Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Onderzoek van Taakstraf passend en uitlegbaar aan samenleving

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Onderzoek van Taakstraf passend en uitlegbaar aan samenleving

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina arrow Publicaties arrow Onderzoek van Taakstraf passend en uitlegbaar aan samenleving
 
Onderzoek van Taakstraf passend en uitlegbaar aan samenleving
woensdag, 2 juli 2008
 Rvdr Den Haag - Rechters leggen aan daders van moord of doodslag geen taakstraf op. Als de rechter voor een ander ernstig misdrijf wel een taakstraf oplegt, is de taakstraf volgens onafhankelijke deskundigen in de meeste gevallen passend en uitlegbaar aan de samenleving. Dat blijkt uit onderzoek van de Raad voor de rechtspraak en het College van procureurs-generaal.

Aanleiding voor het onderzoek waren Kamervragen aan de Minister van Justitie over de toepassing van taakstraffen.

Het televisieprogramma Zembla stelde in een uitzending in oktober 2007 dat de taakstraf in weerwil van de geldende regels wordt opgelegd in situaties waar al eerder een taakstraf is opgelegd. Ook zou de taakstraf worden opgelegd bij ernstige misdrijven, waarvoor die straf niet door de wetgever bedoeld was. Het opleggen van een taakstraf zou in die gevallen een te lichte sanctie zijn.

Het onderzoek richtte zich op de praktijk van de vordering en oplegging van taakstraffen in 2006. In totaal zijn in dat jaar bijna 150.000 strafzaken door de rechtbanken afgedaan. Gekeken is naar ernstige misdrijven: moord, doodslag, verkrachting, aanranding, ontucht en zware mishandeling of poging daartoe. Uit het onderzoek blijkt dat in alle zaken waarin moord of doodslag bewezen werd verklaard, de rechter een gevangenisstraf oplegde.

Het totaal aantal veroordelingen door de rechter vanwege ernstige misdrijven bedroeg in 2006 ruim 4700. In ruim de helft van de zaken (52%) legde de rechter een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf op. In 26% van de zaken werd een taakstraf in combinatie met een al dan niet voorwaardelijke vrijheidsstraf opgelegd. In de overige zaken legde de rechter een taakstraf zonder enige vorm van vrijheidsstraf (14%) of een andere straf op, bijvoorbeeld een boete (8%). Het gaat in die laatste gevallen, zo blijkt uit nader onderzoek van een deel van de zaken, om de relatief lichtere misdrijven.

Voor een goed antwoord op de vraag bij welke ernstige misdrijven de rechter een taakstraf oplegde, moet men bedenken dat achter algemene juridische kwalificaties soms zeer uiteenlopende strafbare gedragingen schuil kunnen gaan. De strafwet verstaat bijvoorbeeld onder 'verkrachting' ook een opgedrongen tongzoen. Het ligt voor de hand dat die variatie in strafbaar gedrag tot uiting komt in variatie in de straf. Dat is ook het algemene beeld dat rijst uit het rapport: hoe zwaarder het misdrijf, hoe zwaarder de straf.

Het onderzoek richtte zich ook op het strafvorderingsbeleid van het Openbaar Ministerie. Dit deel van het onderzoek werd uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van het College van procureurs-generaal. In verreweg de meeste gevallen houden officieren van justitie zich aan de Aanwijzing Taakstraffen, die voorschrijft dat bij ernstige gewelds- en zedenmisdrijven in beginsel geen taakstraf mag worden gevorderd. In een kleine minderheid (18) van de onderzochte zaken met meerderjarige verdachten (120) betrof de eis louter een taakstraf: dat wil zeggen een taakstraf zonder al dan niet voorwaardelijke gevangenisstraf. Deze 18 zaken zijn nader bekeken door een drietal ervaren officieren van justitie. In 5 zaken vonden zij de eis te licht: er waren onvoldoende dwingende redenen om toch alleen een taakstraf te vorderen. De betreffende vorderingen staan daarmee op gespannen voet met de Aanwijzing Taakstraffen. Dit komt overeen met 4% van de onderzochte zaken met meerderjarige verdachten.

De aanwijzing bepaalt ook dat meerderjarige verdachten die al twee of meer keer een taakstraf hebben ondergaan, in beginsel niet meer voor een taakstraf in aanmerking komen. Het blijkt dat een wetstechnische bepaling het noodzakelijk maakt dat voor iedere tenlastegelde overtreding een afzonderlijke (taak-)straf wordt opgelegd. Daardoor kan het voorkomen dat een verdachte soms hoge aantallen taakstraffen krijgt opgelegd op één zitting. Dit komt vooral voor bij de kantonrechter. Bij circa 2% van de gevorderde taakstraffen in de periode 2002-2006 is sprake van een eis van de officier van justitie die niet zonder meer strookt met de aanwijzing: in die gevallen werd een derde of volgende taakstraf gevorderd, wat in beginsel niet de bedoeling is.

Het laatste onderzoeksdeel richtte zich op de rechterspraktijk. Dit deel van het onderzoek valt onder verantwoordelijkheid van de Raad voor de rechtspraak, i.s.m. het Landelijk Overleg Voorzitters Strafsectoren.

In de meeste gevallen waarin de rechter een taakstraf oplegde voor een ernstig misdrijf, volgde hij daarin de eis van de officier van justitie. Zaken waarin de rechter duidelijk afweek van de eis van de officier, werden op verzoek van de Raad voor de rechtspraak door twee onafhankelijke strafrechtdeskundigen beoordeeld: prof. mr. E. Prakken (emeritus hoogleraar strafrecht en strafprocesrecht te Maastricht en advocaat te Amsterdam) en prof. mr. G.J. Knoops (hoogleraar internationaal strafrecht te Utrecht en advocaat te Amsterdam).

Centrale vraag was of de opgelegde taakstraf strookte met de ernst van het misdrijf, het voorgelegde bewijs en de motivering van de rechter.

In totaal bekeken zij 28 zaken. In 1 zaak - poging tot doodslag - meenden beide beoordelaars dat de straf naar hun opvatting te licht was; in 6 zaken - alle zedenzaken - verschilden ze daarover van mening. In de resterende 21 zaken waren ze beiden van mening dat de beslissing van de strafrechter begrijpelijk was. De deskundigen spraken over het geheel gezien hun grote tevredenheid uit over de strafrechtspraktijk die zij onder ogen hadden gekregen.

De uitkomsten van het onderzoek maken volgens de Raad voor de rechtspraak en het College van procureurs-generaal duidelijk dat de praktijk van het vorderen en opleggen van taakstraffen in het algemeen verloopt overeenkomstig de bedoeling van de wetgever.

Link naar het onderzoek over taakstraffen

 
< Vorige   Volgende >


 maandag, 20 november 2017





DE UITSPRAKEN

DE ZAAK HOLLEEDER, links naar de uitspraken:

BC0703 Willem Holleeder, afpersing en leider criminele organisatie
BC0697 Maruf M. medeverdachte Holleeder. Endstra is onder valse voorwendselen naar het kantoor van zijn toenmalig raadsman gelokt waar hij in de kamer van die raadsman - Bram Moszkowicz - is bedreigd door onder andere deze verdachte. Endstra is hierdoor bewogen grote sommen geld af te staan.
BC0708 Marcel K.
BC0710 Vriendin Holleeder: Maaike Dijkhuis (schuldwitwassen)

Lees ook over Holleeder (link) in het NJD



O P M E R K E L IJ K
'Bedoeling was dat slachtoffer naar Suriname zou gaan en daar zijn dood in scene zou zetten'
Nationale Nederlanden Levensverzekeringen opgelicht, moord om uitkering

De verdachte heeft in de periode van 2 januari 2013 tot en met 25 februari 2013 te Rotterdam samen met een mededader het slachtoffer vermoord om een uitkering onder een levensverzekering te krijgen. Ook heeft hij een groot aantal (pogingen tot) fraude en valsheid in geschrifte gepleegd. Van enorme BTW-fraude tot fraude met kinderopvang en alles daartussen.

Een deel uit het standpunt van 41-jarige verdachte:

 'De verdachte ontkent iedere betrokkenheid bij de dood van[slachtoffer]. Hij erkent dat hij een verzekering bij Nationale Nederland op het leven van[slachtoffer] had afgesloten en ook dat dit gedaan is om Nationale Nederlanden op te lichten.[slachtoffer] en hij hadden dit samen opgezet. De bedoeling was dat[slachtoffer] naar Suriname zou gaan, dat hij daar zijn dood in scene zou zetten en dat hij dan onder een andere naam in Suriname zou blijven wonen. De uitkering van € 500.000,00 zou worden gedeeld tussen[slachtoffer] (€ 200.000,00) en de verdachte (€ 300.000,00). Dit plan is echter nooit uitgevoerd.

De verdachte had zelf onder een andere verzekering bij Nationale Nederlanden een uitkering geclaimd en gekregen nadat[slachtoffer], [medeverdachte] en hij op 2 januari 2013 een overval op de verdachte in scene hadden gezet. De verdachte vermoedt dat dit[slachtoffer] heeft geïnspireerd, dat[slachtoffer] en [medeverdachte] in de avond van 24 februari 2013 een overval in scene hebben willen zetten en dat [medeverdachte] daarbij[slachtoffer] heeft gedood. Hijzelf had[slachtoffer] nog afgeraden om een dergelijke fraude te proberen, omdat het bij Nationale Nederlanden zou opvallen dat er kort na elkaar twee keer een vergelijkbare schade zou worden geclaimd.

Uit de strafmotivering:

 'De verdachte heeft samen met een ander[slachtoffer] om het leven gebracht.[slachtoffer] is door de verdachte en diens mededader in een machteloze positie gebracht, nadat[slachtoffer] in de waan was gebracht dat deze (slechts) zou worden mishandeld om een verzekeringsuitkering te krijgen.[slachtoffer] is vervolgens op een vreselijke manier overleden. Van het vertrouwen dat[slachtoffer] in de verdachte, een vriend, had gesteld, is door de verdachte grof misbruik gemaakt. Het behoeft geen toelichting dat dit een zeer ernstig strafbaar feit is.

LEES VERDER...
 
Brief Raad voor de rechtspraak na tweede rondgang langs gerechten

Rvdr, Den Haag -  De Raad voor de rechtspraak treft dertien concrete maatregelen om de in december 2012 in een manifest gesignaleerde problemen op te lossen en onvrede in de Rechtspraak weg te nemen.

Dat staat in een brief die de Raad voor de rechtspraak aan alle medewerkers heeft gestuurd. De aanleiding voor de brief was een manifest dat door raadsheren van het toenmalige gerechtshof in Leeuwarden was opgesteld. Dit manifest riep de Raad voor de rechtspraak en de gerechtsbesturen op prioriteit te geven aan kwaliteit en inhoud van het rechtspreken en minder te sturen op productiecijfers.

LEES VERDER...
 
U I T G E L I C H T
Ooit veroordeeld als tiener door kinderrechter en nu verwijdering DNA-databank? Dat kan

Internet kan een eeuwig brandmerk zijn bij een misstap, maar een DNA-profiel in een landelijke databank voelt misschien wel net zo bezwaarlijk. Jaarlijks staan bijna 3.000 minderjarigen na hun veroordeling voor een strafbaar feit DNA-gegevens af aan justitie.

In deze zaak gaat het om een bezwaarschrift ex artikel 7 van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. Uit het dossier blijkt dat de veroordeelde jongeman - 12 jaar tijdens het misdrijf - op straat een telefoon van iemand heeft gejat. Hij heeft verklaard dat hij dit had gedaan, omdat hij in de disco zijn telefoon verloren was en dit niet aan zijn moeder durfde te vertellen.

Hij is op 15-jarige leeftijd veroordeeld door de kinderrechter en nadien niet meer met justitie in aanraking gekomen. Het bewezen verklaarde delict moet worden aangemerkt als een eenmalig incident, bezien tegen de achtergrond van de levensfase waarin de veroordeelde verkeerde en met name de moeilijke periode die hij doormaakte vanwege het overlijden van onder meer zijn opa en de ziekte van zijn stiefvader.

Het recidiverisico wordt zeer klein geacht. Wel zijn er nog zorgen vanwege zijn lage IQ, waardoor de hij over weinig 'probleemoplossend vermogen beschikt om te kunnen denken hoe hij dingen anders moet aanpakken, maar er wordt aan gewerkt om hem daarin te trainen', staat in de uitspraak (i.c. beslissing).

OvJ moet celmateriaal laten vernietigen

LEES VERDER...
 
Tarlach McGonagle (IViR) benoemd tot nieuw expertcomité van de Raad van Europa
De Universiteit van Amsterdam laat weten dat Tarlach McGonagle, werkzaam bij het Instituut voor Informatierecht, IViR onlangs is benoemd tot een nieuw expertcomité van de Raad van Europa. Dit comité stelt een nieuwe aanbeveling inzake de bescherming van journalisten en de veiligheid van journalisten en andere media-actoren op. Deze wordt vervolgens voorgelegd aan het Comité van Ministers van de Raad van Europa.
LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden