaven

De Rechtspraak, Den Haag - De termijnen in het rolreglement voor civiele dagvaardingszaken worden vanaf 1 oktober strikt gehandhaafd door alle rechtbanken. In de praktijk blijkt dat sommige rechters soepeler zijn dan anderen, als advocaten zich bijvoorbeeld niet aan de vastgestelde termijn houden bij het indienen van een uitstelverzoek. Daardoor ontstaat rechtsongelijkheid.

De landelijke Rolrechtersvergadering heeft daarom afgesproken met ingang van komend najaar weer streng de hand te houden aan de termijnen.

LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden