Nederlands Juridisch Dagblad NJD ß Juridisch nieuws - Advocate schiet tekort in letselschadezaak tegen tandarts (medische fout), schikking vereist uitleg

Nederlands Juridisch Dagblad NJD ß Juridisch nieuws - Advocate schiet tekort in letselschadezaak tegen tandarts (medische fout), schikking vereist uitleg

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII ß Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
ß Gebruiksvoorwaarden 
ß Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD ß RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  OriŽntatie:  Voorpagina arrow Advocatuur arrow Advocate schiet tekort in letselschadezaak tegen tandarts (medische fout), schikking vereist uitleg
 
Advocate schiet tekort in letselschadezaak tegen tandarts (medische fout), schikking vereist uitleg
vrijdag, 24 mei 2013

'Voor u het onderste uit de kan gehaald', zegt advocate zonder enige toelichting

Een advocate stond een ex-patiŽnte (klaagster in deze tuchtzaak) bij in een letselschadezaak tegen een tandarts die een medische fout had gemaakt. Verweerster/advocate raadde klaagster aan schikkingsvoorstel te accepteren zonder hierover deugdelijke uitleg aan klaagster te verschaffen. Ook verzuimde de juriste aanspraak te maken op een smartengeldvergoeding. Uit het oordeel van de raad:

'5.2 Vast staat dat namens de wederpartij van klaagster in december 2011 het aanbod is gedaan om de zaak af te wikkelen tegen betaling van Ä 1.410,00. Verweerster heeft klaagster geadviseerd om dat aanbod te accepteren en heeft daarbij geschreven: ďReeds op voorhand geef ik u de kennen dat ik mijn inziens het uiterste namens u heb bereikt in deze. Mocht u hier niet mee akkoord kunnen gaan dan stel ik voor dat u het onderhavige dossier voor een second opinion voorlegt aan een andere advocaat.Ē

5.3 Klaagster had al had laten weten dat zij geen genoegen zou nemen met het aanbod dat namens de tandarts was gedaan. Bovendien heeft zij in haar brief van 16 januari 2012 aan verweerster nog eens expliciet gevraagd om op papier uit te leggen waarom het voorstel van de tandarts het maximaal haalbare resultaat was en heeft zij gevraagd of het mogelijk en zinvol was om een medisch adviseur in te schakelen.

5.4 Gelet op deze omstandigheden is de raad van oordeel dat het op de weg van verweerster had gelegen om klaagster schriftelijk uit te leggen waarop haar advies om het aanbod te accepteren was gebaseerd, om klaagster antwoord te geven op haar vraag over het inschakelen van een medisch adviseur en om klaagster te informeren over de verschillende mogelijkheden wanneer zij het aanbod niet zou aanvaarden.

Voorts had verweerster klaagster moeten informeren omtrent de mogelijkheden om een gerechtelijke procedure tegen de tandarts te starten waarbij zij had moeten ingaan op de daaraan verbonden kosten, de kans op succes en de daaraan verbonden risicoís. Op die wijze had zij klaagster in staat moeten stellen om een afweging te maken op basis van alle beschikbare informatie en vervolgens een beslissing te nemen over de vervolgstappen.

5.5 De raad constateert dat verweerster hiermee in gebreke is gebleven en is van oordeel dat verweerster hiervan een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt.

5.6 Klaagster verwijt verweerster eveneens dat zij in het geheel geen aandacht heeft besteed aan een smartengeldvergoeding. De raad acht ook dit verwijt gegrond. Nu de centrale klachtencommissie de klacht van klaagster tegen de tandarts (gedeeltelijk) gegrond heeft verklaard is de vraag naar een smartengeldvergoeding gerechtvaardigd.

Verweerster heeft ter zitting verklaard dat dit aspect wel aan de orde is geweest maar dat Aegon niet bereid bleek een smartengeldvergoeding te betalen. De raad is van oordeel dat rechtsbijstand in letselschadezaken in ieder geval meebrengt dat schriftelijk aanspraak gemaakt wordt op een smartengeldvergoeding. Niet gebleken is dat verweerster dit heeft gedaan.

5.7 Gelet op het voorgaande is klachtonderdeel a) gegrond.

 Ad klachtonderdeel b)

5.8 Ten aanzien van klachtonderdeel b) overweegt de raad dat het de advocaat, in beginsel, vrij staat de opdracht te beŽindigen. Wanneer de advocaat daartoe besluit dient hij dat op zorgvuldige wijze te doen en dient hij ervoor zorg te dragen dat zijn cliŽnt daarvan zo min mogelijk nadeel ondervindt.

5.9 Bij het beoordelen van de vraag of de wijze waarop verweerster aan klaagster te kennen heeft gegeven dat zij de opdracht wenste te beŽindigen voldoende zorgvuldig is geweest dient tevens gekeken te worden naar  het feit dat verweerster haar werkzaamheden verrichtte op basis van een toevoeging.

5.10 Op grond van art. 24 lid 4 Wet op de rechtsbijstand is de advocaat verplicht om rechtsbijstand te verlenen zolang de toevoeging nog niet is gewijzigd of ingetrokken. Op grond van art. 33 lid 2 Wet op de rechtsbijstand kan de toegevoegde rechtsbijstandverlener zich pas na beŽindiging of intrekking van de toevoeging aan de zaak onttrekken. Wanneer sprake is van een vertrouwensbreuk tussen advocaat en cliŽnt kan de advocaat de Raad voor Rechtsbijstand op grond van art. 33 lid 1 sub 2 Wet op de rechtsbijstand verzoeken om de toevoeging te beŽindigen.

5.11 De raad is van oordeel dat verweerster wel erg snel de conclusie heeft getrokken dat er een vertrouwensbreuk was ontstaan. Zoals bij klachtonderdeel a) al is overwogen had het voor de hand gelegen om klaagster naar aanleiding van haar brief van 16 januari 2012 een antwoord te geven op de vragen die zij daarin stelde. In plaats daarvan heeft verweerster zich bij monde van haar werkgever op het standpunt gesteld dat zij haar werkzaamheden zou neerleggen.

5.12  Niet is echter gebleken dat klaagster nadeel heeft ondervonden van de wijze waarop de dienstverlening is beŽindigd. Hoewel verweerster op grond van de hierboven genoemde bepalingen uit de Wet op de rechtsbijstand verplicht was de dienstverlening voort te zetten tot het moment dat de toevoeging was beŽindigd of gemuteerd is evenmin gebleken dat klaagster nadeel heeft ondervonden van het feit dat dat niet is gebeurd. Hoewel de raad handelwijze van verweerster minder gelukkig acht, is de raad van oordeel dat de wijze waarop verweerster de opdracht heeft beŽindigd niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is. Klachtonderdeel b) is derhalve ongegrond.

6 MAATREGEL

6.1 Nu verweerster nog niet eerder met de tuchtrechter in aanraking is geweest acht de raad de maatregel van een enkele waarschuwing passend en geboden.

BESLISSING

De raad van discipline:

Verklaart klachtonderdeel a) gegrond en klachtonderdeel b) ongegrond.'

YA4264 Raad van Discipline Arnhem 12-169

 
< Vorige   Volgende >


 dinsdag, 21 november 2017





DE UITSPRAKEN

DE ZAAK HOLLEEDER, links naar de uitspraken:

BC0703 Willem Holleeder, afpersing en leider criminele organisatie
BC0697 Maruf M. medeverdachte Holleeder. Endstra is onder valse voorwendselen naar het kantoor van zijn toenmalig raadsman gelokt waar hij in de kamer van die raadsman - Bram Moszkowicz - is bedreigd door onder andere deze verdachte. Endstra is hierdoor bewogen grote sommen geld af te staan.
BC0708 Marcel K.
BC0710 Vriendin Holleeder: Maaike Dijkhuis (schuldwitwassen)

Lees ook over Holleeder (link) in het NJD



O P M E R K E L IJ K
Kantonrechter over administratiekosten boete tegen officier en CJIB: waar zijn jullie mee bezig !!?

Incassomiddel schiet doel ver voorbij

Een opmerkelijke boete-zaak. Iedereen die wel 'ns een verkeersboete heeft gehad, kent de incasso's van het CJIB. Maar er zijn incassomaatregelen die hun doel ruim voorbij schieten, vindt kantonrechter mr. W.E.M. Verjans. Vooral wanneer het gaat om Ä 6,00 (zes euro) te innen ten behoeve van de Staat der Nederlanden.

Rechtsbescherming

De wetgever was in een ver verleden van opvatting dat de Wet Mulder/WAHV voldoet aan de eisen die artikel 6 van het Europese Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens stelt aan rechtsbescherming. Verjans vraagt zich af of in het kader van de huidige handhaving van deze wet nog wel sprake is van ďeen waarborging van de deugdelijke rechtsbescherming van de betrokkene.Ē

LEES VERDER...
 
Rechters gaan termijnen in civiele zaken strikt handhaven

De Rechtspraak, Den Haag - De termijnen in het rolreglement voor civiele dagvaardingszaken worden vanaf 1 oktober strikt gehandhaafd door alle rechtbanken. In de praktijk blijkt dat sommige rechters soepeler zijn dan anderen, als advocaten zich bijvoorbeeld niet aan de vastgestelde termijn houden bij het indienen van een uitstelverzoek. Daardoor ontstaat rechtsongelijkheid.

De landelijke Rolrechtersvergadering heeft daarom afgesproken met ingang van komend najaar weer streng de hand te houden aan de termijnen.

LEES VERDER...
 
U I T G E L I C H T
Ooit veroordeeld als tiener door kinderrechter en nu verwijdering DNA-databank? Dat kan

Internet kan een eeuwig brandmerk zijn bij een misstap, maar een DNA-profiel in een landelijke databank voelt misschien wel net zo bezwaarlijk. Jaarlijks staan bijna 3.000 minderjarigen na hun veroordeling voor een strafbaar feit DNA-gegevens af aan justitie.

In deze zaak gaat het om een bezwaarschrift ex artikel 7 van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. Uit het dossier blijkt dat de veroordeelde jongeman - 12 jaar tijdens het misdrijf - op straat een telefoon van iemand heeft gejat. Hij heeft verklaard dat hij dit had gedaan, omdat hij in de disco zijn telefoon verloren was en dit niet aan zijn moeder durfde te vertellen.

Hij is op 15-jarige leeftijd veroordeeld door de kinderrechter en nadien niet meer met justitie in aanraking gekomen. Het bewezen verklaarde delict moet worden aangemerkt als een eenmalig incident, bezien tegen de achtergrond van de levensfase waarin de veroordeelde verkeerde en met name de moeilijke periode die hij doormaakte vanwege het overlijden van onder meer zijn opa en de ziekte van zijn stiefvader.

Het recidiverisico wordt zeer klein geacht. Wel zijn er nog zorgen vanwege zijn lage IQ, waardoor de hij over weinig 'probleemoplossend vermogen beschikt om te kunnen denken hoe hij dingen anders moet aanpakken, maar er wordt aan gewerkt om hem daarin te trainen', staat in de uitspraak (i.c. beslissing).

OvJ moet celmateriaal laten vernietigen

LEES VERDER...
 
Hans Schenk voorzitter commissie herziening SER-Fusiegedragsregels
Hoogleraar Hans Schenk van Utrecht University School of Economics gaat als kroonlid van de Sociaal-Economische Raad (SER) de commissie over de herziening van de SER-Fusiegedragsregels voorzitten. Dit laat de Universiteit Utrecht weten. Deze gedragsregels zijn in 2001 in werking getreden en beschermen de belangen van werknemers bij voorgenomen fusies tussen ondernemingen. Sindsdien zijn er verschillende knelpunten gesignaleerd bij de toepassing en reikwijdte van de SER Fusiegedragsregels.
LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden