Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Slachthameren van varkens bij export naar Duitsland, een rechterlijk pardon?

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Slachthameren van varkens bij export naar Duitsland, een rechterlijk pardon?

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina
 
Slachthameren van varkens bij export naar Duitsland, een rechterlijk pardon?
donderdag, 26 april 2007

'Dierenwelzijn in elk geval niet gediend met slaghameren in Duitsland'

Selectie uitspraak. Namens verdachte is aangegeven dat slachtvarkens in Nederland niet mogen worden voorzien van een slaghamermerk, terwijl Duitse slachthuizen een slaghamermerk als harde eis stellen.

Verdachte wordt overigens in dit geval het in voorraad hebben van slachtvarkens met een slachthamermerk verweten. Namens verdachte is aangegeven dat het niet mogelijk is de wetgeving na te leven.

De economische politierechter begrijpt het betoog namens verdachte als een beroep op overmacht dan wel als een beroep op verminderde verwijtbaarheid. In de overwegingen wordt uitgebreid stilgestaan bij het wettelijk kader ten aanzien van het merken van (slacht)varkens.

De economische politierechter is van oordeel dat verdachte kan worden tegengeworpen dat zij geen ontheffing op grond van artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren heeft aangevraagd bij de minister. Om die reden wordt het beroep op overmacht verworpen.

De rechter overweegt dat immers niet op voorhand kan worden uitgesloten dat, totdat de uitvoeringspraktijk in Duitsland is veranderd, een ontheffing voor een ingreep in de vorm van een slaghamermerk, al dan niet als alternatief voor het slachtmerk, en al dan niet onder voorwaarden, na kennisneming van alle relevante feiten, door de minister zal worden verleend.

Daarbij neemt de rechter de omstandigheid in aanmerking dat in de praktijk de Duitse slachthuizen, ten tijde in geding en blijkbaar nog steeds onveranderd, een slaghamermerk als harde eis stellen voor de acceptatie van Nederlandse slachtvarkens.

Ook neemt de rechter de omstandigheid in aanmerking dat het evenzeer in het belang van de Nederlandse overheid lijkt te zijn dat varkens na de slacht in Duitsland nog eenvoudig en eenduidig op herkomst zijn te traceren in het kader van de voedselveiligheid en in verband met dierziekten. Immers, om die reden is in Nederland een blikken slachtoormerk voorgeschreven, terwijl dit Nederlands slachtmerk door de Duitse slachthuizen niet voor dit doel wordt benut.

Het huidige (illegale) systeem van slaghameren van Nederlandse slachtvarkens, of dat nu in Nederland of in Duitland geschiedt, – ongecontroleerd en met willekeurige nummers – biedt daarvoor geen waarborg en verdraagt zich ook niet met het bepaalde in de Europese Richtlijn (92/102 EEG).

Verder neemt de rechter in aanmerking dat bij het aanbrengen van een slaghamermerk het belang van het dierenwelzijn relatief lijkt (geringe ingreep), terwijl het aannemelijk is geworden dat het dierenwelzijn, in elk geval niet gediend is met het slaghameren in Duitsland, gezien de omstandigheden waaronder dat aldaar geschiedt.

Tenslotte neemt de rechter in aanmerking dat in het verleden ook argumenten van praktische uitvoerbaarheid en economische motieven de minister hebben bewogen tot het verlenen van vrijstelling, getuige de “Vrijstellingsregeling ingrepen”.

Immers de eis van de Duitse slachthuizen brengt verdachte in een onmogelijke positie. Bovenstaande omstandigheden leiden er wel toe, dat het bewezen verklaarde aan verdachte slechts in verminderde mate kan worden verweten.

Daarbij neemt de rechter nog in aanmerking dat naar haar oordeel in redelijkheid niet kan worden verwacht dat een individuele veehandelaar de Duitse slachthuizen kan bewegen tot een ander beleid of kan afdwingen dat in zijn geval de slachtvarkens zonder slaghamermerk worden geaccepteerd.

Oordeel van de rechter: schuldigverklaring zonder straf of maatregel.

LJN: BA3950, Rechtbank Roermond, 04/064407-03
 
< Vorige   Volgende >


 maandag, 20 augustus 2018






O P M E R K E L IJ K
'Bedoeling was dat slachtoffer naar Suriname zou gaan en daar zijn dood in scene zou zetten'
Nationale Nederlanden Levensverzekeringen opgelicht, moord om uitkering

De verdachte heeft in de periode van 2 januari 2013 tot en met 25 februari 2013 te Rotterdam samen met een mededader het slachtoffer vermoord om een uitkering onder een levensverzekering te krijgen. Ook heeft hij een groot aantal (pogingen tot) fraude en valsheid in geschrifte gepleegd. Van enorme BTW-fraude tot fraude met kinderopvang en alles daartussen.

Een deel uit het standpunt van 41-jarige verdachte:

 'De verdachte ontkent iedere betrokkenheid bij de dood van[slachtoffer]. Hij erkent dat hij een verzekering bij Nationale Nederland op het leven van[slachtoffer] had afgesloten en ook dat dit gedaan is om Nationale Nederlanden op te lichten.[slachtoffer] en hij hadden dit samen opgezet. De bedoeling was dat[slachtoffer] naar Suriname zou gaan, dat hij daar zijn dood in scene zou zetten en dat hij dan onder een andere naam in Suriname zou blijven wonen. De uitkering van € 500.000,00 zou worden gedeeld tussen[slachtoffer] (€ 200.000,00) en de verdachte (€ 300.000,00). Dit plan is echter nooit uitgevoerd.

De verdachte had zelf onder een andere verzekering bij Nationale Nederlanden een uitkering geclaimd en gekregen nadat[slachtoffer], [medeverdachte] en hij op 2 januari 2013 een overval op de verdachte in scene hadden gezet. De verdachte vermoedt dat dit[slachtoffer] heeft geďnspireerd, dat[slachtoffer] en [medeverdachte] in de avond van 24 februari 2013 een overval in scene hebben willen zetten en dat [medeverdachte] daarbij[slachtoffer] heeft gedood. Hijzelf had[slachtoffer] nog afgeraden om een dergelijke fraude te proberen, omdat het bij Nationale Nederlanden zou opvallen dat er kort na elkaar twee keer een vergelijkbare schade zou worden geclaimd.

Uit de strafmotivering:

 'De verdachte heeft samen met een ander[slachtoffer] om het leven gebracht.[slachtoffer] is door de verdachte en diens mededader in een machteloze positie gebracht, nadat[slachtoffer] in de waan was gebracht dat deze (slechts) zou worden mishandeld om een verzekeringsuitkering te krijgen.[slachtoffer] is vervolgens op een vreselijke manier overleden. Van het vertrouwen dat[slachtoffer] in de verdachte, een vriend, had gesteld, is door de verdachte grof misbruik gemaakt. Het behoeft geen toelichting dat dit een zeer ernstig strafbaar feit is.

LEES VERDER...
 
'Rechterlijke samenwerking is goed, maar slecht ingebed'

De Rechtspraak, Den Haag -  Onderlinge afspraken tussen rechters over strafhoogtes en rekenmethoden bevorderen de eenheid in het recht, maar zijn nog te weinig wettelijk verankerd. Een deel van deze rechterlijke regelingen kan beter zichtbaar gemaakt worden.

Dat stelt onderzoeker Ard Schoep in zijn bijdrage aan de zojuist verschenen bundel ‘Rechterlijke Macht, studies voor rechtspraak en rechtshandelingen in Nederland’.

Afspraken
Een deel van de beslissingen in de rechtszaal vloeit voort uit afspraken en regelingen die gemaakt zijn door rechters zelf. Die afspraken worden vaak landelijk nagevolgd en hebben daarmee veel invloed. Een bekend voorbeeld is de formule waarmee kantonrechters sinds vijftien jaar de hoogte berekenen van ontslagvergoedingen: grofweg het aantal dienstjaren maal het maandsalaris.

LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden