Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Conclusies effectenlease-zaken: zorgplicht geschonden, beleggers treft evenwel ook een verwijt

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Conclusies effectenlease-zaken: zorgplicht geschonden, beleggers treft evenwel ook een verwijt

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina
 
Conclusies effectenlease-zaken: zorgplicht geschonden, beleggers treft evenwel ook een verwijt
zaterdag, 14 februari 2009

Hoge Raad - Op 13 februari 2009, heeft mevr. mr. C.L. de Vries Lentsch-Kostense, plv. procureur-generaal bij de Hoge Raad, geconcludeerd in drie effectenlease-zaken. Een conclusie is een onafhankelijk rechtsgeleerd advies aan de Hoge Raad.

In deze drie zaken zijn veel kwesties aan de orde die van belang zijn voor de afwikkeling van de vele effectenlease-geschillen in Nederland. De hoven hebben in deze zaken geoordeeld dat de banken bij het aanbieden van effectenlease-producten aan consumenten hun zorgplicht hebben geschonden. De plv. procureur-generaal meent dat  dat oordeel van de hoven stand houdt. De Hoge Raad zal naar verwachting op 5 juni uitspraak doen.

Deze zaken betreffen een groot aantal kwesties die van belang zijn voor de afwikkeling van effectenlease-geschillen. Het gaat daarbij in het bijzonder om de zorgplicht van de bank als aanbieder van effectenlease-producten. De hoven hebben in deze zaken geoordeeld dat de banken in die zorgplicht tekort zijn geschoten.

Zij hebben niet voldoende gewaarschuwd voor het risico van een “restschuld” en zij hebben nagelaten informatie in te winnen over de inkomens- en vermogenspositie van de (potentiële) belegger. De banken zijn volgens de hoven daarom verplicht tot schadevergoeding.

Die schadevergoeding betreft de “restschuld”. Afhankelijk van de omstandigheden kan de schadevergoeding ook de rente en aflossingen betreffen. De hoven hebben geoordeeld dat een deel van de schade voor rekening van de beleggers zelf moet blijven omdat ook de beleggers een verwijt treft. De plv. procureur-generaal meent dat de hiertegen gerichte cassatieklachten moeten worden verworpen.

In de bestreden uitspraken is verworpen het door de beleggers gedane beroep op: dwaling, misleidende reclame, misbruik van omstandigheden, toepasselijkheid van de Wet consumentenkrediet (Wck),  en (ver)nietig(baar)heid van effectenlease-overeenkomsten wegens schending van art. 25 en art. 36 Besluit toezicht effectenverkeer. De plv. procureur-generaal meent dat ook deze oordelen stand houden.

De conclusies zijn in de volgende zaken genomen:

Stichting Gedupeerden Spaarconstructie (GeSp), advocaten mr. E. Grabant en mr J. Brandt te Den Haag tegen Aegon, advocaten mr. R.S. Meijer te Den Haag en mr. F.E. Vermeulen te Amsterdam (zaaknr.08/00909), beroep in cassatie tegen de uitspraak van het hof Amsterdam van 15 november 2007. De conclusie van de plv. procureur-generaal strekt tot verwerping van zowel het principaal als in het incidenteel ingestelde cassatieberoep.
Zie voor deze conclusie LJN  BH2822.

Levob, advocaat mr. F.E. Vermeulen te Amsterdam, tegen B., advocaat mr. E.H. van Staden ten Brink te Den Haag (zaaknr. 07/11290), beroep in cassatie tegen de uitspraak van het hof Amsterdam van 24 mei 2007. De conclusie van de plv. procureur-generaal strekt tot verwerping van zowel het principaal als in het incidenteel ingestelde cassatieberoep.
Zie voor deze conclusie LJN  BH2811.

De T., advocaten mr. D.M. de Knijff  en mr. E.A.L. van Emden te Den Haag tegen Dexia, advocaten mr. R.M. Hermans, mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk, mr. E.M. Snijders en mr. L.E. Fresco allen te Amsterdam, (zaaknr. 08/03771), beroep in cassatie tegen het tussenarrest van van  1 april 2008  en het eindarrest van 15 juli 2008 van het hof Arnhem. De conclusie van de plv. procureur-generaal strekt in het incidenteel ingestelde beroep tot verwerping van het beroep en in het principaal ingestelde beroep tot vernietiging van de bestreden arresten.

In deze zaak slagen naar het oordeel van de plv. procureur-generaal enkele klachten met betrekking tot de omvang van de schade. Zie voor deze conclusie LJN BH2815.

Een conclusie is een onafhankelijk rechtsgeleerd advies aan de Hoge Raad. De plaatsvervangend Procureur-generaal maakt deel uit van het parket bij de Hoge Raad. Het parket bij de Hoge Raad kan zich over een door de Hoge Raad te beoordelen zaak niet anders uitlaten dan in het kader van de conclusie en is dan ook niet in de gelegenheid tot het geven van nader commentaar.

 
< Vorige   Volgende >


 vrijdag, 22 juni 2018





DE UITSPRAKEN

DE ZAAK HOLLEEDER, links naar de uitspraken:

BC0703 Willem Holleeder, afpersing en leider criminele organisatie
BC0697 Maruf M. medeverdachte Holleeder. Endstra is onder valse voorwendselen naar het kantoor van zijn toenmalig raadsman gelokt waar hij in de kamer van die raadsman - Bram Moszkowicz - is bedreigd door onder andere deze verdachte. Endstra is hierdoor bewogen grote sommen geld af te staan.
BC0708 Marcel K.
BC0710 Vriendin Holleeder: Maaike Dijkhuis (schuldwitwassen)

Lees ook over Holleeder (link) in het NJD



O P M E R K E L IJ K
Van slachtoffer tot dader? 8 jaar celstraf man die zijn mogelijke ontuchtpleger dood heeft geslagen

Man wilde koste wat het kost het beeldmateriaal in handen krijgen

Rb Almelo/NJD - De rechtbank Overijssel in Almelo heeft een 29-jarige man uit Hof van Twente veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht jaar wegens doodslag op een 59-jarige man uit Goor. De straf komt overeen met de eis van het OM. De rechtbank oordeelt dat de man het slachtoffer vorig zomer met opzet van het leven beroofde, maar ziet geen bewijs dat hij met voorbedachten rade handelde.

LEES VERDER...
 
'Rechterlijke samenwerking is goed, maar slecht ingebed'

De Rechtspraak, Den Haag -  Onderlinge afspraken tussen rechters over strafhoogtes en rekenmethoden bevorderen de eenheid in het recht, maar zijn nog te weinig wettelijk verankerd. Een deel van deze rechterlijke regelingen kan beter zichtbaar gemaakt worden.

Dat stelt onderzoeker Ard Schoep in zijn bijdrage aan de zojuist verschenen bundel ‘Rechterlijke Macht, studies voor rechtspraak en rechtshandelingen in Nederland’.

Afspraken
Een deel van de beslissingen in de rechtszaal vloeit voort uit afspraken en regelingen die gemaakt zijn door rechters zelf. Die afspraken worden vaak landelijk nagevolgd en hebben daarmee veel invloed. Een bekend voorbeeld is de formule waarmee kantonrechters sinds vijftien jaar de hoogte berekenen van ontslagvergoedingen: grofweg het aantal dienstjaren maal het maandsalaris.

LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden