Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Gerechtshof veroordeelt orthodox joodse man ivm niet kunnen tonen identiteitsbewijs tijdens sjabbat

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Gerechtshof veroordeelt orthodox joodse man ivm niet kunnen tonen identiteitsbewijs tijdens sjabbat

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina
 
Gerechtshof veroordeelt orthodox joodse man ivm niet kunnen tonen identiteitsbewijs tijdens sjabbat
dinsdag, 26 februari 2013

Gerechtshof Den Haag -  Het Gerechtshof Den Haag heeft op 26 februari 2013 een 42-jarige man veroordeeld die op verzoek van een politieambtenaar geen identiteitsbewijs kon laten zien, omdat hij als orthodoxe jood om religieuze redenen tijdens de sjabbat niets anders draagt dan zijn kleding.

De man heeft in deze hoger beroepzaak een geldboete van € 60,- opgelegd gekregen. Het hof acht bewezen dat de man op 8 oktober 2010 te Rijswijk niet heeft voldaan aan de verplichting om een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden, hem opgelegd door de Wet op de identificatieplicht.

De verdachte is eerder door de kantonrechter op 17 februari 2012 ontslagen van alle rechtsvervolging. De kantonrechter was van oordeel dat het in deze concrete zaak niet van de verdachte gevraagd kon worden dat hij tegen zijn religieuze verplichting in een identiteitsbewijs bij zich droeg.

Het openbaar ministerie ging in hoger beroep tegen dit vonnis, omdat het maar de vraag is of met deze verplichting wel een inbreuk wordt gemaakt op de godsdienstvrijheid van verdachte. Bovendien is de door art. 9 EVRM gegarandeerde godsdienstvrijheid niet onbegrensd en zijn daar bij wet beperkingen op mogelijk.

Door de verdediging is ter terechtzitting in hoger beroep een aantal verweren gevoerd. De verdediging heeft onder meer aangevoerd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging van de verdachte, omdat de verdachte op grond van antwoorden van de toenmalige minister van justitie Donner in de Tweede Kamer bij de totstandkoming van de Wet uitbreiding identificatieplicht (WID) bij de Memorie van Toelichting er op mocht vertrouwen dat hij niet zou worden vervolgd.

Volgens de verdediging hadden ook de religieuze verplichtingen van de verdachte op grond van art. 9 van het EVRM in het onderhavige geval moeten worden meegewogen bij de afweging om de verdachte te vervolgen.

Het hof heeft alle door de verdediging gevoerde verweren verworpen. Het hof heeft het openbaar ministerie ontvankelijk verklaard in de vervolging van de verdachte en geoordeeld dat de uitlatingen van minister Donner niet te kwalificeren zijn als concrete toezeggingen van het openbaar ministerie om in zaken als de onderhavige niet tot vervolging over te gaan.

De verdachte kon en mocht op grond van de uitlatingen van minister Donner niet de gerechtvaardigde verwachting ontlenen dat hij niet zou worden vervolgd wanneer hij zijn identiteitsbewijs niet zou kunnen tonen. Het hof heeft ook geoordeeld dat de WID niet in strijd is met artikel 9 van het EVRM.

Dit laatste artikel maakt beperkingen van het recht op godsdienstvrijheid mogelijk indien die bij wet zijn voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk zijn, onder andere, in het belang van de openbare veiligheid en voor de bescherming van de openbare orde.

De verdediging heeft eveneens aangevoerd dat de verdachte heeft gehandeld uit psychische overmacht. Hij was vanwege zijn religieuze overtuiging niet in staat om weerstand te bieden aan zijn aandrift om de religieuze geboden strikt na te leven. Het hof respecteert de keuze van de verdachte zijn geloofsregels strikt na te willen leven.

De uitoefening van de geloofsregels kan echter onverenigbaar zijn met de in Nederland geldende wettelijke regels. In dat geval zal er een afweging gemaakt moeten worden welke regels voor gaan. Nu de verdachte vanwege praktische redenen heeft afgezien van zijn wettelijke verplichting om een identiteitsbewijs te tonen, is het hof van oordeel dat niet kan worden gesproken van psychische overmacht.

Link uitspraak: BZ2283

 
< Vorige   Volgende >


 zaterdag, 21 juli 2018






O P M E R K E L IJ K
Kantonrechter over administratiekosten boete tegen officier en CJIB: waar zijn jullie mee bezig !!?

Incassomiddel schiet doel ver voorbij

Een opmerkelijke boete-zaak. Iedereen die wel 'ns een verkeersboete heeft gehad, kent de incasso's van het CJIB. Maar er zijn incassomaatregelen die hun doel ruim voorbij schieten, vindt kantonrechter mr. W.E.M. Verjans. Vooral wanneer het gaat om € 6,00 (zes euro) te innen ten behoeve van de Staat der Nederlanden.

Rechtsbescherming

De wetgever was in een ver verleden van opvatting dat de Wet Mulder/WAHV voldoet aan de eisen die artikel 6 van het Europese Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens stelt aan rechtsbescherming. Verjans vraagt zich af of in het kader van de huidige handhaving van deze wet nog wel sprake is van “een waarborging van de deugdelijke rechtsbescherming van de betrokkene.”

LEES VERDER...
 
'Rechterlijke samenwerking is goed, maar slecht ingebed'

De Rechtspraak, Den Haag -  Onderlinge afspraken tussen rechters over strafhoogtes en rekenmethoden bevorderen de eenheid in het recht, maar zijn nog te weinig wettelijk verankerd. Een deel van deze rechterlijke regelingen kan beter zichtbaar gemaakt worden.

Dat stelt onderzoeker Ard Schoep in zijn bijdrage aan de zojuist verschenen bundel ‘Rechterlijke Macht, studies voor rechtspraak en rechtshandelingen in Nederland’.

Afspraken
Een deel van de beslissingen in de rechtszaal vloeit voort uit afspraken en regelingen die gemaakt zijn door rechters zelf. Die afspraken worden vaak landelijk nagevolgd en hebben daarmee veel invloed. Een bekend voorbeeld is de formule waarmee kantonrechters sinds vijftien jaar de hoogte berekenen van ontslagvergoedingen: grofweg het aantal dienstjaren maal het maandsalaris.

LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden