Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Deel 2 Uitspraak discriminatie en hoofddoek-ongeval moslima op kartbaan, bewijsopdracht voor eiseres

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Deel 2 Uitspraak discriminatie en hoofddoek-ongeval moslima op kartbaan, bewijsopdracht voor eiseres

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina arrow Agenda arrow Deel 2 Uitspraak discriminatie en hoofddoek-ongeval moslima op kartbaan, bewijsopdracht voor eiseres
 
Deel 2 Uitspraak discriminatie en hoofddoek-ongeval moslima op kartbaan, bewijsopdracht voor eiseres
dinsdag, 13 april 2010
Echtgenoot zou haar hoofd snel weer hebben willen bedekken, terwijl moslima nog in shock was na kartcrash

Deze 'prioritering' staat evenwel niet centraal in dit vervolg op nieuwsartikel 'Uitspraak discriminatie en hoofddoek-ongeval moslima op kartbaan, bewijsopdracht voor eiseres', ook van heden.

Wat was er nou precies (mogelijk) discriminerend in deze zaak? Welnu, in het dossier zat een brief van 15 november 2007 van een vennoot van Cartingbaan Linnaeushof, aan de toenmalige raadsvrouwe van eiseres, de moslima.

Deze brief luidt 'voor zover in het kader van de onderhavige procedure van belang' - aldus de rechtbank (met een slag om de arm dus wat de weggelaten delen betreft, red) als volgt:

 “[…] In tegenstelling tot wat door uw partij wordt beweerd heeft een onzer medewerkers wel degelijk uw cliënte gewaarschuwd voor de risico’s van afwijkende kleding, (hieronder verstaan wij, kleding die afwijkt van datgene wat door de overgrote meerderheid van onze cliënten wordt gedragen) zoals deze door uw cliënte op de dag van het voorval gedragen werden.
Dit gebeurt bij een ieder die ofwel afwijkende kleding draagt, of lang los haar heeft, om slechts enkele voorbeelden te noemen. Tevens is door werknemer duidelijk gevraagd of uw cliënte bekend was met het materiaal, en gevraagd of ze verder uitleg behoefte. Speciaal bij dames die dezelfde religie als uw cliënte aanhangen, is onze ervaring dat sommigen geen rijbewijs hebben, en dus enige uitleg behoeven. Wij geven die altijd graag, en doen dit ook bij de kleine kinderen, die de meerderheid van onze clientèle uitmaken.

[…] Ik wens dan ook met klem te benadrukken dat toen uw cliënte de Kart betrad, haar kleding een weliswaar afwijkende, maar ordentelijke indruk wekte. Ik kan niet anders dan op basis van een jarenlange ervaring, vermoeden dat deze kleding als gevolg van haar eigen onzorgvuldig rijgedrag (botsen, en abrupte bewegingen) is los komen te zitten met alle gevolgen welke genoegzaam bekend.

[…]De echtgenoot [de rechtbank leest: van [eiseres]] is wel degelijk ter plekke gekomen, maar enkel en alleen om naar mijn persoonlijke waarneming, (en die van meerdere getuigen) met forse rukken en draaien aan het bovenlijf van uw cliënte (Nb terwijl deze nog in gespannen toestand in de kart zat) te bewerkstelligen dat het blootgevallen gedeelte van het hoofd en haar, als gevolg van het ontbreken van de losgerukte hoofd bedekking, zo snel mogelijk weer bedekt werd.[…]Ik kan mij voorstellen dat aangezien het binnen de religie van uw cliënte zeer ongebruikelijk is om bepaalde lichaamsdelen te tonen, “en - publique”, en gezien ik naar mij is verteld, heb vernomen dat de echtgenote van uw cliënte pas enige tijd in Nederland was, e.e.a. voor veel emotionele spanning heeft gezorgd, of in ieder geval niet heeft bijgedragen aan een kalme en rustige situatie, welke mij aanbevolen lijkt om de spanningen die vrijkwamen na dit vervelende voorval te verwerken.[…]”

De rechtbank Haarlem acht de uitlatingen die [A] heeft gedaan in haar brief van 15 november 2007 niet discriminerend. Voor zover [eiseres] deze uitlatingen als kwetsend heeft ervaren en dit haar herstel in de weg heeft gestaan, houdt dat onvoldoende verband met het ongeval om Recreatiepark Linnaeushof c.s. voor die schade aansprakelijk te kunnen achten.
 
< Vorige   Volgende >


 dinsdag, 23 januari 2018





DE UITSPRAKEN

DE ZAAK HOLLEEDER, links naar de uitspraken:

BC0703 Willem Holleeder, afpersing en leider criminele organisatie
BC0697 Maruf M. medeverdachte Holleeder. Endstra is onder valse voorwendselen naar het kantoor van zijn toenmalig raadsman gelokt waar hij in de kamer van die raadsman - Bram Moszkowicz - is bedreigd door onder andere deze verdachte. Endstra is hierdoor bewogen grote sommen geld af te staan.
BC0708 Marcel K.
BC0710 Vriendin Holleeder: Maaike Dijkhuis (schuldwitwassen)

Lees ook over Holleeder (link) in het NJD



O P M E R K E L IJ K
Conservatoir beslag op urn met as omdat kind medaillon met as wil dragen net als de andere kinderen

Alleen aanvoeren dat band met overledene goed was blijkt onvoldoende

Een dochter wil een klein deel van de as van haar overleden vader in een medaillon dragen. De weduwe weigert echter afgifte en zo belandt de familie bij de rechter. De dochter (A) heeft aan haar vorderingen ten grondslag gelegd dat B onzorgvuldig en aldus onrechtmatig jegens haar handelt door te weigeren een klein deel van de as van X aan haar af te staan, vooral omdat de andere (stief)kinderen van de overleden persoon wel een medaillon met as van X hebben gekregen. De dochter heeft op 9 januari 2013 - na verkregen verlof daartoe van de voorzieningenrechter van deze rechtbank bij beschikking van 3 januari 2013 - conservatoir beslag laten leggen op de urn met de as. Voor het aannemen van een zogeheten onrechtmatige daad zijn de nodige voorwaarden. De rechter beslist als volgt, na een korte inleiding op die criteria:

LEES VERDER...
 
'Rechterlijke samenwerking is goed, maar slecht ingebed'

De Rechtspraak, Den Haag -  Onderlinge afspraken tussen rechters over strafhoogtes en rekenmethoden bevorderen de eenheid in het recht, maar zijn nog te weinig wettelijk verankerd. Een deel van deze rechterlijke regelingen kan beter zichtbaar gemaakt worden.

Dat stelt onderzoeker Ard Schoep in zijn bijdrage aan de zojuist verschenen bundel ‘Rechterlijke Macht, studies voor rechtspraak en rechtshandelingen in Nederland’.

Afspraken
Een deel van de beslissingen in de rechtszaal vloeit voort uit afspraken en regelingen die gemaakt zijn door rechters zelf. Die afspraken worden vaak landelijk nagevolgd en hebben daarmee veel invloed. Een bekend voorbeeld is de formule waarmee kantonrechters sinds vijftien jaar de hoogte berekenen van ontslagvergoedingen: grofweg het aantal dienstjaren maal het maandsalaris.

LEES VERDER...
 
U I T G E L I C H T
Hoe zit het ook alweer met aftrekbaarheid kosten werkkamer, een voorbeeld uit de praktijk
Eiser is zelfstandige zonder personeel en woont in een huurhuis waarin hij een werkkamer heeft. In geschil is of eiser de kosten van de werkkamer in aftrek kan brengen. Tussen partijen spitst het geschil zich toe op de vraag of het huurrecht tot het bedrijfsvermogen behoort.
LEES VERDER...
 
Arnoldus voorgedragen als lid Raad voor de rechtspraak
Peter Arnoldus is voorgedragen als lid Raad voor de rechtspraak, zo maakte het gelijknamige instituut vrijdag bekend. De Raad behartigt de belangen van de gerechten bij de politiek en het (lands)bestuur, vooral bij de minister van Veiligheid en Justitie. Arnoldus is op dit moment directeur financieel-economische zaken bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Hij zal zich voor de Raad onder meer bezighouden met financiën en huisvesting.
LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden