Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina
 
Hiërarchische verhouding geen grond wraking collega van eerste rechter (die advocaat goed kende)
dinsdag, 8 januari 2013

Coördinerend-rechter heeft geen inhoudelijke bemoeienis heeft met werk van overige kantonrechters in Hilversum

Het wrakingsverzoek betreft een rechter, die in een hiërarchische verhouding staat tot een collega, in een herzieningsprocedure in een arbeidszaak waarin die collega al de ontbinding had uitgesproken, niet in vrijheid tot haar oordeel zou kunnen komen. Het wrakingsverzoek is afgewezen, omdat de gronden die aan dat verzoek ten grondslag zijn gelegd alleen die collega van de rechter betreffen.

Wat was er aan de hand?

Uit de beschikking van 11 juli 2012 op het verzoek van STICHTING BASISONDERWIJS GOOI EN VECHTSTREEK te Huizen (hier verzoekster, haar advocaat is mr. J.H.Th. Frissen) volgen de achtergronden:

'Het verzoek tot wraking is – kort gezegd – gebaseerd op de volgende gronden. Voor de aanvang van de behandeling van het ontbindingsverzoek heeft mr. [B] de gemachtigden van partijen bij zich geroepen. Hij heeft op dat moment te kennen gegeven dat hij mr. Frissen, de gemachtigde van verzoekster, kent en hij heeft gevraagd of dit voor partijen een probleem vormde. Mr. Frissen en de gemachtigde van de wederpartij hebben kenbaar gemaakt dat zij geen bezwaar hadden tegen behandeling van het verzoek door mr. [B].

Gelet op de inhoud van de ontbindingsbeschikking twijfelt mr. Frissen thans wel aan de objectiviteit van mr. [B]. Mr. Frissen is van april 1986 tot 1988 werkzaam geweest in de advocatenpraktijk van mr. [B]. Er is toen een conflict ontstaan.

Mr. Frissen betwijfelt thans of mr. [B] dit conflict achter zich heeft kunnen laten. Een aanwijzing hiervoor kan worden gevonden in de motivering van de beschikking van mr. [B]; hierin is verzoekster slecht werkgeverschap verweten, terwijl dit in het geheel niet door de wederpartij (de werknemer) is aangevoerd. Omdat mr. [B] coördinerend kantonrechter is in Hilversum, kan naar de mening van verzoekster geen van de andere op deze locatie werkzame kantonrechters het verzoek tot herroeping van de door mr. [B] gewezen beschikking objectief beoordelen.

Alle kantonrechters van de locatie Hilversum zijn immers ondergeschikt aan mr. [B]. Mr. Frissen heeft geen bezwaar tegen behandeling van het verzoek tot herroeping door een kantonrechter uit Amsterdam.

Ter zitting van 27 juni 2012 heeft verzoekster aan haar wrakingsverzoek tevens ten grondslag gelegd dat zij (in de persoon van [C]) en haar advocaat voorafgaand aan de zitting van 10 mei 2012 op de gang van het gebouw van het kantongerecht zijn benaderd door mr. [B] die hen spontaan aansprak met de vraag:

 “En heren, gaat alles goed?” en vervolgens mededeelde: “Ik heb er een frisse, nieuwe rechter op gezet.” Vervolgens bleef mr. [B] op enige afstand zichtbaar nerveus om [C] en mr. Frissen heen draaien, aldus verzoekster. Op zijn zachtst gezegd kan hieruit een ernstig vermoeden worden afgeleid dat mr. [B] niet in staat is de nodige afstand te bewaren, waardoor het oordeel van mr. [A] onder druk zal komen te staan. Verzoekster krijgt hierbij een onveilig gevoel, waardoor het geďndiceerd is een andere rechter aan te wijzen. Verzoekster heeft met mr. [A] geen ervaring. Mr. Frissen heeft wel eerder een procedure gevoerd ten overstaan van mr. [A]. Bij die gelegenheid functioneerde mr. [A] onberispelijk.

De wrakingskamer oordeelt als volgt:

4.3 ( Ter beoordeling ligt voor een wrakingsverzoek dat zich richt tegen mr. [A], niet tegen mr. [B]. De gronden die verzoekster heeft aangevoerd betreffen mr. [B]. Dat mr. [B] coördinerend kantonrechter is te Hilversum, houdt niet in dat hij enige inhoudelijke bemoeienis heeft met het werk van de overige kantonrechters te Hilversum.

Mocht al sprake zijn van enige druk of bemoeienis van mr. [B] jegens mr. [A] met betrekking tot het verzoek tot herroeping, dan beschikt verzoekster over geen enkele aanwijzing dat mr. [A] hiertegen niet bestand zou zijn. Ook hetgeen zich volgens verzoekster heeft afgespeeld op de gang voorafgaand aan de zitting van 10 mei 2012 kan niet tot een ander oordeel leiden, nu dit geen enkele betrekking heeft op mr. [A].

4.4 Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de bij verzoekster bestaande vrees dat de onpartijdigheid bij mr. [A] ontbreekt niet objectief gerechtvaardigd is.

Zie: LJN: BY7599, Rechtbank Amsterdam, 516637 / HA RK 12-164

 
< Vorige   Volgende >


 woensdag, 15 augustus 2018






O P M E R K E L IJ K
Supermarkt aansprakelijk voor glijpartij ingang winkel
Letselschadezaak. Bezoeker van een supermarkt glijdt bij de ingang van de winkel uit doordat de (door regen kletsnat geworden) droogloopmat onder zijn voet wegglijdt. De rechtbank acht de supermarkt aansprakelijk voor de schade.
LEES VERDER...
 
'Rechterlijke samenwerking is goed, maar slecht ingebed'

De Rechtspraak, Den Haag -  Onderlinge afspraken tussen rechters over strafhoogtes en rekenmethoden bevorderen de eenheid in het recht, maar zijn nog te weinig wettelijk verankerd. Een deel van deze rechterlijke regelingen kan beter zichtbaar gemaakt worden.

Dat stelt onderzoeker Ard Schoep in zijn bijdrage aan de zojuist verschenen bundel ‘Rechterlijke Macht, studies voor rechtspraak en rechtshandelingen in Nederland’.

Afspraken
Een deel van de beslissingen in de rechtszaal vloeit voort uit afspraken en regelingen die gemaakt zijn door rechters zelf. Die afspraken worden vaak landelijk nagevolgd en hebben daarmee veel invloed. Een bekend voorbeeld is de formule waarmee kantonrechters sinds vijftien jaar de hoogte berekenen van ontslagvergoedingen: grofweg het aantal dienstjaren maal het maandsalaris.

LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden