Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Haags gerechtshof veroordeelt Staat tot betaling forse schadevergoeding aan IRT-informant

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Haags gerechtshof veroordeelt Staat tot betaling forse schadevergoeding aan IRT-informant

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  
 
Haags gerechtshof veroordeelt Staat tot betaling forse schadevergoeding aan IRT-informant
donderdag, 26 maart 2009

EUR 50.000,- omdat informant geen psychische begeleiding kreeg na afloop

Gerechtshof Den Haag - De Nederlandse Staat moet een voormalige IRT-informant 50.000 Euro schadevergoeding betalen. Het gerechtshof Den Haag heeft bij arrest van 24 maart 2009 de Staat hiertoe veroordeeld.

In de jaren ’90 maakten bepaalde rechercheteams bij de bestrijding van grootschalige drugscriminaliteit gebruik van de methode van gecontroleerde doorlating van containers waarin verdovende middelen waren verstopt. Daarbij werden burgerinformanten ingezet.

Naar aanleiding van de discussie die daarover ontstond binnen de politie en het openbaar ministerie, en die leidde tot de zogenaamde IRT-affaire, besloot het openbaar ministerie destijds om die gecontroleerde invoer per direct te beëindigen. De publiciteit rond de IRT-affaire heeft ertoe geleid dat de identiteit van een informant bekend is geworden.

Deze informant heeft van de Staat een vergoeding gevorderd in verband met psychische schade die hij hierdoor heeft opgelopen. Hij stelt dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld bij het aantrekken en inzetten van hem als informant, bij het afbouwen van zijn rol (onder meer door de abrupte beëindiging van de doorlating in relatie met het bekend worden van zijn identiteit) en bij zijn psychische begeleiding na die afbouw.

Hij voert aan dat hij door zijn psychische problemen arbeidsongeschikt is geworden en vordert daarom tevens vergoeding van zijn inkomensschade. Verder vordert hij vergoeding van de kosten die hij heeft gemaakt voor zijn beveiliging.

Het hof heeft het inzetten van betrokkene als informant en zijn begeleiding tijdens die inzet niet onrechtmatig geoordeeld. Ook kon de Staat volgens het hof, gezien de betrokken belangen op het gebied van de volksgezondheid en de geloofwaardigheid van het opsporingsonderzoek, in redelijkheid besluiten de gecontroleerde doorlating abrupt te beëindigen.

De psychische schade die de informant door die abrupte beëindiging heeft geleden, stijgt volgens het hof evenwel uit boven wat hij voor zijn eigen risico behoort te nemen. Het achterwege laten van vergoeding van die bovenmatige schade acht het hof onrechtmatig.

Het hof is verder van oordeel dat op de Staat tegenover de informant een zorgplicht rust die de verantwoordelijkheid van de Staat voor andere burgers in ruime mate te boven gaat. Betrokkene is door zijn inzet verzeild geraakt in het criminele milieu, waarmee hij voordien niet van doen had.

Volgens het hof is de Staat tegenover hem in gebreke gebleven bij de psychische begeleiding na afloop van zijn inzet. Het hof heeft aan de informant ter vergoeding van zijn psychische schade een bedrag van 50.000 Euro toegekend.

Het hof acht bovendien aannemelijk dat de informant door zijn psychische beschadiging ten minste enige inkomensschade heeft geleden. Het acht zich evenwel niet in staat op grond van de voorliggende gegevens die schade direct te bepalen en heeft de vaststelling van die schade verwezen naar een vervolgprocedure (zogenaamde schadestaatprocedure).

Ook houdt het hof de Staat aansprakelijk voor de redelijkerwijs noodzakelijke beveiligingskosten die de informant na zijn afbouw heeft gemaakt, omdat de politie op zijn meldingen van bedreigingen toen onvoldoende serieus reageerde. De vaststelling van de te vergoeden kosten heeft het hof eveneens verwezen naar die vervolgprocedure.

LJ Nummer BH6193

 
< Vorige   Volgende >


 zaterdag, 21 juli 2018






O P M E R K E L IJ K
Kantonrechter over administratiekosten boete tegen officier en CJIB: waar zijn jullie mee bezig !!?

Incassomiddel schiet doel ver voorbij

Een opmerkelijke boete-zaak. Iedereen die wel 'ns een verkeersboete heeft gehad, kent de incasso's van het CJIB. Maar er zijn incassomaatregelen die hun doel ruim voorbij schieten, vindt kantonrechter mr. W.E.M. Verjans. Vooral wanneer het gaat om € 6,00 (zes euro) te innen ten behoeve van de Staat der Nederlanden.

Rechtsbescherming

De wetgever was in een ver verleden van opvatting dat de Wet Mulder/WAHV voldoet aan de eisen die artikel 6 van het Europese Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens stelt aan rechtsbescherming. Verjans vraagt zich af of in het kader van de huidige handhaving van deze wet nog wel sprake is van “een waarborging van de deugdelijke rechtsbescherming van de betrokkene.”

LEES VERDER...
 
'Rechterlijke samenwerking is goed, maar slecht ingebed'

De Rechtspraak, Den Haag -  Onderlinge afspraken tussen rechters over strafhoogtes en rekenmethoden bevorderen de eenheid in het recht, maar zijn nog te weinig wettelijk verankerd. Een deel van deze rechterlijke regelingen kan beter zichtbaar gemaakt worden.

Dat stelt onderzoeker Ard Schoep in zijn bijdrage aan de zojuist verschenen bundel ‘Rechterlijke Macht, studies voor rechtspraak en rechtshandelingen in Nederland’.

Afspraken
Een deel van de beslissingen in de rechtszaal vloeit voort uit afspraken en regelingen die gemaakt zijn door rechters zelf. Die afspraken worden vaak landelijk nagevolgd en hebben daarmee veel invloed. Een bekend voorbeeld is de formule waarmee kantonrechters sinds vijftien jaar de hoogte berekenen van ontslagvergoedingen: grofweg het aantal dienstjaren maal het maandsalaris.

LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden