Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Verdonk: ik kon niet anders in zaak Hirsi Ali, maar wat zei de Hoge Raad en de procureur-generaal?

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Verdonk: ik kon niet anders in zaak Hirsi Ali, maar wat zei de Hoge Raad en de procureur-generaal?

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina arrow Hoofdpunten arrow Verdonk: ik kon niet anders in zaak Hirsi Ali, maar wat zei de Hoge Raad en de procureur-generaal?
 
Verdonk: ik kon niet anders in zaak Hirsi Ali, maar wat zei de Hoge Raad en de procureur-generaal?
dinsdag, 16 mei 2006

Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid is onderstaande uitspraak dd. 11 november 2005 van de Hoge Raad hét arrest waar nu over gedebateerd wordt in de Tweede Kamer, het debat over de mogelijke ontzegging door minister Verdonk (V&I) van het Nederlanderschap van Ayaan Hirsi Ali.

'Ik kon niet anders'

'Ik kon niet anders', herhaalt Verdonk steeds, dan tot de brief komen zoals deze in overige nieuwsberichten aan de orde kwam vandaag in het NLJD. 'Het rechtsgevolg is niet totstandgekomen', meent de minister van V&I.

De Kamer betwist dit en meent dat er wel een beoordelingsruimte is, ruimte voor een afweging. Verdonk verklaart de uitspraak van de Hoge Raad tot wet, stelt André Rouvoet van de ChristenUnie, terwijl de wet (artikel 14 van de Rijkswet) spreekt van 'kan... intrekken' bij een valse verklaring of bedrog.

Waar ging het om bij die naturalisandi (zij die Nederlander werden)?

In 1992 waren verzoekers in dat arrest met hun (toen nog allen) minderjarige kinderen als vluchtelingen vanuit Irak naar Nederland gekomen.

Uit angst dat het gebruik van hun echte namen negatieve gevolgen zou hebben voor hun in Irak achtergebleven familieleden, hebben zij bij hun aanvraag om als vluchteling tot Nederland te worden toegelaten alsmede bij hun aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning, niet hun juiste namen opgegeven.

De uitspraak gaat dus over nationaliteitsrecht, in het bijzonder het verlies van eerder verleend Nederlanderschap in geval van naturalisatiebesluit waarin valse of fictieve persoonsgegevens zijn opgenomen en de strekking van art. 14 RWN.

Kernoverweging van de Raad:

3.3 Het middel dat ten betoge strekt dat een naturalisatiebesluit waarin onjuiste persoonsgegevens zijn opgenomen wél rechtsgevolg heeft, mits duidelijk is - zoals in het onderhavige geval - op welke personen het besluit het oog heeft gehad, gaat uit van een onjuiste rechtsopvatting.

Een naturalisatiebesluit waarin valse of fictieve persoonsgegevens zijn opgenomen, identificeert - behoudens bijzondere omstandigheden waaromtrent door de rechtbank in deze niets is vastgesteld - betrokkene immers niet, en heeft daarom geen rechtsgevolg.

Het betoog dat het bestaan van de mogelijkheid van intrekking van art. 14 RWN meebrengt dat een naturalisatiebesluit niet zonder rechtsgevolg kan zijn, gaat niet op.

Art. 14 RWN ziet op gevallen waarin het Nederlanderschap daadwerkelijk door het naturalisatiebesluit is verkregen en niet op gevallen waarin het naturalisatiebesluit met valse of fictieve personalia is verkregen, en dus rechtsgevolg mist. Het middel faalt.

Minstens zo interessant is de visie van procureur-generaal Strikwerda:

'Daarbij verdient aantekening dat in andere gevallen van foutieve persoonsgegevens aan het naturalisatiebesluit rechtsgevolg niet steeds behoeft te worden ontzegd.

Te denken valt aan gevallen waarin de opgegeven naam of andere persoonsgegevens een kennelijke verschrijving bevatten of als gevolg van transscriptieproblemen zijn verbasterd, of aan gevallen waarin de opgegeven naam een naam is waaronder de naturalisandus (ook) bekend staat en door hem - volgens het toepasselijke recht - bevoegdelijk is gevoerd.

In deze gevallen betreffen de vermelde gegevens de naturalisandus en kunnen hem ook identificeren. Zie ook HR 21 november 1997, NJ 1998, 283 nt. GRdG.

Cusivering red. (Waar 'hem' staat, kan ook 'haar' gelezen worden uiteraard).

Vgl. Landelijk Jurisprudentie Nummer (LJN) AT7542

 
< Vorige   Volgende >


 zondag, 23 september 2018






O P M E R K E L IJ K
Praktische ontwerpfouten ergenis in aanloop opening peperduur Paleis van Justitie Amsterdam

Nu maar hopen dat de koning overmorgen niet tegen die marmeren bank aanloopt

Het ontwerp van het nieuwe Paleis van Justitie aan het IJDock in Amsterdam is meer vorm dan functioneel. Stadszender AT5 bericht dat er zelfs een werkgroep in het leven is geroepen om het onlangs opgeleverde pand tegen het licht te houden.

De woordvoerder van het Paleis geeft op camera met schaamtevolle blik en verlegen lach toe dat een praktische aantal zaken over het hoofd is gezien.

LEES VERDER...
 
'Rechterlijke samenwerking is goed, maar slecht ingebed'

De Rechtspraak, Den Haag -  Onderlinge afspraken tussen rechters over strafhoogtes en rekenmethoden bevorderen de eenheid in het recht, maar zijn nog te weinig wettelijk verankerd. Een deel van deze rechterlijke regelingen kan beter zichtbaar gemaakt worden.

Dat stelt onderzoeker Ard Schoep in zijn bijdrage aan de zojuist verschenen bundel ‘Rechterlijke Macht, studies voor rechtspraak en rechtshandelingen in Nederland’.

Afspraken
Een deel van de beslissingen in de rechtszaal vloeit voort uit afspraken en regelingen die gemaakt zijn door rechters zelf. Die afspraken worden vaak landelijk nagevolgd en hebben daarmee veel invloed. Een bekend voorbeeld is de formule waarmee kantonrechters sinds vijftien jaar de hoogte berekenen van ontslagvergoedingen: grofweg het aantal dienstjaren maal het maandsalaris.

LEES VERDER...
 
U I T G E L I C H T
Ooit veroordeeld als tiener door kinderrechter en nu verwijdering DNA-databank? Dat kan

Internet kan een eeuwig brandmerk zijn bij een misstap, maar een DNA-profiel in een landelijke databank voelt misschien wel net zo bezwaarlijk. Jaarlijks staan bijna 3.000 minderjarigen na hun veroordeling voor een strafbaar feit DNA-gegevens af aan justitie.

In deze zaak gaat het om een bezwaarschrift ex artikel 7 van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. Uit het dossier blijkt dat de veroordeelde jongeman - 12 jaar tijdens het misdrijf - op straat een telefoon van iemand heeft gejat. Hij heeft verklaard dat hij dit had gedaan, omdat hij in de disco zijn telefoon verloren was en dit niet aan zijn moeder durfde te vertellen.

Hij is op 15-jarige leeftijd veroordeeld door de kinderrechter en nadien niet meer met justitie in aanraking gekomen. Het bewezen verklaarde delict moet worden aangemerkt als een eenmalig incident, bezien tegen de achtergrond van de levensfase waarin de veroordeelde verkeerde en met name de moeilijke periode die hij doormaakte vanwege het overlijden van onder meer zijn opa en de ziekte van zijn stiefvader.

Het recidiverisico wordt zeer klein geacht. Wel zijn er nog zorgen vanwege zijn lage IQ, waardoor de hij over weinig 'probleemoplossend vermogen beschikt om te kunnen denken hoe hij dingen anders moet aanpakken, maar er wordt aan gewerkt om hem daarin te trainen', staat in de uitspraak (i.c. beslissing).

OvJ moet celmateriaal laten vernietigen

LEES VERDER...
 
Alex Brenninkmeijer wordt hoogleraar Institutionele aspecten van de rechtsstaat

“Als oud-rechter, voormalig Nationale ombudsman en tegenwoordig lid van de Europese Rekenkamer heb ik ervaring met drie instituties van de rechtsstaat, het lijkt mij geweldig om mijn ervaring in de Utrechtse academische context te delen en mee te werken aan het strategisch thema Instituties”, aldus Brenninkmeijer.

Vanaf juli dit jaar is voormalig nationaal ombudsman dr. Alex Brenninkmeijer (1951) hoogleraar ‘Institutionele aspecten van de rechtsstaat’ aan de Universiteit Utrecht, zo laat de UU weten.

LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden