Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Fictieve geboortedatum in GBA, herziening studiefinanciering (Wsf 2000) terecht?

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Fictieve geboortedatum in GBA, herziening studiefinanciering (Wsf 2000) terecht?

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Rechtspraak
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
OM
Justitie
SZW
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
HvJ EU
CRvB
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
CBb
Tweede Kamer
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina arrow Hoofdpunten arrow Fictieve geboortedatum in GBA, herziening studiefinanciering (Wsf 2000) terecht?
 
Fictieve geboortedatum in GBA, herziening studiefinanciering (Wsf 2000) terecht?
maandag, 3 juli 2006

Verweerster heeft bij beschikking van 17 november 2001 aan eiseres studiefinanciering toegekend vanaf januari 2002.

Bij bericht van 6 november 2004 heeft verweerster gemeld dat de geregistreerde geboortedatum van eiseres 1 januari 1984 was en is gewijzigd in 2 november 1984. Eiseres heeft daarom volgens verweerster teveel toelage ontvangen en onterecht een OV-kaart gehad. Hierdoor is een kortlopende schuld ontstaan. Derhalve gaat verweerster over tot herziening van de toekenning van studiefinanciering.

Bij inschrijving in GBA is aan eiseres dus een fictieve geboortedatum toegekend. Bestaat op basis van de Wet studiefinanciering 2000 (WSF 2000) bevoegdheid om tot herziening over te gaan?

'Met verwijzing naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 4 maart 2005 (LJN AT1648), zoals deze ook ter zitting ter sprake is gekomen, kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden gezegd dat eiseres niet heeft voldaan aan de op haar rustende verplichting om alle relevante informatie aan verweerster te verstrekken en dat het haar van meet af aan redelijkerwijs duidelijk moet zijn geweest dat haar ten onrechte studiefinanciering werd verstrekt.

Uit voornoemde uitspraak blijkt immers onder meer dat het gegeven dat aan eiseres destijds bij gebreke van een authentieke geboorteakte een fictieve geboortedatum is toegekend, daarvoor onvoldoende is.

Voorts volgt uit voornoemde uitspraak van de CRvB dat een in eerdere instantie op basis van de fictieve geboortedatum genomen besluit tot toekenning van studiefinanciering, in beginsel niet eerder onjuist wordt dan op het moment dat de uit een authentiek document gebleken werkelijke geboortedatum bij de gemeente geregistreerd is.

Een en ander hangt samen met de omstandigheid dat in Nederland behoudens hier niet aan de orde zijnde omstandigheden, slechts persoonsgegevens welke blijken uit authentieke c.q. geverifieerde akten worden toegelaten voor opneming in de Gba. Bij gebreke daarvan wordt een fictieve geboortedatum aangehouden, ook indien van de kant van de betrokkene uitdrukkelijk een andere datum wordt aangegeven.

Gelet op vorenstaande bestaat naar het oordeel van de rechtbank geen wettelijke basis voor het in geding besluit waarbij tot herziening is overgegaan van het in eerdere instantie gennomen besluit tot toekenning van studiefinanciering aan eiseres.

De rechtbank voegt daar volledigheidshalve nog het volgende aan toe.

Door verweerster wordt gesteld dat eiseres ten tijde hier van belang op de hoogte was van het feit dat 1 januari 1984 niet haar werkelijke doch fictieve geboortedatum was.

Ongeacht of dit gelet op de door de CRvB gegeven overwegingen van invloed kan zijn op het antwoord op de vraag of een grondslag bestaat om tot herziening als bedoeld in artikel 7.1, tweede lid, onder a, van de Wsf 2000 over te gaan, is de rechtbank van oordeel dat zulks niet is gebleken.

In dat verband merkt de rechtbank allereerst op dat de enkele stelling van verweerster dat eiseres er niet in is geslaagd aan te tonen dat zij van vorenstaande niet op de hoogte was, geen grond kan bieden voor verweerster om dan maar van het tegendeel uit te gaan. Zoals reeds eerder is overwogen is het immers aan verweerster aan te tonen dat de in artikel 7.1, tweede lid, onder a, van de Wsf 2000 genoemde grondslag voor herziening zich voordoet.

Dat uit de tekst van het (aanvullend) bezwaarschrift zou blijken dat eiseres reeds (veel) eerder op de hoogte was van haar juiste geboortedatum, zoals door verweerster is betoogd, kan de rechtbank evenmin onderschrijven.

In bedoeld schrijven is naar het oordeel van de rechtbank slechts een weergave gegeven van hetgeen van de kant van de gemeente ten tijde van de inschrijving in de Gba richting haar vader is aangegeven.

Deze wetenschap aan de kant van haar vader betekent echter niet dat het ook eiseres duidelijk moet zijn geweest dat door verweerster van een onjuiste geboortedatum werd uitgegaan. Van belang om te weten is dan of de vader van eiseres haar van een en ander op de hoogte heeft gesteld.

Voor zover verweerster de verklaring van eiseres, zoals die ter zitting is afgelegd en waaruit blijkt dat zulks niet het geval is geweest, niet voldoende acht, ligt het op de weg van verweerster daarnaar nader onderzoek te doen en de vader van eiseres daaromtrent te horen.'

De rechtbank overweegt dus dat het op de weg van verweerster ligt om aannemelijk te maken dat eiseres ten tijde van de toekenning en uitbetaling wist of redelijkerwijs kon weten dat de toekenning onjuist was en dat zij daar niet in is geslaagd, zodat er geen wettelijke basis bestaat voor herziening. Beroep gegrond.

LJN: AX9690, Rechtbank Assen, 05/506

 
< Vorige   Volgende >


 vrijdag, 19 september 2014






O P M E R K E L IJ K
Supermarkt aansprakelijk voor glijpartij ingang winkel
Letselschadezaak. Bezoeker van een supermarkt glijdt bij de ingang van de winkel uit doordat de (door regen kletsnat geworden) droogloopmat onder zijn voet wegglijdt. De rechtbank acht de supermarkt aansprakelijk voor de schade.
LEES VERDER...
 
NJD § RECHTERS
Brief Raad voor de rechtspraak na tweede rondgang langs gerechten

Rvdr, Den Haag -  De Raad voor de rechtspraak treft dertien concrete maatregelen om de in december 2012 in een manifest gesignaleerde problemen op te lossen en onvrede in de Rechtspraak weg te nemen.

Dat staat in een brief die de Raad voor de rechtspraak aan alle medewerkers heeft gestuurd. De aanleiding voor de brief was een manifest dat door raadsheren van het toenmalige gerechtshof in Leeuwarden was opgesteld. Dit manifest riep de Raad voor de rechtspraak en de gerechtsbesturen op prioriteit te geven aan kwaliteit en inhoud van het rechtspreken en minder te sturen op productiecijfers.

LEES VERDER...
 
U I T G E L I C H T
Hoe zit het ook alweer met aftrekbaarheid kosten werkkamer, een voorbeeld uit de praktijk
Eiser is zelfstandige zonder personeel en woont in een huurhuis waarin hij een werkkamer heeft. In geschil is of eiser de kosten van de werkkamer in aftrek kan brengen. Tussen partijen spitst het geschil zich toe op de vraag of het huurrecht tot het bedrijfsvermogen behoort.
LEES VERDER...
 
NJD § PERSOONLIJK
Peter van den Bossche herbenoemd als rechter bij Wereldhandelsorganisatie
Professor Peter van den Bossche is herbenoemd als rechter bij het Appellate Body van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Hiertoe besloten de 159 Lidstaten van de WTO onlangs tijdens een bijeenkomst in Genève. Universiteit Maastricht meldt verder dat de hoogleraar (sinds 2001, op gebied van Internationaal Economisch Recht) werd benoemd voor een tweede termijn van vier jaar.
LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden