Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Handgeschreven codicil: kandidaat-notaris geeft zonder onderzoek verklaring van executele af

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Handgeschreven codicil: kandidaat-notaris geeft zonder onderzoek verklaring van executele af

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Rechtspraak
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
OM
Justitie
SZW
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
HvJ EU
CRvB
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
CBb
Tweede Kamer
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina arrow Notariaat arrow Handgeschreven codicil: kandidaat-notaris geeft zonder onderzoek verklaring van executele af
 
Handgeschreven codicil: kandidaat-notaris geeft zonder onderzoek verklaring van executele af
dinsdag, 5 augustus 2014

Klager bestrijdt de geldigheid van het codicil op grond waarvan de nicht van klager tot executeur is benoemd en verwijt de kandidaat-notaris dat hij zomaar een verklaring van executele heeft afgegeven.

De nicht van klager heeft vervolgens de deur van de woning van erflaatster laten openbreken. Er zou vanalles zijn verdwenen uit de woning. Klager voelt zich door de kandidaat-notaris buitenspel gezet.

De kandidaat-notaris vindt dat er eerder sprake is van beperkte communicatie tussen klager en diens raadsman. Klager dacht wellicht dat zijn raadsman de kandidaat-notaris zou berichten, stelt de notariële broeder.

In eerste instantie had de nicht van klager alleen een kopie van het codicil in haar bezit, later vond zij het origineel. De kandidaat-notaris hoopte een praktische oplossing te vinden voor de afwikkeling van de nalatenschap.

Uit de beslissing van 24 april 2014 van de Kamer voor het notariaat in Amsterdam in de klacht met nummer 556687/NT 13-84 Th:

'5.2 Ten aanzien van de klacht oordeelt de kamer het volgende.

Naar huidig recht dient een codicil te voldoen aan de vereisten van artikel 4: 97 BW, dat luidt als volgt: “Bij een onderhands, door de erflater geheel met de hand geschreven, gedagtekend en ondertekend stuk kunnen zonder verdere formaliteiten beschikkingen worden gemaakt tot:

a het maken van legaten van:

1 kleren, lijfstoebehoren en bepaalde lijfsieraden;

2 bepaalde tot de inboedel behorende zaken en bepaalde boeken;

b bepaling dat goederen, bedoeld onder a. buiten een huwelijksgemeenschap vallen

c aanwijzing van een persoon als bedoeld in artikel 25, tweede en vierde lid, van de Auteurswet en artikel 5, tweede lid, van de Wet op de naburige rechten.”

Artikel 4:982 oud BW gaf een vergelijkbare regeling met als belangrijkste verschil dat in het codicil ook een executeur-testamentair kon worden aangewezen, zoals in het onderhavige codicil is gedaan.

Ter zitting heeft de kandidaat-notaris bevestigd dat de datum op het codicil niet door erflaatster zelf is ingevuld. Daarbij heeft de kandidaat-notaris medegedeeld dat op het betreffende codicil zowel de handtekening van erflaatster als de handtekening van [de nicht van klager] zijn geplaatst. Voorts heeft de kandidaat-notaris ter zitting medegedeeld dat het waarschijnlijk is dat de datum op het codicil door [de nicht van klager] is ingevuld.

5.3 Naar huidig recht moet een codicil gegoten worden in een onderhands door de erflater geheel met de hand geschreven, gedagtekend en ondertekend stuk. Wanneer de erflater het codicil niet ondertekend heeft, is het nietig (artikel 4:109 lid BW) Wanneer het codicil niet handgeschreven is of niet gedagtekend is, dan is het vernietigbaar. Codicillen met een inhoud die buiten dit artikel vallen, zijn eveneens nietig voor zover het beschikkingen betreft die niet bij codicil gemaakt kunnen worden. Leed het codicil onder oud recht aan een vormgebrek, dan is op grond van artikel 127 Ow NBW het huidig recht van toepassing. Zo is een niet gedateerd codicil naar oud recht nietig, maar naar huidig recht vernietigbaar.

Nu op het onderhavige codicil de datum niet door erflaatster zelf is ingevuld en het codicil bovendien niet alleen de handtekening van erflaatster, maar daarnaast ook de handtekening van de daarin benoemde executeur-testamentair bevat, is het naar de opvatting van de kamer zodanig aannemelijk dat het codicil niet rechtsgeldig is opgemaakt, dat de kandidaat-notaris klager – die immers de geldigheid van het codicil betwistte – tenminste de gelegenheid had moeten bieden de vraag omtrent de geldigheid van het codicil aan de rechter voor te leggen.

Naar het oordeel van de kamer had de kandidaat-notaris de verklaring van executele dan ook niet zonder meer mogen afgeven en in ieder geval niet al daags na de aankondiging van zijn voornemen daartoe in de brief van 28 november 2013. Dit geldt te meer nu in de brief van de kandidaat-notaris van 13 november 2013 een alternatief werd geboden voor deze juridische strijd omtrent de geldigheid van het codicil en de aan klager geboden responstijd ten tijde van de afgifte van de verklaring van executele nog niet was verstreken. Voor zover de kandidaat-notaris van oordeel is dat het codicil aan alle wettelijke eisen voldoet, nu het door erflaatster is geschreven en ondertekend, miskent hij daarbij dat het codicil niet door erflaatster is gedateerd, zodat niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat het codicil op de op het codicil vermelde datum is gemaakt. 

De kandidaat-notaris heeft – gezien het bovenstaande – onzorgvuldig jegens klager gehandeld. De klacht zal daarom gegrond worden verklaard.

Maatregel

5.4 De kamer komt tot de volgende maatregel.

De kamer rekent het de kandidaat-notaris aan dat hij door zijn handelwijze klager in het geschil met [de nicht van klager] over de rechtsgeldigheid van het codicil feitelijk buitenspel heeft geplaatst. Door in zijn brief van 13 november 2013 klager een voorstel te doen waarbij de vraag over de rechtsgeldigheid van het codicil in feite werd geparkeerd en vervolgens de verklaring van executele af te geven terwijl de aan klager geboden termijn om op het voorstel te reageren nog niet was verstreken heeft de kandidaat-notaris niet alleen het vertrouwen in hemzelf als kandidaat-notaris, maar ook het vertrouwen in het gehele notariaat geschaad. Voorts kleven er aan (de totstandkoming van) het codicil dermate gebreken dat de rechtsgeldigheid daarvan ernstig kan worden betwijfeld. Ook ter zitting heeft de kandidaat-notaris dit niet ingezien. Dat baart de kamer zorgen.

Aangezien het codicil niet door erflaatster is gedateerd had de kandidaat-notaris niet alleen op zijn eigen oordeel omtrent de rechtsgeldigheid van het codicil mogen afgaan, maar zich daarover bij voorbeeld moeten verstaan met een vertrouwensnotaris of de door klager zelf in dit kader benaderde notaris. Nu de kandidaat-notaris dit heeft nagelaten heeft hij niet gehandeld met de zorg die hij als kandidaat-notaris behoorde te betrachten. De kamer acht het handelen van de kandidaat-notaris – mede gezien de gevolgen voor klager – zodanig ernstig verwijtbaar, dat de kandidaat-notaris de maatregel van berisping zal worden opgelegd.'


De kamer voor het notariaat verklaart de klacht gegrond en legt de maatregel van berisping op. De kandidaat-notaris kan nog in beroep bij het hof.
 
Volgende >


 zondag, 30 april 2017





DE UITSPRAKEN

DE ZAAK HOLLEEDER, links naar de uitspraken:

BC0703 Willem Holleeder, afpersing en leider criminele organisatie
BC0697 Maruf M. medeverdachte Holleeder. Endstra is onder valse voorwendselen naar het kantoor van zijn toenmalig raadsman gelokt waar hij in de kamer van die raadsman - Bram Moszkowicz - is bedreigd door onder andere deze verdachte. Endstra is hierdoor bewogen grote sommen geld af te staan.
BC0708 Marcel K.
BC0710 Vriendin Holleeder: Maaike Dijkhuis (schuldwitwassen)

Lees ook over Holleeder (link) in het NJD



O P M E R K E L IJ K
Afwijzing aanvraag om wel heel bijzondere bijstand: kroegbezoek chronisch psychiatrisch patiënt

Afwijzing aanvraag om bijzondere bijstand. Appellante (de aanvrager) lijdt meer dan twintig jaar aan een schizoaffectieve stoornis. Zij heeft vele psychiatrische behandelingen ondergaan en jarenlang een dagactiviteitencentrum bezocht. Op 11 mei 2004 heeft appellante een aanvraag gedaan om bijzondere bijstand voor consumptiekosten in haar stamcafé Marktzicht te Utrecht (café). 

De vrouw heeft toegelicht dat zij een chronisch psychiatrisch patiënt is en dat zij niet alleen thuis kan zijn. Zij brengt haar dagen door in het café om onder de mensen te zijn.

Bij besluit van 15 juni 2004 heeft de gemeente deze aanvraag afgewezen. Bij uitspraak van 16 augustus 2005 heeft de rechtbank het beroep tegen het (latere) besluit ongegrond verklaard. Jaren later (2010) heeft de vrouw het nog een keer geprobeerd, maar de gemeente wees het weer af. Uiteindelijk belandde de zaak bij de hoogste bestuursrechter, de Centrale Raad van Beroep.

Waarom naar de kroeg?

De vrouw vindt dat zij de kosten tot een bedrag van € 300,- per maand niet meer uit haar vermogen kan bestrijden en wijst op een verklaring van haar psychiater. Daarin staat dat de vrouw niet in aanmerking komt voor reguliere dagopvang, omdat zij niet meer bestand is tegen de confrontatie met chronisch psychiatrische patiënten.

In de loop van de jaren heeft zij veel vrienden die zij via de psychiatrie heeft leren kennen, verloren onder andere door zelfdoding. Het café is een laagdrempelige manier om een sociaal netwerk op te bouwen buiten de psychiatrie. Appellante gebruikt sporadisch alcohol.

Uitspraak Centrale Raad

LEES VERDER...
 
Hof: wrakingsverzoek gegrond, raadsheer eerst gedelegeerd rc, later in rol voorzitter strafkamer
Verzoeker is ontvankelijk in zijn (tweede) wrakingsverzoek, nu sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden waarop het verzoek is gegrond. Het wrakingsverzoek komt er in de kern op neer dat de raadsheer niet heeft ingegrepen nadat zij ervan op de hoogte was gesteld dat (reeds) één van de getuigen in strijd met de beslissing van het hof en buiten aanwezigheid van de verdediging was gehoord door de politie en dat enige dagen nadien een andere getuige door de politie zou worden gehoord.
LEES VERDER...
 
Edward Kleemans in commissie National Academy of Sciences voor onderzoek naar illegale tabaksmarkt
Edward Kleemans, hoogleraar Zware Criminaliteit en Rechtshandhaving, is benoemd in de onderzoekscommissie 'Committee on the Illicit Tobacco Market' van de NAS. Dat laat de Vrije Universiteit weten. Met de staf van de National Academy of Sciences gaat deze commissie onderzoek doen naar de 'stand van de internationale wetenschappelijke kennis op het gebied van roken, tabaksbeleid en de illegale tabaksmarkt'.
LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden