Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina arrow Hoofdpunten arrow Hof: geen aanspraak op vergoeding overwerk in geval all-in loon
 
Hof: geen aanspraak op vergoeding overwerk in geval all-in loon
maandag, 16 juni 2014

Compensatie in tijd, niet in geld, dacht ook werknemer zelf

Appellant/werknemer heeft aangevoerd dat hij een dienstverband met werkgever/geïntimeerde had van 48 uur per week maar dat hij in de jaren 2009 en 2010 gemiddeld wel 55 uur per week werkte. Zo vordert hij over die jaren uitbetaling van 7 overuren per week. Hij vindt ook dat op het dienstverband de CAO van toepassing is. Zodoende maakt hij aanspraak op betaling van niet afgedragen pensioenpremies, loonsverhogingen, eindejaarsuitkeringen en teveel ingehouden bedragen wegens arbeidsongeschiktheid. Het hof overweegt als volgt, na eerst bewijstechnisch een en ander op te merken:

9. (...) Uitgangspunt is dat degeen die stelt een recht (een vordering) te hebben bij betwisting daarvan door de wederpartij de grondslag van dat recht (die vordering) dient aan te tonen. Dat geldt ook met betrekking tot de door [appellant] gestelde vordering ter zake van gemaakte overuren.

Dit spreekt hier te meer nu in artikel 4 van de concept arbeidsovereenkomst van partijen en de (door [appellant] bij inleidende dagvaarding overgelegde) uitgewerkte versie daarvan, staat vermeld dat in het salaris “alle overuren bij het loon [zijn] inbegrepen. Er worden dus geen overuren uitbetaald” en verder in de tweede versie, naar aanleiding van een opmerking op de eerste versie, is opgenomen dat de werkweek maximaal 60 uur bedraagt.

Beide versies zijn weliswaar door [appellant] niet ondertekend, maar zijn, naar het oordeel van het hof, wel een indicatie, zeker de aangepaste, tweede versie, voor wat hetgeen partijen voor ogen stond. Naar het oordeel van het hof heeft de kantonrechter, tegen de achtergrond van het voorgaande, [appellant] dan ook terecht met het bewijs van zijn stellingen als hier bedoeld (overeengekomen werkweek van 48 uur met feitelijke werkweek van 55 uur, en dat dit 7 uit te betalen overuren per week zou opleveren) belast. Voor een andere bewijslastverdeling is geen enkel aanknopingspunt aanwezig. Van schending van art. 5:7, lid 2 aanhef en sub b Arbeidstijdenwet (maximale arbeidsduur 60 uur) is geen sprake.

10.
Grief 1, tweede onderdeel, keert zich tegen de tweede, door de kantonrechter gegeven, bewijsopdracht (zie hierboven onder 5. sub b). Ook hier geldt dat [appellant] de grondslag van zijn vordering, in dit geval de toepasselijkheid van de CAO, dient te bewijzen. De bewijsopdracht is ook hier terecht aan [appellant] gegeven. De tegen dit oordeel geformuleerde grief treft geen doel.

11.
Grief 2 richt zich tegen het oordeel van de kantonrechter dat [appellant] op beide onderdelen van de hem gegeven bewijsopdracht, niet is geslaagd in het leveren van het opgedragen bewijs.

12.
Bij de beoordeling van grief 2 stelt het hof het volgende voorop.

Over de vraag of partijen een werkweek van 48 uur zijn overeengekomen en [appellant] aanspraak kan maken op betaling van 7 overuren per week heeft getuige De Mooy niets kunnen verklaren.

De getuige [Z] heeft onder meer verklaard: “Er is afgesproken met [appellant] voor wat betreft het aantal te werken uren dat het de ene week om 45 uur, 55 of 65 uur kan gaan. Je kan van tevoren niet vastleggen hoeveel uur er gewerkt wordt per week. Dat gebeurt dan ook niet. (…) In het najaar is het rustiger dan in het voorjaar, zodoende kan het voorkomen dat je de ene week 45 uur werkt en dat het de andere week 65 uur is. [appellant] heeft structureel meer dan 45 uur gewerkt, maar het kan gebeurd zijn dat het om 45 uur ging. (…) Als er iets is afgesproken dan is het 55 uur per week geweest. Zeer beslist is er geen 48 uur afgesproken. 55 uur is een gemiddelde dat je per week draait. 55 uur is veel, maar er stond ook een goed loon tegenover. (...) Het was een all in loon. In dit vak werken wij niet met overuren want dat kan niet. Er wordt dan misbruik gemaakt. Ik bedoel daarmee dat er files worden opgezocht of men gaat onderweg een bakkie doen. (…) Ik weet niet hoeveel uur [appellant] gemiddeld per week gewerkt heeft. Ik schat tussen de 55 en 60 uur.”

De getuige [H] verklaart op dit punt:

 “Ik heb destijds [appellant] aangenomen in de functie van chauffeur, verkoper. (…) Er is afgesproken een bedrag van € 2.300,- netto voor een onbepaald aantal uren. Het is niet mogelijk in een dergelijke functie een aantal uren overeen te komen omdat het niet te bepalen is hoe lang een dag gaat duren. Je komt nogal eens in de file te staan. (…) Het is gebruikelijk in de bloemenhandel om een all in salaris af te spreken, zeker als je op een vrachtwagen zit. Het is moeilijk te zeggen hoeveel uur [appellant] werkte per week. Ik schat tussen de 45 uur en 55 uur per week. (…) Op verzoek van [appellant] heb ik (…) aantekeningen op het concept [hof: van de arbeidsovereenkomst] gemaakt. Ik denk dat het onbepaald aantal uren [hof: dat in de conceptversie was opgenomen] op verzoek van [appellant] is veranderd in een werkweek van maximaal 60 uur. (…) Het zou best kunnen dat tijdens het sollicitatiegesprek een werkweek van gemiddeld 48 uur aan de orde is geweest. Het zou kunnen dat ik 48 uur ter indicatie heb genoemd, omdat je volgens de chauffeurswet 96 rij uren per twee weken mag maken. (..) Ik kan me overigens niet herinneren dat het gezegd is; dat ik 48 uur heb genoemd.”.

13.
Het hof is van oordeel dat uit de verklaringen van getuige [Z] en [H] blijkt dat met [appellant] een ‘all-in’ loon was overeengekomen waarbij geen aanspraak kon worden gemaakt op uitbetaling van gewerkte overuren, hetgeen gelet op de functie van [appellant] in deze branche ook gebruikelijk was. Bevestiging van het bestaan van een afspraak dat geen aanspraak kon worden gemaakt op overwerk vindt het hof ook in de door [appellant] aan [S] (bedrijfsleider van [geïntimeerde]) verzonden e-mails van 27 september 2011 en 5 oktober 2011. Uit voornoemde e-mails blijkt dat [appellant] weliswaar herhaaldelijk erop heeft gewezen dat hij meer werkte dan de overeengekomen gemiddelde 48 uur per week en erop heeft aangedrongen dat hij voor zijn gewerkte overuren zou worden gecompenseerd, maar nergens blijkt uit dat daarbij is gedoeld op een compensatie in geld.

Het hof verstaat de inhoud van deze e-mails aldus dat [appellant] – die er kennelijk ook zelf vanuit ging dat compensatie in geld niet aan de orde was, gelet op zijn ‘all-in’ loon – erop heeft aangedrongen dat hij zou worden gecompenseerd in tijd. Zo schrijft [appellant] in zijn e-mail van 5 oktober 2011 “[ik] heb er vertrouwen in dat Erik ervoor zal zorgdragen dat de werkweken op een gemiddelde van 48 uur gaan uitkomen.”

Nu ervan moet worden uitgegaan dat partijen een all-in loon zijn overeengekomen zonder overwerkvergoeding, bestaat, behoudens bijzondere omstandigheden die zijn gesteld noch gebleken, ook wanneer wordt uitgegaan van een arbeidsovereenkomst voor gemiddeld 48 uur per week en een feitelijke werkweek van gemiddeld 55 uur, geen aanspraak (achteraf) op vergoeding van het verschil van zeven uren tussen beide. Bovendien volgt uit de getuigenverklaringen niet dat partijen een werkweek van gemiddeld 48 uur zijn overeengekomen, hooguit dat het gemiddelde van 48 uur ter indicatie is genoemd tijdens het sollicitatiegesprek.

Naar het oordeel van het hof kan niet worden geconcludeerd dat [appellant] het bewijs geleverd heeft zoals hierboven onder 5. sub a. bedoeld.'

ECLI:NL:GHDHA:2014:1857 Instantie Gerechtshof Den Haag Datum uitspraak 10-06-2014

 
< Vorige   Volgende >


 zaterdag, 21 juli 2018






O P M E R K E L IJ K
Kantonrechter over administratiekosten boete tegen officier en CJIB: waar zijn jullie mee bezig !!?

Incassomiddel schiet doel ver voorbij

Een opmerkelijke boete-zaak. Iedereen die wel 'ns een verkeersboete heeft gehad, kent de incasso's van het CJIB. Maar er zijn incassomaatregelen die hun doel ruim voorbij schieten, vindt kantonrechter mr. W.E.M. Verjans. Vooral wanneer het gaat om € 6,00 (zes euro) te innen ten behoeve van de Staat der Nederlanden.

Rechtsbescherming

De wetgever was in een ver verleden van opvatting dat de Wet Mulder/WAHV voldoet aan de eisen die artikel 6 van het Europese Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens stelt aan rechtsbescherming. Verjans vraagt zich af of in het kader van de huidige handhaving van deze wet nog wel sprake is van “een waarborging van de deugdelijke rechtsbescherming van de betrokkene.”

LEES VERDER...
 
Hof: wrakingsverzoek gegrond, raadsheer eerst gedelegeerd rc, later in rol voorzitter strafkamer
Verzoeker is ontvankelijk in zijn (tweede) wrakingsverzoek, nu sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden waarop het verzoek is gegrond. Het wrakingsverzoek komt er in de kern op neer dat de raadsheer niet heeft ingegrepen nadat zij ervan op de hoogte was gesteld dat (reeds) één van de getuigen in strijd met de beslissing van het hof en buiten aanwezigheid van de verdediging was gehoord door de politie en dat enige dagen nadien een andere getuige door de politie zou worden gehoord.
LEES VERDER...
 
U I T G E L I C H T
Ooit veroordeeld als tiener door kinderrechter en nu verwijdering DNA-databank? Dat kan

Internet kan een eeuwig brandmerk zijn bij een misstap, maar een DNA-profiel in een landelijke databank voelt misschien wel net zo bezwaarlijk. Jaarlijks staan bijna 3.000 minderjarigen na hun veroordeling voor een strafbaar feit DNA-gegevens af aan justitie.

In deze zaak gaat het om een bezwaarschrift ex artikel 7 van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. Uit het dossier blijkt dat de veroordeelde jongeman - 12 jaar tijdens het misdrijf - op straat een telefoon van iemand heeft gejat. Hij heeft verklaard dat hij dit had gedaan, omdat hij in de disco zijn telefoon verloren was en dit niet aan zijn moeder durfde te vertellen.

Hij is op 15-jarige leeftijd veroordeeld door de kinderrechter en nadien niet meer met justitie in aanraking gekomen. Het bewezen verklaarde delict moet worden aangemerkt als een eenmalig incident, bezien tegen de achtergrond van de levensfase waarin de veroordeelde verkeerde en met name de moeilijke periode die hij doormaakte vanwege het overlijden van onder meer zijn opa en de ziekte van zijn stiefvader.

Het recidiverisico wordt zeer klein geacht. Wel zijn er nog zorgen vanwege zijn lage IQ, waardoor de hij over weinig 'probleemoplossend vermogen beschikt om te kunnen denken hoe hij dingen anders moet aanpakken, maar er wordt aan gewerkt om hem daarin te trainen', staat in de uitspraak (i.c. beslissing).

OvJ moet celmateriaal laten vernietigen

LEES VERDER...
 
Alex Brenninkmeijer wordt hoogleraar Institutionele aspecten van de rechtsstaat

“Als oud-rechter, voormalig Nationale ombudsman en tegenwoordig lid van de Europese Rekenkamer heb ik ervaring met drie instituties van de rechtsstaat, het lijkt mij geweldig om mijn ervaring in de Utrechtse academische context te delen en mee te werken aan het strategisch thema Instituties”, aldus Brenninkmeijer.

Vanaf juli dit jaar is voormalig nationaal ombudsman dr. Alex Brenninkmeijer (1951) hoogleraar ‘Institutionele aspecten van de rechtsstaat’ aan de Universiteit Utrecht, zo laat de UU weten.

LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden