Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Advocaat geschrapt door Hof na vermomming met pruik, sik en bril en meer bizarre paktijken

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Advocaat geschrapt door Hof na vermomming met pruik, sik en bril en meer bizarre paktijken

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina arrow Advocatuur arrow Advocaat geschrapt door Hof na vermomming met pruik, sik en bril en meer bizarre paktijken
 
Advocaat geschrapt door Hof na vermomming met pruik, sik en bril en meer bizarre paktijken
vrijdag, 10 mei 2013

Ook voor de meer 'gewone' advocaten geldt overigens: je mag voor betaling van declaratie geen andere zekerheid aanvaarden dan een voorschot in geld, tenzij na overleg met deken

Bij beslissing van de Raad van Discipline in het ressort ’s Gravenhage van 14 mei 2012, onder nummer R.3686/11.88, werd de maatregel van schrapping van het tableau opgelegd. De advocaat (verweerder) stapte naar het Hof van Discipline. Dat oordeelde eind vorig jaar - de beslissing is pas recent vrijgegeven - dat hij het vertrouwen in de advocatuur ernstig geschaad heeft geschaad door vermomd en onder valse naam mensen te bewegen een bankrekening ter beschikking te stellen tegen vergoeding van 100 euro per maand.

Het gaat om mr. H.F.C. K, destijds advocaat bij KDK Advocatuur te Leiden, die eerder al op 4 april 2011 werd geschorst. Het TROS tv-programma Opgelicht besteedde er een uitzending aan. Het visitekaartje van de jurist met de tekst 'eerst schieten, dan praten' deed al weinig goeds vermoeden (zie link). 

De rechtshulpverlener was verder bezig met ongeoorloofde incassomethodes en hield hij er een vijandige houding jegens de deken op na.

De feiten en de beoordeling door het Hof geven een weerbarstig beeld:

'4.1 Verweerder heeft zich op 11 april 2011 laten schrappen van het tableau nadat de Raad van Discipline op 4 april 2011 op 4 april 2011 de schorsing van verweerder ex artikel 60ab van de Advocatenwet had uitgesproken.

4.2 De redactie van T. is in het bezit gekomen van een flyer van SOS. Na een mailwisseling en een telefoongesprek is er een afspraak gemaakt voor een gesprek op 8 februari 2011 tussen K. en twee redactieleden van T. die zich voordeden als oma en kleinzoon. Van dit gesprek is een geluidsopname gemaakt. Voorts is er gefilmd met een verborgen camera. In dat gesprek heeft K. de werkwijze en doelstelling van SOS toegelicht.

Deelnemers zouden een rekening ter beschikking moeten stellen op eigen naam, er zouden geen schulden worden gemaakt en telkens aan het einde van het jaar zou de rekening worden leeggehaald zodat er geen saldo behoefde te worden opgegeven aan de fiscus. Desgevraagd antwoordt K. dat deze gang van zaken niet verboden is, maar dat de banken het niet willen hebben en de overheid dit soort dingen wil ontmoedigen.

SOS zou niet zelf een paar honderd bankrekeningen beschikbaar kunnen stellen en daarom andere mensen nodig hebben. Volgens de deken en mr. M, lid van de Raad van Toezicht voor de Orde van Advocaten bij de Hoge Raad der Nederlanden, is de stem van verweerder goed herkenbaar bij het beluisteren van de opname.

Zowel de deken als mr. M. herkennen verweerder op de gemaakte filmopnamen. Na afloop van het gesprek hebben medewerkers van T. geconstateerd dat K. in een auto stapte waarvan het kenteken op naam van een beheervennootschap staat, waarvan verweerder bestuurder is.

4.3 De stichting J gevestigd op het kantooradres van verweerder, heeft met mevrouw S. en de heer van G. overeenkomsten, schuldbekentenissen en verpandingsakten gesloten.

4.4 Verweerder heeft samen met een stichting waarvan hij bestuurder is op 13 januari 2010 het faillissement aangevraagd van S. B.V. Verweerder had op deze besloten vennootschap een vordering van € 745.000,- ter zake van verbeurde dwangsommen.

4.5 Verweerder heeft in een telefoongesprek met een voormalig kantoorgenoot van de deken gezegd op zoek te zijn naar “vijanden” van de deken. De deken heeft daarover op 11 januari 2011 met verweerder gesproken. Tijdens dit gesprek heeft verweerder onder meer gesteld dat ook de deken geconfronteerd kan worden met publicaties op internet.

4.6 Verweerder beschikt over een geluidsband van een door hem met de deken gevoerd gesprek op 11 januari 2011.

5 BEOORDELING

5.1 De eerste grief die in het appelschrift van verweerder gelezen kan worden betreft zijn bezwaren betrekking hebbend op de samenstelling van de raad en de wijze waarop het proces voor de raad is gevoerd. Ter toelichting hierop heeft verweerder aangevoerd dat de raad ondeskundig en partijdig was.

5.2 Wat hiervan zij, het hof zal aan de hand van de grieven en stellingen van de beide partijen de zaak opnieuw beoordelen, zodat deze grief niet verder behoeft te worden besproken. Het hoger beroep strekt er immers toe fouten en omissies van de eerste aanleg te herstellen.

5.3 De tweede grief die in het appelschrift van verweerder gelezen kan worden betreft zijn bezwaren betrekking hebbend op de reikwijdte van de artikelen van de Advocatenwet en strijd met de Grondwet en verdragen.

In zijn toelichting hierop heeft verweerder aangevoerd dat de opgelegde maatregel niet gedragen kan worden door artikel 46 Advocatenwet en de daaraan gelieerde gedragsregels van de Nederlandse Orde van Advocaten. Voorts heeft verweerder gesteld dat de tuchtprocedure en de schrapping van het advocatentableau - in zijn ogen broodroof - zich niet verhouden met de artikelen 14 en 94 Grondwet, artikel 6 EVRM, artikel 1 van het eerste protocol bij het EVRM en artikel 14 IVBPR.

5.4 In een tuchtprocedure als de onderhavige kan op grond van artikel 48 lid 2 aanhef en onder d Advocatenwet de maatregel van schrapping van het tableau worden opgelegd. Niet valt in te zien waarom de onderhavige tuchtprocedure en de maatregel van schrapping niet verenigbaar zijn met de Advocatenwet en de Gedragsregels 1992, zoals verweerder heeft aangevoerd.

Verweerder heeft niet onderbouwd waarom de bepaling van artikel 48 lid 2 Advocatenwet (of enige andere bepaling van die wet) of de oplegging van de maatregel van schrapping van het tableau in strijd is met enige bepaling van de Grondwet, het EVRM of het IVBPR.

 Dit brengt mee dat ook de tweede grief moet worden verworpen.

5.5 Als derde grief kan worden gelezen een betwisting van de door de raad gegrond bevonden onderdelen van het bezwaar van de deken. Het hof zal de grief op ieder van die onderdelen behandelen.

5.6 Het eerste onderdeel van het bezwaar van de deken betreft het door de deken gestelde feit dat verweerder zich heeft vermomd en voorgedaan als iemand met de naam "K." en dat verweerder onder die naam heeft getracht mensen te bewegen om ten behoeve van "SOS Armoedebestrijding" tegen een vergoeding van € 100,-- per maand hun bankrekening aan hem ter beschikking te stellen.

5.7 Verweerder heeft gesteld dat hij niet gehouden is om ten overstaan van de deken of de raad rekening en verantwoording af te leggen inzake de kwestie K. (of, zoals verweerder het in zijn appelmemorie verwoordde: none of your f*ck*ng business), dat de deken en de raad zich hebben gemengd in de privé-aangelegenheden van verweerder, dat hij met zijn handelingen geen strafbare feiten heeft gepleegd en dat politie en justitie hierover niets van zich hebben laten horen.

5.8 Enige grief met de strekking dat verweerder zich niet heeft vermomd en onder een valse naam mensen heeft gevraagd om tegen vergoeding van een bedrag van € 100,   per maand hun bankrekening aan hem ter beschikking te stellen, kan niet in de appelmemorie worden gelezen. Daarmede staat dit feit ook in hoger beroep vast.

 Het hof is van oordeel dat - los van de vraag of verweerder hiermede enige bepaling van het Wetboek van Strafrecht heeft overtreden - het onderhavige gedrag van verweerder, terwijl hij destijds het beroep van advocaat uitoefende, zodanig is dat daarmede het vertrouwen in de advocatuur en de eigen beroepsuitoefening van verweerder in ernstige mate is geschaad. Ook het hof is van oordeel dat het bezwaar als vervat in het eerste onderdeel gegrond is.

5.9 Het tweede onderdeel van het bezwaar van de deken betreft het optreden van verweerder voor mevrouw S. en de heer Van G. Door verweerder is in hoger beroep niet betwist dat hij in verband met zijn werkzaamheden voor deze cliënten - al dan niet namens de Stichting J - van hen heeft verlangd dat zij de eigendom van aan hen toebehorende zaken aan de Stichting J overdragen tot zekerheid van de voldoening van declaraties voor de werkzaamheden van verweerder.

5.10 Zoals ook is opgenomen in artikel 28 Gedragsregels 1992, is het een advocaat niet geoorloofd voor de betaling van zijn declaratie andere zekerheid te aanvaarden dan een voorschot in geld, behoudens in bijzondere gevallen en dan slechts na overleg met de deken. Niet gesteld of gebleken is dat verweerder hierover met de deken overleg heeft gevoerd.

5.11 Verweerder heeft aangevoerd dat niet hij, maar de Stichting J om de voornoemde zekerheid heeft gevraagd. Nu - zoals de raad heeft vastgesteld en in hoger beroep niet is bestreden - verweerder de bepalende bestuurder van de Stichting J is, moet ook een handeling als de onderhavige van die stichting als een handeling van verweerder worden aangemerkt.

5.12 Verweerder heeft in hoger beroep voorts aangevoerd dat hij voor mevrouw S. en de heer Van G. niet als advocaat is opgetreden. Verweerder heeft als grondslag voor deze stelling in zijn appelmemorie slechts aangevoerd dat het in deze kwestie niet tot een procedure is gekomen. Dit laatste kan echter niet wegnemen dat verweerder hier als advocaat is opgetreden. De werkzaamheden van een advocaat zijn immers niet beperkt tot procederen.

Indien verweerder - wiens beroep destijds advocaat was - niet als advocaat, maar in een andere hoedanigheid voor mevrouw S. en de heer Van G. in hun huurzaak zou zijn opgetreden, had het – zoals ook is neergelegd in regel 29 Gedragsregels 1992   op zijn weg gelegen hierover duidelijkheid te verschaffen en aan te geven in welke hoedanigheid hij wel optrad. Verweerder heeft dat niet genoeg duidelijk gemaakt. Ook op dit onderdeel faalt de grief van verweerder. Het bezwaar van de deken is gegrond.

5.13 Het vierde onderdeel van het bezwaar van de deken betreft de vijandige houding van verweerder jegens de deken. Vast staat dat verweerder mondeling heeft verklaard op zoek te zijn naar "vijanden" van de deken en dat hij tijdens een van zijn contacten met de deken heeft gezegd dat deze geconfronteerd kan worden met publicaties op internet.

In zijn appelmemorie heeft verweerder met betrekking tot dit onderdeel verklaard dat de clique in en rond de raad corrupt en partijdig is in een zoektocht naar drogredenen om verweerder een Berufsverbot op te leggen, dat de vorige deken als recidiviste economische delicten heeft gepleegd en dat de deken strafbare feiten, onrechtmatige daden en misdragingen heeft gepleegd (waarbij verweerder heeft verklaard het niet opportuun te achten daarover te berichten).

5.14 Wat hiervan zij, de deken heeft binnen de Orde van Advocaten een controlerende functie, die de deken onbelemmerd moet kunnen uitoefenen. Zoals ook staat in regel 37 Gedragsregels 1992 dient een advocaat bij een tuchtrechtelijk onderzoek of een verzoek om informatie van de deken dat met een mogelijk tuchtrechtelijk onderzoek of een aan de deken opgedragen controle verband houdt, alle gevraagde inlichtingen aanstonds te verstrekken, behoudens in bijzondere gevallen.

Feiten of omstandigheden die meebrengen dat zich in casu een dergelijk bijzonder geval voordoet, zijn niet gesteld of gebleken. Deze verplichting brengt mee dat verweerder de door de deken verlangde inlichtingen dient te verstrekken en geen uitlatingen als de voornoemde behoort te doen. Al hetgeen verweerder in zijn grief op dit onderdeel heeft aangevoerd kan hieraan niet afdoen. Ook op dit onderdeel faalt de grief. Het bezwaar van de deken is gegrond.

5.15 Het vijfde onderdeel betreft het digitaal opnemen van een gesprek tussen de deken en verweerder zonder dat verweerder daarover enige mededeling heeft gedaan. In zijn appelmemorie heeft verweerder erkend dat hij in het bezit is van een digitale opname en dat hij in het midden laat hoe deze tot stand is gekomen en op welke wijze verweerder in het bezit hiervan is gekomen. Het had echter op de weg van verweerder gelegen hier duidelijkheid over te verschaffen. Nu hij dat heeft nagelaten gaat het hof ervan uit dat de opname door verweerder is gemaakt. Niet gesteld of gebleken is dat verweerder de deken tevoren heeft ingelicht over de opname.

5.16 Zoals vermeld in regel 36 lid 1 Gedragsregels 1992 was het verweerder niet toegestaan zonder mededeling vooraf aan degene met wie hij spreekt een gesprek op een geluidsdrager vast te leggen. Al hetgeen verweerder in zijn appelmemorie heeft aangevoerd, kan hieraan niet afdoen.  Ook op dit onderdeel faalt de grief en is het bezwaar gegrond.

5.17 Het hoger beroep van de deken heeft betrekking op de ongegrondverklaring door de raad van het bezwaar op het derde onderdeel. Dit onderdeel betreft de aanvrage van het faillissement van S. B.V. door verweerder, terwijl verweerder als advocaat voor S. B.V. en/of haar directeur-aandeelhouder K.  is geweest.

5.18 Zoals blijkt uit de overgelegde (door het hof bekrachtigde) uitspraak van de Raad van Discipline in het ressort 's Gravenhage van 8 januari 2007 naar aanleiding van een klacht van K. tegen verweerder, moet worden aangenomen dat verweerder als advocaat van K. en/of S. B.V. is opgetreden, nu hij aan K. juridische adviezen heeft verstrekt en daarbij het briefpapier van zijn advocatenkantoor heeft gebruikt. Ook hier geldt dat, indien verweerder - wiens beroep destijds advocaat was - niet als advocaat, maar in een andere hoedanigheid voor S. B.V. en/of K. zou zijn opgetreden, het - op grond van regel 29 Gedragsregels 1992 - op zijn weg had gelegen hierover duidelijkheid te verschaffen en aan te geven in welke hoedanigheid hij wel optrad. Verweerder heeft dat niet genoeg duidelijk gemaakt.

5.19 Nu hij als advocaat voor S. B.V. en/of K. is opgetreden, had verweerder, zoals ook opgenomen in regel 27 lid 7 Gedragsregels 1992, niet zonder voorafgaand overleg met de deken het faillissement van S. B.V. mogen aanvragen. Niet gesteld of gebleken is dat verweerder tevoren met de deken overleg heeft gevoerd. Dit brengt mee dat de grief van de deken slaagt en dat het bezwaar van de deken ook op het derde onderdeel gegrond is.

5.20 In het appelschrift van verweerder kan ten slotte een vierde grief worden gelezen, die gericht is tegen de opgelegde maatregel. Het hof is van oordeel dat met de voornoemde gedragingen verweerder het vertrouwen in de advocatuur en de eigen beroepsuitoefening van verweerder in zeer ernstige mate heeft geschaad.

Het hof is met de raad van oordeel dat, gelet op de ernst van de voornoemde gedragingen, slechts de maatregel van schrapping van het tableau passend en geboden is. Dat verweerder zich op eigen beweging al van het tableau heeft laten schrappen, brengt hierin geen wijziging.  Ook de vierde grief faalt derhalve.

5.21 Het hiervoor overwogene leidt tot de slotsom dat de bestreden beslissing moet worden vernietigd voor zover daarbij het bezwaar van de deken op het derde onderdeel ongegrond is verklaard, dat het bezwaar op dat onderdeel alsnog gegrond moet worden verklaard en dat die beslissing voor het overige moet worden bekrachtigd.'

Beslissing YA4214 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 6470  14-12-2012

 
< Vorige   Volgende >


 zaterdag, 23 juni 2018





DE UITSPRAKEN

DE ZAAK HOLLEEDER, links naar de uitspraken:

BC0703 Willem Holleeder, afpersing en leider criminele organisatie
BC0697 Maruf M. medeverdachte Holleeder. Endstra is onder valse voorwendselen naar het kantoor van zijn toenmalig raadsman gelokt waar hij in de kamer van die raadsman - Bram Moszkowicz - is bedreigd door onder andere deze verdachte. Endstra is hierdoor bewogen grote sommen geld af te staan.
BC0708 Marcel K.
BC0710 Vriendin Holleeder: Maaike Dijkhuis (schuldwitwassen)

Lees ook over Holleeder (link) in het NJD



O P M E R K E L IJ K
Kantonrechter over administratiekosten boete tegen officier en CJIB: waar zijn jullie mee bezig !!?

Incassomiddel schiet doel ver voorbij

Een opmerkelijke boete-zaak. Iedereen die wel 'ns een verkeersboete heeft gehad, kent de incasso's van het CJIB. Maar er zijn incassomaatregelen die hun doel ruim voorbij schieten, vindt kantonrechter mr. W.E.M. Verjans. Vooral wanneer het gaat om € 6,00 (zes euro) te innen ten behoeve van de Staat der Nederlanden.

Rechtsbescherming

De wetgever was in een ver verleden van opvatting dat de Wet Mulder/WAHV voldoet aan de eisen die artikel 6 van het Europese Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens stelt aan rechtsbescherming. Verjans vraagt zich af of in het kader van de huidige handhaving van deze wet nog wel sprake is van “een waarborging van de deugdelijke rechtsbescherming van de betrokkene.”

LEES VERDER...
 
'Rechterlijke samenwerking is goed, maar slecht ingebed'

De Rechtspraak, Den Haag -  Onderlinge afspraken tussen rechters over strafhoogtes en rekenmethoden bevorderen de eenheid in het recht, maar zijn nog te weinig wettelijk verankerd. Een deel van deze rechterlijke regelingen kan beter zichtbaar gemaakt worden.

Dat stelt onderzoeker Ard Schoep in zijn bijdrage aan de zojuist verschenen bundel ‘Rechterlijke Macht, studies voor rechtspraak en rechtshandelingen in Nederland’.

Afspraken
Een deel van de beslissingen in de rechtszaal vloeit voort uit afspraken en regelingen die gemaakt zijn door rechters zelf. Die afspraken worden vaak landelijk nagevolgd en hebben daarmee veel invloed. Een bekend voorbeeld is de formule waarmee kantonrechters sinds vijftien jaar de hoogte berekenen van ontslagvergoedingen: grofweg het aantal dienstjaren maal het maandsalaris.

LEES VERDER...
 
U I T G E L I C H T
Rechtszitting over Zwarte Piet is op donderdag 16 oktober

RvS, Den Haag -  De rechtszitting over de hoger beroepen tegen de uitspraak van de rechtbank van Amsterdam over de figuur van Zwarte Piet wordt gehouden op donderdag 16 oktober aanstaande om 10.00 uur in het gebouw van de Raad van State aan de Kneuterdijk in Den Haag.

Het is de bedoeling dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in november van dit jaar een uitspraak doet.

Uitspraak van de rechtbank
Op 3 juli van dit jaar heeft de rechtbank zich uitgesproken over de evenementenvergunning die de burgemeester van Amsterdam had verleend voor de intocht van Sinterklaas in 2013. Twintig mensen kwamen hiertegen in beroep, omdat het evenement de figuur van Zwarte Piet bevat die fundamentele vrijheden aantast en teniet doet.

LEES VERDER...
 
UvA-eredoctoraten voor econoom Alvin Roth en rechtsgeleerde James Crawford
UvA - De Universiteit van Amsterdam (UvA) kent eredoctoraten toe aan econoom en Nobelprijswinnaar Alvin Roth en rechtsgeleerde James Crawford. Crawford ontvangt het eredoctoraat vanwege de grote invloed die hij heeft op de internationale rechtswetenschap, in het bijzonder op het internationale aansprakelijkheidsrecht.
LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden