Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - 'Onbedwelmd ritueel slachten valt niet te rechtvaardigen'

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - 'Onbedwelmd ritueel slachten valt niet te rechtvaardigen'

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina arrow Opinie arrow 'Onbedwelmd ritueel slachten valt niet te rechtvaardigen'
 
'Onbedwelmd ritueel slachten valt niet te rechtvaardigen'
dinsdag, 2 juni 2009

Pleidooi voor wettelijk verbod op onverdoofd slachten

Verenigbaar met de grondrechtelijke godsdienstvrijheid

Hiernavolgend een bijdrage van Marianne Thieme - fractievoorzitter Partij voor de Dieren en mr. dr. B.C. Labuschagne - universitair docent Rechtsfilosofie verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

Jaarlijks wordt bij 2 miljoen dieren, met name kalveren, schapen en kippen, zonder verdoving de keel doorgesneden. Hun vlees komt zonder waarschuwing op het etiket in veel gevallen ook in het reguliere vleesschap terecht.

Daardoor dupeert het onverdoofd ritueel slachten niet alleen grote groepen dieren, maar ook grote groepen mensen die nu tegen wil en dank vlees nuttigen van dieren die op zeer pijnlijke wijze geslacht zijn. Het ritueel slachten veroorzaakt onnodig veel stress, gebeurt vaak onoordeelkundig en zonder toezicht, aldus de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD). Daarom is er nu een initiatiefwet naar het parlement gestuurd om tot een wettelijk verbod te komen.

De kernvraag die aan de orde is, is of het onbedwelmd ritueel slachten, wettelijk verboden kan worden. Wanneer we naar rituele vleesproductie en – consumptie kijken, moeten we onderscheid maken tussen het ritueel van het slachten zelf en het consumeren van op deze wijze verkregen vlees. Het is duidelijk dat er een doel-middelverhouding in gezien moet worden, waarbij uiteindelijk het doel is het vlees te consumeren dat op een bijzondere wijze verkregen is.

Het Europese Hof voor de Rechten van de mens besliste in 2000 : “It is not contested that ritual slaughter […] constitutes a rite […] whose purpose is to provide Jews with meat from animals slaughtered in  accordance with religious prescription, which is an essential aspect of practice of the Jewish religion.” 

 Om koosjer of halal vlees te kunnen consumeren (doel) is het nodig dat het dier waar het vlees afkomstig van is op een bepaalde wijze is geslacht (middel). Vanuit die gedachte is een verbod op onbedwelmd slachten geen belemmering aan het kunnen consumeren van dit vlees, aangezien het kan worden geďmporteerd.

Het kernrecht van consumptie van ritueel geslacht vlees wordt niet aangetast door een wettelijk verbod op onverdoofd slachten. Het moet in Nederland mogelijk zijn een diervriendelijk beleid te voeren, gebaseerd op eigen afwegingen.

    Waar gelovigen aanvoeren dat ook het slachten zelf een vorm van godsdienstig belijden zou zijn, moet worden vastgesteld dat de staat niet voor de gelovige mag uitmaken wat hij of zij onder het belijden van godsdienst verstaat (de zogeheten ‘interpretatieve terughoudendheid’ die de overheid dient te betrachten), maar wel kan en mag de overheid een grens trekken bij handelingen die volgens het Europese Hof voor de Rechten van de Mens nog wel een “onontkoombare uiting” van godsdienst zijn.
In de loop van de tijd zijn bedwelmingstechnieken zodanig verbeterd, dat het dier niet als gevolg van de bedwelming sterft, maar door het slachten zelf.

Het vasthouden aan de noodzaak van onbedwelmd slachten, is geen ‘onontkoombare uiting’ van godsdienst, omdat er volop alternatieven beschikbaar zijn die dierenwelzijnbevorderend zijn en stroken met de diervriendelijke intentie achter de rite. Een verbod op onverdoofd slachten raakt de uitoefening van godsdienstig belijden marginaal en is daarom verenigbaar met de grondrechtelijke godsdienstvrijheid.


Andere landen (Zweden, Spanje, Luxemburg, Finland, Oostenrijk etc.) hebben al vastgesteld  dat een verbod op onbedwelmd ritueel slachten noodzakelijk is in een democratische samenleving, waarbij impliciet toegestaan is dit middel te gebruiken bij een legitiem doel. Nederland kan net zoals andere landen deze rechtvaardigingsgrond gebruiken voor wettelijke beperking van onbedwelmd ritueel slachten.

    Het kernrecht van consumptie blijft onaangetast. Het afgeleide recht, dat van ritueel slachten als middel voor het verkrijgen van ritueel geslacht vlees, kan daarom probleemloos beperkt worden, gelet op het afgeleide, niet-kernrechtelijke karakter ervan. De vereisten van openbare veiligheid en orde, gezondheid, goede zeden en rechten en vrijheden van anderen moeten in dit licht bezien worden.
Dierenbeschermers zouden geschokt kunnen worden in hun overtuiging door beoefenaars van het onverdoofd ritueel slachten, waardoor het criterium ‘rechten en vrijheden van anderen’ actueel wordt. Het verbod op ritueel slachten kan gerechtvaardigd worden uit oogpunt van bescherming van rechten en vrijheden van voorvechters van dierenwelzijn.

Immers, dierenwelzijn is geworteld en gefundeerd in een heel eigen Weltanschauung die ook zelf aanspraak maakt op bescherming van vrijheid van godsdienst en levensovertuiging. In een pluriforme, democratische samenleving dient ook rekening te worden gehouden met diegenen die het dierenwelzijn centraal in hun levensovertuiging stellen.

Het criterium van ‘goede zeden’ levert de meest overtuigende redenering op.

Ongetwijfeld kan gesteld worden dat – in een land waarin zelfs een Partij voor de Dieren in het parlement vertegenwoordigd is – het algemeen rechtsbewustzijn en wat als goede zeden geldt in toenemende mate gekleurd wordt door morele opvattingen omtrent dierenwelzijn. Naar de opvatting van velen weerspiegelt de behandeling van dieren het beschavingsniveau van een samenleving en van een cultuur. Wreedheid jegens dieren wordt beschouwd als barbaars en niet passend in een beschaafde samenleving.

Het ligt daarom voor de hand inbreuken op het dierenwelzijn te zien als dringende maatschappelijke behoefte waardoor een verbod op onverdoofd ritueel slachten gerechtvaardigd kan worden. Niemand kan volhouden dat dit geen maatschappelijke behoefte is, omdat draagvlak voor humanere behandeling van dieren snel groeit. Goede zeden zijn dynamisch van karakter, en dus zullen ze in de weging van de wetgever serieus genomen moeten worden.

 
< Vorige   Volgende >


 maandag, 21 mei 2018





DE UITSPRAKEN

DE ZAAK HOLLEEDER, links naar de uitspraken:

BC0703 Willem Holleeder, afpersing en leider criminele organisatie
BC0697 Maruf M. medeverdachte Holleeder. Endstra is onder valse voorwendselen naar het kantoor van zijn toenmalig raadsman gelokt waar hij in de kamer van die raadsman - Bram Moszkowicz - is bedreigd door onder andere deze verdachte. Endstra is hierdoor bewogen grote sommen geld af te staan.
BC0708 Marcel K.
BC0710 Vriendin Holleeder: Maaike Dijkhuis (schuldwitwassen)

Lees ook over Holleeder (link) in het NJD



O P M E R K E L IJ K
Supermarkt aansprakelijk voor glijpartij ingang winkel
Letselschadezaak. Bezoeker van een supermarkt glijdt bij de ingang van de winkel uit doordat de (door regen kletsnat geworden) droogloopmat onder zijn voet wegglijdt. De rechtbank acht de supermarkt aansprakelijk voor de schade.
LEES VERDER...
 
'Rechterlijke samenwerking is goed, maar slecht ingebed'

De Rechtspraak, Den Haag -  Onderlinge afspraken tussen rechters over strafhoogtes en rekenmethoden bevorderen de eenheid in het recht, maar zijn nog te weinig wettelijk verankerd. Een deel van deze rechterlijke regelingen kan beter zichtbaar gemaakt worden.

Dat stelt onderzoeker Ard Schoep in zijn bijdrage aan de zojuist verschenen bundel ‘Rechterlijke Macht, studies voor rechtspraak en rechtshandelingen in Nederland’.

Afspraken
Een deel van de beslissingen in de rechtszaal vloeit voort uit afspraken en regelingen die gemaakt zijn door rechters zelf. Die afspraken worden vaak landelijk nagevolgd en hebben daarmee veel invloed. Een bekend voorbeeld is de formule waarmee kantonrechters sinds vijftien jaar de hoogte berekenen van ontslagvergoedingen: grofweg het aantal dienstjaren maal het maandsalaris.

LEES VERDER...
 
U I T G E L I C H T
Hoe zit het ook alweer met aftrekbaarheid kosten werkkamer, een voorbeeld uit de praktijk
Eiser is zelfstandige zonder personeel en woont in een huurhuis waarin hij een werkkamer heeft. In geschil is of eiser de kosten van de werkkamer in aftrek kan brengen. Tussen partijen spitst het geschil zich toe op de vraag of het huurrecht tot het bedrijfsvermogen behoort.
LEES VERDER...
 
Hans Schenk voorzitter commissie herziening SER-Fusiegedragsregels
Hoogleraar Hans Schenk van Utrecht University School of Economics gaat als kroonlid van de Sociaal-Economische Raad (SER) de commissie over de herziening van de SER-Fusiegedragsregels voorzitten. Dit laat de Universiteit Utrecht weten. Deze gedragsregels zijn in 2001 in werking getreden en beschermen de belangen van werknemers bij voorgenomen fusies tussen ondernemingen. Sindsdien zijn er verschillende knelpunten gesignaleerd bij de toepassing en reikwijdte van de SER Fusiegedragsregels.
LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden