Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Rechtspraak
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
OM
Justitie
SZW
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
HvJ EU
CRvB
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
CBb
Tweede Kamer
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina arrow Eerste Kamer
 
Conservatoir beslag op urn met as omdat kind medaillon met as wil dragen net als de andere kinderen
donderdag, 24 oktober 2013

Alleen aanvoeren dat band met overledene goed was blijkt onvoldoende

Een dochter wil een klein deel van de as van haar overleden vader in een medaillon dragen. De weduwe weigert echter afgifte en zo belandt de familie bij de rechter. De dochter (A) heeft aan haar vorderingen ten grondslag gelegd dat B onzorgvuldig en aldus onrechtmatig jegens haar handelt door te weigeren een klein deel van de as van X aan haar af te staan, vooral omdat de andere (stief)kinderen van de overleden persoon wel een medaillon met as van X hebben gekregen. De dochter heeft op 9 januari 2013 - na verkregen verlof daartoe van de voorzieningenrechter van deze rechtbank bij beschikking van 3 januari 2013 - conservatoir beslag laten leggen op de urn met de as. Voor het aannemen van een zogeheten onrechtmatige daad zijn de nodige voorwaarden. De rechter beslist als volgt, na een korte inleiding op die criteria:

 '4.3.

De rechtbank overweegt dat hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, op grond van artikel 6:162 lid 1 BW verplicht is de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden. Als onrechtmatige daad wordt ingevolge artikel 6:162 lid 2 BW onder meer aangemerkt een doen of nalaten in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijke verkeer betaamt of met een wettelijke plicht, een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond.

4.4.

De rechtbank volgt [B] in haar (subsidiaire) verweer dat [A] niet dan wel onvoldoende onderbouwd heeft gesteld dat [B] een onrechtmatige daad als bedoeld in artikel 6:162 lid 1 BW jegens haar heeft gepleegd. [A] heeft allereerst volstaan met de stelling dat [B] onzorgvuldig jegens haar heeft gehandeld door te weigeren om een klein deel van de as van [X] aan haar af te staan. [A] heeft echter niet gesteld welke zorgvuldigheidsnorm [B] daardoor naar haar mening heeft geschonden. De enkele omstandigheid dat [B] wel een deel van de as van [X] heeft afgestaan aan de andere (stief)kinderen van [X], impliceert - zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt - niet reeds dat [B] onzorgvuldig heeft gehandeld jegens [A].

4.5.

Indien en voor zover [A] tevens heeft bedoelen te stellen dat [B] een onrechtmatige daad jegens haar heeft gepleegd door in strijd met artikel 18 van de Wet op de Lijkbezorging te handelen, overweegt de rechtbank als volgt. Op grond van artikel 18 lid 1 van de Wet op de Lijkbezorging wordt in de lijkbezorging voorzien door degene die het in artikel 11 van deze wet bedoelde verlof tot crematie of begraving aanvraagt. Nu tussen partijen niet in geschil is dat [B] opdracht heeft gegeven tot crematie van [X], staat vast dat [B] in de lijkbezorging heeft voorzien. De lijkbezorging

- waaronder ingevolge het tweede lid van artikel 18 van de Wet op de Lijkbezorging ook wordt verstaan het bestemming geven aan de as van een gecremeerd lijk - dient overeenkomstig de wens of vermoedelijke wens van de overledene te geschieden, tenzij dat redelijkerwijs niet gevergd kan worden.

4.6.

Nu [A] zich op de rechtsgevolgen van de beweerde schending van artikel 18 van de Wet op de Lijkbezorging door [B] beroept, is het aan [A] om te stellen - en zonodig te bewijzen - dat [B] de lijkbezorging niet overeenkomstig de (vermoedelijke) wens van [X] heeft doen plaatsvinden. De rechtbank is van oordeel dat [A] haar stelling dat [B] bij het geven van bestemming aan de as in strijd heeft gehandeld met de (vermoedelijke) wens van [X] door haar geen deel van de as te geven - mede gelet op de uitdrukkelijke betwisting hiervan door [B] - onvoldoende heeft onderbouwd. [A] heeft ter onderbouwing van haar stelling namelijk enkel aangevoerd dat de band tussen haar en [X] goed was.

De enkele omstandigheid dat de verstandverhouding tussen [X] en [A] ten tijde van het overlijden van [X] goed was, hetgeen [B] overigens uitdrukkelijk heeft betwist, rechtvaardigt echter niet het oordeel dat het de wens of vermoedelijke wens van [X] was om [A] een deel van zijn as te doen toekomen. Omdat [A] niet aan haar stelplicht heeft voldaan, is voor nadere bewijsvoering omtrent de (vermoedelijke) wens van [X] geen plaats.'

Rechter mr. J.E. Biesma toont overigens wel een beetje begrip voor de situatie in de concluderende zin: 'Hoezeer de vorderingen van [A] ook begrijpelijk zijn, op grond van voorgaande overwegingen dienen deze afgewezen te worden.' Ook laat de rechter iedere partij de eigen proceskosten dragen.

ECLI:NL:RBNNE:2013:6289 Instantie Rechtbank Noord-Nederland Datum uitspraak 16-10-2013
 
< Vorige   Volgende >


 woensdag, 26 april 2017





DE UITSPRAKEN

DE ZAAK HOLLEEDER, links naar de uitspraken:

BC0703 Willem Holleeder, afpersing en leider criminele organisatie
BC0697 Maruf M. medeverdachte Holleeder. Endstra is onder valse voorwendselen naar het kantoor van zijn toenmalig raadsman gelokt waar hij in de kamer van die raadsman - Bram Moszkowicz - is bedreigd door onder andere deze verdachte. Endstra is hierdoor bewogen grote sommen geld af te staan.
BC0708 Marcel K.
BC0710 Vriendin Holleeder: Maaike Dijkhuis (schuldwitwassen)

Lees ook over Holleeder (link) in het NJD



O P M E R K E L IJ K
Supermarkt aansprakelijk voor glijpartij ingang winkel
Letselschadezaak. Bezoeker van een supermarkt glijdt bij de ingang van de winkel uit doordat de (door regen kletsnat geworden) droogloopmat onder zijn voet wegglijdt. De rechtbank acht de supermarkt aansprakelijk voor de schade.
LEES VERDER...
 
Hof: wrakingsverzoek gegrond, raadsheer eerst gedelegeerd rc, later in rol voorzitter strafkamer
Verzoeker is ontvankelijk in zijn (tweede) wrakingsverzoek, nu sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden waarop het verzoek is gegrond. Het wrakingsverzoek komt er in de kern op neer dat de raadsheer niet heeft ingegrepen nadat zij ervan op de hoogte was gesteld dat (reeds) één van de getuigen in strijd met de beslissing van het hof en buiten aanwezigheid van de verdediging was gehoord door de politie en dat enige dagen nadien een andere getuige door de politie zou worden gehoord.
LEES VERDER...
 
U I T G E L I C H T
Ooit veroordeeld als tiener door kinderrechter en nu verwijdering DNA-databank? Dat kan

Internet kan een eeuwig brandmerk zijn bij een misstap, maar een DNA-profiel in een landelijke databank voelt misschien wel net zo bezwaarlijk. Jaarlijks staan bijna 3.000 minderjarigen na hun veroordeling voor een strafbaar feit DNA-gegevens af aan justitie.

In deze zaak gaat het om een bezwaarschrift ex artikel 7 van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. Uit het dossier blijkt dat de veroordeelde jongeman - 12 jaar tijdens het misdrijf - op straat een telefoon van iemand heeft gejat. Hij heeft verklaard dat hij dit had gedaan, omdat hij in de disco zijn telefoon verloren was en dit niet aan zijn moeder durfde te vertellen.

Hij is op 15-jarige leeftijd veroordeeld door de kinderrechter en nadien niet meer met justitie in aanraking gekomen. Het bewezen verklaarde delict moet worden aangemerkt als een eenmalig incident, bezien tegen de achtergrond van de levensfase waarin de veroordeelde verkeerde en met name de moeilijke periode die hij doormaakte vanwege het overlijden van onder meer zijn opa en de ziekte van zijn stiefvader.

Het recidiverisico wordt zeer klein geacht. Wel zijn er nog zorgen vanwege zijn lage IQ, waardoor de hij over weinig 'probleemoplossend vermogen beschikt om te kunnen denken hoe hij dingen anders moet aanpakken, maar er wordt aan gewerkt om hem daarin te trainen', staat in de uitspraak (i.c. beslissing).

OvJ moet celmateriaal laten vernietigen

LEES VERDER...
 
President Geert Corstens kondigt terugtreden Hoge Raad aan miv 1 november
Geert Corstens heeft in zijn (interne) nieuwjaarstoespraak zijn terugtreden als president van de Hoge Raad per 1 november 2014 aangekondigd, meldt het hoogste rechtscollege.
LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden