Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina arrow Opmerkelijk arrow Rechter geeft UWV geen kans meer en wijst ongevraagd immateriële schadevergoeding toe
 
Rechter geeft UWV geen kans meer en wijst ongevraagd immateriële schadevergoeding toe
donderdag, 6 augustus 2009

}

Bij uitspraak van 1 juli 2009 heeft de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (beter bekend/berucht als het UWV) een flinke tik op de vingers gekregen van de bestuursrechter. Mr. J.L. Verbeek vindt de bestuurlijke lus (zodat het bestuursorgaan/UWV opnieuw moet beslissen, red. NJD) wel welletjes geweest, drie keer is scheepsrecht. Over een beslissing op bezwaar omtrent aanspraak (recht) eiser op WW-uitkering dat voor de derde keer niet is gebaseerd op deugdelijk feitenonderzoek.

Verweerder (UWV) heeft eerdere keren niet beslist met inachtneming van de uitspraak van de rechtbank. Daar is geen rechtvaardiging daarvoor. Verder aan bod in de uitspraak; vonnis civiele rechter niet als novum aan te merken.

Juridisch ongeschoolde burger zonder rechtsbijstand ging door gehaktmolen van UWV-ambtenaren

Redelijke termijn voor behandeling overschreden door toedoen van verweerder. Reden voor de rechtbank om te oordelen dat eiser als verzekerde werknemer moet worden aangemerkt. Tevens ambtshalve toekenning van schadevergoeding wegens te lange duur van de behandeling, centrale overwegingen hiertoe:

De rechtbank is van oordeel dat het in strijd is met de strekking van de aangehaalde verdragsbepalingen om verweerder nu weer, voor de derde keer, een herkansing te bieden. Integendeel oordeelt de rechtbank dat nu moet worden uitgegaan van de feiten zoals eiser die heeft gesteld, waaraan voorshands, behoudens weerlegging door verweerder, de gevolgtrekking valt te verbinden dat hij in een gezagsverhouding stond met [C].

De feiten die eiser met betrekking tot zijn dienstverband bij [C] heeft gesteld zijn niet door verweerder weerlegd, terwijl verweerder er evenmin in is geslaagd zijn eigen, andersluidende standpunt deugdelijk te onderbouwen. Dat brengt de rechtbank ertoe uitdrukkelijk en zonder voorbehoud te oordelen dat het standpunt van verweerder kennelijk onhoudbaar is respectievelijk dat het standpunt van eiser voor juist moet worden gehouden.

Het voorgaande betekent dat eiser als verzekerde werknemer moet worden aangemerkt. Verweerder heeft immers in geen enkel stadium van de gehele procedure andere argumenten aangevoerd waarom eiser dat niet zou zijn. Evenmin heeft verweerder op enig tijdstip andere gronden aangevoerd dat eiser niet zou voldoen aan de voorwaarden voor het recht op een uitkering krachtens de WW.

De rechtbank overweegt hierbij dat zij verweerder niet verwijt dat hij niet direct bij het primaire besluit andere mogelijke weigeringsgronden heeft gehanteerd. Of dat al bij de eerste beslissing op bezwaar wel had moeten worden gedaan kan in het midden blijven, omdat het verweerder in ieder geval valt tegen te werpen dat hij bij inmiddels zijn vierde besluit in deze zaak, en ondanks de inmiddels veel te lange duur van de behandeling, nog niet heeft onderzocht of zich andere weigeringsgronden voordeden.

Aangezien de redelijke behandelduur is overschreden acht de rechtbank het ook niet meer aangewezen daartoe verweerder thans uit te nodigen (via een zogenoemde "bestuurlijke lus"), te minder nu verweerder ter zitting uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven zich niet neer te willen leggen bij een hernieuwde gegrondverklaring van het beroep en vernietiging van het bestreden besluit. De rechtbank oordeelt daarom uitdrukkelijk en zonder voorbehoud dat eiser aan de voorwaarden als bedoeld in hoofdstuk II, paragraaf 1 voldoet.

Verweerder kan derhalve bij het nemen van een nieuwe beslissing op bezwaar nog slechts beoordelen of, en onder welke modaliteiten, eiser zijn uitkeringsrecht geldend kan maken.

Verweerder wordt daarom opgedragen met inachtneming van dit rechtsoordeel opnieuw te beslissen.

Verder veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van € 1.500,-- immateriële schadevergoeding wegens de overschrijding van de redelijke behandelingsduur met anderhalf jaar. Weliswaar heeft eiser niet uitdrukkelijk om schadevergoeding gevraagd, maar naar het oordeel van de rechtbank kan van een juridisch ongeschoolde burger die geen rechtsbijstand heeft niet worden verwacht dat hij op de hoogte is van de relevante recente jurisprudentie van de diverse rechters, zowel de bestuursrechter als de civiele rechter (de rechtbank verwijst naar de arresten van het gerechtshof 's-Gravenhage van 24 februari 2009, LJN BH3856 en vier andere).

Daarom werpt zij het eiser niet tegen dat hij er niet van op de hoogte is dat hij, op z'n minst genomen buitenwettelijk, aanspraak heeft op smartengeld bij een te lange behandelduur noch dat hij daarom in zaken waarin de Centrale Raad van Beroep de hoogste rechter is uitdrukkelijk moet verzoeken, terwijl hij dat gelet op de uitspraak van 24 december 2008. LJN BG8294 niet zou hoeven als de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de hoogste rechterlijke instantie was.

Het onderscheid in soort zaken tussen deze twee instanties is naar het oordeel van de rechtbank geen rechtvaardiging voor dit verschil in uitwerking van de artikelen 6 en 13 EVRM. Uit de door eiser gebezigde bewoordingen begrijpt de rechtbank bovendien dat hij zich in ieder geval gefrustreerd voelt door de handelwijze van verweerder, zodat hij ook daadwerkelijk "stress and aggravation" heeft ondervonden.

Slotsom

Het beroep van eiser is gegrond.'

LJN: BJ4446, Rechtbank 's-Gravenhage, AWB 08/5634

 
< Vorige   Volgende >


 vrijdag, 20 juli 2018






O P M E R K E L IJ K
'Bedoeling was dat slachtoffer naar Suriname zou gaan en daar zijn dood in scene zou zetten'
Nationale Nederlanden Levensverzekeringen opgelicht, moord om uitkering

De verdachte heeft in de periode van 2 januari 2013 tot en met 25 februari 2013 te Rotterdam samen met een mededader het slachtoffer vermoord om een uitkering onder een levensverzekering te krijgen. Ook heeft hij een groot aantal (pogingen tot) fraude en valsheid in geschrifte gepleegd. Van enorme BTW-fraude tot fraude met kinderopvang en alles daartussen.

Een deel uit het standpunt van 41-jarige verdachte:

 'De verdachte ontkent iedere betrokkenheid bij de dood van[slachtoffer]. Hij erkent dat hij een verzekering bij Nationale Nederland op het leven van[slachtoffer] had afgesloten en ook dat dit gedaan is om Nationale Nederlanden op te lichten.[slachtoffer] en hij hadden dit samen opgezet. De bedoeling was dat[slachtoffer] naar Suriname zou gaan, dat hij daar zijn dood in scene zou zetten en dat hij dan onder een andere naam in Suriname zou blijven wonen. De uitkering van € 500.000,00 zou worden gedeeld tussen[slachtoffer] (€ 200.000,00) en de verdachte (€ 300.000,00). Dit plan is echter nooit uitgevoerd.

De verdachte had zelf onder een andere verzekering bij Nationale Nederlanden een uitkering geclaimd en gekregen nadat[slachtoffer], [medeverdachte] en hij op 2 januari 2013 een overval op de verdachte in scene hadden gezet. De verdachte vermoedt dat dit[slachtoffer] heeft geïnspireerd, dat[slachtoffer] en [medeverdachte] in de avond van 24 februari 2013 een overval in scene hebben willen zetten en dat [medeverdachte] daarbij[slachtoffer] heeft gedood. Hijzelf had[slachtoffer] nog afgeraden om een dergelijke fraude te proberen, omdat het bij Nationale Nederlanden zou opvallen dat er kort na elkaar twee keer een vergelijkbare schade zou worden geclaimd.

Uit de strafmotivering:

 'De verdachte heeft samen met een ander[slachtoffer] om het leven gebracht.[slachtoffer] is door de verdachte en diens mededader in een machteloze positie gebracht, nadat[slachtoffer] in de waan was gebracht dat deze (slechts) zou worden mishandeld om een verzekeringsuitkering te krijgen.[slachtoffer] is vervolgens op een vreselijke manier overleden. Van het vertrouwen dat[slachtoffer] in de verdachte, een vriend, had gesteld, is door de verdachte grof misbruik gemaakt. Het behoeft geen toelichting dat dit een zeer ernstig strafbaar feit is.

LEES VERDER...
 
Hof: wrakingsverzoek gegrond, raadsheer eerst gedelegeerd rc, later in rol voorzitter strafkamer
Verzoeker is ontvankelijk in zijn (tweede) wrakingsverzoek, nu sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden waarop het verzoek is gegrond. Het wrakingsverzoek komt er in de kern op neer dat de raadsheer niet heeft ingegrepen nadat zij ervan op de hoogte was gesteld dat (reeds) één van de getuigen in strijd met de beslissing van het hof en buiten aanwezigheid van de verdediging was gehoord door de politie en dat enige dagen nadien een andere getuige door de politie zou worden gehoord.
LEES VERDER...
 
Edward Kleemans in commissie National Academy of Sciences voor onderzoek naar illegale tabaksmarkt
Edward Kleemans, hoogleraar Zware Criminaliteit en Rechtshandhaving, is benoemd in de onderzoekscommissie 'Committee on the Illicit Tobacco Market' van de NAS. Dat laat de Vrije Universiteit weten. Met de staf van de National Academy of Sciences gaat deze commissie onderzoek doen naar de 'stand van de internationale wetenschappelijke kennis op het gebied van roken, tabaksbeleid en de illegale tabaksmarkt'.
LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden