Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - President Hoge Raad vindt wetgeving nav Saban S. niet nodig: rechter bij uitstek aangewezen persoon

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - President Hoge Raad vindt wetgeving nav Saban S. niet nodig: rechter bij uitstek aangewezen persoon

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina arrow Opinie arrow President Hoge Raad vindt wetgeving nav Saban S. niet nodig: rechter bij uitstek aangewezen persoon
 
President Hoge Raad vindt wetgeving nav Saban S. niet nodig: rechter bij uitstek aangewezen persoon
vrijdag, 2 oktober 2009

Hoge Raad- Voordracht president Hoge Raad over vertrouwen in de rechtspraak. Voordracht op jaarcongres NVvR 2009: Magistraat 2.0 – de update

Geachte dames en heren,

Inleiding

Het doet mij veel genoegen u vandaag toe te spreken. In het eerste jaar van mijn optreden als president van de Hoge Raad heb ik al vele gremia binnen en buiten de rechterlijke macht mogen toespreken. Voor Uw vereniging, nee voor ónze vereniging sprak ik nog niet. Ik beschouw het als een gunstige omstandigheid dat ik u vandaag na een voor de rechterlijke macht turbulent verlopen twee weken mag toespreken. Een blik op het programma leert dat ik de laatste voordracht van de dag houd.

Dat brengt natuurlijk enig risico met zich mee. Ik zal echter proberen om uw aandacht toch nog even bij het thema van vandaag te houden.

Want dat thema is erg interessant en belangrijk. Wij, de rechtspraak, worden met veranderingen geconfronteerd. In de uitnodiging wordt al een aantal van dit soort veranderingen genoemd: maatschappelijke veranderingen, technologische ontwikkelingen en de steeds groter wordende invloed van internationaal recht. De grote vraag is: hoe moeten wij met dit soort veranderingen omgaan?

Mijn voordracht bestaat uit twee delen. In het eerste deel ga ik in op een specifieke maatschappelijke ontwikkeling waarmee de rechtspraak wordt geconfronteerd: het afnemend vertrouwen van de maatschappij in de rechtspraak. In het tweede deel kijk ik kort terug op de dag tot nu toe en stip ik enkele onderwerpen aan die vandaag ter sprake zijn gekomen en die mij zijn opgevallen. Na afloop is er ruimte in het programma ingebouwd voor discussie.
Ik hoop van harte dat u van deze ruimte gebruik maakt, want juist een goede discussie scherpt denkbeelden en inzichten. Ik ben dan ook zeer benieuwd naar uw opvattingen over de onderwerpen die ik de revue zal laten passeren.

Afnemend maatschappelijk vertrouwen in de rechtspraak

Goed, eerst dus het afnemende vertrouwen van de maatschappij in de rechtspraak. Hoewel volgens onderzoeken Nederlanders veel vertrouwen hebben in de rechtspraak, lijkt dit vertrouwen de laatste jaren sterker onder druk te staan dan voorheen het geval was. Ik beschik niet over heel recent empirisch materiaal. Veronderstellenderwijs ga ik ervan uit dat het vertrouwen in vergelijking met het vertrouwen in andere leidende maatschappelijke instituties nog altijd groot is, maar dat het toch wat minder is geworden.
Dat is een serieus probleem, want de rechtspraak kan haar belangrijke rol alleen goed uitvoeren wanneer zij het vertrouwen van de samenleving geniet.
De voormalige President van het Israëlische Hooggerechtshof, Aharon Barak, schrijft hierover "Indeed, the judge has neither sword nor purse. All he has is the public confidence in him. This fact means that the public recognizes the legitimacy of judicial decisions, even if it disagrees with their content". Die laatste bijzin geeft te denken. Ook al is men het niet eens met de beslissing, het zou mooi zijn als desondanks het rechterlijk handelen toch vertrouwen genereert of bevestigt.

Er bestaan diverse redenen voor de afname van het maatschappelijk vertrouwen in de rechtspraak. Onlangs, bij de presentatie van het verslag van de Hoge Raad over de jaren 2007 en 2008 heb ik mij bijvoorbeeld nog publiekelijk uitgesproken over de kritiek die politici soms leveren op nog lopende rechtszaken. Dergelijke kritiek, indien onbesuisd gebracht en qua toon verkeerd gezet, draagt niet bij aan het vertrouwen in ons, rechters. Verder valt te denken aan de rol van de media. De politici zal ik hier verder links laten liggen. Dat is een beetje een merkwaardige uitdrukking in dit verband, omdat de politici op wie ik doel, zich aan beide zijden van het politieke spectrum bevinden. Wel wil ik kort ingaan op de rol van de media.

De media-aandacht voor rechters en hun uitspraken is de laatste jaren fors toegenomen. De media zijn altijd op zoek naar onderwerpen en hebben, niet onbegrijpelijk, een voorkeur voor controverses en spanningen. In het bijzonder de strafrechtspleging vormt dan een dankbaar onderwerp. De tegengestelde krachten waarmee de strafrechter wordt geconfronteerd, komen scherp over het voetlicht. Dit heeft effect op de samenleving: die accepteert niet meer onvoorwaardelijk de beslissingen van rechters, laat staan die van het openbaar ministerie. Ons natuurlijk gezag, dat er ooit wellicht was, is voor een belangrijk deel verdwenen. Het heeft geen zin ons daarover mistroostig uit te laten. Die mooie tijd is voorbij.

Natuurlijk kan het verdwijnen van het natuurlijk gezag van strafrechters niet volledig op het conto van de media worden bijgeschreven. Maar ik meen dat de media wel degelijk een steeds grotere rol zijn gaan spelen. Een goed voorbeeld is de zogenaamde Deventer Moordzaak. Het gaat in deze zaak om de moord op de weduwe W. in 1999. Voor deze moord is - zoals waarschijnlijk wel bekend - na herziening van een eerdere veroordeling de heer L. door de rechter veroordeeld. Het is mij opgevallen dat deze nieuwe veroordeling het publieke debat en de publieke twijfel over deze zaak nauwelijks heeft doen verstommen.

Hiermee wil ik niet betogen dat er in Nederland in het algemeen sprake is van 'Tabloid justice'. Het voorbeeld laat in mijn ogen zien dat een rechterlijke uitspraak niet steeds zonder meer wordt geaccepteerd. Het lijkt dat de samenleving ook met betrekking tot strafbare feiten vaak meer gezag toekent aan informatie uit de media dan aan rechterlijke uitspraken. Dat is weliswaar een zorgelijke ontwikkeling, maar tegelijkertijd een realiteit die de rechtspraak onder ogen moet zien.

Het zou niet goed zijn om wat betreft de afname van het maatschappelijk vertrouwen alleen naar de media te kijken. Immers moeilijk valt te ontkennen dat de oorzaak van een afname van maatschappelijk vertrouwen soms ook moet worden gezocht in de rechterlijke uitspraken zelf en in de presentatie daarvan. Zo ontstond er commotie over een vonnis van de Amsterdamse politierechter die had te beslissen over agressief gedrag tegen publieke functionarissen, een materie waarover vorige week de Hoge Raad overigens arrest heeft gewezen, zij het dat die zaak verbale agressie betrof. Daarover en over de inhoud van het Amsterdamse vonnis laat ik me niet uit.  In dit verband is de geruchtmakende beslissing in de zaak Saban B het vermelden waard; de rechters honoreerden het verzoek van de verdachte tot schorsing van zijn voorlopige hechtenis; de verdachte nam vervolgens de benen. Op deze laatste zaak kom ik aanstonds nog even terug. Eerst wil ik echter graag spreken over de wijze waarop de rechtspraak het verloren gezag kan terugwinnen of tenminste ervoor kan zorgen dat haar gezag niet nog verder afbrokkelt.

Het behouden van maatschappelijk gezag en vertrouwen

In zijn rechtspraaklezing uit 2008 stelt Van den Brink dat er een kloof bestaat tussen rechter en burger en dat deze kloof moet worden overbrugd. Elementen uit de leefwereld van burgers dienen beter tot hun recht te komen binnen het domein van de rechter en andersom moeten elementen uit de leef- en denkwereld van het recht hun weg naar het domein van de burgerij vinden. Communicatie is van groot belang.

Volgens Van den Brink wordt de basis van het maatschappelijk gezag gevormd door de juridische professionaliteit van de rechtspraak. Juridische professionaliteit is een breed begrip dat volgens mij onder meer meebrengt dat de rechter los moet staan van vooringenomenheden en vooroordelen. Laatst hoorde ik dat van dokters wordt verlangd dat zij hun patiënt “without memory or desire” tegemoet moeten treden. Dat geldt dan , neem ik aan, vooral voor het eerste contact. Voor rechters lijkt het me ook een mooi uitgangspunt. Een rechter heeft maar één belang en dat is het dienen van de rechtvaardigheid.
Rechters moeten – binnen de grenzen van de wet – vorm geven aan rechtvaardigheid. Dit brengt mee dat de rechter in een concreet geval de in het geding zijnde belangen zorgvuldig en integer tegen elkaar moet afwegen. In concrete gevallen dient de rechter rechtvaardigheid te betrachten, ook als zijn beslissing ingaat tegen ferme in de samenleving heersende en verwoorde opvattingen. De rechter verstaat zijn taak niet als hij zijn oren zonder meer naar deze opvattingen laat hangen. Als partijen het oordeel van de rechter wensen of nodig hebben, dan is het aan hem of haar om een knoop door te hakken, om een beslissing te nemen die recht doet aan de bijzonderheden van de zaak en de personen die daar achter schuilgaan. Dit kan soms betekenen dat de rechter moet ingaan tegen heersende opvattingen, bijvoorbeeld dat hij moet vrijspreken ook al roept de samenleving om een veroordeling of moet veroordelen ook al roept de samenleving dat de verdachte moet worden vrijgesproken.

Juridische professionaliteit is volgens Van den Brink van groot belang voor het maatschappelijk gezag van de rechtspraak, maar daarmee zijn we er nog niet.
Van den Brink voegt nog een aantal elementen aan deze juridische professionaliteit toe. Ten eerste moeten rechters bij de motivering van hun vonnis op een meer directe wijze de interactie met de burgerij aangaan. Ten tweede moet de nadruk niet liggen op technisch-juridische aspecten, maar dient het normatieve aspect van een uitspraak veel nadrukkelijker worden verwoord. Ten derde moeten rechters zich meer rekenschap geven van de wijze waarop de publieke beeldvorming functioneert. En tenslotte dienen rechters zich meer te verdiepen in de realiteiten van de burgers over wie zij vaak oordelen.

Ik vind deze ideeën zeer stimulerend. Ik ben ervan overtuigd dat de rechtspraak zich mede onder druk van maatschappelijke ontwikkelingen anders zal moeten gaan opstellen. Natuurlijk dienen rechters in de eerste plaats juridische professionaliteit aan de dag te leggen. Maar dat is duidelijk niet genoeg voor het winnen of behouden van maatschappelijk gezag en vertrouwen.

De rechtspraak zal in elk geval alle nodige moeite moeten doen om aansluiting bij de samenleving te behouden, om de kloof tussen samenleving en rechter zo goed mogelijk te overbruggen. Daarbij is een goede interactie tussen rechtspraak en maatschappij van zeer groot belang. Het begint er volgens mij mee dat rechters hun beslissingen steeds goed zullen moeten motiveren. Zij zullen moeten uitleggen waarom zij een bepaalde beslissing hebben genomen.
Het spreekt voor zich dat deze motivering ook voor juridisch niet ingewijden begrijpelijk moet zijn. Het nog beter motiveren van onze beslissingen is een eerste maar grote stap voorwaarts in de richting van een rechtspraak die een blijvend groot maatschappelijk vertrouwen geniet. Er moet mij nog één ding van het hart. Ons, rechters, wordt soms verweten dat we geen inzicht hebben in wat er in de samenleving aan problemen bestaat. Dit verwijt mist echter elke grond. Wij worden immers geconfronteerd met fraudeurs, dieven, oplichters, verkrachters en moordenaars, we beslissen over problemen in ontwrichte gezinnen, conflicten tussen ondernemingen worden ten overstaan van ons op het scherpst van de snede uitgevochten. Hoogstens zou men kunnen zeggen dat we de zelfkant van de samenleving te goed kennen en te weinig zien wat er allemaal in gezinnen, ondernemingen en elders goed gaat. Misschien dat we daardoor iets te veel oog hebben voor risico’s en iets te weinig voor kansen. Dat hebben we dan gemeen met vele andere juristen.

De kwestie Saban B.

Ik kondigde al aan dat ik nog kort zou ingaan op de zaak Saban B. Deze kwestie heeft in de afgelopen weken voor zeer veel commotie gezorgd en velen van ons voelen zich bij deze commotie betrokken en werden er daadwerkelijk op aangesproken. Ik wil enkele korte opmerkingen maken naar aanleiding van deze kwestie. Voorafgaand aan deze opmerkingen lijkt het mij overigens goed om te benadrukken dat ik mij geen oordeel aanmatig over de inhoud van de bedoelde beslissing. Maar ik denk wel dat de rechtspraak lering kan trekken uit de gang van zaken rond deze beslissing.

De zaak Saban B. benadrukt nog eens dat het van groot belang is dat we als rechters nadrukkelijk rekening houden met de maatschappelijke repercussies van onze beslissingen. Voordat we beslissen moeten we ons steeds afvragen wat de impact kan zijn van onze voorgenomen beslissingen op de samenleving.
Hoe zal de pers reageren? En zijn er groeperingen in de samenleving die zich door die voorgenomen beslissing in de kou gezet zullen voelen? Zal er kritiek komen? Zal men ons aanvallen? Bij de beantwoording van dit type vragen zijn inzicht in de diverse maatschappelijke en politieke stromingen, intuïtie en een goed ontwikkeld voorstellingsvermogen onontbeerlijk.

Voor de duidelijkheid: dit betekent niet dat die repercussies de rechter moeten afhouden van zijn voorgenomen beslissing. Ik sprak daar zo-even al over. Als je als rechter na zorgvuldige afweging tot de slotsom komt dat een vordering moet worden afgewezen of toegewezen, dat een verdachte moet worden veroordeeld of vrijgesproken, dan ben je gehouden die beslissing aldus te nemen, ook al besef je dat deze beslissing niet goed zal vallen. In mijn installatierede sprak ik in dit verband over de plicht te mishagen; le devoir de déplaire. Rechtvaardigheid is ons richtsnoer en niet de angst voor gemor in de straat. Daarop moeten we ons oriënteren. De rechter die zijn oren laat hangen naar dat gemor, zal misschien even vertrouwen opwekken, maar op den duur geen gezag genieten  Ik herinner aan de woorden van Aharon Barak: “Indeed, the judge has neither sword nor purse. All he has is the public confidence in him. This fact means that the public recognizes the legitimacy of judicial decisions, even if it disagrees with their content”. En opnieuw vraag ik Uw aandacht voor de laatste bijzin: “even if it disagrees with their content”.

Wanneer je als rechter vermoedt dat je beslissing verkeerd zal vallen, dan moet je je er echter wel op voorbereiden dat deze van alle kanten zal worden geattaqueerd. Dit doe je door de beslissing stevig te motiveren, door duidelijk te maken waarom je de beslissing hebt genomen. Ik begrijp dat deze motiveringen tijd kosten, en dat tijd schaars is in de rechtspraak. Maar toch zie ik dit als een zeer belangrijk, ja zelfs onmisbaar onderdeel van het werk van rechters. Wij moeten onze beslissingen goed en begrijpelijk motiveren. Dit geldt in versterkte mate voor beslissingen waarvan we kunnen vermoeden dat deze onder vuur zullen komen te liggen. Motiveren kost tijd, kost energie, kost intellectuele inspanning. Die zullen moeten worden opgebracht op straffe van verlies aan vertrouwen dat zo broodnodig is om de centrale van de positie van de rechter in de rechtsstaat te waarborgen.

Overigens vind ik in de gang van zaken rond de zaak Saban B. het optreden van de president van het Arnhemse Hof, zoals dat uiteindelijk in een openhartig interview in NRC Handelsblad en in het t.v.-programma Netwerk gestalte kreeg, een voorbeeld van goede interactie tussen rechtspraak en maatschappij. In dit interview is gesproken over inzichten die achteraf zijn ontstaan. Dat was een goede daad die in de omstandigheden van het geval ook aangewezen was. Ik ben ervan overtuigd dat dit publieke optreden van de Rechtspraak (met een hoofdletter) in de zaak Saban B. vanuit het oogpunt van maatschappelijk vertrouwen in de rechtspraak zonder meer positief was.

Ik sluit het eerste deel van mijn voordracht af met een enkel woord over de voornemens van de wetgever naar aanleiding van de zaak Saban B. De wetgever zou bepaalde verlofbeslissingen bij de onafhankelijke rechter willen weghalen en willen neerleggen bij gevangenisdirecteuren.

Dit zorgde binnen de rechtspraak voor gefronste wenkbrauwen. Ik vind het wel gepast om hier naar voren te brengen dat bij de beslissing op verzoeken van verdachten tot schorsing van hun voorlopige hechtenis, allerlei belangen tegen elkaar dienen te worden afgewogen. De rechter is bij uitstek aangewezen en in staat om onafhankelijk en onpartijdig dergelijke vaak lastige afwegingen te maken.

Hiermee wil ik overigens niet zeggen dat rechters nooit fouten zullen maken.
Want rechtspraak is en blijft mensenwerk, en daaraan is inherent dat er fouten worden gemaakt. De rechtspraak zal er natuurlijk wel alles aan doen om het risico op fouten zo klein mogelijk te houden.
Het heeft echter geen enkele zin om nu inhoudelijk op de plannen van de wetgever te reageren. We weten immers niet precies wat deze plannen zullen inhouden. Ook rechters, of misschien nog beter: juist ook rechters, dienen niet onstuimig op te treden.

 
< Vorige   Volgende >


 maandag, 20 november 2017





DE UITSPRAKEN

DE ZAAK HOLLEEDER, links naar de uitspraken:

BC0703 Willem Holleeder, afpersing en leider criminele organisatie
BC0697 Maruf M. medeverdachte Holleeder. Endstra is onder valse voorwendselen naar het kantoor van zijn toenmalig raadsman gelokt waar hij in de kamer van die raadsman - Bram Moszkowicz - is bedreigd door onder andere deze verdachte. Endstra is hierdoor bewogen grote sommen geld af te staan.
BC0708 Marcel K.
BC0710 Vriendin Holleeder: Maaike Dijkhuis (schuldwitwassen)

Lees ook over Holleeder (link) in het NJD



O P M E R K E L IJ K
Van slachtoffer tot dader? 8 jaar celstraf man die zijn mogelijke ontuchtpleger dood heeft geslagen

Man wilde koste wat het kost het beeldmateriaal in handen krijgen

Rb Almelo/NJD - De rechtbank Overijssel in Almelo heeft een 29-jarige man uit Hof van Twente veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht jaar wegens doodslag op een 59-jarige man uit Goor. De straf komt overeen met de eis van het OM. De rechtbank oordeelt dat de man het slachtoffer vorig zomer met opzet van het leven beroofde, maar ziet geen bewijs dat hij met voorbedachten rade handelde.

LEES VERDER...
 
'Rechterlijke samenwerking is goed, maar slecht ingebed'

De Rechtspraak, Den Haag -  Onderlinge afspraken tussen rechters over strafhoogtes en rekenmethoden bevorderen de eenheid in het recht, maar zijn nog te weinig wettelijk verankerd. Een deel van deze rechterlijke regelingen kan beter zichtbaar gemaakt worden.

Dat stelt onderzoeker Ard Schoep in zijn bijdrage aan de zojuist verschenen bundel ‘Rechterlijke Macht, studies voor rechtspraak en rechtshandelingen in Nederland’.

Afspraken
Een deel van de beslissingen in de rechtszaal vloeit voort uit afspraken en regelingen die gemaakt zijn door rechters zelf. Die afspraken worden vaak landelijk nagevolgd en hebben daarmee veel invloed. Een bekend voorbeeld is de formule waarmee kantonrechters sinds vijftien jaar de hoogte berekenen van ontslagvergoedingen: grofweg het aantal dienstjaren maal het maandsalaris.

LEES VERDER...
 
U I T G E L I C H T
Vanaf vandaag is het Juridisch Loket minder lang open en telefoontarief verhoogd

Aangepaste openingstijden

De bezuinigingen, zo herhaalt het Juridisch Loket nog maar eens, hebben geleid tot maatregelen voor rechtzoekenden. Het Juridisch Loket zegt wel 'overal open en bereikbaar' te willen blijven.

Wie het Juridisch Loket bezoekt dient te letten op de aangepaste openingstijden (zie schema onderaan).
Telefonisch is het loket op maandag tot en met vrijdag van 09.00 tot 18.00 uur bereikbaar.

Voor de rechtshulplijn 0900 - 8020 geldt m.i.v. vandaag het verhoogde telefoontarief van € 0,20 p/m. Een online bezoekje aan www.juridischloket.nl scheelt misschien een gang naar het loket.

LEES VERDER...
 
President Geert Corstens kondigt terugtreden Hoge Raad aan miv 1 november
Geert Corstens heeft in zijn (interne) nieuwjaarstoespraak zijn terugtreden als president van de Hoge Raad per 1 november 2014 aangekondigd, meldt het hoogste rechtscollege.
LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden