Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Gesignaleerde veroordeelden Amsterdam op website

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Gesignaleerde veroordeelden Amsterdam op website

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina arrow Opmerkelijk arrow Gesignaleerde veroordeelden Amsterdam op website
 
Gesignaleerde veroordeelden Amsterdam op website
dinsdag, 6 januari 2009

Openbaar Ministerie - De politie Amsterdam-Amstelland is samen met OM Amsterdam een pilot begonnen om de burger te betrekken bij het opsporen van moeilijk traceerbare veroordeelden. Op de website www.Veroordeeldengezocht.nl staan foto’s en namen van gezochte veroordeelde personen.

Voordat personen op deze website worden geplaatst wordt hun zaak voorgelegd aan het OM Amsterdam. Dat beslist of aan de criteria is voldaan.

Zo moet het onder meer gaan om een veroordeling voor een delict waarvoor in de wet een maximumgevangenisstraf van acht jaar of meer is gesteld. Dit zegt iets over het soort delict, niet over de opgelegde straf. In de pilot gaat om het om straffen van minimaal negentig dagen. Plaatsing op de website gebeurt alleen wanneer in alle redelijkheid kan worden verwacht dat overige opsporingsmiddelen op korte termijn geen resultaat meer zullen opleveren. De politie heeft dus altijd al de nodige opsporingsactiviteiten ondernomen.

Waarom zit de verdachte niet altijd vast tijdens veroordeling?

Een verdachte die op het moment van de veroordeling door de rechter in voorlopige hechtenis zit, zal direct aansluitend zijn of haar gevangenisstraf moeten uitzitten. Niet altijd zit een verdachte vast tijdens de zitting of op het moment van de uitspraak. Het kan gaan om verschillende situaties:

1.       In de meeste zaken (bijvoorbeeld bij verkeersovertredingen en lichtere misdrijven) staat de wet niet toe dat iemand in voorlopige hechtenis wordt genomen.

2.       In ernstige strafzaken zal de officier van justitie alle mogelijke moeite doen om iemand tot aan de zitting in voorlopige hechtenis te houden, maar daar moeten wel de wettelijke gronden voor aanwezig zijn. Alleen bij de allerzwaarste misdrijven is dit zonder meer mogelijk.

3.       Veroordeelden die eerst door de rechtbank vrijgesproken zijn (en vervolgens in vrijheid gesteld) en die vervolgens door het gerechtshof bij verstek alsnog worden veroordeeld.

4.       Personen die een voorwaardelijke gevangenisstraf hebben opgelegd gekregen en zich niet aan de voorwaarden hebben gehouden. De rechter kan deze voorwaardelijke straf dan omzetten in een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

5.       Personen die de aan hen opgelegde geldboete niet hebben betaald of de aan hen opgelegde taakstraf niet (naar behoren) hebben uitgevoerd, moeten vervangende hechtenis moeten ondergaan.

6.       Personen die niet terugkeren van hun detentieverlof.

Personen uit alle hierboven genoemde categorieën moeten door de politie worden aangehouden of krijgen de gelegenheid zich zelf te melden bij een penitentiaire inrichting.

In Nederland staan, zoals de minister van Justitie tijdens de begrotingsbehandeling in november 2008 al aan de Kamer heeft gemeld, op dit moment ongeveer 50.000 personen in het opsporingsregister geregistreerd die hun (vervangende) vrijheidsstraf nog moeten uitzitten.

De samenstelling van deze groep veroordeelden wisselt vanzelfsprekend voortdurend; jaarlijks worden duizenden aangehouden en worden er  nieuwe veroordeelden in opgenomen. Ongeveer tweederde van de momenteel geregistreerde 50.000 moet een vervangende hechtenis ondergaan van enkele dagen tot maximaal drie maanden.

Voor die veroordeelden die moeilijk traceerbaar zijn en die aan de hierboven genoemde criteria voldoen heeft de Amsterdamse politie samen met OM Amsterdam en onder verantwoordelijkheid van de commissie Opsporingsberichtgeving van het OM de website www.veroordeeldengezocht.nl opgezet.

In de politieregio Amsterdam voldoen op dit moment 86 veroordeelden aan die criteria. Afhankelijk van het verloop van de pilot zal worden besloten of de Amsterdamse aanpak wordt voortgezet en of deze landelijke navolging zal krijgen.

 
< Vorige   Volgende >


 dinsdag, 17 juli 2018






O P M E R K E L IJ K
'Bedoeling was dat slachtoffer naar Suriname zou gaan en daar zijn dood in scene zou zetten'
Nationale Nederlanden Levensverzekeringen opgelicht, moord om uitkering

De verdachte heeft in de periode van 2 januari 2013 tot en met 25 februari 2013 te Rotterdam samen met een mededader het slachtoffer vermoord om een uitkering onder een levensverzekering te krijgen. Ook heeft hij een groot aantal (pogingen tot) fraude en valsheid in geschrifte gepleegd. Van enorme BTW-fraude tot fraude met kinderopvang en alles daartussen.

Een deel uit het standpunt van 41-jarige verdachte:

 'De verdachte ontkent iedere betrokkenheid bij de dood van[slachtoffer]. Hij erkent dat hij een verzekering bij Nationale Nederland op het leven van[slachtoffer] had afgesloten en ook dat dit gedaan is om Nationale Nederlanden op te lichten.[slachtoffer] en hij hadden dit samen opgezet. De bedoeling was dat[slachtoffer] naar Suriname zou gaan, dat hij daar zijn dood in scene zou zetten en dat hij dan onder een andere naam in Suriname zou blijven wonen. De uitkering van € 500.000,00 zou worden gedeeld tussen[slachtoffer] (€ 200.000,00) en de verdachte (€ 300.000,00). Dit plan is echter nooit uitgevoerd.

De verdachte had zelf onder een andere verzekering bij Nationale Nederlanden een uitkering geclaimd en gekregen nadat[slachtoffer], [medeverdachte] en hij op 2 januari 2013 een overval op de verdachte in scene hadden gezet. De verdachte vermoedt dat dit[slachtoffer] heeft geďnspireerd, dat[slachtoffer] en [medeverdachte] in de avond van 24 februari 2013 een overval in scene hebben willen zetten en dat [medeverdachte] daarbij[slachtoffer] heeft gedood. Hijzelf had[slachtoffer] nog afgeraden om een dergelijke fraude te proberen, omdat het bij Nationale Nederlanden zou opvallen dat er kort na elkaar twee keer een vergelijkbare schade zou worden geclaimd.

Uit de strafmotivering:

 'De verdachte heeft samen met een ander[slachtoffer] om het leven gebracht.[slachtoffer] is door de verdachte en diens mededader in een machteloze positie gebracht, nadat[slachtoffer] in de waan was gebracht dat deze (slechts) zou worden mishandeld om een verzekeringsuitkering te krijgen.[slachtoffer] is vervolgens op een vreselijke manier overleden. Van het vertrouwen dat[slachtoffer] in de verdachte, een vriend, had gesteld, is door de verdachte grof misbruik gemaakt. Het behoeft geen toelichting dat dit een zeer ernstig strafbaar feit is.

LEES VERDER...
 
'Rechterlijke samenwerking is goed, maar slecht ingebed'

De Rechtspraak, Den Haag -  Onderlinge afspraken tussen rechters over strafhoogtes en rekenmethoden bevorderen de eenheid in het recht, maar zijn nog te weinig wettelijk verankerd. Een deel van deze rechterlijke regelingen kan beter zichtbaar gemaakt worden.

Dat stelt onderzoeker Ard Schoep in zijn bijdrage aan de zojuist verschenen bundel ‘Rechterlijke Macht, studies voor rechtspraak en rechtshandelingen in Nederland’.

Afspraken
Een deel van de beslissingen in de rechtszaal vloeit voort uit afspraken en regelingen die gemaakt zijn door rechters zelf. Die afspraken worden vaak landelijk nagevolgd en hebben daarmee veel invloed. Een bekend voorbeeld is de formule waarmee kantonrechters sinds vijftien jaar de hoogte berekenen van ontslagvergoedingen: grofweg het aantal dienstjaren maal het maandsalaris.

LEES VERDER...
 
Alex Brenninkmeijer wordt hoogleraar Institutionele aspecten van de rechtsstaat

“Als oud-rechter, voormalig Nationale ombudsman en tegenwoordig lid van de Europese Rekenkamer heb ik ervaring met drie instituties van de rechtsstaat, het lijkt mij geweldig om mijn ervaring in de Utrechtse academische context te delen en mee te werken aan het strategisch thema Instituties”, aldus Brenninkmeijer.

Vanaf juli dit jaar is voormalig nationaal ombudsman dr. Alex Brenninkmeijer (1951) hoogleraar ‘Institutionele aspecten van de rechtsstaat’ aan de Universiteit Utrecht, zo laat de UU weten.

LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden