Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  Voorpagina
 
Stoffelijk overschot Veneranda Fatima Paña (gevonden in woning Nuenen) moet worden afgegeven
dinsdag, 1 maart 2005

Image Het stoffelijk overschot van de Filippijnse vrouw moet worden overgedragen aan haar Filippijnse familie. Dat heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank in Den Bosch vanochtend bepaald (vonnis in kort geding)

De familie van Fatima Paña (haar roepnaam was 'Bebe') vroeg gisteren in een kort geding de afgifte van het lichaam dat na onderzoek door het Nationaal Forensisch Instituut was vrijgegeven aan de familie van haar man.

Het lichaam van Fatima Paña werd enkele weken geleden gevonden in het huis van haar zwager. De vrouw werd al ruim 4 jaren vermist. De Filippijnse familie wil de vrouw in hun eigen land begraven.

Eerder over deze zaak in het NLJD

Identiteit stoffelijk overschot Nuenen bekend: Fatima Paña (bijna zeker door DNA), verdachte bekent (Het Nieuws/Laatste Nieuws)

Kern van de uitspraak

Laatste wil van de overledene en verdriet, leed en pijn van de familie wegen zwaarder dan mogelijkheid tot contra-expertise, nu voor dit laatste 'voldoende materiaal is achtergehouden'

Tekst uitspraak

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

VONNIS IN KORT GEDING

Zaaknummer : 123369 / KG ZA 05-119 Datum uitspraak: 1 maart 2005

Vonnis in kort geding van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch in de zaak van:

1. Ernesto Dagaas Pana, 2. Eraldito Lienos Pana, 3. Pio Suellno Fuentes II, 4. Estela Pana Chua, 5. Anna Marie Pana Enjambre, allen wonende te Cebu City te Filippijnen, eisers bij exploot van dagvaarding van 24 februari 2005, procureur mr. P.J.A.M. Baudoin, advocaat mr. D. Gürses te Utrecht,

tegen:

Edwin ten W***** (geanonimiseerd door red. NLJD), zonder bekende woonplaats binnen Nederland, thans verblijvende te Nieuwegein in de Penitentiaire Inrichting, gedaagde bij gemeld exploot, niet verschenen.

1. Procesverloop

Eisers vorderen gedaagde te veroordelen binnen twee dagen na betekening van dit vonnis: - de noodzakelijke medewerking te verlenen aan de afgifte van het stoffelijk overschot van Bebe Pana aan eisers, dan wel aan de door hen daarvoor aangewezen personen, dan wel; - medewerking te verlenen aan het in bezit stellen van het stoffelijk overschot van Bebe Pana aan eisers dan wel; - de noodzakelijke medewerking te verlenen voor overbrenging van het stoffelijk overschot van Bebe Pana uit Nederland naar de Filippijnen; - een en ander op straffe van een dwangsom van € 2.500,-- per dag en onder veroordeling van gedaagde in de proceskosten.

Zij hebben daaraan het volgende ten grondslag gelegd. Bebe Pana is jarenlang vermist geweest. Justitie had het haar betreffende dossier afgesloten, maar na meer dan vier jaar heeft Justitie de zaak heropend en is het stoffelijk overschot van Bebe Pana gevonden in het huis van de broer van gedaagde, weduwnaar van Bebe Pana.

Na onderzoek door het Nationaal Forensisch Instituut heeft Justitie het stoffelijke overschot onlangs vrijgegeven aan de familie van gedaagde. Deze wilde Bebe Pana in Nederland begraven. Eisers, de familie van Bebe Pana, te weten haar vader, broer, twee zussen en een oom, hebben zich daartegen verzet en beslag gelegd op het stoffelijke overschot. Het was de uitdrukkelijke wens van Bebe Pana om na haar overlijden te worden begraven op de Filippijnen. Eisers hebben er belang bij dat aan de wens van hun overleden familielid wordt voldaan en hebben de afgelopen jaren al veel verdriet, leed en pijn ondervonden. Voorts lijden zij financiële schade, nu voor elke dag dat het stoffelijke overschot in bewaring wordt gehouden € 75,-- moet worden betaald.

1.2. Gedaagde is ondanks behoorlijke oproeping niet ter zitting verschenen. Tegen hem is verstek verleend.

1.3. De advocaat van eisers heeft de vordering ter terechtzitting toegelicht, mede aan de hand van de door hem overgelegde pleitnotities en producties.

1.4. Eisers hebben vonnis gevraagd.

2. De beoordeling van de vordering

2.1. De Nederlandse rechter is bevoegd van de onderhavige vorderingen kennis te nemen.

2.2. De vordering komt de rechter onrechtmatig noch ongegrond voor, zodat deze kan worden toegewezen.

2.3. Ten overvloede wordt het navolgende overwogen. Uitgangspunt bij de beoordeling van deze vordering is de laatste wil van de overledene. Die laatste wil kan bijvoorbeeld zijn neergelegd in een testamant of codicil. Van het bestaan daarvan is in de onderhavige zaak niets gesteld of gebleken. Eisers hebben echter gemotiveerd gesteld dat het de wens van Bebe Pana was om na haar overlijden op de Filippijnen begraven te worden.

In deze verstekzaak is deze stelling onweersproken. Naast de wens van de overledene komt ook belang toe aan het navolgende. Gelet op het dramatische karakter van de onderhavige zaak, waarbij de familie van Bebe Pana op de Filippijnen jarenlang in onzekerheid heeft verkeerd over het lot van hun familielid in Nederland, waarna zij uiteindelijk moesten vernemen dat Bebe Pana was overleden en was begraven in het huis van de broer van haar weduwnaar, levert een en ander voldoende belang op voor een toewijzing van de vordering.

Het blijkens de dagvaarding aan de zijde van de gedaagde aanwezige belang - de mogelijkheid van een contra-expertise in de tegen gedaagde ingestelde strafzaak - kan daaraan niet afdoen. Aan dit belang van gedaagde - naar de rechter begrijpt een beroep op het fair trial beginsel zoals neergelegd in artikel 6 van het EVRM - wordt voldoende tegemoet gekomen, nu eisers onbetwist hebben gesteld dat er voor een eventuele contra-expertise voldoende materiaal is achtergehouden.

2.4. De gevorderde dwangsom wordt gelimiteerd als na te melden. Aan de gevorderde dwangsommen worden een maximum en een rechterlijke matigingsbevoegdheid van de hierna te vermelden inhoud verbonden.

2.5. De vordering komt voor het overige noch onrechtmatig noch ongegrond voor, zodat deze kan worden toegewezen.

3. De beslissing

De voorzieningenrechter:

veroordeelt gedaagde om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis de noodzakelijke medewerking te verlenen aan de afgifte van het stoffelijk overschot van Bebe Pana aan eisers, danwel aan de door hen daarvoor aangewezen personen;

veroordeelt gedaagde tot betaling aan eisers van een dwangsom ten bedrage van € 2.500,-- voor elke dag en iedere keer, dat gedaagde in strijd zal handelen met voornoemd gebod of enig gedeelte daarvan, met dien verstande: - dat boven de som van € 100.000,-- geen dwangsommen meer worden verbeurd; - dat deze dwangsomsanctie vatbaar zal zijn voor matiging door de rechter, voorzover handhaving daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, in aanmerking genomen de mate waarin aan het vonnis is voldaan, de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid van de overtreding; - dat deze dwangsomsanctie slechts zal gelden na betekening van dit vonnis aan gedaagde;

veroordeelt gedaagde in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van de wederpartij begroot op € 842,93, waarvan € 527,-- salaris procureur en € 315,93 verschotten;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.G.N.M. Willard, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 maart 2005 in tegenwoordigheid van de griffier.

(LJ Nummer AS8314 op rechtspraak.nl)

(foto wijlen mevr. V.F. Paña met dochtertje; peterrdevries.nl)

 
< Vorige   Volgende >


 zaterdag, 21 april 2018





DE UITSPRAKEN

DE ZAAK HOLLEEDER, links naar de uitspraken:

BC0703 Willem Holleeder, afpersing en leider criminele organisatie
BC0697 Maruf M. medeverdachte Holleeder. Endstra is onder valse voorwendselen naar het kantoor van zijn toenmalig raadsman gelokt waar hij in de kamer van die raadsman - Bram Moszkowicz - is bedreigd door onder andere deze verdachte. Endstra is hierdoor bewogen grote sommen geld af te staan.
BC0708 Marcel K.
BC0710 Vriendin Holleeder: Maaike Dijkhuis (schuldwitwassen)

Lees ook over Holleeder (link) in het NJD



O P M E R K E L IJ K
'Bedoeling was dat slachtoffer naar Suriname zou gaan en daar zijn dood in scene zou zetten'
Nationale Nederlanden Levensverzekeringen opgelicht, moord om uitkering

De verdachte heeft in de periode van 2 januari 2013 tot en met 25 februari 2013 te Rotterdam samen met een mededader het slachtoffer vermoord om een uitkering onder een levensverzekering te krijgen. Ook heeft hij een groot aantal (pogingen tot) fraude en valsheid in geschrifte gepleegd. Van enorme BTW-fraude tot fraude met kinderopvang en alles daartussen.

Een deel uit het standpunt van 41-jarige verdachte:

 'De verdachte ontkent iedere betrokkenheid bij de dood van[slachtoffer]. Hij erkent dat hij een verzekering bij Nationale Nederland op het leven van[slachtoffer] had afgesloten en ook dat dit gedaan is om Nationale Nederlanden op te lichten.[slachtoffer] en hij hadden dit samen opgezet. De bedoeling was dat[slachtoffer] naar Suriname zou gaan, dat hij daar zijn dood in scene zou zetten en dat hij dan onder een andere naam in Suriname zou blijven wonen. De uitkering van € 500.000,00 zou worden gedeeld tussen[slachtoffer] (€ 200.000,00) en de verdachte (€ 300.000,00). Dit plan is echter nooit uitgevoerd.

De verdachte had zelf onder een andere verzekering bij Nationale Nederlanden een uitkering geclaimd en gekregen nadat[slachtoffer], [medeverdachte] en hij op 2 januari 2013 een overval op de verdachte in scene hadden gezet. De verdachte vermoedt dat dit[slachtoffer] heeft geïnspireerd, dat[slachtoffer] en [medeverdachte] in de avond van 24 februari 2013 een overval in scene hebben willen zetten en dat [medeverdachte] daarbij[slachtoffer] heeft gedood. Hijzelf had[slachtoffer] nog afgeraden om een dergelijke fraude te proberen, omdat het bij Nationale Nederlanden zou opvallen dat er kort na elkaar twee keer een vergelijkbare schade zou worden geclaimd.

Uit de strafmotivering:

 'De verdachte heeft samen met een ander[slachtoffer] om het leven gebracht.[slachtoffer] is door de verdachte en diens mededader in een machteloze positie gebracht, nadat[slachtoffer] in de waan was gebracht dat deze (slechts) zou worden mishandeld om een verzekeringsuitkering te krijgen.[slachtoffer] is vervolgens op een vreselijke manier overleden. Van het vertrouwen dat[slachtoffer] in de verdachte, een vriend, had gesteld, is door de verdachte grof misbruik gemaakt. Het behoeft geen toelichting dat dit een zeer ernstig strafbaar feit is.

LEES VERDER...
 
Hof: wrakingsverzoek gegrond, raadsheer eerst gedelegeerd rc, later in rol voorzitter strafkamer
Verzoeker is ontvankelijk in zijn (tweede) wrakingsverzoek, nu sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden waarop het verzoek is gegrond. Het wrakingsverzoek komt er in de kern op neer dat de raadsheer niet heeft ingegrepen nadat zij ervan op de hoogte was gesteld dat (reeds) één van de getuigen in strijd met de beslissing van het hof en buiten aanwezigheid van de verdediging was gehoord door de politie en dat enige dagen nadien een andere getuige door de politie zou worden gehoord.
LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden