Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Bestuursrechter: openbare school in Emmen mocht leerling weigeren

Nederlands Juridisch Dagblad NJD § Juridisch nieuws - Bestuursrechter: openbare school in Emmen mocht leerling weigeren

 

Nederlands Juridisch Dagblad www.juridischdagblad.nl en via NJD.nu © MMII-MMXIII § Juridisch nieuws vanuit rechtspraktijk & rechtswetenschap
Juridisch nieuws voor juridisch Nederland 
§ Gebruiksvoorwaarden 
§ Mail uw nieuws- of persbericht naar de redactie (klik hier)

Onderhoud NJD 
twitter.com/juridischdag 
wel actueel
Inhoudsopgave
Voorpagina
Weer & verkeer
Hoofdpunten
Opmerkelijk
Persoonlijk
Zoeken
Opinie
Rechters
Advocatuur
Notariaat
Agenda
Uitgelicht
Wetten
Media
Jeugd
Studenten
Eerste Kamer
Onderhoud
Redactioneel
Ombudsman
Publicaties
Gebruikslicentie
NJD § RSS
Twiiter NJD
Prijsvraag
Grondwet
Hoge Raad
AFM
OPTA
Colofon
CONTACT


 
  Oriëntatie:  
 
Bestuursrechter: openbare school in Emmen mocht leerling weigeren
dinsdag, 1 maart 2005

'Besluit school om leerling niet toe te laten kan rechterlijke toets doorstaan'

Zo luidde het oordeel van de bestuursrechter te Assen op het verzoek (om een voorlopige voorziening) van een ouder van een leerling van een openbare school in Emmen.

De ouder wilde zijn zoon geplaatst zien op de bewuste school en deed daartoe een officieel verzoek. De school weigerde, gelet op de specifieke leerbehoefte van de jongen en het feit dat er sprake zou zijn van een vertrouwensbreuk met de ouder.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Daarbij heeft de bestuursrechter het belang van de leerling, de opvatting van het team van de school dat de jongen in feite beter tot zijn recht zou komen in het speciaal basisonderwijs en het gegeven dat de ouder weigert mee te werken aan het in kaart brengen van de mogelijkheden en het niveau van zijn zoon in aanmerking genomen.

Ook het feit dat een terugkeer van de leerling zou leiden tot een onwerkbare situatie en het belang van het team heeft de voorzieningenrechter bij zijn oordeel betrokken.

Feiten en omstandigheden zoals omschreven in het vonnis

Aan de gedingstukken en het verhandelde ter zitting ontleent de voorzieningenrechter de volgende feiten en omstandigheden.

Verzoekers zoon [zoon], geboren op 12 mei 1994, is van 12 mei 1998 tot 13 september 2004 ingeschreven geweest als leerling van de openbare basisschool 'De Brink' (verder obs De Brink).

Per 13 september 2004 heeft verzoeker [zoon] ingeschreven bij de Vrije Basisschool Michael te Emmen.

Verzoeker heeft bij brief van 1 november 2004 de directeur van obs De Brink verzocht [zoon] weer toe te laten tot De Brink. Naar aanleiding van dit verzoek hebben partijen op 30 november 2004 met elkaar gesproken. Een verslag van dit gesprek bevindt zich onder de gedingstukken.

Verzoeker heeft [zoon] op enig moment laten inschrijven als leerling van christelijke basisschool 'Het Palet'. Omtrent deze inschrijving zijn tussen verzoeker en de directeur van 'Het Palet' afspraken gemaakt. Deze afspraken zijn schriftelijk vastgelegd.

Deze inschrijving is voor verweerder aanleiding geweest om verzoeker bij brief van 20 december 2004 te vragen om schriftelijk kenbaar te maken of het verzoek om toelating tot obs De Brink met deze inschrijving vervalt. Bij brief van 22 december 2004 heeft verzoeker verweerder laten weten dat dit niet het geval is.

Bij brief van 7 januari 2005 heeft verweerder aan verzoeker het voornemen kenbaar gemaakt om [zoon] niet toe te laten tot obs De Brink. Verzoeker heeft bij brief van 19 januari 2005 op dit voornemen gereageerd.

Bij het thans bestreden besluit van 21 januari 2005 heeft verweerder onder de overweging dat verzoekers reactie hem geen aanleiding heeft gegeven om van zijn voornemen af te zien het verzoek tot toelating van [zoon] op obs De Brink afgewezen.

Standpunten van partijen

Verzoeker wijst erop dat [zoon] vanaf de kleuterschool zes jaar lang op De Brink heeft gezeten.
Voorts geeft verzoeker aan dat hij niet akkoord is gegaan met de door de Vrije School voorgestelde testen, omdat hij daartoe geen aanleiding vindt en hij in dit opzicht ook geen symptomen ziet bij [zoon].
Verzoeker zal, zo stelt hij, nooit toestemming geven voor een test en nooit akkoord gaan met de opvatting dat [zoon] op het Speciaal Basisonderwijs meer op zijn plaats zou zijn.

Volgens verzoeker is de relatie met (het team van) obs De Brink niet verstoord. Hij is van mening dat [zoon] recht heeft op onderwijs op een reguliere openbare school en terug zou moeten keren naar De Brink, waar [zoon] bekend is met de structuur en de sfeer. Verzoeker stelt dat [zoon] dat echt mist en heeft hij er daarom achteraf spijt van dat hij [zoon] bij een andere school heeft aangemeld.

Samengevat en in hoofdzaak voert verweerder aan dat de vertrouwensrelatie tussen verzoeker en de school ernstig is verstoord. Volgens verweerder heeft verzoeker de vanzelfsprekendheid van het gezag van de school gedurende over [zoon] gedurende de schoolperiode niet geaccepteerd. Ook de bevindingen van de Schoolbegeleidingsdienst (SABD) uit 2002 heeft verzoeker volgens verweerder niet geaccepteerd.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat er aanwijzingen zijn dat [zoon] beter tot zijn recht komt op een speciale basisschool. Er zijn volgens verweerder aanwijzingen dat [zoon] het reguliere programma op obs De Brink niet kan volgen en dat hij een aangepaste leerlijn nodig heeft. In de optiek van verweerder accepteert verzoeker deze zienswijze niet.

Verweerder wijst erop dat verzoeker tot op heden geen gebruik maakt van de aangeboden mogelijkheden. Zo is er onder meer een tijdelijke observatieplaats aangeboden op de speciale basisschool 'De Catamaran'.

Beoordeling

Beoordeeld dient te worden of er aanleiding bestaat de gevraagde voorlopige voorziening te treffen. Daartoe interpreteert de voorzieningenrechter het verzoek aldus, dat verzoeker daarmee een voorlopige plaatsing van [zoon] op obs De Brink probeert te bewerkstelligen. Dit is ter zitting desgevraagd ook door verzoeker bevestigd.

Omtrent de toewijsbaarheid van dit verzoek wordt het volgende overwogen.

Op voet van het bepaalde in artikel 40, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs, berust de beslissing over toelating en verwijdering van leerlingen bij het bevoegd gezag.
Het bevoegd gezag heeft in het onderhavige geval negatief beslist op verzoekers verzoek om [zoon] toe te laten tot obs De Brink.

Uit de gedingstukken en het verhandelde ter zitting leidt de voorzieningenrechter af dat verweerder dit besluit heeft doen steunen op het gegeven dat [zoon] is aangewezen op extra begeleiding, dat hij een individueel programma nodig heeft en dat hij beter tot zijn recht zou komen binnen het speciaal basisonderwijs.

Verweerder heeft daarbij, zo is ter zitting gebleken, het belang van [zoon] voorop gesteld en is -gegeven het feit dat verzoeker één en ander niet accepteert en van mening is dat [zoon] het reguliere programma van zijn groep zou moeten volgen- op enig moment zelfs buiten verzoeker om aangepaste stof aan [zoon] gaan aanbieden.

Voorts heeft verweerder de weigering om [zoon] weer toe te laten tot obs De Brink gestoeld op de -in de ogen van verweerder onherstelbare- vertrouwensbreuk tussen (het team van ) obs De Brink en verzoeker. Daarbij heeft verweerder het gegeven betrokken dat verzoeker ook steeds bij andere scholen heeft geïnformeerd. Er is, zo heeft verweerder overwogen, sprake van een onwerkbare situatie.
Ter zitting is nog gebleken dat verweerder bij het nemen van het bestreden besluit ook het belang van het team van obs De Brink heeft laten meewegen. Duidelijk is dat de leerkrachten bij een eventuele terugkeer van [zoon] de nodige moeilijkheden voorzien.

In aanmerking nemende het belang van [zoon], de opvatting van het team van obs De Brink dat hij is aangewezen op een eigen programma en in feite beter tot zijn recht zou komen binnen het speciaal basisonderwijs en het gegeven dat verzoeker weigert mee te werken aan het in kaart brengen van de mogelijkheden en het niveau van [zoon] is de voorzieningenrechter van oordeel dat verweerder in redelijkheid heeft kunnen besluiten [zoon] niet toe te laten tot obs De Brink.

Een eventuele terugkeer van [zoon] op obs De Brink zal in feite, zo is ter zitting ook gebleken, een onwerkbare situatie tot gevolg hebben. Daarmee zijn de belangen van [zoon], de school maar zeker ook van het team, niet gediend.

Alles overziende is de voorzieningenrechter van oordeel dat er geen aanleiding bestaat de gevraagde voorlopige voorziening te treffen.

Het verzoek daartoe dient te dan ook te worden afgewezen.

De voorzieningenrechter is zich er van bewust dat hiermee mogelijkerwijs een impasse ontstaat, in die zin, dat ook een aanmelding op een andere school problemen met zich zou kunnen brengen.

Het spreekt vanzelf dat een dergelijke impasse niet in het belang van [zoon] is, en de voorzieningenrechter geeft partijen, in het bijzonder verzoeker, nadrukkelijk in overweging om het ontstaan van een dergelijke impasse te voorkomen, bijvoorbeeld door het laten testen van [zoon] teneinde -objectief- zijn niveau en mogelijkheden te kunnen bepalen.

De voorzieningenrechter acht geen termen aanwezig voor het uitspreken van een proceskostenveroordeling.

Beslist wordt als volgt.

III. Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.

Aldus gegeven door mr. A.T. de Kwaasteniet, voorzieningenrechter en uitgesproken in het openbaar op 10 februari 2005 door mr. A.T. de Kwaasteniet, in tegenwoordigheid van mr. W.P. Claus, griffier.

mr. W.P. Claus mr. A.T. de Kwaasteniet

(LJ Nummer AS8293)

 
< Vorige   Volgende >


 zaterdag, 21 april 2018





DE UITSPRAKEN

DE ZAAK HOLLEEDER, links naar de uitspraken:

BC0703 Willem Holleeder, afpersing en leider criminele organisatie
BC0697 Maruf M. medeverdachte Holleeder. Endstra is onder valse voorwendselen naar het kantoor van zijn toenmalig raadsman gelokt waar hij in de kamer van die raadsman - Bram Moszkowicz - is bedreigd door onder andere deze verdachte. Endstra is hierdoor bewogen grote sommen geld af te staan.
BC0708 Marcel K.
BC0710 Vriendin Holleeder: Maaike Dijkhuis (schuldwitwassen)

Lees ook over Holleeder (link) in het NJD



O P M E R K E L IJ K
Praktische ontwerpfouten ergenis in aanloop opening peperduur Paleis van Justitie Amsterdam

Nu maar hopen dat de koning overmorgen niet tegen die marmeren bank aanloopt

Het ontwerp van het nieuwe Paleis van Justitie aan het IJDock in Amsterdam is meer vorm dan functioneel. Stadszender AT5 bericht dat er zelfs een werkgroep in het leven is geroepen om het onlangs opgeleverde pand tegen het licht te houden.

De woordvoerder van het Paleis geeft op camera met schaamtevolle blik en verlegen lach toe dat een praktische aantal zaken over het hoofd is gezien.

LEES VERDER...
 
Rechters gaan termijnen in civiele zaken strikt handhaven

De Rechtspraak, Den Haag - De termijnen in het rolreglement voor civiele dagvaardingszaken worden vanaf 1 oktober strikt gehandhaafd door alle rechtbanken. In de praktijk blijkt dat sommige rechters soepeler zijn dan anderen, als advocaten zich bijvoorbeeld niet aan de vastgestelde termijn houden bij het indienen van een uitstelverzoek. Daardoor ontstaat rechtsongelijkheid.

De landelijke Rolrechtersvergadering heeft daarom afgesproken met ingang van komend najaar weer streng de hand te houden aan de termijnen.

LEES VERDER...
 


 
 
       

Nederlands Juridisch Dagblad © 2002-2013 Ook te lezen via NJD.nu
Gebruiksvoorwaarden NJD (klik hier)
Alle rechten voorbehouden