Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Honorair consul Uganda krijgt in de binnenstad terecht geen parkeervergunning

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Honorair consul Uganda krijgt in de binnenstad terecht geen parkeervergunning

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina arrow Uitgelicht arrow Honorair consul Uganda krijgt in de binnenstad terecht geen parkeervergunning
 
Honorair consul Uganda krijgt in de binnenstad terecht geen parkeervergunning
maandag, 14 januari 2008

Uitsterfbeleid parkeerrechten honoraire consuls

Wettelijk kader: de Parkeerverordening 2005 en het Uitvoeringsbesluit (Amsterdam) en het Verdrag van Wenen inzake Consulaire betrekkingen. Een honoraire consul die hier ter lande het Afrikaanse Uganda representeert heeft tevergeefs een belanghebbendenvergunning gevraagd om zijn auto bij het consulaat te kunnen parkeren.

Burgemeester en Wethouders maken in het Uitvoeringsbesluit onderscheid tussen beroeps- en honoraire consuls, met de motivering dat de functie van honoraire consul – kort gezegd – minder omvattend is dan die van een beroepsconsul.

In beroep heeft eiser aangevoerd tegen het Stadsdeel Amsterdam-Centrum dat het Uitvoeringsbesluit hiermee ongerechtvaardigd onderscheid maakt tussen deze honorair- en beroepsconsuls. 

Ingevolge het Verdrag van Wenen inzake Consulaire betrekkingen zijn alle consulaten en de hoofden daarvan gelijkwaardig. In artikel 28 van het Verdrag is bepaald dat de ontvangende staat alle faciliteiten verleent voor de verrichtingen van de werkzaamheden van de consulaire post.

Eiser beroept zich ook op het gelijkheidsbeginsel, want het consulaat van Jamaica, dat eveneens wordt geleid door een honorair consul, komt wel in aanmerking komt voor een belanghebbendenvergunning. Bovendien blijkt uit de website van het stadsdeel Oud-Zuid dat dat stadsdeel honorair consuls wel een zo'n vergunning verstrekt.

De overwegingen:

'Artikel 4, onder c, van het Uitvoeringsbesluit bepaalt dat als categorie van houders van motorrijtuigen die als belanghebbende in de zin van artikel 20, vierde lid, van de Parkeerverordening 2005, dienen te worden aangemerkt in Amsterdam gevestigde consuls-generaal, bij het adres van het consul-generaal, met als voorwaarde dat deze geleid wordt door een beroepsconsul (dus geen honoraire consul).

Voor reeds bestaande, opgebouwde rechten van honoraire consuls als categorie motorrijtuighouders in de zin van artikel 20 lid 4 van de Parkeerverordening 2005 geldt een uitsterfbeleid.

De rechtbank stelt voorop dat in het kader van de verdeling van schaarse parkeergelegenheid in de Amsterdamse binnenstad er onderscheid gemaakt kan worden tussen diverse functies en personen die in aanmerking kunnen komen voor een belanghebbendenvergunning. De overweging van Burgemeester en Wethouders om onderscheid te maken tussen beroeps- en honoraire consuls met de motivering dat de functie van honoraire consul – kort gezegd – minder omvattend is dan die van een beroepsconsul, acht de rechtbank niet onredelijk.

De rechtbank overweegt voorts dat het Verdrag op diverse plaatsen onderscheid maakt tussen een beroepsconsul en een honoraire consul. Er zijn verschillende regelingen getroffen ten aanzien van – onder meer – voorrechten, vrijstellingen en immuniteiten. Voorts is niet gebleken dat een belanghebbendenvergunning nodig is voor het doelmatig functioneren van het consulaat in de zin van de préambule van het Verdrag.

De rechtbank neemt daarbij de door verweerder aangehaalde alternatieve parkeermogelijkheden in aanmerking. Evenmin blijkt dat een belanghebbendenvergunning een faciliteit is die in het kader van de verrichtingen van de werkzaamheden van de consulaire post door de ontvangende staat wordt verleend op grond van artikel 28 van het Verdrag.'

Kortom: het onderscheid is niet ongerechtvaardigd. De keuze die Burgemeester en wethouders in het Uitvoeringsbesluit maken acht de rechtbank in het licht van de parkeerdrukte in de Amsterdamse binnenstad niet onredelijk.

De Jamaicaanse consul beschikt overigens geruime tijd over een belanghebbendenvergunning, voor hem is de uitsterfregeling van artikel 4, onder c, van het Uitvoeringsbesluit van toepassing. En de mededeling op internet?. Die is van een ánder stadsdeel, namelijk Oud-Zuid.

LJN: BC1692, Rechtbank Amsterdam, AWB 06/5604 GEMWT
 
< Vorige   Volgende >


 woensdag, 24 januari 2018





DE UITSPRAKEN

DE ZAAK HOLLEEDER, links naar de uitspraken:

BC0703 Willem Holleeder, afpersing en leider criminele organisatie
BC0697 Maruf M. medeverdachte Holleeder. Endstra is onder valse voorwendselen naar het kantoor van zijn toenmalig raadsman gelokt waar hij in de kamer van die raadsman - Bram Moszkowicz - is bedreigd door onder andere deze verdachte. Endstra is hierdoor bewogen grote sommen geld af te staan.
BC0708 Marcel K.
BC0710 Vriendin Holleeder: Maaike Dijkhuis (schuldwitwassen)

Lees ook over Holleeder (link) in het NJD



O P M E R K E L IJ K
'Bedoeling was dat slachtoffer naar Suriname zou gaan en daar zijn dood in scene zou zetten'
Nationale Nederlanden Levensverzekeringen opgelicht, moord om uitkering

De verdachte heeft in de periode van 2 januari 2013 tot en met 25 februari 2013 te Rotterdam samen met een mededader het slachtoffer vermoord om een uitkering onder een levensverzekering te krijgen. Ook heeft hij een groot aantal (pogingen tot) fraude en valsheid in geschrifte gepleegd. Van enorme BTW-fraude tot fraude met kinderopvang en alles daartussen.

Een deel uit het standpunt van 41-jarige verdachte:

 'De verdachte ontkent iedere betrokkenheid bij de dood van[slachtoffer]. Hij erkent dat hij een verzekering bij Nationale Nederland op het leven van[slachtoffer] had afgesloten en ook dat dit gedaan is om Nationale Nederlanden op te lichten.[slachtoffer] en hij hadden dit samen opgezet. De bedoeling was dat[slachtoffer] naar Suriname zou gaan, dat hij daar zijn dood in scene zou zetten en dat hij dan onder een andere naam in Suriname zou blijven wonen. De uitkering van € 500.000,00 zou worden gedeeld tussen[slachtoffer] (€ 200.000,00) en de verdachte (€ 300.000,00). Dit plan is echter nooit uitgevoerd.

De verdachte had zelf onder een andere verzekering bij Nationale Nederlanden een uitkering geclaimd en gekregen nadat[slachtoffer], [medeverdachte] en hij op 2 januari 2013 een overval op de verdachte in scene hadden gezet. De verdachte vermoedt dat dit[slachtoffer] heeft geïnspireerd, dat[slachtoffer] en [medeverdachte] in de avond van 24 februari 2013 een overval in scene hebben willen zetten en dat [medeverdachte] daarbij[slachtoffer] heeft gedood. Hijzelf had[slachtoffer] nog afgeraden om een dergelijke fraude te proberen, omdat het bij Nationale Nederlanden zou opvallen dat er kort na elkaar twee keer een vergelijkbare schade zou worden geclaimd.

Uit de strafmotivering:

 'De verdachte heeft samen met een ander[slachtoffer] om het leven gebracht.[slachtoffer] is door de verdachte en diens mededader in een machteloze positie gebracht, nadat[slachtoffer] in de waan was gebracht dat deze (slechts) zou worden mishandeld om een verzekeringsuitkering te krijgen.[slachtoffer] is vervolgens op een vreselijke manier overleden. Van het vertrouwen dat[slachtoffer] in de verdachte, een vriend, had gesteld, is door de verdachte grof misbruik gemaakt. Het behoeft geen toelichting dat dit een zeer ernstig strafbaar feit is.

LEES VERDER...
 
Rechters gaan termijnen in civiele zaken strikt handhaven

De Rechtspraak, Den Haag - De termijnen in het rolreglement voor civiele dagvaardingszaken worden vanaf 1 oktober strikt gehandhaafd door alle rechtbanken. In de praktijk blijkt dat sommige rechters soepeler zijn dan anderen, als advocaten zich bijvoorbeeld niet aan de vastgestelde termijn houden bij het indienen van een uitstelverzoek. Daardoor ontstaat rechtsongelijkheid.

De landelijke Rolrechtersvergadering heeft daarom afgesproken met ingang van komend najaar weer streng de hand te houden aan de termijnen.

LEES VERDER...
 
U I T G E L I C H T
Ooit veroordeeld als tiener door kinderrechter en nu verwijdering DNA-databank? Dat kan

Internet kan een eeuwig brandmerk zijn bij een misstap, maar een DNA-profiel in een landelijke databank voelt misschien wel net zo bezwaarlijk. Jaarlijks staan bijna 3.000 minderjarigen na hun veroordeling voor een strafbaar feit DNA-gegevens af aan justitie.

In deze zaak gaat het om een bezwaarschrift ex artikel 7 van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. Uit het dossier blijkt dat de veroordeelde jongeman - 12 jaar tijdens het misdrijf - op straat een telefoon van iemand heeft gejat. Hij heeft verklaard dat hij dit had gedaan, omdat hij in de disco zijn telefoon verloren was en dit niet aan zijn moeder durfde te vertellen.

Hij is op 15-jarige leeftijd veroordeeld door de kinderrechter en nadien niet meer met justitie in aanraking gekomen. Het bewezen verklaarde delict moet worden aangemerkt als een eenmalig incident, bezien tegen de achtergrond van de levensfase waarin de veroordeelde verkeerde en met name de moeilijke periode die hij doormaakte vanwege het overlijden van onder meer zijn opa en de ziekte van zijn stiefvader.

Het recidiverisico wordt zeer klein geacht. Wel zijn er nog zorgen vanwege zijn lage IQ, waardoor de hij over weinig 'probleemoplossend vermogen beschikt om te kunnen denken hoe hij dingen anders moet aanpakken, maar er wordt aan gewerkt om hem daarin te trainen', staat in de uitspraak (i.c. beslissing).

OvJ moet celmateriaal laten vernietigen

LEES VERDER...
 
Edward Kleemans in commissie National Academy of Sciences voor onderzoek naar illegale tabaksmarkt
Edward Kleemans, hoogleraar Zware Criminaliteit en Rechtshandhaving, is benoemd in de onderzoekscommissie 'Committee on the Illicit Tobacco Market' van de NAS. Dat laat de Vrije Universiteit weten. Met de staf van de National Academy of Sciences gaat deze commissie onderzoek doen naar de 'stand van de internationale wetenschappelijke kennis op het gebied van roken, tabaksbeleid en de illegale tabaksmarkt'.
LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden