Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Gerechtshof: verblijf vreemdeling op bajesboot wegens grondrechten gemaximeerd op half jaar

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Gerechtshof: verblijf vreemdeling op bajesboot wegens grondrechten gemaximeerd op half jaar

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina
 
Gerechtshof: verblijf vreemdeling op bajesboot wegens grondrechten gemaximeerd op half jaar
donderdag, 26 april 2007

Hof Den Haag - Vandaag heeft het Gerechtshof ’s-Gravenhage in hoger beroep geoordeeld in een kort geding tussen de Vereniging Asieladvocaten en de Staat over de huisvesting van vreemdelingen op de ‘bajesboten’ in Rotterdam.

Volgens het hof bestaat er na zes maanden tussen de beperking in grondrechten en het doel van de vreemdelingenbewaring geen redelijke verhouding meer. Net als de rechter in eerste aanleg is het hof van oordeel dat de vreemdelingen geen afdwingbaar recht hebben op arbeid en educatie.

Achtergrond

Vorig jaar verschenen in Vrij Nederland twee artikelen over de omstandigheden waaronder vreemdelingen die op uitzetting wachten, zijn gedetineerd op de “bajesboten” in de Rotterdamse haven. De Inspectie voor Sanctietoepassing van het Ministerie van Justitie en de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming hebben toen een onderzoek ingesteld op de boten. Zij hebben gezamenlijk een rapport uitgebracht, waarin zij concludeerden dat de voorzieningen voldoen aan de wettelijk vereisten maar wel sober zijn. In het rapport worden aanbevelingen gedaan ter verbetering van de situatie.

Eind vorig jaar heeft de Vereniging Asieladvocaten een kort geding tegen de Staat aangespannen. De Vereniging vindt dat de Staat de voorzieningen moet treffen die in het rapport zijn genoemd en stelt daarnaast nog een aantal eisen aan het verblijf. Verder is de Vereniging van mening dat de vreemdelingen niet langer dan drie, vier of maximaal zes maanden op de boten mogen worden vastgehouden.

Oordeel rechtbank

De voorzieningenrechter van de rechtbank heeft de vordering tot het treffen van maatregelen ter verbetering afgewezen. Dit was vooral omdat de Staat de in het rapport genoemde voorzieningen merendeels al heeft getroffen, met andere maatregelen bezig was en sommige maatregelen niet vereist zijn. De voorzieningenrechter heeft verder bepaald dat de Staat de vreemdelingen niet langer dan zes maanden op de boot mag vasthouden tenzij een rechter beslist dat dit wel mag op grond van het feit dat de vreemdeling niet aan zijn uitzetting meewerkt.

Zowel de Staat als de Vereniging zijn van die uitspraak in hoger beroep gegaan.

Hoger beroep

Het hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 maart 2007. Op die zitting is in overleg met partijen besloten dat het hof zelf op de boten zou gaan kijken. Op 16 maart 2007 heeft dat bezoek aan de boten plaatsgevonden.

Het hof heeft toen gezien dat de behuizing krap is, de gangen smal zijn en de plafonds laag. De ramen in de verblijfsruimten kunnen alleen op een kier open en bieden weinig lichtinval en uitzicht. Het sanitair is krap en niet kierdicht van de verblijfsruimten gescheiden. Het terrein en de luchtkooien op de kade zijn omheind met hekken en prikkeldraad.

De recreatiezalen bieden wel enige recreatieve voorzieningen, maar moeten door alle bewoners van een afdeling, soms 36 personen, worden gedeeld. De feitelijk beschikbare ruimte in de luchtkooien is beperkt waardoor maximaal tien personen tegelijk een partijtje voetbal kunnen spelen.

De wachttijd gaat ten koste van de beperkte tijd die buiten kan worden doorgebracht. Door het gemeenschappelijk gebruik van de meerpersoonskamers (meest vier of zes mensen per kamer) en van de recreatieruimte is de privacy zeer beperkt zo niet afwezig. Alleen de isoleerruimte biedt gelegenheid tot afzondering en privacy.

De detentieboten zijn naar hun aard aan (gebouwelijke) beperkingen onderhevig. Ook al zijn nagenoeg alle aanbevelingen uit het rapport van de Raad voor de Strafrechtstoepassing opgevolgd en is men doende het aanbod van voorzieningen op het gebied van recreatie en sport uit te breiden, dit neemt niet de beperkingen van het gebouw en dus het gebrek aan feitelijke bewegingsruimte en privacy weg.

Verhouding beperking grondrechten en doel vreemdelingenbewaring De vreemdelingen op de boten worden daardoor beperkt in de uitoefening van grondrechten. Die beperking wordt gerechtvaardigd door het doel van de bewaringsmaatregel, te weten het beschikbaar houden van de vreemdeling voor de uitzetting en het vaststellen van zijn nationaliteit en identiteit.

Met het verstrijken van de tijd gaan echter de beperkingen voor de vreemdeling steeds zwaarder wegen en leiden tot lichamelijke en psychische klachten. Na verloop van tijd bestaat er dan ook tussen de beperking in de grondrechten en het doel van de vreemdelingenbewaring geen redelijke verhouding meer. Het doel van die bewaring is niet strafrechtelijk en kan ook worden bereikt door de vreemdeling op een andere plaats te detineren die niet aan dezelfde gebouwelijke beperkingen onderhevig is of op een andere wijze.

Maximaal zes maanden

Daarom vindt het hof dat de weegschaal na zes maanden in het voordeel van de vreemdeling moet uitvallen. Het hof ziet in dit kort geding vooralsnog onvoldoende aanleiding om de maximale verblijfsduur te beperken tot drie of vier maanden.

Praktisch gezien betekent dit dat de vreemdeling na zes maanden moet worden overgebracht naar een andere locatie. Dit is ongeacht of de overschrijding van de termijn (mede) is te wijten aan de onwil van de vreemdeling om aan zijn uitzetting mee te werken. De uitzondering die de voorzieningenrechter heeft gemaakt voor een langer verblijf geldt dus volgens het hof niet.

Net als de rechter in eerste aanleg is het hof van oordeel dat de vreemdelingen geen afdwingbaar recht hebben op arbeid en educatie. Er is geen wet die of rechtstreeks bindend verdrag dat dat voorschrijft.

 
< Vorige   Volgende >


 zaterdag, 18 november 2017





DE UITSPRAKEN

DE ZAAK HOLLEEDER, links naar de uitspraken:

BC0703 Willem Holleeder, afpersing en leider criminele organisatie
BC0697 Maruf M. medeverdachte Holleeder. Endstra is onder valse voorwendselen naar het kantoor van zijn toenmalig raadsman gelokt waar hij in de kamer van die raadsman - Bram Moszkowicz - is bedreigd door onder andere deze verdachte. Endstra is hierdoor bewogen grote sommen geld af te staan.
BC0708 Marcel K.
BC0710 Vriendin Holleeder: Maaike Dijkhuis (schuldwitwassen)

Lees ook over Holleeder (link) in het NJD



O P M E R K E L IJ K
Kantonrechter over administratiekosten boete tegen officier en CJIB: waar zijn jullie mee bezig !!?

Incassomiddel schiet doel ver voorbij

Een opmerkelijke boete-zaak. Iedereen die wel 'ns een verkeersboete heeft gehad, kent de incasso's van het CJIB. Maar er zijn incassomaatregelen die hun doel ruim voorbij schieten, vindt kantonrechter mr. W.E.M. Verjans. Vooral wanneer het gaat om € 6,00 (zes euro) te innen ten behoeve van de Staat der Nederlanden.

Rechtsbescherming

De wetgever was in een ver verleden van opvatting dat de Wet Mulder/WAHV voldoet aan de eisen die artikel 6 van het Europese Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens stelt aan rechtsbescherming. Verjans vraagt zich af of in het kader van de huidige handhaving van deze wet nog wel sprake is van “een waarborging van de deugdelijke rechtsbescherming van de betrokkene.”

LEES VERDER...
 
Brief Raad voor de rechtspraak na tweede rondgang langs gerechten

Rvdr, Den Haag -  De Raad voor de rechtspraak treft dertien concrete maatregelen om de in december 2012 in een manifest gesignaleerde problemen op te lossen en onvrede in de Rechtspraak weg te nemen.

Dat staat in een brief die de Raad voor de rechtspraak aan alle medewerkers heeft gestuurd. De aanleiding voor de brief was een manifest dat door raadsheren van het toenmalige gerechtshof in Leeuwarden was opgesteld. Dit manifest riep de Raad voor de rechtspraak en de gerechtsbesturen op prioriteit te geven aan kwaliteit en inhoud van het rechtspreken en minder te sturen op productiecijfers.

LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden