Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Faillissementsprocedure schiet haar doelen voorbij, blijkt uit onderzoek Insolventierecht

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Faillissementsprocedure schiet haar doelen voorbij, blijkt uit onderzoek Insolventierecht

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina arrow Publicaties arrow Faillissementsprocedure schiet haar doelen voorbij, blijkt uit onderzoek Insolventierecht
 
Faillissementsprocedure schiet haar doelen voorbij, blijkt uit onderzoek Insolventierecht
vrijdag, 16 maart 2007

Karin Luttikhuis: vergaande conclusiesDe Staatscomissie Insolventierecht heeft een flinke kluif aan de conclusies en aanbevelingen van het onderzoek in het kader van het Schoordijk Instituut Center for Company Law, getiteld Insolventierecht in cijfers en modellen: Schuldeisersbenadeling en conclusies van mr. drs. A.P.K. Luttikhuis RA en dr. ir. R.E. Timmermans. Die commissie is hier nu mee bezig.

In deze studie worden de resultaten gepubliceerd van het dossieronderzoek voor de Faillissementsstatistiek 2004, meldt het CBS. Resultaten met betrekking tot werkgelegenheid, behoud van onderneming en misbruik van faillissementsrecht zijn eerder gepubliceerd.

Onderzoekster Karin Luttikhuis noemt tegenover dit dagblad de conclusies betreffende de nieuwe faillissementswet 'vergaand' en hoopt dat de resultaten de Staatscomissie Insolventierecht van dienst zijn. Waarschijnlijk worden haar aanbevelingen wel ter harte genomen (naast inhoudelijke redenen) nu in deze Staatscommissie enkele leden van haar promotiecomissie zitten.

Uit het onderzoek Insolventierecht in cijfers en modellen: Schuldeisersbenadeling en conclusies hieronder het deel over contraproductieve wetgeving.

Doelmatige en doeltreffende wijzigingen

'We hebben gezien dat de faillissementsprocedure haar doelen amper bereikt. Voorkomen moet worden dat door goed bedoelde wetgeving de effectiviteit vermindert.

Alvorens de wetgever wijzigingen gaat incorporeren in de faillissementsprocedure en/of in de informele reorganisatie en/of in de individuele verhaalsprocedures dient hij het effect daarvan op de doelen te hebben onderzocht, althans beredeneerd. Voorts dienen de kosten daarvan in kaart te zijn gebracht en dient een antwoord te worden gegeven op de vraag: wie dient de kosten te dragen?

De regelgeving dient er niet toe te leiden dat de kosten de baten ervan overschrijden. Onder deze kosten vallen ook de kosten ten behoeve van het behoud van onderneming en werkgelegenheid. Dit alles is essentieel.

Het wijzigen van een faillissementsprocedure uit het oogpunt van rechtvaardigheid, zonder de efficiëntie en effectiviteit van de instrumenten in ogenschouw te nemen kan leiden tot contraproductieve wetgeving. We dienen te voorkomen dat er een zelfde fout wordt gemaakt als bij de invoering van de procedure voor het vereenvoudigd afwikkelen van het faillissement.

Uit mijn onderzoek blijkt dat in een verwaarloosbaar aantal faillissementen de schuldeisers gebruik maken van hun recht om in verzet te gaan tegen de uitdelingslijst indien er sprake is van een vereenvoudigde afwikkeling. Gesteld kan worden dat de baten hiervan, het winnen aan transparantie laag is indien we als indicator hiervoor nemen het aantal schuldeisers dat in verzet gaat. Terwijl de kosten van het vereenvoudigd afwikkelen voor de schuldeisers naar schatting hoog zijn: bij elke vereenvoudigde afwikkeling dienen er publicatiekosten te worden gemaakt en kost het de curator de nodige tijd om de verplichte procedure te doorlopen. Indien wij de kosten tegen de baten afwegen dan is er naar mijn mening sprake van ‘ongewenste transparantie’.

Een ander voorbeeld van contraproductieve wetgeving is de wijziging van art. 67 lid 2 Fw. bij Wet van 18 april 2002 ten behoeve van de werknemer.9 Een voorbeeld van mogelijke contraproductieve wetgeving is het advies van de Commissie insolventierecht van 13 april 2005. Zij stelt hierin een geheel ander systeem van toezicht voor dan het huidige.

Volgens haar dienen de schuldeisers primair het toezicht uit te oefenen en dient de r-c geen inhoudelijk toezicht meer te houden, maar zich te beperken tot het beslechten van geschillen. In haar advies blijven echter onvermeld wat de effecten hiervan zullen zijn op de doelen. Allereerst, betwijfel ik ten zeerste of het doel maximalisatie van de opbrengsten van de schuldeisers in meerdere mate zal worden bereikt door deze wijziging.

Immers niet alleen de baten, maar ook de kosten van het toezicht door de schuldeisers, bestaande uit voornamelijk het honorarium van de curator, komen ten laste van de boedel.

Uit de onderzoeksresultaten zoals weergegeven in hoofdstuk twee blijkt dat er nu reeds in drievierde van de faillissementen van bedrijven er sprake is van een negatieve boedel en dat de recovery rates bijzonder laag zijn.

Het gevaar bestaat dat een actievere participatie van de schuldeisers in de faillissementsprocedure de curator veel tijd zal vergen om zich te verantwoorden en leidt tot nog lagere recovery rates en meer negatieve boedels. Voorts is het de vraag in hoeverre de schuldeisers gemotiveerd zullen zijn om toezicht te houden op de andere twee doelen: behoud van onderneming en werkgelegenheid.

Het had op de weg van de commissie gelegen om in dit nieuwe systeem van toezicht dan bijvoorbeeld ook de werknemers een rol te geven.

Een ander voorbeeld van mogelijke toekomstige contraproductieve wetgeving is het voorstel van de Commissie insolventierecht om de curator exclusief bevoegd te maken om de zogenoemde Peeters/Gatzen vordering in te stellen. Uit de onderzoeksresultaten van hoofdstuk vier blijkt dat een curator in een zeer klein percentage van de faillissementen waarin er sprake is van schuldeisersbenadeling, een vordering wegens schuldeisersbenadeling instelt en dat dit in een nog kleiner percentage succesvol is.

De vraag rijst of voornoemd voorstel zal leiden tot contraproductieve wetgeving. Het voorstel neemt het recht van de individuele schuldeisers af, zonder dat duidelijk is of de curator van het recht om een derde aansprakelijk te stellen gebruik zal maken. Bovenal is het volstrekt onbekend in hoeverre er sprake is van samenloop en als er sprake is van samenloop, in hoeverre dit de doelen van de faillissementsprocedure aantast.

Voorts blijft het mogelijke positieve effect van dit recht van de individuele schuldeiser op de doelen van de faillissementsprocedure onbesproken. Het voordeel van dit recht bij de individuele schuldeiser is dat indien de schuldeiser met succes zich beroept op de derde de vordering van die schuldeiser (gedeeltelijk) tenietgaat. In dat geval zijn de gezamenlijke schuldeisers gebaat indien zij als gevolg daarvan een hogere uitkering krijgen en de curator toch niet voornemens was om die vordering in te stellen.'

Volledige onderzoek: Schoordijk Instituut Center for Company Law Insolventure Insolventierecht in cijfers en modellen: Schuldeisersbenadeling en conclusies van mr. drs. A.P.K. Luttikhuis RA en dr. ir. R.E. Timmermans, link: Insolventietrechtincijfers (61 p. PDF)

Zie voor meer publicaties de website van Karin Luttikhuis: Advocaatie.nl (met dubbel a).

Lees ook: Nieuwe cijfers faillissementen voeden argument om informele reorganisatie centraal te stellen

 
< Vorige   Volgende >


 dinsdag, 21 augustus 2018






O P M E R K E L IJ K
Afwijzing aanvraag om wel heel bijzondere bijstand: kroegbezoek chronisch psychiatrisch patiënt

Afwijzing aanvraag om bijzondere bijstand. Appellante (de aanvrager) lijdt meer dan twintig jaar aan een schizoaffectieve stoornis. Zij heeft vele psychiatrische behandelingen ondergaan en jarenlang een dagactiviteitencentrum bezocht. Op 11 mei 2004 heeft appellante een aanvraag gedaan om bijzondere bijstand voor consumptiekosten in haar stamcafé Marktzicht te Utrecht (café). 

De vrouw heeft toegelicht dat zij een chronisch psychiatrisch patiënt is en dat zij niet alleen thuis kan zijn. Zij brengt haar dagen door in het café om onder de mensen te zijn.

Bij besluit van 15 juni 2004 heeft de gemeente deze aanvraag afgewezen. Bij uitspraak van 16 augustus 2005 heeft de rechtbank het beroep tegen het (latere) besluit ongegrond verklaard. Jaren later (2010) heeft de vrouw het nog een keer geprobeerd, maar de gemeente wees het weer af. Uiteindelijk belandde de zaak bij de hoogste bestuursrechter, de Centrale Raad van Beroep.

Waarom naar de kroeg?

De vrouw vindt dat zij de kosten tot een bedrag van € 300,- per maand niet meer uit haar vermogen kan bestrijden en wijst op een verklaring van haar psychiater. Daarin staat dat de vrouw niet in aanmerking komt voor reguliere dagopvang, omdat zij niet meer bestand is tegen de confrontatie met chronisch psychiatrische patiënten.

In de loop van de jaren heeft zij veel vrienden die zij via de psychiatrie heeft leren kennen, verloren onder andere door zelfdoding. Het café is een laagdrempelige manier om een sociaal netwerk op te bouwen buiten de psychiatrie. Appellante gebruikt sporadisch alcohol.

Uitspraak Centrale Raad

LEES VERDER...
 
Hof: wrakingsverzoek gegrond, raadsheer eerst gedelegeerd rc, later in rol voorzitter strafkamer
Verzoeker is ontvankelijk in zijn (tweede) wrakingsverzoek, nu sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden waarop het verzoek is gegrond. Het wrakingsverzoek komt er in de kern op neer dat de raadsheer niet heeft ingegrepen nadat zij ervan op de hoogte was gesteld dat (reeds) één van de getuigen in strijd met de beslissing van het hof en buiten aanwezigheid van de verdediging was gehoord door de politie en dat enige dagen nadien een andere getuige door de politie zou worden gehoord.
LEES VERDER...
 
U I T G E L I C H T
Rechtszitting over Zwarte Piet is op donderdag 16 oktober

RvS, Den Haag -  De rechtszitting over de hoger beroepen tegen de uitspraak van de rechtbank van Amsterdam over de figuur van Zwarte Piet wordt gehouden op donderdag 16 oktober aanstaande om 10.00 uur in het gebouw van de Raad van State aan de Kneuterdijk in Den Haag.

Het is de bedoeling dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in november van dit jaar een uitspraak doet.

Uitspraak van de rechtbank
Op 3 juli van dit jaar heeft de rechtbank zich uitgesproken over de evenementenvergunning die de burgemeester van Amsterdam had verleend voor de intocht van Sinterklaas in 2013. Twintig mensen kwamen hiertegen in beroep, omdat het evenement de figuur van Zwarte Piet bevat die fundamentele vrijheden aantast en teniet doet.

LEES VERDER...
 
Alex Brenninkmeijer wordt hoogleraar Institutionele aspecten van de rechtsstaat

“Als oud-rechter, voormalig Nationale ombudsman en tegenwoordig lid van de Europese Rekenkamer heb ik ervaring met drie instituties van de rechtsstaat, het lijkt mij geweldig om mijn ervaring in de Utrechtse academische context te delen en mee te werken aan het strategisch thema Instituties”, aldus Brenninkmeijer.

Vanaf juli dit jaar is voormalig nationaal ombudsman dr. Alex Brenninkmeijer (1951) hoogleraar ‘Institutionele aspecten van de rechtsstaat’ aan de Universiteit Utrecht, zo laat de UU weten.

LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden