Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Hoofdcommissaris Welten over bedreiging van de vrede en onderdrukte vrijheidsrechten

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Hoofdcommissaris Welten over bedreiging van de vrede en onderdrukte vrijheidsrechten

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina arrow Opinie arrow Hoofdcommissaris Welten over bedreiging van de vrede en onderdrukte vrijheidsrechten
 
Hoofdcommissaris Welten over bedreiging van de vrede en onderdrukte vrijheidsrechten
vrijdag, 23 mei 2008

Probleemgericht, buurtgebonden werken bij nauwelijks aanwijsbare lokale gemeenschap, lukt dat?

Hoofdcommissaris drs. B.J.A.M. Welten (Bernard) van Amsterdam over de vraag hoe de hoofdcommissarissen van de Europese hoofdsteden tegen de toekomstige ontwikkeling van hun stad aankijken? In zijn woorden: 'wat zijn de zorgen van een hoofdcommissaris van een Europese hoofdstad?' Tijdens de politieconferentie CPE 2008 van deze week sprak hij onder meer de onderstaande woorden, waarbij twee begrippen dienen als zijn focus bij de beantwoording van de vragen: ongelijkwaardigheid en ondermijning. 

Ongelijkwaardigheid

'Een belangrijk gevolg van het wegvallen van de grenzen is een sterke toename van migratiestromen. Een ander gevolg is dat sommige groepen nu eenmaal meer profiteren van de nieuwe mogelijkheden dan andere. Het is de taak van de politie om in die dynamische context de vrede te bewaren. Zij waakt tegen ontoelaatbare inbreuken op de veiligheid van burgers.

Wanneer bepaalde groepen of individuen -jongeren, allochtonen, de maatschappelijke verliezers - zich buiten de gemeenschap plaatsen of worden geplaatst, nemen de tegenstellingen toe.

En dat is een bedreiging van de vrede. Veilig maatschappelijk verkeer, als randvoorwaarde voor het functioneren van de democratische rechtsstaat, kan daardoor in het gedrang komen. Tevens kunnen de vrijheidsrechten onder druk komen te staan, zowel in de relatie tussen overheid en burgers, maar ook in de relaties tussen burgers onderling. Dit uit zich dan vaak in discriminatie.

De vraag is op welke wijze de politie hiermee om kan - of dient - te gaan. Het lijkt vast te staan dat geen enkele Europese hoofdstad er aan ontkomt een aanpak voor deze problematiek te formuleren. Niet alleen om excessen tegen te gaan, zoals de rellen in Parijs in 2006, maar juist ook om constructieve aanpakken te formuleren. Daarmee is dit thema een vruchtbaar onderwerp voor onderlinge uitwisseling. Bovendien is het een thema met een overduidelijke Europese dimensie, waarbij wat in de ene stad gebeurt eenvoudig leidt tot gelijksoortige of tegengestelde ontwikkelingen in de andere steden.

Voor wat betreft het voorkomen of overbruggen van tegenstellingen tussen verschillende (groepen) bewoners staat bij de Amsterdamse politie van oudsher de maatschappelijke integratie en het probleemgericht, buurtgebonden werken (community policing) centraal. Ik onderstreep nog altijd het belang van dit model van ‘dichtbij politie’, maar de realiteit is dat we tegen de grenzen ervan aanlopen. Want sommige groepen zijn niet eenvoudig te bereiken wanneer de buurt het integratiekader is. Bovendien is er soms nauwelijks sprake van een aanwijsbare lokale gemeenschap.

Maar ook gemeenschappen die niet buurtgebonden zijn kunnen een goed aangrijpingspunt zijn voor het waarborgen van vrede en veiligheid in de stad. Het kan hier gaan om gemeenschappen die een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan veiligheid - zoals de winkelbranche, banken en scholengemeenschappen - maar evenzeer en vaak tegelijkertijd om gemeenschappen, die met specifieke vormen van onveiligheid te maken hebben, zoals discriminatie, multiculturele spanningen of overlast. Het gaat dus niet alleen om community policing, maar ook om policing of communities.

Ondermijning

Het economisch belang van hoofdsteden is groot. Gezien de toename van de legale economie, kan gesteld worden dat de omvang de illegale economie ook steeds grotere vormen aanneemt. In de hoofdsteden is immers veel te halen.

De politie staat voor de integriteit van het maatschappelijk verkeer en de bijbehorende instituties. Aantasting van deze integriteit is veelal (lang) onzichtbaar. Niet het slachtoffer maar de misdrijven staan centraal. Het gaat om criminele netwerken waarbij bovenwereld en onderwereld in toenemende mate verweven raken en waarbij verschillende zogeheten ‘facilitators’ betrokken kunnen zijn. Centraal staat de vraag ‘wie is formeel de baas en wie feitelijk?’ De omvang en mobiliteit van stromen van illegale goederen en geld nemen in een Europa zonder grenzen steeds meer toe, terwijl het zicht op deze bewegingen dreigt af te nemen.

De vraag dient zich ook bij dit onderwerp aan op welke wijze de politie hiermee om kan - of dient - te gaan. De strategieën variëren van een nadruk op meer controlebevoegdheden in de zin van nodale oriëntatie, tot het vergroten van de weerstand van sectoren die in het bijzonder vatbaar zijn voor criminaliteit.

Bij dit thema is de Europese dimensie en politiële samenwerking van groot belang. Bijna alle criminele samenwerkingsverbanden in de hoofdsteden hebben nationale en internationale vertakkingen. Bovendien is ook hier - net als bij de legale economie - sprake van een Europese (deel)markt. De aanpak in de ene hoofdstad leidt mogelijk tot verplaatsing van criminele activiteiten naar andere steden. Een succesvolle aanpak van criminaliteit in de ene stad kan als gevolg hebben dat de ‘buur-hoofdstad’ er een criminaliteitsprobleem bij heeft. Deze ontwikkelingen maken Europese uitwisseling en samenwerking noodzakelijk.

Centrale - veelal samenhangende - onderwerpen op dit thema zijn bijvoorbeeld drugs- en mensenhandel (mede in relatie tot prostitutie), witwassen, integriteit in de vastgoedsector en de horeca, en internationale internet-fraude. Bij de aanpak van deze vormen van ondermijning zijn kwalitatief hoogwaardige en effectieve nationale en internationale opsporing noodzakelijk.

Daarbij gaat het ook om het zogenoemde ‘tegenhouden’ van ondermijning. In de Amsterdamse context komt dat tot uitdrukking in het bestuurlijk dossier (denk aan de uitvoering van de wet Bibob en het zogeheten Van Traa-team), de organisatie van de financieel economische opsporing, en de aandacht voor de (potentiële) schakels tussen boven- en onderwereld.

Bij de aanpak van ondermijning is nadrukkelijk gekozen voor een samenhangende benadering middels programmasturing, een door de Nederlandse politie ontwikkeld instrument. Het is een vorm van niet vrijblijvende samenwerking, waarbij partijen zich committeren aan een gemeenschappelijke doelstelling en vastleggen wat dat betekent voor de activiteiten van de verschillende organisaties. Eenieder is verantwoordelijk voor het eigen deel, en voor de bijdrage die daarmee wordt geleverd aan de gemeenschappelijke doelstelling. Uitgangspunt daarbij is dat iedere organisatie vooral die activiteiten onderneemt waarbij zij de meeste toegevoegde waarde kan leveren.

Deze integrale benadering voegt een nieuwe dimensie toe aan het concept van de Informatie Gestuurde Politie. Politiewerk is in belangrijke mate kennisgestuurd. Kennis van personen, situaties, normen en processen bepalen wat er gebeurt. De politie streeft ernaar informatie en kennis een grotere rol te laten spelen. Het gaat daarbij niet alleen om de eigen kennis en informatie, maar ook om het delen van informatie - over en weer - met andere partijen die binnen programmasturing een rol spelen bij het bereiken van veiligheidsdoelstellingen.'

Aldus Welten op de CPE 2008. Vandaag komt hij met een slotverklaring.

 
< Vorige   Volgende >


 woensdag, 22 november 2017





DE UITSPRAKEN

DE ZAAK HOLLEEDER, links naar de uitspraken:

BC0703 Willem Holleeder, afpersing en leider criminele organisatie
BC0697 Maruf M. medeverdachte Holleeder. Endstra is onder valse voorwendselen naar het kantoor van zijn toenmalig raadsman gelokt waar hij in de kamer van die raadsman - Bram Moszkowicz - is bedreigd door onder andere deze verdachte. Endstra is hierdoor bewogen grote sommen geld af te staan.
BC0708 Marcel K.
BC0710 Vriendin Holleeder: Maaike Dijkhuis (schuldwitwassen)

Lees ook over Holleeder (link) in het NJD



O P M E R K E L IJ K
Kantonrechter over administratiekosten boete tegen officier en CJIB: waar zijn jullie mee bezig !!?

Incassomiddel schiet doel ver voorbij

Een opmerkelijke boete-zaak. Iedereen die wel 'ns een verkeersboete heeft gehad, kent de incasso's van het CJIB. Maar er zijn incassomaatregelen die hun doel ruim voorbij schieten, vindt kantonrechter mr. W.E.M. Verjans. Vooral wanneer het gaat om € 6,00 (zes euro) te innen ten behoeve van de Staat der Nederlanden.

Rechtsbescherming

De wetgever was in een ver verleden van opvatting dat de Wet Mulder/WAHV voldoet aan de eisen die artikel 6 van het Europese Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens stelt aan rechtsbescherming. Verjans vraagt zich af of in het kader van de huidige handhaving van deze wet nog wel sprake is van “een waarborging van de deugdelijke rechtsbescherming van de betrokkene.”

LEES VERDER...
 
Brief Raad voor de rechtspraak na tweede rondgang langs gerechten

Rvdr, Den Haag -  De Raad voor de rechtspraak treft dertien concrete maatregelen om de in december 2012 in een manifest gesignaleerde problemen op te lossen en onvrede in de Rechtspraak weg te nemen.

Dat staat in een brief die de Raad voor de rechtspraak aan alle medewerkers heeft gestuurd. De aanleiding voor de brief was een manifest dat door raadsheren van het toenmalige gerechtshof in Leeuwarden was opgesteld. Dit manifest riep de Raad voor de rechtspraak en de gerechtsbesturen op prioriteit te geven aan kwaliteit en inhoud van het rechtspreken en minder te sturen op productiecijfers.

LEES VERDER...
 
U I T G E L I C H T
Ooit veroordeeld als tiener door kinderrechter en nu verwijdering DNA-databank? Dat kan

Internet kan een eeuwig brandmerk zijn bij een misstap, maar een DNA-profiel in een landelijke databank voelt misschien wel net zo bezwaarlijk. Jaarlijks staan bijna 3.000 minderjarigen na hun veroordeling voor een strafbaar feit DNA-gegevens af aan justitie.

In deze zaak gaat het om een bezwaarschrift ex artikel 7 van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. Uit het dossier blijkt dat de veroordeelde jongeman - 12 jaar tijdens het misdrijf - op straat een telefoon van iemand heeft gejat. Hij heeft verklaard dat hij dit had gedaan, omdat hij in de disco zijn telefoon verloren was en dit niet aan zijn moeder durfde te vertellen.

Hij is op 15-jarige leeftijd veroordeeld door de kinderrechter en nadien niet meer met justitie in aanraking gekomen. Het bewezen verklaarde delict moet worden aangemerkt als een eenmalig incident, bezien tegen de achtergrond van de levensfase waarin de veroordeelde verkeerde en met name de moeilijke periode die hij doormaakte vanwege het overlijden van onder meer zijn opa en de ziekte van zijn stiefvader.

Het recidiverisico wordt zeer klein geacht. Wel zijn er nog zorgen vanwege zijn lage IQ, waardoor de hij over weinig 'probleemoplossend vermogen beschikt om te kunnen denken hoe hij dingen anders moet aanpakken, maar er wordt aan gewerkt om hem daarin te trainen', staat in de uitspraak (i.c. beslissing).

OvJ moet celmateriaal laten vernietigen

LEES VERDER...
 
Hans Schenk voorzitter commissie herziening SER-Fusiegedragsregels
Hoogleraar Hans Schenk van Utrecht University School of Economics gaat als kroonlid van de Sociaal-Economische Raad (SER) de commissie over de herziening van de SER-Fusiegedragsregels voorzitten. Dit laat de Universiteit Utrecht weten. Deze gedragsregels zijn in 2001 in werking getreden en beschermen de belangen van werknemers bij voorgenomen fusies tussen ondernemingen. Sindsdien zijn er verschillende knelpunten gesignaleerd bij de toepassing en reikwijdte van de SER Fusiegedragsregels.
LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden