Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Rechtspraak
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
OM
Justitie
SZW
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
HvJ EU
CRvB
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
CBb
Tweede Kamer
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina arrow Opinie arrow Uitspraak EHRM in zaak 3 levenslanggestraften VK beïnvloedt tenuitvoerlegging levenslang in NL
 
Uitspraak EHRM in zaak 3 levenslanggestraften VK beïnvloedt tenuitvoerlegging levenslang in NL
donderdag, 11 juli 2013

“Uitvoering Nederlandse levenslange gevangenisstraf in strijd met het EVRM”

RuG (Forum Levenslang) - Op 9 juli heeft de Grote Kamer van het Europese Hof tot bescherming van de Rechten van de Mens (het Hof) uitspraak gedaan in de zaak die drie levenslanggestraften tegen het Verenigd Koninkrijk hadden aangespannen (Vinter e.a). De uitspraak is van direct belang voor zowel de oplegging als de tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf in Nederland.

Volgens de uitspraak van het Hof moet een levenslange straf verkortbaar zijn en uitzicht bieden op invrijheidstelling. De betrokken staat moet dan ook voorzien in een hiertoe geëigende procedure (‘dedicated mechanism’). Deze procedure moet bij oplegging van de straf bestaan. Zo niet, dan is de straf vanaf het begin in strijd met het verbod van een inhumane behandeling (artikel 3 EVRM).

Het Hof voert voor zijn standpunt in het bijzonder twee gronden aan. De eerste is dat de perspectiefloze straf het risico in zich bergt dat de veroordeelde niet kan boeten voor wat hij heeft misdaan; wat hij ook doet, hoe hij zich ook ontwikkelt, het biedt hem geen verlichting. Integendeel, de straf wordt zwaarder naarmate de tijd verstrijkt. Dat acht het Hof slecht te verenigen met de eis van proportionaliteit. Ook sluit het Hof zich aan bij de opvatting van het Duitse Constitutionele Hof dat een levenslange straf zonder perspectief in strijd is met de menselijke waardigheid.

Het Hof stelt vast dat meeste Europese landen zich bij de tenuitvoerlegging van levenslange straffen laten leiden door het beginsel van resocialisatie. Die landen kennen een procedure tot herbeoordeling van de straf en passen die toe. Dit resocialisatiebeginsel wordt bovendien internationaal gedeeld. Dit betekent dat tijdens de tenuitvoerlegging de mogelijkheid van rehabilitatie moet worden geboden.

De drie Engelsen zitten levenslange straffen uit die alleen wegens ‘terminale ziekte’ en ‘zware lichamelijke handicap’ kunnen worden verkort. Hoewel ook op andere gronden gratie zou kunnen worden verleend, is dat niet in de Engelse wetgeving vastgelegd en is het onzeker of, en zo ja wanneer, zij op basis van die gronden in aanmerking zouden komen voor invrijheidstelling. Een en ander biedt naar het oordeel van het Hof te weinig rechtszekerheid om te kunnen spreken van de vereiste verkortbaarheid van hun straf.

In Nederland kan een levenslanggestrafte net als in Engeland gratie vragen. De Minister van Veiligheid en Justitie beslist hierover. De Staatssecretaris en de Minister van Veiligheid en Justitie stellen echter dat van terugkeer in de samenleving geen sprake is tenzij gratie wordt verleend en dat een levenslange straf in beginsel levenslang moet duren. Tijdens de tenuitvoerlegging wordt volgens de bewindslieden ‘uiteraard’ niet aan resocialisatie gewerkt.

De overwegingen van het Hof geven aanleiding om te veronderstellen dat dit tenuitvoerleggingsbeleid in strijd is met artikel 3 van het Europese mensenrechtenverdrag. Zelfs oplegging van de straf is hierdoor kwestieus geworden.

Sedert zijn oprichting in 2008 jaar vraagt het Forum humane tenuitvoerlegging levenslange gevangenisstraf aandacht voor de onvolkomenheden van de Nederlandse gratieprocedure. Het ontwikkelde een voorstel voor de vereiste review (‘Wetsvoorstel VI voor levenslanggestraften’, www.forumlevenslang.nl).

Dit voorstel voorziet in een procedure die de veroordeelde de mogelijkheid biedt de noodzaak van verdere tenuitvoerlegging van de straf aan een rechter voor te leggen. Met deze procedure wordt voldaan aan de door het Hof geformuleerde voorwaarden. Het Forum ziet de uitspraak van het Hof daarom als een krachtige ondersteuning van het wetsvoorstel.

 
< Vorige   Volgende >


 donderdag, 25 mei 2017





DE UITSPRAKEN

DE ZAAK HOLLEEDER, links naar de uitspraken:

BC0703 Willem Holleeder, afpersing en leider criminele organisatie
BC0697 Maruf M. medeverdachte Holleeder. Endstra is onder valse voorwendselen naar het kantoor van zijn toenmalig raadsman gelokt waar hij in de kamer van die raadsman - Bram Moszkowicz - is bedreigd door onder andere deze verdachte. Endstra is hierdoor bewogen grote sommen geld af te staan.
BC0708 Marcel K.
BC0710 Vriendin Holleeder: Maaike Dijkhuis (schuldwitwassen)

Lees ook over Holleeder (link) in het NJD



O P M E R K E L IJ K
'Bedoeling was dat slachtoffer naar Suriname zou gaan en daar zijn dood in scene zou zetten'
Nationale Nederlanden Levensverzekeringen opgelicht, moord om uitkering

De verdachte heeft in de periode van 2 januari 2013 tot en met 25 februari 2013 te Rotterdam samen met een mededader het slachtoffer vermoord om een uitkering onder een levensverzekering te krijgen. Ook heeft hij een groot aantal (pogingen tot) fraude en valsheid in geschrifte gepleegd. Van enorme BTW-fraude tot fraude met kinderopvang en alles daartussen.

Een deel uit het standpunt van 41-jarige verdachte:

 'De verdachte ontkent iedere betrokkenheid bij de dood van[slachtoffer]. Hij erkent dat hij een verzekering bij Nationale Nederland op het leven van[slachtoffer] had afgesloten en ook dat dit gedaan is om Nationale Nederlanden op te lichten.[slachtoffer] en hij hadden dit samen opgezet. De bedoeling was dat[slachtoffer] naar Suriname zou gaan, dat hij daar zijn dood in scene zou zetten en dat hij dan onder een andere naam in Suriname zou blijven wonen. De uitkering van € 500.000,00 zou worden gedeeld tussen[slachtoffer] (€ 200.000,00) en de verdachte (€ 300.000,00). Dit plan is echter nooit uitgevoerd.

De verdachte had zelf onder een andere verzekering bij Nationale Nederlanden een uitkering geclaimd en gekregen nadat[slachtoffer], [medeverdachte] en hij op 2 januari 2013 een overval op de verdachte in scene hadden gezet. De verdachte vermoedt dat dit[slachtoffer] heeft geïnspireerd, dat[slachtoffer] en [medeverdachte] in de avond van 24 februari 2013 een overval in scene hebben willen zetten en dat [medeverdachte] daarbij[slachtoffer] heeft gedood. Hijzelf had[slachtoffer] nog afgeraden om een dergelijke fraude te proberen, omdat het bij Nationale Nederlanden zou opvallen dat er kort na elkaar twee keer een vergelijkbare schade zou worden geclaimd.

Uit de strafmotivering:

 'De verdachte heeft samen met een ander[slachtoffer] om het leven gebracht.[slachtoffer] is door de verdachte en diens mededader in een machteloze positie gebracht, nadat[slachtoffer] in de waan was gebracht dat deze (slechts) zou worden mishandeld om een verzekeringsuitkering te krijgen.[slachtoffer] is vervolgens op een vreselijke manier overleden. Van het vertrouwen dat[slachtoffer] in de verdachte, een vriend, had gesteld, is door de verdachte grof misbruik gemaakt. Het behoeft geen toelichting dat dit een zeer ernstig strafbaar feit is.

LEES VERDER...
 
Rechters gaan termijnen in civiele zaken strikt handhaven

De Rechtspraak, Den Haag - De termijnen in het rolreglement voor civiele dagvaardingszaken worden vanaf 1 oktober strikt gehandhaafd door alle rechtbanken. In de praktijk blijkt dat sommige rechters soepeler zijn dan anderen, als advocaten zich bijvoorbeeld niet aan de vastgestelde termijn houden bij het indienen van een uitstelverzoek. Daardoor ontstaat rechtsongelijkheid.

De landelijke Rolrechtersvergadering heeft daarom afgesproken met ingang van komend najaar weer streng de hand te houden aan de termijnen.

LEES VERDER...
 
U I T G E L I C H T
Ooit veroordeeld als tiener door kinderrechter en nu verwijdering DNA-databank? Dat kan

Internet kan een eeuwig brandmerk zijn bij een misstap, maar een DNA-profiel in een landelijke databank voelt misschien wel net zo bezwaarlijk. Jaarlijks staan bijna 3.000 minderjarigen na hun veroordeling voor een strafbaar feit DNA-gegevens af aan justitie.

In deze zaak gaat het om een bezwaarschrift ex artikel 7 van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. Uit het dossier blijkt dat de veroordeelde jongeman - 12 jaar tijdens het misdrijf - op straat een telefoon van iemand heeft gejat. Hij heeft verklaard dat hij dit had gedaan, omdat hij in de disco zijn telefoon verloren was en dit niet aan zijn moeder durfde te vertellen.

Hij is op 15-jarige leeftijd veroordeeld door de kinderrechter en nadien niet meer met justitie in aanraking gekomen. Het bewezen verklaarde delict moet worden aangemerkt als een eenmalig incident, bezien tegen de achtergrond van de levensfase waarin de veroordeelde verkeerde en met name de moeilijke periode die hij doormaakte vanwege het overlijden van onder meer zijn opa en de ziekte van zijn stiefvader.

Het recidiverisico wordt zeer klein geacht. Wel zijn er nog zorgen vanwege zijn lage IQ, waardoor de hij over weinig 'probleemoplossend vermogen beschikt om te kunnen denken hoe hij dingen anders moet aanpakken, maar er wordt aan gewerkt om hem daarin te trainen', staat in de uitspraak (i.c. beslissing).

OvJ moet celmateriaal laten vernietigen

LEES VERDER...
 
Alex Brenninkmeijer wordt hoogleraar Institutionele aspecten van de rechtsstaat

“Als oud-rechter, voormalig Nationale ombudsman en tegenwoordig lid van de Europese Rekenkamer heb ik ervaring met drie instituties van de rechtsstaat, het lijkt mij geweldig om mijn ervaring in de Utrechtse academische context te delen en mee te werken aan het strategisch thema Instituties”, aldus Brenninkmeijer.

Vanaf juli dit jaar is voormalig nationaal ombudsman dr. Alex Brenninkmeijer (1951) hoogleraar ‘Institutionele aspecten van de rechtsstaat’ aan de Universiteit Utrecht, zo laat de UU weten.

LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden