Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Verkoper van onroerend goed gebonden aan een mondelinge koopovereenkomst?

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Verkoper van onroerend goed gebonden aan een mondelinge koopovereenkomst?

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina arrow Uitgelicht arrow Verkoper van onroerend goed gebonden aan een mondelinge koopovereenkomst?
 
Verkoper van onroerend goed gebonden aan een mondelinge koopovereenkomst?
vrijdag, 16 november 2007

Casuïstiek verkoop onroerend goed maakt het verschil

Art. 7:2 BW stelt vormvereiste van schriftelijkeid. Niet op schrift? Dan nietigheid koopovereenkomst ex artikel 3:39 BW. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat een verkoper zich na het bereiken van mondelinge overeenstemming niet zonder meer kan terugtrekken (bij ontbreken verplichte koopakte). In beginsel is de verkoper gehouden medewerking te verlenen aan het opmaken van de schriftelijke koopakte. Bij de beoordeling van de vraag in hoeverre een verkoper onzorgvuldig handelt door zich terug te trekken, spelen de omstandigheden van het geval een rol. Hoe pakt dit uit in de praktijk?

Selectie uit de feiten
In het voorjaar van 2006 heeft eiser c.s. gedaagde benaderd met de vraag of zijn woonhuis met schuur  te koop was. Op 12 mei 2006 was er overeenstemming over de datum van overdracht en een verkooprijs van EUR 485.000,00 k.k., waarbij ook een financieringsvoorbehoud is overeengekomen.

Na acht tot tien weken heeft eiser aan gedaagde medegedeeld dat de financiering en dus de verkoop rond was, maar enkele dagen later beroept eiser zich alsnóg op het financieringsvoorbehoud. Gedaagde heeft dit beroep op het financieringsvoorbehoud uiteindelijk geaccepteerd.

Partijen raakten later weer aan de praat. Op 21 augustus 2006 hebben partijen ten kantore en in bijzijn van notaris mr. Van Weert overleg gevoerd. Op 24 augustus 2006 heeft opnieuw een gesprek plaatsgevonden tussen partijen. Eiser heeft de volgende dag een en ander op papier gezet en dit stuk aan gedaagde doen toekomen. Gedaagde heeft daarna te kennen gegeven de woning niet meer aan aan eiser te willen verkopen.

Maar eiser heeft zijn kansen kennelijk verspeeld want op 10 oktober 2006 heeft gedaagde de woning aan een derde verkocht. Mr. J.N. Dobben-Bartels oordeelt als volgt:

"Gedaagde heeft ter zitting gemotiveerd aangevoerd dat hij, ter bescherming van zijn belangen, de inbreng van een notaris wezenlijk achtte. Hij zou dit meerdere malen aan [eiser] c.s. hebben medegedeeld en uitdrukkelijk hebben verklaard dat hij geen koopovereenkomst wilde aangaan, anders dan bij de notaris.

[eiser] c.s. heeft dit niet, althans niet voldoende gemotiveerd betwist. Daarentegen heeft hij bevestigd dat het voor beide partijen vanzelfsprekend was dat de koopakte bij de notaris zou worden ondertekend.
Als er al mondelinge overeenstemming zou zijn bereikt – wat daar ook van zij – leidt het voorgaande tot het oordeel dat de ondertekening bij de notaris deel uit maakte van de afspraken die tussen partijen golden. Dit betekent dat [gedaagde] gerechtigd was om zich terug te trekken totdat aan de overeengekomen voorwaarde was voldaan.

Bovendien mocht [eiser] c.s., gelet op deze afspraak, niet gerechtvaardigd vertrouwen op de totstandkoming van de koopovereenkomst. Daarbij wordt tevens in aanmerking genomen dat [gedaagde] op leeftijd is, dat hij zonder makelaar handelde en dat de onderwerpen van onderhandeling zich niet hebben beperkt tot de eenvoudige vaststelling van de prijs en de datum van overdracht, maar zich ook hebben uitgestrekt tot de wijze en tijdstip van levering van een deel van het onroerend goed, evenals tot de betaling van huurtermijnen ter zake van dat deel.

Gelet op de afspraken en de genoemde omstandigheden had [eiser] c.s. moeten beseffen dat hij eerst enig recht jegens [gedaagde] zou kunnen laten gelden op het moment dat deze de koopakte zou hebben ondertekend.

De conclusie luidt dat, óók indien mondelinge overeenstemming is bereikt, [gedaagde] niet in strijd met enige zorgvuldigheidsnorm heeft gehandeld. De vordering zal worden afgewezen."

LJN: BB6861, Rechtbank Zwolle , 127459 / HA ZA 06-1507

 
< Vorige   Volgende >


 woensdag, 25 april 2018





DE UITSPRAKEN

DE ZAAK HOLLEEDER, links naar de uitspraken:

BC0703 Willem Holleeder, afpersing en leider criminele organisatie
BC0697 Maruf M. medeverdachte Holleeder. Endstra is onder valse voorwendselen naar het kantoor van zijn toenmalig raadsman gelokt waar hij in de kamer van die raadsman - Bram Moszkowicz - is bedreigd door onder andere deze verdachte. Endstra is hierdoor bewogen grote sommen geld af te staan.
BC0708 Marcel K.
BC0710 Vriendin Holleeder: Maaike Dijkhuis (schuldwitwassen)

Lees ook over Holleeder (link) in het NJD



O P M E R K E L IJ K
Afwijzing aanvraag om wel heel bijzondere bijstand: kroegbezoek chronisch psychiatrisch patiënt

Afwijzing aanvraag om bijzondere bijstand. Appellante (de aanvrager) lijdt meer dan twintig jaar aan een schizoaffectieve stoornis. Zij heeft vele psychiatrische behandelingen ondergaan en jarenlang een dagactiviteitencentrum bezocht. Op 11 mei 2004 heeft appellante een aanvraag gedaan om bijzondere bijstand voor consumptiekosten in haar stamcafé Marktzicht te Utrecht (café). 

De vrouw heeft toegelicht dat zij een chronisch psychiatrisch patiënt is en dat zij niet alleen thuis kan zijn. Zij brengt haar dagen door in het café om onder de mensen te zijn.

Bij besluit van 15 juni 2004 heeft de gemeente deze aanvraag afgewezen. Bij uitspraak van 16 augustus 2005 heeft de rechtbank het beroep tegen het (latere) besluit ongegrond verklaard. Jaren later (2010) heeft de vrouw het nog een keer geprobeerd, maar de gemeente wees het weer af. Uiteindelijk belandde de zaak bij de hoogste bestuursrechter, de Centrale Raad van Beroep.

Waarom naar de kroeg?

De vrouw vindt dat zij de kosten tot een bedrag van € 300,- per maand niet meer uit haar vermogen kan bestrijden en wijst op een verklaring van haar psychiater. Daarin staat dat de vrouw niet in aanmerking komt voor reguliere dagopvang, omdat zij niet meer bestand is tegen de confrontatie met chronisch psychiatrische patiënten.

In de loop van de jaren heeft zij veel vrienden die zij via de psychiatrie heeft leren kennen, verloren onder andere door zelfdoding. Het café is een laagdrempelige manier om een sociaal netwerk op te bouwen buiten de psychiatrie. Appellante gebruikt sporadisch alcohol.

Uitspraak Centrale Raad

LEES VERDER...
 
Rechters gaan termijnen in civiele zaken strikt handhaven

De Rechtspraak, Den Haag - De termijnen in het rolreglement voor civiele dagvaardingszaken worden vanaf 1 oktober strikt gehandhaafd door alle rechtbanken. In de praktijk blijkt dat sommige rechters soepeler zijn dan anderen, als advocaten zich bijvoorbeeld niet aan de vastgestelde termijn houden bij het indienen van een uitstelverzoek. Daardoor ontstaat rechtsongelijkheid.

De landelijke Rolrechtersvergadering heeft daarom afgesproken met ingang van komend najaar weer streng de hand te houden aan de termijnen.

LEES VERDER...
 
U I T G E L I C H T
Hoe zit het ook alweer met aftrekbaarheid kosten werkkamer, een voorbeeld uit de praktijk
Eiser is zelfstandige zonder personeel en woont in een huurhuis waarin hij een werkkamer heeft. In geschil is of eiser de kosten van de werkkamer in aftrek kan brengen. Tussen partijen spitst het geschil zich toe op de vraag of het huurrecht tot het bedrijfsvermogen behoort.
LEES VERDER...
 
Hans Schenk voorzitter commissie herziening SER-Fusiegedragsregels
Hoogleraar Hans Schenk van Utrecht University School of Economics gaat als kroonlid van de Sociaal-Economische Raad (SER) de commissie over de herziening van de SER-Fusiegedragsregels voorzitten. Dit laat de Universiteit Utrecht weten. Deze gedragsregels zijn in 2001 in werking getreden en beschermen de belangen van werknemers bij voorgenomen fusies tussen ondernemingen. Sindsdien zijn er verschillende knelpunten gesignaleerd bij de toepassing en reikwijdte van de SER Fusiegedragsregels.
LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden