Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Advocaten handelen ernstig tuchtrechtelijk verwijtbaar met sideletter stagiaire

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Advocaten handelen ernstig tuchtrechtelijk verwijtbaar met sideletter stagiaire

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina arrow Advocatuur arrow Advocaten handelen ernstig tuchtrechtelijk verwijtbaar met sideletter stagiaire
 
Advocaten handelen ernstig tuchtrechtelijk verwijtbaar met sideletter stagiaire
vrijdag, 18 april 2014

Ruzie met de Raad

Een side-letter (nevenverklaring) bij een arbeidsovereenkomst tussen advocatenkantoor en advocaat-stagiaire waarmee Raad van Toezicht om de tuin is geleid, wordt door de raad van discipline als 'ernstig tuchtrechtelijk verwijtbaar' beschouwd bij beslissing van 14 maart 2014 in de zaak 113/13 naar aanleiding van de klacht van een deken van de orde van advocaten. Opvallend detail lijkt te zijn dat in de Raad van Toezicht andere advocaten zitten, met kennelijk een gedeeld kantoorverleden.

Eerst de feiten, de klacht en vervolgens het oordeel van de raad. Het kantoor werd vertegenwoordigd door twee advocaten, in de beslissing 'verweerders' genoemd.

 '2.2    Verweerders voeren gezamenlijk sedert 1 januari 2010 de advocatenpraktijk uit door middel van de besloten vennootschap B. B.V. Per 1 oktober 2010 is B. B.V. (vertegenwoordigd door verweerders) een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd aangegaan met mr. V.W. Deze arbeidsovereenkomst is per 1 november 2012 beëindigd. B. B.V. meent dat er sprake is van een onregelmatige opzegging en heeft mr. V.W. bij exploit van 26 april 2013 gedagvaard voor de rechtbank Noord-Nederland (sector kanton). De gepretendeerde vordering is gebaseerd op een arbeidsovereenkomst tussen B. B.V. en mr. V.W. van 29 september 2010.

2.3    Deze arbeidsovereenkomst is destijds ter toetsing voorgelegd aan mr. K. in haar hoedanigheid van lid van de Raad van Toezicht in het voormalige arrondissement L. Naar aanleiding van deze overeenkomst heeft mr. K. aan verweerders laten weten dat de Raad van Toezicht op een aantal punten aanpassing verlangde van de overgelegde arbeidsovereenkomst.

Vervolgens heeft B. B.V. mr. V.W. een arbeidsovereenkomst laten tekenen d.d. 16 november 2010, waarvan de inhoud is goedgekeurd door de Raad van Toezicht, waarna een verklaring van geen bezwaar is afgegeven. Mr. V.W. is vervolgens enige dagen daarna beëdigd.

2.4    In de aanhangig gemaakte procedure tegen mr. V.W. baseert B. B.V. zich op de arbeidsovereenkomst van 29 september 2010 in plaats van op de aan de Raad van Toezicht gepresenteerde arbeidsovereenkomst van 16 november 2010. Dit vindt zijn oorzaak in het feit dat eveneens op 16 november 2010 een sideletter bij de bedoelde overeenkomst van dezelfde datum is getekend waarin staat:

“verklaren dat het stuk met opschrift “Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd” door partijen ondertekend op 16 november 2010, door partijen is ondertekend met doel de beëdiging van mevrouw mr. V.W. zo snel mogelijk te kunnen realiseren in plaats van dat die langer, wat partijen betreft op onheuse gronden, door de Raad van Toezicht wordt tegengehouden. Partijen verklaren dat de afspraken zoals zij die met elkaar hebben vastgelegd in de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van 29 september 2010 onverkort van kracht blijven….”. (afkorting – raad)

3    KLACHT

3.1    De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet doordat:

a)    verweerders de Raad van Toezicht opzettelijk hebben misleid teneinde de beëdiging van mr. V.W. te bewerkstellingen.

Toelichting

De opstelling van verweerders jegens de Raad van Toezicht blijkt geen incident maar is representatief voor de wijze waarop beiden denken over de voor de Orde vigerende wetten, verordeningen en regelgeving. Dit blijkt onder meer uit de 23e alinea van bovengenoemde dagvaarding waar wordt gesteld:

“In het kader van het komen tot beëdiging als advocaat door de Rechtbank, is, zoals de Raad van Toezicht van de Orde van Advocaten (verder: “de Raad”) dat verlangt, vooruitlopend op kennismaking met de advocaat-stagiaire, onder meer de schriftelijke hiervoor bedoelde arbeidsovereenkomst voorgelegd en heeft V.W. de opleidingscoördinator bezocht, te weten mevrouw mr. K., een “concullega”-advocaat gelijk de overige leden van de Raad. (Met de arbeidsovereenkomst wordt bedoeld die van 29 september 2010).

V.W. keerde van haar bezoek aan mr. K. terug met de mededeling dat mr. K. bezwaren had geopperd tegen de arbeidsovereenkomst waar het betrof (a) het beding van tussentijdse opzegging … en (b) waar het betrof het relatiebeding…

De gedachte van mr. K. was geen de beëdiging van mr. V.W. ondersteunende verklaring door de Raad aan de Rechtbank te doen aanleveren, bij gebreke van aanpassing van de arbeidsovereenkomst.

Bij de overeenkomst, reeds aangegaan, bovendien bij vol verstand van beide partijen, is uiteraard de Raad geen partij; concurrenten van B. B.V. op de arbeidsmarkt zijn de (kantoren van) leden van de Raad (waarin ook was vertegenwoordigd het advocatenkantoor … dat de voorgangster van V.W. heeft ‘weggekocht’ en aansluitend poogde zich de erfrecht- en personen- en familierecht praktijk van B. B.V. toe te eigenen) weer wel, waar overigens sommige (kantoren van dergelijke) leden van de Raad, zo is B. B.V. uit eigen ervaring bekend, ook relatiebedingen met eigen advocaat-stagiaires, weet, althans wist aan te gaan…

Waar vervolgens mr. K. geen voor B. B.V. waarneembare waarde hechtte aan argumenten, althans niet meedeed aan het wisselen van en reageren op argumenten en daarmee een spoedige beëdiging van V.W. blokkeerde, werd haar wil niet uitgevoerd maar hebben partijen hun toevlucht gezocht

- al was het maar ter beperking van schade tot het mr. K. voorleggen van een “uitgeklede” arbeidsovereenkomst (bedoeld: de arbeidsovereenkomst van 16 november 2010 – raad) waarop mr. K. werkelijk geen letter van onterechte kritiek meer zou weten te verzinnen, onderwijl afsprekend, en zulks vastgelegd in een door partijen aangehechte getekende “sideletter” ….de laatste niet naar mr. K. gezonden, dat zij zich elkaar over en weer (slechts) gehouden zullen weten aan de overeenkomst van 29 september 2010…., met inhoud volkomen binnen de grenzen van het Nederlandse arbeidsrecht.

Partijen hebben mede deze aanpak gekozen, waar de ervaring van B. B.V. helaas is dat de Raad slecht reageert op post – vragen worden ‘gewoon’ genegeerd – en telefonische verzoeken tot contact..” (afkortingen – raad).

4    VERWEER

4.1    Verweerders hebben ter zitting erkend dat zij anders hadden moeten handelen. Het is echter geen representatieve wijze van handelen van verweerders. Het ging uitsluitend om de kwestie mr. V.W. Bovendien stond mr. V.W. niet aan het begin van haar carrière maar had reeds 16 jaar ervaring in het notariaat. Zij was ook niet ingeschaald als stagiaire. De brief van mr. K. van 16 november 2010 is geen juiste weergave van hetgeen met mr. V.W. is besproken. Verweerders hebben meteen gereageerd op de brief naar mr. K. en de toenmalige deken in het arrondissement L. toe. Daar werd niet op gereageerd. Er is dan ook geen sprake van een stelselmatig handelen van verweerders.

4.2    Voorts wordt aangevoerd dat stagiaires op het kantoor van verweerders goed worden behandeld. Bovendien heeft mr. V.W. zelf de sideletter ook getekend. Het kantoor was net een goede advocaat kwijtgeraakt aan het kantoor van de deken en de Raad van Toezicht handelde traag.

 

5    BEOORDELING

5.1    De raad is van oordeel dat de klacht gegrond is omdat verweerders met de opstelling van de overeenkomst van 16 november 2010 en de daarbij gevoegde sideletter de Raad van Toezicht hebben misleid. Uit de sideletter blijkt immers dat het niet de bedoeling is geweest van verweerders om de overeenkomst van 16 november 2010 daadwerkelijk van kracht te doen zijn, hetgeen zij de Raad van Toezicht wel wilden doen geloven. Blijkens de bewoordingen opgenomen in de dagvaarding d.d. 26 april 2013 onder randnummer 23 hebben verweerders ter verdediging van de sideletter aangevoerd dat het handelen van de Raad van Toezicht hen er als het ware toe noopte te handelen zoals zij hebben gedaan. De raad verwerpt dit verweer. Het is een advocaat absoluut niet geoorloofd om in strijd met de waarheid de inhoud vaneen overeenkomst met een medewerker anders aan een lid van de Raad van Toezicht voor te spiegelen dan wat er werkelijk is afgesproken. Verweerders zijn niet gedwongen om zo te handelen, zij hebben zelf een verkeerde keuze gemaakt om hun eigen belang bij een spoedige beëdiging te dienen. Daar komt bij dat verweerders de ernst van hun handelen onvoldoende inzien. Ondanks dat zij hebben verklaard dat zij fout hebben gehandeld, hebben zij naar voren gebracht dat hun handelen  enigszins gerechtvaardigd was. De klacht is dan ook gegrond.

6    MAATREGEL

6.1    De raad rekent het verweerders zwaar aan dat zij onvoldoende inzicht hebben getoond in de onjuistheid van hun handelwijze (...)' 

Vervolgens verklaart de raad van discipline de klacht gegrond en luidt de 'straf' een schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van 13 weken (waarvan 11 weken voorwaardelijk), met een proeftijd van 2 jaar. Volledige beslissing: link

 
< Vorige   Volgende >


 woensdag, 17 januari 2018





DE UITSPRAKEN

DE ZAAK HOLLEEDER, links naar de uitspraken:

BC0703 Willem Holleeder, afpersing en leider criminele organisatie
BC0697 Maruf M. medeverdachte Holleeder. Endstra is onder valse voorwendselen naar het kantoor van zijn toenmalig raadsman gelokt waar hij in de kamer van die raadsman - Bram Moszkowicz - is bedreigd door onder andere deze verdachte. Endstra is hierdoor bewogen grote sommen geld af te staan.
BC0708 Marcel K.
BC0710 Vriendin Holleeder: Maaike Dijkhuis (schuldwitwassen)

Lees ook over Holleeder (link) in het NJD



O P M E R K E L IJ K
'Bedoeling was dat slachtoffer naar Suriname zou gaan en daar zijn dood in scene zou zetten'
Nationale Nederlanden Levensverzekeringen opgelicht, moord om uitkering

De verdachte heeft in de periode van 2 januari 2013 tot en met 25 februari 2013 te Rotterdam samen met een mededader het slachtoffer vermoord om een uitkering onder een levensverzekering te krijgen. Ook heeft hij een groot aantal (pogingen tot) fraude en valsheid in geschrifte gepleegd. Van enorme BTW-fraude tot fraude met kinderopvang en alles daartussen.

Een deel uit het standpunt van 41-jarige verdachte:

 'De verdachte ontkent iedere betrokkenheid bij de dood van[slachtoffer]. Hij erkent dat hij een verzekering bij Nationale Nederland op het leven van[slachtoffer] had afgesloten en ook dat dit gedaan is om Nationale Nederlanden op te lichten.[slachtoffer] en hij hadden dit samen opgezet. De bedoeling was dat[slachtoffer] naar Suriname zou gaan, dat hij daar zijn dood in scene zou zetten en dat hij dan onder een andere naam in Suriname zou blijven wonen. De uitkering van € 500.000,00 zou worden gedeeld tussen[slachtoffer] (€ 200.000,00) en de verdachte (€ 300.000,00). Dit plan is echter nooit uitgevoerd.

De verdachte had zelf onder een andere verzekering bij Nationale Nederlanden een uitkering geclaimd en gekregen nadat[slachtoffer], [medeverdachte] en hij op 2 januari 2013 een overval op de verdachte in scene hadden gezet. De verdachte vermoedt dat dit[slachtoffer] heeft geïnspireerd, dat[slachtoffer] en [medeverdachte] in de avond van 24 februari 2013 een overval in scene hebben willen zetten en dat [medeverdachte] daarbij[slachtoffer] heeft gedood. Hijzelf had[slachtoffer] nog afgeraden om een dergelijke fraude te proberen, omdat het bij Nationale Nederlanden zou opvallen dat er kort na elkaar twee keer een vergelijkbare schade zou worden geclaimd.

Uit de strafmotivering:

 'De verdachte heeft samen met een ander[slachtoffer] om het leven gebracht.[slachtoffer] is door de verdachte en diens mededader in een machteloze positie gebracht, nadat[slachtoffer] in de waan was gebracht dat deze (slechts) zou worden mishandeld om een verzekeringsuitkering te krijgen.[slachtoffer] is vervolgens op een vreselijke manier overleden. Van het vertrouwen dat[slachtoffer] in de verdachte, een vriend, had gesteld, is door de verdachte grof misbruik gemaakt. Het behoeft geen toelichting dat dit een zeer ernstig strafbaar feit is.

LEES VERDER...
 
Hof: wrakingsverzoek gegrond, raadsheer eerst gedelegeerd rc, later in rol voorzitter strafkamer
Verzoeker is ontvankelijk in zijn (tweede) wrakingsverzoek, nu sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden waarop het verzoek is gegrond. Het wrakingsverzoek komt er in de kern op neer dat de raadsheer niet heeft ingegrepen nadat zij ervan op de hoogte was gesteld dat (reeds) één van de getuigen in strijd met de beslissing van het hof en buiten aanwezigheid van de verdediging was gehoord door de politie en dat enige dagen nadien een andere getuige door de politie zou worden gehoord.
LEES VERDER...
 
U I T G E L I C H T
Ooit veroordeeld als tiener door kinderrechter en nu verwijdering DNA-databank? Dat kan

Internet kan een eeuwig brandmerk zijn bij een misstap, maar een DNA-profiel in een landelijke databank voelt misschien wel net zo bezwaarlijk. Jaarlijks staan bijna 3.000 minderjarigen na hun veroordeling voor een strafbaar feit DNA-gegevens af aan justitie.

In deze zaak gaat het om een bezwaarschrift ex artikel 7 van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. Uit het dossier blijkt dat de veroordeelde jongeman - 12 jaar tijdens het misdrijf - op straat een telefoon van iemand heeft gejat. Hij heeft verklaard dat hij dit had gedaan, omdat hij in de disco zijn telefoon verloren was en dit niet aan zijn moeder durfde te vertellen.

Hij is op 15-jarige leeftijd veroordeeld door de kinderrechter en nadien niet meer met justitie in aanraking gekomen. Het bewezen verklaarde delict moet worden aangemerkt als een eenmalig incident, bezien tegen de achtergrond van de levensfase waarin de veroordeelde verkeerde en met name de moeilijke periode die hij doormaakte vanwege het overlijden van onder meer zijn opa en de ziekte van zijn stiefvader.

Het recidiverisico wordt zeer klein geacht. Wel zijn er nog zorgen vanwege zijn lage IQ, waardoor de hij over weinig 'probleemoplossend vermogen beschikt om te kunnen denken hoe hij dingen anders moet aanpakken, maar er wordt aan gewerkt om hem daarin te trainen', staat in de uitspraak (i.c. beslissing).

OvJ moet celmateriaal laten vernietigen

LEES VERDER...
 
Arnoldus voorgedragen als lid Raad voor de rechtspraak
Peter Arnoldus is voorgedragen als lid Raad voor de rechtspraak, zo maakte het gelijknamige instituut vrijdag bekend. De Raad behartigt de belangen van de gerechten bij de politiek en het (lands)bestuur, vooral bij de minister van Veiligheid en Justitie. Arnoldus is op dit moment directeur financieel-economische zaken bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Hij zal zich voor de Raad onder meer bezighouden met financiën en huisvesting.
LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden