Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Pooier met loverboytrekjes voor 24 maanden het gevang in

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Pooier met loverboytrekjes voor 24 maanden het gevang in

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina arrow Hoofdpunten arrow Pooier met loverboytrekjes voor 24 maanden het gevang in
 
Pooier met loverboytrekjes voor 24 maanden het gevang in
dinsdag, 21 augustus 2007

Prostitutie: zo d'r uit, zo d'r in

Rechtbank 's-Gravenhage heeft gisteren een pooier veroordeeld. De man heeft op een geraffineerde wijze misbruik gemaakt van twee jonge vrouwen. De dames zouden geld verdienen om de dromen met verdachte waarmee ze een relatie aangingen en die hen eerst uit de prostitutie haalde, in de toekomst te verwezenlijken. Omdat de methode van verdachte bij beiden identiek is, volgt hieronder de zaak van één van de vrouwen.

Verdachte wordt verweten 'zijn' (hier een bezittelijk voornaamwoord) nieuwe vriendin te hebben gedwongen zich te prostitueren. De rechtbank schetst voor de weging van het bewijs, het volgende beeld over hetgeen zich voor, tijdens en na het telastgelegde feit heeft afgespeeld:

'Verdachte heeft aangeefster medio 2004 ontmoet in een periode dat zij als prostituee werkzaam was op het [straat] in Utrecht. Na meerdere afspraakjes is een affectieve relatie ontstaan tussen verdachte en aangeefster. Verdachte heeft aangeefster toen gestimuleerd de prostitutie te verlaten. Verdachte heeft aangeefster geholpen met het vinden van woonruimte in Den Haag.

Ten behoeve van het betalen van de eerste huur van en de borg voor die woonruimte heeft verdachte de auto van aangeefster verkocht.

Kort na haar verhuizing is tussen aangeefster en verdachte ook een seksuele relatie ontstaan. Al snel kwam aangeefster in een afhankelijke positie van verdachte te verkeren doordat zij geen inkomsten meer had, verdachte de auto van aangeefster had verkocht en haar telefoon en SIM-kaarten had afgenomen. Verdachte prentte voorts aangeefster in dat zij beter niet naar alleen naar buiten kon gaan nu zij daar mogelijk klanten zou kunnen tegenkomen. Boodschappen voor aangeefster werden gezamenlijk gedaan waarbij verdachte deze betaalde.

Door bovenstaande raakte aangeefster meer en meer in een isolement. Verdachte bepaalde voorts voor aangeefster dat het niet nodig was haar tegen ziektekosten te verzekeren -de kosten daarvan vond hij overbodig- hetgeen voor aangeefster in een stressvolle situatie resulteerde toen zij in juni en juli 2005 medische behandelingen in een ziekenhuis diende te ondergaan. Reeds in het begin van hun relatie gebruikte verdachte ook fysiek geweld tegen aangeefster. Dat is gedurende de relatie steeds zo gebleven.

Na ongeveer een maand is verdachte insinuerende opmerkingen gaan maken dat aangeefster weer in de prostitutie zou moeten gaan werken. De toon van deze opmerkingen werd steeds serieuzer. Verdachte gaf aangeefster aan dat zij dit voor hem over moest hebben en dat zij ook haar bijdrage moest leveren. Ook maakte verdachte kleinerende opmerkingen tegen aangeefster dat zij niets anders zou kunnen. Vervolgens heeft verdachte aangeefster meegenomen naar de [straat], een prostitutiestraat in Den Haag, en haar de werkwijze daar laten zien.

Hij was hierbij volledig op de hoogte van de kamerprijzen en hoe een ander in zijn werk ging. Verdachte heeft korte tijd daarna een kamer voor aangeefster geregeld en haar het geld gegeven om de huur ervan te betalen. Verdachte bracht en haalde haar op naar en van haar werk. Gedurende haar werkdagen kreeg aangeefster regelmatig controlerende telefoontjes van verdachte.

Haar inkomsten nam verdachte van aangeefster af om deze in een kluis van zijn vader te bewaren. Verdachte oefende druk uit op aangeefster om meer te verdienen wanneer de inkomsten hem tegenvielen.

In januari 2005 besloot verdachte dat aangeefster weer in Utrecht zou gaan werken, omdat ze daar meer zou kunnen verdienen. Hij kocht een auto voor aangeefster voor de reizen naar en van Utrecht en gaf haar geld voor de eerste kamerhuur. Verdachte eiste van aangeefster dat ze zeven dagen in de week zou werken en stelde daarbij dat dat normaal zou zijn.

Verdachte controleerde haar door zich tijdens haar werk in haar buurt op te houden. Ook haar verdiensten in Utrecht werden ingenomen door verdachte. De verdachte zette aangeefster verder onder druk door te dreigen haar ouders te vertellen dat ze in de prostitutie werkte.

Rond september 2005 heeft aangeefster de relatie met verdachte verbroken. Kort na het verbreken van de relatie heeft verdachte inderdaad de zus van aangeefster via een sms-bericht laten weten dat haar zus in de prostitutie werkzaam was.

Op basis van bovengenoemde omstandigheden, is de rechtbank van oordeel dat verdachte aangeefster heeft gedwongen tot prostitutie, door misbruik te maken van de door hem gecreëerde geestelijke en financiële afhankelijkheid van aangeefster ten opzichte van hem en door het gebruik van geweld jegens aangeefster.'

Slotsom: deels veroordeling (voor bovengenoemde feit), deels vrijspraak. De loverboy of pooier krijgt een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij tot een bedrag van € 5.140,- toe.

LJN: BB2033, Rechtbank 's-Gravenhage, 09/758029-06

 
< Vorige   Volgende >


 maandag, 11 december 2017





DE UITSPRAKEN

DE ZAAK HOLLEEDER, links naar de uitspraken:

BC0703 Willem Holleeder, afpersing en leider criminele organisatie
BC0697 Maruf M. medeverdachte Holleeder. Endstra is onder valse voorwendselen naar het kantoor van zijn toenmalig raadsman gelokt waar hij in de kamer van die raadsman - Bram Moszkowicz - is bedreigd door onder andere deze verdachte. Endstra is hierdoor bewogen grote sommen geld af te staan.
BC0708 Marcel K.
BC0710 Vriendin Holleeder: Maaike Dijkhuis (schuldwitwassen)

Lees ook over Holleeder (link) in het NJD



O P M E R K E L IJ K
Kantonrechter over administratiekosten boete tegen officier en CJIB: waar zijn jullie mee bezig !!?

Incassomiddel schiet doel ver voorbij

Een opmerkelijke boete-zaak. Iedereen die wel 'ns een verkeersboete heeft gehad, kent de incasso's van het CJIB. Maar er zijn incassomaatregelen die hun doel ruim voorbij schieten, vindt kantonrechter mr. W.E.M. Verjans. Vooral wanneer het gaat om € 6,00 (zes euro) te innen ten behoeve van de Staat der Nederlanden.

Rechtsbescherming

De wetgever was in een ver verleden van opvatting dat de Wet Mulder/WAHV voldoet aan de eisen die artikel 6 van het Europese Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens stelt aan rechtsbescherming. Verjans vraagt zich af of in het kader van de huidige handhaving van deze wet nog wel sprake is van “een waarborging van de deugdelijke rechtsbescherming van de betrokkene.”

LEES VERDER...
 
'Rechterlijke samenwerking is goed, maar slecht ingebed'

De Rechtspraak, Den Haag -  Onderlinge afspraken tussen rechters over strafhoogtes en rekenmethoden bevorderen de eenheid in het recht, maar zijn nog te weinig wettelijk verankerd. Een deel van deze rechterlijke regelingen kan beter zichtbaar gemaakt worden.

Dat stelt onderzoeker Ard Schoep in zijn bijdrage aan de zojuist verschenen bundel ‘Rechterlijke Macht, studies voor rechtspraak en rechtshandelingen in Nederland’.

Afspraken
Een deel van de beslissingen in de rechtszaal vloeit voort uit afspraken en regelingen die gemaakt zijn door rechters zelf. Die afspraken worden vaak landelijk nagevolgd en hebben daarmee veel invloed. Een bekend voorbeeld is de formule waarmee kantonrechters sinds vijftien jaar de hoogte berekenen van ontslagvergoedingen: grofweg het aantal dienstjaren maal het maandsalaris.

LEES VERDER...
 
U I T G E L I C H T
Minister Timmermans prijst inzet vrouwen vredesproces Syrië

Syrische vrouwen gaan zich mengen in het vredesproces in Syrië, meldt het ministerie van Buitenlandse Zaken. Een groep van 50 Syrische vrouwen, genaamd 'het Syrische Vrouwen Initiatief voor Vrede en Democratie', roept op 'tot wereldwijde steun aan het vredesproces in Syrië en roept de strijdende partijen op hun verschillen te overbruggen'. Dit is nodig om de weg vrij te maken voor een pluralistisch en democratisch Syrië, waar vrouwen en mannen gelijke rechten hebben.

Vandaag gaat de groep in gesprek met de VN-bemiddelaar Brahimi.

LEES VERDER...
 
Alex Brenninkmeijer wordt hoogleraar Institutionele aspecten van de rechtsstaat

“Als oud-rechter, voormalig Nationale ombudsman en tegenwoordig lid van de Europese Rekenkamer heb ik ervaring met drie instituties van de rechtsstaat, het lijkt mij geweldig om mijn ervaring in de Utrechtse academische context te delen en mee te werken aan het strategisch thema Instituties”, aldus Brenninkmeijer.

Vanaf juli dit jaar is voormalig nationaal ombudsman dr. Alex Brenninkmeijer (1951) hoogleraar ‘Institutionele aspecten van de rechtsstaat’ aan de Universiteit Utrecht, zo laat de UU weten.

LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden