Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Ruim 124 duizend euro bijstandsuitkering en bijzondere bijstand teruggevorderd ivm huis in Marokko

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Ruim 124 duizend euro bijstandsuitkering en bijzondere bijstand teruggevorderd ivm huis in Marokko

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina arrow Opmerkelijk arrow Ruim 124 duizend euro bijstandsuitkering en bijzondere bijstand teruggevorderd ivm huis in Marokko
 
Ruim 124 duizend euro bijstandsuitkering en bijzondere bijstand teruggevorderd ivm huis in Marokko
maandag, 21 januari 2013

Anoniem telefoontje bracht fraude op het spoor

Uitspraak over intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens verzwegen woning in Marokko. Bij besluit van 21 februari 2012 (het primaire besluit) heeft verweerder de uitkering van eisers (de 'bijstandgerechtigden') op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) over de periode van 1 juli 1997 tot 1 juli 2008 herzien (lees: ingetrokken) en de ten onrechte verstrekte bijstand van € 120.340,12 bruto en bijzondere bijstand van € 4.195,34 bruto teruggevorderd.

De regels

Het wettelijk kader in deze zaak is als volgt. Op grond van artikel 65, eerste lid, van de Algemene bijstandswet (Abw) (thans artikel 17, eerste lid, van de WWB) is de belanghebbende verplicht om uit eigen beweging aan de gemeente alle feiten en omstandigheden door te geven waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op zijn arbeidsinschakeling of het recht op bijstand. 

Ingevolge artikel 54, derde lid, aanhef en onder a, van de WWB kan het college een besluit tot toekenning van bijstand herzien of intrekken indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting bedoeld in artikel 17, eerste lid heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van bijstand.

De procedure

Bij besluit van 25 mei 2012 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Eisers hebben tegen dit besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft de zaak ter zitting behandeld op 24 oktober 2012. Eisers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Ook is verscheen de zoon van eisers, en een tolk in de Marrokaanse taal, E. Essebai. Het beroep wordt ongegrond verklaard.

Feiten uit de uitspraak

Eisers zijn geboren te Marokko en woonachtig in Nederland. Eisers ontvingen met ingang van 22 juni 1988 een bijstandsuitkering, laatstelijk naar de norm van gehuwden op grond van de WWB. Met ingang van 1 juli 2008 ontvangt eiser een pensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) en een aanvullende bijstandsuitkering.

Vanwege van een anonieme telefonische melding op 6 mei 2008 dat eiser in Marokko een villa heeft, heeft verweerder op dezelfde datum het Internationaal Bureau Fraude-informatie (IBF) verzocht een rechtmatigheidsonderzoek in te stellen naar eisers mogelijke vermogen in Marokko.

De Nederlandse ambassade in Marokko heeft op 7 september 2011 een rapport uitgebracht. Blijkens deze rapportage heeft de Moquaddem (het wijkhoofd) tegenover twee medewerkers van de ambassade verklaard dat hij eiser kent en dat deze al meer dan acht jaar een huis bezit in Marrakech.

De Moquaddem heeft vervolgens met deze medewerkers een bezoek gebracht aan de woning van eiser. Ook is een bezoek gebracht aan het kadaster en aan het Conservation Foncière te [plaats], alwaar een eigendomsbewijs (kadastrale inschrijving) is afgegeven. Daarin is vermeld dat de woning sinds 28 september 1987 op naam staat van eiser, geboren 1943. De waarde van de woning is door een beëdigde taxateur geschat op 930.000,- Marokkaanse Dirham (ongeveer € 84.000,-) voor het jaar 2005 en voor het jaar 2010 op 1.050.000,- Marokkaanse Dirham (ongeveer € 90.500,-).

De Sociale Recherche Gooi en Vechtstreek heeft toen een strafrechtelijk onderzoek ingesteld. De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in het Rapport Uitkeringsfraude van 2 februari 2012. Op 19 januari 2012 zijn eisers verhoord, waarvan proces-verbaal is opgemaakt. 

Terugvordering van bijstand deels verjaard, anders was 't bedrag nog hoger

Gemeente Diemen vindt dat eisers de inlichtingenverplichting niet zijn nagekomen, omdat zij geen melding hebben gemaakt van het eigendom van de woning in Marokko. Eisers beschikten over de gehele periode van bijstandsverlening over meer vermogen dan de toepasselijke vermogensgrens, waardoor zij geen recht hadden op bijstand. Terugvordering van bijstand over de periode voor 1 juli 1997 is overigens verjaard. Het recht op bijstand heeft de gemeente daarom over de periode van 1 juli 1997 tot 1 juli 2008 ingetrokken en teruggevorderd. 

Artikel 58, eerste lid, aanhef en onder a, van de WWB bepaalt dat het college kosten van bijstand terugvorderen, voor zover de bijstand ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend.

De inhoudelijke beoordeling door de rechtbank

Het toepasselijk recht

4.1.  Het bestreden besluit dateert van na 1 januari 2004, terwijl de periode in geding zowel de periode vóór als na 1 januari 2004 beslaat. Uit de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (hierna: CRvB) met betrekking tot het overgangsrecht (zie de uitspraak van de CRvB van 21 april 2005, LJN: AT4358) volgt het volgende. Vanaf 1 januari 2004 ontleent verweerder de bevoegdheid tot herziening, intrekking en terugvordering van bijstand, ook voor zover de verleende bijstand betrekking heeft op de periode vóór de inwerkingtreding van de WWB, aan de artikelen 54, 58 en 59 van de WWB.

Een redelijke wetsuitleg brengt mee dat artikel 54, derde lid, aanhef en onder a, van de WWB ook kan worden toegepast in situaties waarin het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting van artikel 65, eerste lid, van de Abw zich heeft voorgedaan voordat de inlichtingenverplichting van artikel 17, eerste lid, van de WWB is gaan gelden. De rechten en verplichtingen van eisers dienen, nu deze gedeeltelijk betrekking hebben op een tijdvak gelegen vóór 1 januari 2004, materieel te worden beoordeeld naar de wetgeving die van kracht was op de datum of gedurende het tijdvak waarop de rechten en verplichtingen betrekking hebben.

De intrekking

4.2.  De rechtbank stelt vast dat eiser op 19 januari 2012 tegenover de sociale recherche heeft verklaard dat de naam die is vermeld op de kadastrale inschrijving, zijn naam is met daarachter de naam van zijn vader. Naar het oordeel van de rechtbank bieden de kadastrale inschrijving, de bevestiging van eiser dat daarop zijn naam is vermeld alsmede de verklaring van de Moquaddem en het bezoek aan de woning,een toereikende grondslag voor de conclusie dat eiser eigenaar is van de woning. Bij dat oordeel is voorts van belang dat het adres van de woning is vermeld op twee enveloppen die eiser reeds in 1988 aan verweerder heeft gestuurd.

4.3.  Dat, zoals eisers hebben aangevoerd, het dossier geen verklaring van de Moquaddem zelf bevat maar een weergave daarvan door de sociaal attaché van de Nederlandse ambassade, leidt de rechtbank niet tot een ander oordeel. Niet gebleken is dat de verklaring van de Moquaddem onjuist zou zijn weergegeven, te meer nu deze steun vindt in de overige onderzoeksbevindingen.

4.4.  Uit de inschrijving in het kadaster blijkt dat het eigendom van de woning op
28 september 1987 aan eiser is overgedragen voor een bedrag van 280.000,- Marokkaanse Dirham (omgerekend ongeveer € 26.000,-). Uit het taxatierapport blijkt dat de woning in 2005 en in 2010 eveneens een waarde vertegenwoordigde boven de vrij te laten vermogensgrens. Met verweerder is de rechtbank dan ook van oordeel dat eisers geen recht hadden op bijstand omdat hun vermogen gedurende de gehele periode in geding boven het vrij te laten vermogen lag.

4.5.  Vaststaat dat eisers niet aan verweerder hebben gemeld dat eiser de woning in eigendom heeft. Nu het eisers redelijkerwijs duidelijk had moeten zijn dat deze gegevens van invloed konden zijn op (de omvang van) het recht op bijstand, hebben zij de op hun rustende inlichtingenverplichting geschonden.

4.6.  Het voorgaande betekent dat verweerder bevoegd was om op grond van artikel 54, derde lid, aanhef en onder a, van de WWB de bijstand van eisers over de in geding zijnde periode in te trekken. Eisers hebben geen feiten en omstandigheden aangevoerd die tot het oordeel kunnen leiden dat verweerder niet in redelijkheid van deze bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken.

De terugvordering

4.7.  Nu verweerder de bijstand van eisers terecht heeft ingetrokken, was verweerder bevoegd de ten onrechte verstrekte bijstand op grond van artikel 58, eerste lid, aanhef en onder a, van de WWB, terug te vorderen.

4.8.  Volgens vaste jurisprudentie van de CRvB is het dan aan betrokkenen om aannemelijk te maken dat over (een gedeelte van) de periode in geding wel bijstand zou zijn verleend wanneer de door hen voor het verlenen of voortzetten van de bijstand van belang zijnde inlichtingen juist en volledig waren geweest. Eisers hebben in dat kader aangevoerd dat verweerder bij de terugvordering toepassing had moeten geven aan de zogenoemde interingsnorm van 1,5 maal de geldende bijstandsnorm. De rechtbank volgt eisers daarin niet. Het is vaste jurisprudentie van de CRvB dat in geval van terugvordering deze interingsnorm niet van toepassing is (zie onder meer de uitspraak van de CRvB van 27 oktober 2009, LJN: BK3358).

4.9.  Met betrekking tot de periode waarover wordt teruggevorderd hebben eisers aangevoerd dat op grond van artikel 87 van de Abw een terugvorderingstermijn geldt van maximaal vijf jaar. Dat betekent dat verweerder slechts kan terugvorderen vanaf vijf jaar voor 1 januari 2004, zijnde 1 januari 1999, aldus eisers. De rechtbank ziet geen aanknopingspunten voor deze lezing van de wet.

Voor zover eisers hebben verwezen naar de Memorie van Toelichting bij de WWB overweegt de rechtbank dat de situatie die daar beschreven is een andere is dan hier aan de orde is. De situatie daarin ziet op een terugvordering onder het regime van de Abw, terwijl in onderhavige geval sprake is van een terugvordering op grond van de WWB.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak van mr. M. Singeling, voorzitter,
mrs. L.H. Waller en N.R. Docter, leden, in aanwezigheid van mr. C.A.R. Bleijendaal, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 november 2012.

LJN: BY8700, Rechtbank Amsterdam, AWB 12/3342 WWB
 
< Vorige   Volgende >


 maandag, 20 november 2017





DE UITSPRAKEN

DE ZAAK HOLLEEDER, links naar de uitspraken:

BC0703 Willem Holleeder, afpersing en leider criminele organisatie
BC0697 Maruf M. medeverdachte Holleeder. Endstra is onder valse voorwendselen naar het kantoor van zijn toenmalig raadsman gelokt waar hij in de kamer van die raadsman - Bram Moszkowicz - is bedreigd door onder andere deze verdachte. Endstra is hierdoor bewogen grote sommen geld af te staan.
BC0708 Marcel K.
BC0710 Vriendin Holleeder: Maaike Dijkhuis (schuldwitwassen)

Lees ook over Holleeder (link) in het NJD



O P M E R K E L IJ K
Spelend met ontbloot geslachtsdeel in een auto rondrijden bestraft met taakstraf
Verdachte heeft meermalen met ontbloot geslachtsdeel in een auto rondgereden, waarbij hij bij zichzelf seksuele handelingen heeft verricht. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 140 uur, waarvan 60 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
LEES VERDER...
 
Hof: wrakingsverzoek gegrond, raadsheer eerst gedelegeerd rc, later in rol voorzitter strafkamer
Verzoeker is ontvankelijk in zijn (tweede) wrakingsverzoek, nu sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden waarop het verzoek is gegrond. Het wrakingsverzoek komt er in de kern op neer dat de raadsheer niet heeft ingegrepen nadat zij ervan op de hoogte was gesteld dat (reeds) één van de getuigen in strijd met de beslissing van het hof en buiten aanwezigheid van de verdediging was gehoord door de politie en dat enige dagen nadien een andere getuige door de politie zou worden gehoord.
LEES VERDER...
 
UvA-eredoctoraten voor econoom Alvin Roth en rechtsgeleerde James Crawford
UvA - De Universiteit van Amsterdam (UvA) kent eredoctoraten toe aan econoom en Nobelprijswinnaar Alvin Roth en rechtsgeleerde James Crawford. Crawford ontvangt het eredoctoraat vanwege de grote invloed die hij heeft op de internationale rechtswetenschap, in het bijzonder op het internationale aansprakelijkheidsrecht.
LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden