Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Vrijspraak oorlogsmisdrijven verdachte Afghaan, functionaris geheime dienst

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Vrijspraak oorlogsmisdrijven verdachte Afghaan, functionaris geheime dienst

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina arrow Hoofdpunten arrow Vrijspraak oorlogsmisdrijven verdachte Afghaan, functionaris geheime dienst
 
Vrijspraak oorlogsmisdrijven verdachte Afghaan, functionaris geheime dienst
maandag, 25 juni 2007

Veel discrepanties en onduidelijkheden getuigenverklaringen

Rechtbank Den Haag - De rechtbank heeft vandaag (vervroegd) uitspraak gedaan in de strafzaak tegen een van oorlogsmisdrijven verdachte voormalige functionaris van de Afghaanse militaire inlichtingendienst Khad-e-Nezami. De rechtbank heeft de verdachte vrijgesproken van de hem ten laste gelegde feiten.

Rechtsmacht

De verdediging heeft aangevoerd dat de rechtbank zich onbevoegd dient te verklaren in deze zaak, nu rechtsmacht zou ontbreken voor berechting op grond van een vermeende schending van het gemeenschappelijke artikel 3 van de Geneefse verdragen.

De rechtbank heeft eerder in vergelijkbare zaken, bij vonnissen van 14 oktober 2005, wel universele rechtsmacht aangenomen op grond van artikel 3, aanhef en onder 1e, van de Wet Oorlogsstrafrecht in samenhang met gemeenschappelijk artikel 3 van de vier Verdragen van Genčve van 12 augustus 1949. Het Gerechtshof te ’s-Gravenhage heeft in hoger beroep in deze zaken inmiddels op 29 januari 2007 arresten gewezen.

Ook het Hof is van oordeel, dat in casu universele rechtsmacht bestaat. De rechtbank in de onderhavige zaak neemt ook dit standpunt in.

De vraag is of het volkenrecht toelaat dat de Nederlandse strafwet die universele rechtsmacht aanneemt. Waar het Hof zich op het standpunt heeft gesteld, dat in het licht van artikel 94 van de Grondwet geen toetsing aan het ongeschreven volkenrecht mogelijk is, draait het derhalve om de vraag of er geschreven regels in het volkenrecht zijn, die zich hiertegen verzetten. Een vraag die de rechtbank - in navolging van het Hof - ontkennend beantwoordt.

Amnestie

De verdediging heeft aangevoerd dat geen veroordeling kan volgen, omdat inmiddels in Afghanistan een amnestiewet in werking zou zijn getreden.

De rechtbank is van oordeel dat de totstandkoming van een dergelijke wet in Afghanistan niet als vanzelfsprekend meebrengt dat het openbaar ministerie in Nederland het recht op vervolging van in Nederland verblijvende verdachten verliest. De rechtbank is zich bewust van het grote belang dat een amnestieregeling kan hebben in het kader van pogingen te komen tot verzoening en herstel van stabiliteit.

Een en ander neemt niet weg de als ondraaglijk gekenschetste gedachte dat oorlogsmisdadigers zich vrijelijk naar andere landen kunnen begeven en daar oog in oog kunnen komen te staan met hun naar het buitenland gevluchte slachtoffers. Het gaat dan ook niet alleen om de Afghaanse maar ook om de Nederlandse rechtsorde. In dat licht bezien is de rechtbank van oordeel, dat aan het gegeven dat een amnestieregeling tot stand is gekomen niet hoeft te worden voorbij gezien maar dat daarmede het recht op vervolging niet is vervallen.

Vrijspraak feit 1

In feit 1 wordt verdachte als (mede)pleger ten laste gelegd lichamelijke geweldpleging en/of verminking en/of wrede en/of onmenselijke behandeling en/of marteling tegen twee slachtoffers.

Door de gang van zaken in de verhoren van het eerste slachtoffer, de zich steeds wijzigende verklaringen en het feit dat er geen betrouwbaar steunbewijs beschikbaar is, heeft de rechtbank niet de overtuiging bekomen, dat verdachte degene is geweest, die een of meer van de feitelijk geweldplegingen of andere verweten handelingen heeft verricht.

Voor wat betreft het medeplegen door verdachte van de verweten gedragingen dient bewezen te kunnen worden dat er sprake is van bewuste samenwerking en gezamenlijke uitvoering tussen verdachte, het hoofd van de militaire inlichtingendienst en/of het hoofd van de afdeling onderzoek en verhoor.

Uit geen van de verklaringen in het dossier, die zijn afgelegd met betrekking tot de feiten die het eerste slachtoffer zijn overkomen, is duidelijk geworden, dat verdachte daarbij betrokken is geweest op de wijze zoals door de jurisprudentie wordt vereist voor het medeplegen en kan daarom ook niet bewezen worden geacht.

Ook de combinatie van verklaringen van het tweede slachtoffer acht de rechtbank niet voldoende betrouwbaar om daaruit de overtuiging te verkrijgen, dat verdachte bij de in de tenlastelegging omschreven handelingen tegen dit slachtoffer betrokken is geweest als (mede)pleger.

In de twee verklaringen van de getuige zitten veel discrepanties en onduidelijkheden, waarbij kan worden gewezen op het tijdstip van arrestatie, de naam van de verdachte, de functie van verdachte en de verschillende rollen die verdachte worden toebedacht bij de verhoren alsook op het niet herkennen van verdachte bij een fotoconfrontatie. Daarnaast is de rol van het eerste slachtoffer bij het aanbrengen van deze getuige, waarbij hij gelet op de verklaring van de getuige wel betrokken is, niet helemaal duidelijk geworden.

Gelet op de bovenstaande overwegingen komt de rechtbank tot een vrijspraak voor feit 1.

Vrijspraak feit 2

Verdachte was een van de plaatsvervangers van het hoofd van de Militaire Khad (Khad-e-Nezami), een organisatie welke zich indertijd op aanmerkelijke schaal schuldig maakte aan schending van de mensenrechten, zoals het martelen van gevangenen.

Aannemelijk is, dat verdachte daar nauw bij is betrokken geweest. Niettemin kan niet met de vereiste zekerheid worden vastgesteld, dat verdachte in alle gevallen en onder alle omstandigheden in de positie verkeerde, dat hij het hoofd van de afdeling onderzoek en verhoor van de Militaire Khad leiding en instructies kon geven.

Weliswaar stond hij in de organisatie boven het hoofd van de afdeling onderzoek en verhoor doch er is onvoldoende zekerheid dat verdachte op enig moment in de positie verkeerde dat hij als plaatsvervanger van het hoofd van de Militaire Khad ‘effective command and control’ over de Militaire Khad had en daarmede over de afdeling onderzoek en verhoor, een positie die het hoofd van de Militaire Khad ontegenzeggelijk wel had.

Er kan dan ook niet worden uitgesloten dat verdachte niet in die positie was om in het geval van de in de tenlastelegging genoemde slachtoffers maatregelen te nemen om de lichamelijke geweldplegingen te voorkomen of de verantwoordelijken te straffen.

Met andere woorden: de rechtbank is van oordeel, dat de vraag of verdachte hij ook ‘effective control’ had niet met voldoende zekerheid bevestigend kan worden beantwoord. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank niet voldaan aan een van de belangrijke vereisten, nodig voor bevestigende beantwoording van de vraag of verdachte ‘superior responsibility’ droeg voor de telastgelegde oorlogsmisdrijven.

Dit kan tot geen andere conclusie leiden, dan dat verdachte behoort te worden vrijgesproken van hetgeen hem in feit 2 is telastgelegd.

Het volledige vonnis is op deze site gepubliceerd onder LJ-nummer BA7877 op rechtspraak.nl

 
< Vorige   Volgende >


 dinsdag, 23 januari 2018





DE UITSPRAKEN

DE ZAAK HOLLEEDER, links naar de uitspraken:

BC0703 Willem Holleeder, afpersing en leider criminele organisatie
BC0697 Maruf M. medeverdachte Holleeder. Endstra is onder valse voorwendselen naar het kantoor van zijn toenmalig raadsman gelokt waar hij in de kamer van die raadsman - Bram Moszkowicz - is bedreigd door onder andere deze verdachte. Endstra is hierdoor bewogen grote sommen geld af te staan.
BC0708 Marcel K.
BC0710 Vriendin Holleeder: Maaike Dijkhuis (schuldwitwassen)

Lees ook over Holleeder (link) in het NJD



O P M E R K E L IJ K
'Bedoeling was dat slachtoffer naar Suriname zou gaan en daar zijn dood in scene zou zetten'
Nationale Nederlanden Levensverzekeringen opgelicht, moord om uitkering

De verdachte heeft in de periode van 2 januari 2013 tot en met 25 februari 2013 te Rotterdam samen met een mededader het slachtoffer vermoord om een uitkering onder een levensverzekering te krijgen. Ook heeft hij een groot aantal (pogingen tot) fraude en valsheid in geschrifte gepleegd. Van enorme BTW-fraude tot fraude met kinderopvang en alles daartussen.

Een deel uit het standpunt van 41-jarige verdachte:

 'De verdachte ontkent iedere betrokkenheid bij de dood van[slachtoffer]. Hij erkent dat hij een verzekering bij Nationale Nederland op het leven van[slachtoffer] had afgesloten en ook dat dit gedaan is om Nationale Nederlanden op te lichten.[slachtoffer] en hij hadden dit samen opgezet. De bedoeling was dat[slachtoffer] naar Suriname zou gaan, dat hij daar zijn dood in scene zou zetten en dat hij dan onder een andere naam in Suriname zou blijven wonen. De uitkering van € 500.000,00 zou worden gedeeld tussen[slachtoffer] (€ 200.000,00) en de verdachte (€ 300.000,00). Dit plan is echter nooit uitgevoerd.

De verdachte had zelf onder een andere verzekering bij Nationale Nederlanden een uitkering geclaimd en gekregen nadat[slachtoffer], [medeverdachte] en hij op 2 januari 2013 een overval op de verdachte in scene hadden gezet. De verdachte vermoedt dat dit[slachtoffer] heeft geďnspireerd, dat[slachtoffer] en [medeverdachte] in de avond van 24 februari 2013 een overval in scene hebben willen zetten en dat [medeverdachte] daarbij[slachtoffer] heeft gedood. Hijzelf had[slachtoffer] nog afgeraden om een dergelijke fraude te proberen, omdat het bij Nationale Nederlanden zou opvallen dat er kort na elkaar twee keer een vergelijkbare schade zou worden geclaimd.

Uit de strafmotivering:

 'De verdachte heeft samen met een ander[slachtoffer] om het leven gebracht.[slachtoffer] is door de verdachte en diens mededader in een machteloze positie gebracht, nadat[slachtoffer] in de waan was gebracht dat deze (slechts) zou worden mishandeld om een verzekeringsuitkering te krijgen.[slachtoffer] is vervolgens op een vreselijke manier overleden. Van het vertrouwen dat[slachtoffer] in de verdachte, een vriend, had gesteld, is door de verdachte grof misbruik gemaakt. Het behoeft geen toelichting dat dit een zeer ernstig strafbaar feit is.

LEES VERDER...
 
Wim Daniëls bij rechtbank Oost-Brabant: ‘Als je er maar een komma achter zet’

De Rechtspraak, Den Haag -  Zet taalexpert Wim Daniëls met zeventig juristen in een zaal en je hebt een boeiende cocktail. Dat bleek maandag 13 mei bij de eerste editie van BuitensteBinnen, een initiatief van rechtbank Oost-Brabant om regelmatig experts van buiten uit te nodigen.

Daniëls besprak humoristisch en deskundig het taalgebruik in een aantal vonnissen. Dat leverde herkenbare voorbeelden op. Een oplossing is volgens de taaldokter binnen handbereik: “Als u met z’n allen in dit pand afspraken maakt over taalgebruik, is het nú veranderd.”

LEES VERDER...
 
U I T G E L I C H T
Vanaf vandaag is het Juridisch Loket minder lang open en telefoontarief verhoogd

Aangepaste openingstijden

De bezuinigingen, zo herhaalt het Juridisch Loket nog maar eens, hebben geleid tot maatregelen voor rechtzoekenden. Het Juridisch Loket zegt wel 'overal open en bereikbaar' te willen blijven.

Wie het Juridisch Loket bezoekt dient te letten op de aangepaste openingstijden (zie schema onderaan).
Telefonisch is het loket op maandag tot en met vrijdag van 09.00 tot 18.00 uur bereikbaar.

Voor de rechtshulplijn 0900 - 8020 geldt m.i.v. vandaag het verhoogde telefoontarief van € 0,20 p/m. Een online bezoekje aan www.juridischloket.nl scheelt misschien een gang naar het loket.

LEES VERDER...
 
Arnoldus voorgedragen als lid Raad voor de rechtspraak
Peter Arnoldus is voorgedragen als lid Raad voor de rechtspraak, zo maakte het gelijknamige instituut vrijdag bekend. De Raad behartigt de belangen van de gerechten bij de politiek en het (lands)bestuur, vooral bij de minister van Veiligheid en Justitie. Arnoldus is op dit moment directeur financieel-economische zaken bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Hij zal zich voor de Raad onder meer bezighouden met financiën en huisvesting.
LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden